Rijksmonumentenregister · Netherlands
Fabrieksgebouwen ECI
Roermond, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Industrie
- Function
- Fabrieksgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1880 - 1910
- Address
- ECI 1, 6041 MA Roermond (and others)
- Place
- Roermond
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.18912, 5.98045
- Monument number
- 520564
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
3 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het voormalige ECI (Electro Chemische Industrie) fabriekscomplex is gelegen op het door Roerarmen omgeven gebied ten zuiden van de Molenweg. Een gedeelte van het complex is op de oostelijke arm van de Roer geplaatst. Het grootste deel van het complex is gesitueerd op de westelijke oever van de oostelijke Roerarm.
Het terrein waar zich het vml. fabriekscomplex van de ECI bevindt, wordt reeds lang als bedrijfsterrein gebruikt. Al in de late Middeleeuwen bevonden zich aan de Roer diverse watermolens, waarvan sommige in het bezit waren van de Munsterabdij en het Karthuizerklooster in Roermond. Mogelijk stond ook op deze locatie reeds voor de 18de eeuw een watermolen. In 1798 werden de in onbruik geraakte molens van de Munsterabdij en het Karthuizerklooster door een consortium van de Domeinen aangekocht. In 1807 werd door Marcel Magnée de eerste steen gelegd voor de papiermolen van "Burghoff, Magnée en Co". Rond het midden van de 19de eeuw was in een gedeelte van het complex de meelfabriek Smeets gevestigd. Na vertrek van dit bedrijf omstreeks 1870 waren er achtereenvolgens een behangselpapierfabriek en opnieuw een meelfabriek gevestigd. In 1918 werd de N.V. "Het Steel" eigenaar van het complex, dat werd omgevormd tot een electriciteitscentrale. Na faillissement in 1926 ging het complex over in handen van de N.V. Industriële Maatschappij v/h Noury en Van der Lande, die er de N.V. Electro Chemische Industrie vestigde. Het complex is sinds het midden van de 19de eeuw herhaaldelijk verbouwd en uitgebreid. Het oudste gedeelte bevindt zich aan de noordzijde van het gebouwencomplex en dateert van omstreeks 1850. De overige bouwdelen zijn 19de en vroeg 20ste-eeuws. De vierkante schoorsteen op het binnenterrein dateert van omstreeks 1926. De ronde schoorsteenpijp ten zuiden van het complex is van ouder datum.
Het turbinegebouw dateert uit 1948: de turbines zijn reeds rijksbeschermd.
De toegepaste bouwstijl is traditionalistisch.
Omschrijving
Het fabriekscomplex bezit een zeer gecompliceerde opzet en plattegrond. Het complex bestaat uit diverse aaneengeschakelde bouwdelen. Ruwweg bestaat het complex uit een L-vormig gedeelte aan de noordoostelijke zijde deels gebouwd boven de oostelijke Roerarm. Westelijk van de Roerarm een langgerekt rechthoekig deel met een langwerpige binnenplaats.
Het meest oostelijke bouwdeel bezit een vierkante plattegrond, zes bouwlagen en een plat dak. Dit bouwdeel bezit in kruisverband gemetselde bakstenen gevels die aan de bovenzijde rechtgesloten eindigen onder een fors houten overstek.
Als enige horizontaal geledende element bevindt zich onder de vensters in de vijfde bouwlaag een rondomlopende uitgemetselde bakstenen rollaag.
De eerste en de tweede bouwlaag bezitten rechthoekige en vierkante vensters met bakstenen lekdorpels, strekken en veelruits ijzeren ramen. In de eerste bouwlaag bevinden zich in de zuidoostelijke gevel twee bedrijfsingangen. De vier bovenste bouwlagen bezitten reeksen getoogde vensters met segmentbogen, hardstenen lekdorpels en veelruits ijzeren ramen. De bakstenen uitgemetselde rollaag onder de vensters in de vijfde bouwlaag doet hier dienst als lekdorpel. De zuidoostelijke zijde heeft ten behoeve van grotere laad- en losopeningen wijzigingen ondergaan. De gevels bezitten gietijzeren geornamenteerde ankers.
Op de noordwestelijke gevel van het meest oostelijke bouwdeel sluit het bouwdeel aan dat over de Roerarm is gebouwd. Dit bouwdeel bezit drie bouwlagen en een zadeldak met de nokrichting evenwijdig aan voor- en achtergevel. Zadeldak met rode en gesmoorde pannen Tuiles du Nordpannen. De bakstenen gevels zijn in kruisverband gemetseld.
De gevels eindigen aan de bovenzijde rechtgesloten onder de eenvoudige houten bakgoten op klossen. Onder de bakgoot bevindt zich een eenvoudige bakstenen tandlijst. Voor- en achtergevel bezitten rechtgesloten vensters en strekken, bakstenen lekdorpels en veelruits ijzeren ramen. De onderbouw is in beton uitgevoerd.
Op de noordwestzijde van dit bouwdeel sluit een gebouw in vijf bouwlagen aan afgedekt met een plat dak. De bakstenen gevels zijn gemetseld in kruisverband.
De noordoostelijke gevel eindigt rechtgesloten onder het houten dakoverstek. De gevel bezit onder de dakgoot een bakstenen tandlijst. Op de hoeken bevinden zich sterk uitkragende bakstenen schouders. De gevel bezit reeksen getoogde vensters met segmentbogen, bakstenen lekdorpels en veelruits ijzeren ramen. De middentravee bevat twee boven elkaar geplaatste brede luikopeningen onder strek of lateibalk. de onderste bezit nog een dubbel luik. De jongere zuidwestelijke gevel van dit bouwdeel bezit grote brede vensterpartijen met veelruits raam.
Op de noordwestelijke gevel van dit laatste bouwdeel sluit een rechthoekig bouwdeel aan met poortdoorgang en zadeldak. Zadeldak met gesmoorde pannen. Dit vierlaags bouwdeel bezit bakstenen, in kruisverband gemetselde gevels. In de eerste bouwlaag bezit dit bouwdeel een doorrijpoort onder ijzeren lateibalken op hardstenen blokken. Hierboven bevindt zich een natuurstenen gevelsteen met inscriptie "E.M. & C. 1832". Het benedendeel van dit bouwdeel is in oudere baksteen gemetseld dan het bovendeel. Het linker deel van de noordoostelijke gevel bezit vensters met bakstenen strekken en lekdorpels en ijzeren veelruits ramen. Het rechter gedeelte bezit vensters met strekken en stolpramen met bovenlichten. In de bovenste verdieping bevinden zich weer vensters met veelruits ijzeren ramen. De zuidwestelijke gevel van dit bouwdeel bezit boven de poort een venster met strek en hardstenen duimblokken voor luiken.
Het langgerekt rechthoekig bouwdeel aan de westzijde van het fabriekscomplex wordt in een zevental onderdelen hier omschreven.
Een groot deel van de westelijke flank van het complex wordt gevormd door een langgerekte vleugel met in het noordelijke deel vier bouwlagen en een zadeldak. Ten zuiden hiervan sluit een hoger gedeelte met topgevel en dwars geplaatst zadeldak aan.
Het meest zuidelijke deel van dit bouwdeel bezit twee hoge bouwlagen en een zadeldak. De zadeldaken bezitten een dekking van rode Tuiles du Nordpannen. Het bouwdeel in vier bouwlagen bezit bakstenen gevels gemetseld in kruisverband. Deze eindigen aan de bovenzijde rechtgesloten onder een eenvoudige houten bakgoot op klossen.
De noordwestelijke gevel is tot aan het met een topgevel bekroonde hoge gedeelte in totaal dertien traveeën breed. De eerste bouwlaag bevat onder meer een aantal brede vensterpartijen onder zware lateibalken. Voorts bevatten de eerste, de tweede en de derde bouwlaag eenvoudige vensters met strekken, bakstenen lekdorpels, stolpramen en tweeruits bovenlichten. De twee traveeën rechts en de vierde bouwlaag bevatten reeksen bedrijfsvensters met strekken, bakstenen lekdorpels en ijzeren veelruits ramen. De derde travee van rechts bevat boven elkaar geplaatste laad- en losopeningen. De zuidoostelijke gevel van het noordelijke deel van dit gebouw bezit vensters met strekken, bakstenen lekdorpels en veelruits ijzeren ramen.
Het hoge met een topgevel afgesloten gedeelte bezit vijf bouwlagen en in kruisverband gemetselde bakstenen gevels.
De topgevels een noordwest- en zuidoostzijde bezitten klimmende bloktandlijsten en een houten overstek op klossen. Het bouwdeel in drie traveeën breed en bevat eenvoudige rechtgesloten bedrijfsvensters met strekken, bakstenen lekdorpels en veelruits ijzeren ramen. De middelste travee van de noordwestelijke gevel bezit boven elkaar geplaatste luikopeningen met strekken en houten deuren.
De zuidoostelijke gevel bezit gietijzeren ankers en in de top een oculusvenster met rollaag en veelruits ijzeren roosraam. De zuidwestelijke zijgevel van dit bouwdeel wordt bekroond door een hoge bakstenen borstwering die naderhand is toegevoegd. Het zuidelijk gedeelte van deze vleugel bezit twee hoge bouwlagen en een zadeldak. De in kruisverband gemetselde gevels sluiten boven de zijgevels rechtgesloten af. De topgevel aan de zuidwestzijde bezit een klimmende bloktandlijst onder het houten dakoverstek en in de top een oculusvenster met rollaag en ijzeren veelruits roosraam. De gevels bezitten eenvoudige rechtgesloten bedrijfsvensters met strekken, bakstenen lekdorpels en veelruits ijzeren ramen. De vensters in de eerste bouwlaag van de zuidwestgevel zijn dichtgemetseld. Rechts een brede ingang.
Haaks op de zuidgevel van de langgerekte vleugel sluit een volgend bouwdeel aan. Dit betreft eveneens een hoogbouw met zadeldak. Op de nok van dit dak een opbouw met zadeldakje. De gevels bezitten eenzelfde detaillering als de langgerekte vleugel. De topgevel aan de zuidoostzijde (zijde van de Roerarm) bezit eenzelfde uitvoering als de andere topgevels.
Het volgende bouwdeel staat evenwijdig aan de langgerekte vleugel aan de oostzijde direkt langs de Roerarm, en vormt de afsluiting van een langwerpig binnenterrein. Dit forse bouwdeel bezit een betonconstructue en een fors segmentboogvormig beton dak. De gevel aan de Roerzijde is in baksteen uitgevoerd en bevat een zeer grote vensterpartij met veelruits raam. Aan de noordwestelijke zijde sluit op dit bouwdeel een hoge vierkante schoorsteen aan. Deze schoorsteen is in baksteen in kruisverband gemetseld en wordt omsloten door een groot aantal ijzeren manchetten. Op het bovenste deel zijn de letters E.C.I. geschilderd.
Het volgende bouwdeel heeft een L-vormige plattegrond. Deze bedrijfshal bezit een betonskeletconstructie en een uit vier delen bestaand sheddak. Sheddak met bakstenen of betonnen zijgevels en glas panelen. De gevel aan de Roerzijde (zuidoostgevel) heeft met baksteen gevulde vakken en brede vensterpartijen met ijzeren veelruits ramen. In deze gevel is halverwege een stalen balkon met brandtrap en dubbele deur aangebracht. De zuidwestelijke gevel inclusief de zijgevels van het sheddak zijn in baksteen uitgevoerd.
Het volgende gebouw sluit aan op de zuidgevel van het hierboven beschreven bouwdeel en bezit een betonconstructie. Dit gebouw wordt afgedekt met een fors lessenaarsdak dat aan de oostzijde aansluit op een rechthoekige gevelopbouw met lessenaarsdak. Op het lessenaarsdak is een zadeldakvormige lichtkoepel geplaatst. Het gebouw is grotendeels in beton uitgevoerd en bezit een hoog opgetrokken zuidoostgevel (Roerzijde) van zes traveeën breed.
De travee-indeling wordt bepaald door de betonconstructie. de gevel bezit hoge smalle veelruits ramen met smalle liggende stroken bovenlichten. In de bovenbouw bevinden zich in iedere travee twee vensters met ijzeren veelruits ramen. De lage noordwestelijke gevel van dit gebouw bezit een brede ingang en aan weerszijden ijzeren veelruits ramen. Het INTERIEUR van dit gebouw bezit een authentieke stalen kapconstructie.
Op de zuidgevel van het hierboven omschreven bouwdeel sluit het meest zuidelijk gelegen bedrijfsgebouw aan. Dit bouwdeel bezit een betonconstructie en een driedelig sheddak. De sheddaken hebben bakstenen of betonnen zijgevels en glaspanelen. In de zuidoostelijke gevel (Roerzijde) bevinden zich in het bovendeel van de gevel rechthoekige vensters met zesruits ramen.
Ten zuiden van dit laatste fabrieksgebouw staat een hoge ronde bakstenen schoorsteenpijp waarvan de kop is beschadigd.
INTERIEUR. De bedrijfshallen bezitten veelal betonnen vloeren.
Waardering
Het fabrieksgebouwencomplex van de E.C.I. bezit cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een technische en typologische ontwikkeling in de architectuur van fabrieksgebouwen vanaf het midden van de 19de eeuw. Het gebouwencomplex is beschermenswaardig vanwege zijn hoge historische waarde. Het gebouwen complex is industrieel-historisch van belang onder andere vanwege zijn functie in de vroeg-industriële stroomvoorziening voor het specifieke fabricageproces. De gebouwen bezitten in redelijke mate architectuurhistorische waarde wegens het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek. Gedurende de 19de en vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw werd een aantal bijzondere gebouwen gerealiseerd waarvan sommige met vroege betonconstructies.
De gebouwen zijn tenslotte van belang wegens de redelijke mate van achitectonische gaafheid van het exterieur en de typologische en functionele zeldzaamheid. Het gehele fabriekscomplex in hoogbouw is vanwege zijn belangwekkende geschiedenis, omvang en bijzondere onderdelen een indrukwekkend silhouet dat hoge zeldzaamheidswaarde bezit en een belangrijke plaats inneemt in het industriële erfgoed in Roermond en Midden-Limburg.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The former ECI (Electro Chemische Industrie) factory complex is located in the area surrounded by the Roer on the south side of the Molenweg. Part of the complex is situated on the eastern arm of the Roer. The greater part of the complex is located on the western bank of the eastern Roer arm.
The site of the former ECI factory complex has long been used as an industrial area. Already in the late Middle Ages various watermills were located on the Roer, some of which were owned by the Munster Abbey and the Carthusian monastery in Roermond. It is possible that a watermill also stood at this location before the 18th century. In 1798 the disused mills of the Munster Abbey and the Carthusian monastery were purchased by a consortium of the Domains. In 1807 the first stone was laid by Marcel Magnée for the paper mill of "Burghoff, Magnée en Co". Around the middle of the 19th century the Smeets flour mill was located in part of the complex. After this business departed around 1870 a wallpaper mill and again a flour mill were successively located there. In 1918 the N.V. "Het Steel" became the owner of the complex, which was converted into an electricity power station. After bankruptcy in 1926 the complex passed into the hands of the N.V. Industriële Maatschappij v/h Noury en Van der Lande, which established the N.V. Electro Chemische Industrie there. The complex has been repeatedly rebuilt and extended since the middle of the 19th century. The oldest part is located on the north side of the building complex and dates from around 1850. The remaining building sections date from the 19th and early 20th century. The square chimney in the inner courtyard dates from around 1926. The round chimney flue south of the complex is of older date.
The turbine house dates from 1948: the turbines are already nationally protected.
The architectural style applied is traditionalist.
Description
The factory complex has a very complicated layout and plan. The complex consists of various interconnected building sections. Roughly speaking, the complex consists of an L-shaped section on the northeast side partly built above the eastern Roer arm. West of the Roer arm an elongated rectangular section with an elongated inner courtyard.
The most easterly building section has a square plan, six storeys and a flat roof. This building section has brick facades laid in cross bond which terminate squarely at the top under a substantial wooden overhang.
As the only horizontally articulated element there is a brick roll moulding running all around beneath the windows in the fifth storey.
The first and second storeys have rectangular and square windows with brick drip moulds, lintels and multi-paned iron frames. On the first storey there are two business entrances in the southeast facade. The four upper storeys have series of arched windows with segment arches, sandstone drip moulds and multi-paned iron frames. The brick roll moulding beneath the windows in the fifth storey serves as a drip mould here. The southeast side has undergone modifications for larger loading and unloading openings. The facades have ornamental cast-iron wall anchors.
On the northwest facade of the most easterly building section the building section that is built across the Roer arm adjoins. This building section has three storeys and a gabled roof with the ridge direction parallel to the front and rear facades. Gabled roof with red and darkened Tuiles du Nord tiles. The brick facades are laid in cross bond.
The facades terminate squarely at the top under simple wooden gutters on corbels. Beneath the gutter there is a simple brick tooth moulding. The front and rear facades have straight-ended windows and lintels, brick drip moulds and multi-paned iron frames. The substructure is executed in concrete.
On the northwest side of this building section a building in five storeys adjoins covered with a flat roof. The brick facades are laid in cross bond.
The northeast facade terminates squarely under the wooden roof overhang. The facade has beneath the roof gutter a brick tooth moulding. On the corners there are strongly projecting brick shoulders. The facade has series of arched windows with segment arches, brick drip moulds and multi-paned iron frames. The middle bay contains two broad shutter openings positioned one above the other under lintel or lateibalk. The lower one still has a double shutter. The younger southwest facade of this building section has large broad window sections with multi-paned frame.
On the northwest facade of this last building section a rectangular building section adjoins with gateway passage and gabled roof. Gabled roof with darkened tiles. This four-storey building section has brick facades laid in cross bond. On the first storey this building section has a carriage passage under iron lintels on sandstone blocks. Above this is a natural stone facade stone with the inscription "E.M. & C. 1832". The lower part of this building section is laid in older brick than the upper part. The left part of the northeast facade has windows with brick lintels and drip moulds and iron multi-paned frames. The right section has windows with lintels and casement windows with fanlights. On the upper floor there are again windows with multi-paned iron frames. The southwest facade of this building section has above the gateway a window with lintel and sandstone thumb blocks for shutters.
The elongated rectangular building section on the west side of the factory complex is described in seven parts here.
A large part of the western flank of the complex is formed by an elongated wing with in the northern part four storeys and a gabled roof. To the south of this a higher section adjoins with stepped gable and transversely placed gabled roof.
The most southern part of this building section has two high storeys and a gabled roof. The gabled roofs have a covering of red Tuiles du Nord tiles. The building section in four storeys has brick facades laid in cross bond. These terminate squarely at the top under a simple wooden gutter on corbels.
The northwest facade is a total of thirteen bays wide up to the high section topped with a stepped gable. The first storey contains among other things a number of broad window sections under heavy lintels. Furthermore the first, second and third storeys contain simple windows with lintels, brick drip moulds, casement windows and two-paned fanlights. The two rightmost bays and the fourth storey contain series of factory windows with lintels, brick drip moulds and iron multi-paned frames. The third bay from the right contains loading and unloading openings positioned one above the other. The southeast facade of the northern part of this building has windows with lintels, brick drip moulds and multi-paned iron frames.
The high section finished with a stepped gable has five storeys and brick facades laid in cross bond.
The stepped gables on the northwest and southeast sides have rising tooth mouldings and a wooden overhang on corbels. The building section is three bays wide and contains simple straight-ended factory windows with lintels, brick drip moulds and multi-paned iron frames. The middle bay of the northwest facade has shutter openings positioned one above the other with lintels and wooden doors.
The southeast facade has cast-iron wall anchors and in the apex an oculus window with roll moulding and multi-paned iron grille frame. The southwest side facade of this building section is topped by a high brick parapet which was added later. The southern section of this wing has two high storeys and a gabled roof. The facades laid in cross bond terminate squarely above the side facades. The stepped gable on the southwest side has a rising tooth moulding under the wooden roof overhang and in the apex an oculus window with roll moulding and iron multi-paned grille frame. The facades have simple straight-ended factory windows with lintels, brick drip moulds and multi-paned iron frames. The windows on the first storey of the southwest facade are bricked in. To the right a broad entrance.
At right angles to the south facade of the elongated wing the next building section adjoins. This is likewise a tall building with gabled roof. On the ridge of this roof a superstructure with small gabled roof. The facades have the same detailing as the elongated wing. The stepped gable on the southeast side (side of the Roer arm) has the same execution as the other stepped gables.
The following building section stands parallel to the elongated wing on the east side directly along the Roer arm, and forms the closure of an elongated inner courtyard. This substantial building section has a concrete structure and a substantial segmental arch-shaped concrete roof. The facade on the Roer side is executed in brick and contains a very large window section with multi-paned frame. On the northwest side a tall square chimney adjoins this building section. This chimney is laid in brick in cross bond and is enclosed by a large number of iron bands. On the upper part the letters E.C.I. are painted.
The following building section has an L-shaped plan. This factory hall has a concrete skeleton structure and a roof composed of four sections with saw-tooth profile. Saw-tooth roof with brick or concrete side gables and glass panels. The facade on the Roer side (southeast facade) has brick-filled panels and broad window sections with iron multi-paned frames. Halfway along this facade a steel balcony with fire escape and double door has been installed. The southwest facade including the side gables of the saw-tooth roof are executed in brick.
The following building adjoins the south facade of the building section described above and has a concrete structure. This building is covered with a substantial lean-to roof which adjoins on the east side a rectangular roof superstructure with lean-to roof. On the lean-to roof a saddle-roof-shaped roof light has been placed. The building is largely executed in concrete and has a high south-east facade (Roer side) six bays wide.
The bay division is determined by the concrete structure. The facade has tall narrow multi-paned windows with narrow horizontal fanlight strips. In the upper structure each bay contains two windows with iron multi-paned frames. The low northwest facade of this building has a broad entrance and on either side iron multi-paned frames. The INTERIOR of this building has an authentic steel roof truss structure.
On the south facade of the building section described above the most southerly located factory building adjoins. This building section has a concrete structure and a three-section saw-tooth roof. The saw-tooth roofs have brick or concrete side gables and glass panels. In the southeast facade (Roer side) rectangular windows with six-paned frames are located in the upper part of the facade.
South of this last factory building stands a tall round brick chimney flue the top of which is damaged.
INTERIOR. The factory halls mostly have concrete floors.
Valuation
The ECI factory building complex has cultural-historical value as a remarkable expression of technical and typological development in the architecture of factory buildings from the middle of the 19th century. The building complex is worthy of protection because of its high historical value. The building complex is of industrial-historical significance among other reasons because of its role in early-industrial power supply for the specific manufacturing process. The buildings possess to a reasonable degree architectural-historical value because of the distinctive use of materials and ornamentation. During the 19th and especially in the first half of the 20th century a number of remarkable buildings were realised, some with early concrete structures.
The buildings are finally of importance because of the reasonable degree of architectural integrity of the exterior and the typological and functional rarity. The entire multi-storey factory complex because of its significant history, scale and distinctive components is an impressive silhouette which possesses high rarity value and holds an important place in the industrial heritage of Roermond and Central Limburg.
Nearby in the register
- Watergebouw, ECI 4 ATransportunder 1 mi
- Woonhuis, Frans Douvenstraat 1Woonhuisunder 1 mi
- Kerk, Minderbroederssingel 15 GKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Woonhuis, Minderbroedersstraat 2Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.