TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

H. Hart Kerk

Roermond, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1923 - 1925
Address
Monseigneur Driessenstraat 2, 6043 CV Roermond
Place
Roermond
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.19077, 5.99945
Monument number
520535

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "402. Erkelenz." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Rooms-Katholieke Heilig Hartkerk gebouwd in 1923 naar een ontwerp van architecten Caspar en Joseph Franssen te Roermond.

De bouwstijl van de kerk is traditionalistisch met invloed van neo-gotiek. De Heilig Hartkerk staat in de woonwijk "Roermondse Veld" en vormt de kern van de eerste planmatige stadsuitbreiding in de jaren 1920 in dit deel van de stad.

Omschrijving

Het massief van de Heilig Hartkerk is samengesteld uit een groot aantal gekoppelde kleine en grote bouwmassa's. De hoofdvorm wordt bepaald door vier hoge langwerpig rechthoekige panden van verschillende lengte onder zadeldaken die elkaar in de vorm van een latijns kruis ontmoeten rond een achtkantige vieringstoren onder een klokdak. Alle daken zijn gedekt met leien.

Het oostelijk pand wordt beëindigd met een zevenkantige absis. In de hoeken tussen de panden en de vieringstoren staan vier torens op vierkante grondslag onder een achtkantige spits. Twee ronde traptorens met een achtkantige spits flankeren de westelijke facade. De panden worden begeleid door lage zijbeuken onder lessenaarsdaken. Twee rechthoekige sacristieën onder schilddaken flankeren de absis. Naar het oosten worden de zijbeuken van het koor afgesloten met absidiolen.

Het toegepaste bouwmateriaal betreft hoofdzakelijk rode baksteen afgewisseld met graniet, zandsteen, savonnièressteen, marmer en naamse steen.

De kerk is een georiënteerde kruis-basiliek met een ruime 8-kantige viering met korte en lange zijden. Westelijk hiervan heeft de kerk een drie traveeën diep schip met zijbeuken. Naar het noorden en zuiden strekken zich twee, een enkele travee diepe dwarsbeuken met zijbeuken uit. Naar het oosten sluit een koortravee met zijbeuken en daarachter een 7-zijdige absis op de viering aan. De absis wordt geflankeerd door twee rechthoekige sacristieën.

DE WESTELIJKE FACADE.

De westelijke facade wordt gevormd door een hoge tuitgevel, geflankeerd door twee ronde traptorens en verder naar buiten de zijgevels van de zijbeuken van het schip. De tuitgevel wordt horizontaal geleed door een natuurstenen plint en een cordonlijst onder de lichtbeuk. De symmetrisch ingedeelde gevel heeft drie ondiepe portalen van ongelijke hoogte en breedte in brede, rijk geprofileerde spitsbooglijsten. Boven de rechthoekige poorten zijn de tympanen als bovenlichten ingevuld.

In de lichtbeuk heeft de gevel een drielicht van lancetvensters onder bakstenen strekken. In de top heeft de gevel een klein spitsboogvenster. De gevel heeft aan beide zijden een rechthoekig schouderstuk en op de punt een rechthoekig topstuk met een kruisreliëf. De aandaken hebben dekplaten.

De flankerende traptorens hebben een ronde grondslag maar gaan boven de dakaanzet van de gevel via acht kleine trompen over in een achthoek. Horizontaal worden de torens geleed door een plint en een cordonlijst boven de trompen. De torens hebben een groot aantal klimmende smalle rechthoekige vensters. De torengevels worden afgesloten met een bakstenen daklijst. Achtkantige spitsen met brede overstekken dekken de torens.

De facades van de dwarsschepen zijn identiek aan de westfacade. De dwarsschepen worden echter niet geflankeerd door de traptorens.

Verder heeft de zuidelijke dwarsbeuk in plaats van drie poorten een enkele poort in een uitgebouwd rechthoekig portaal onder een zadeldak. De noordelijke dwarsbeuk heeft slechts een ingang in de westelijke zijbeuk.

De zijgevels van het schip worden in de lichtbeuk tussen de traveeën verticaal geleed door rechthoekige, boven de zijbeuken dieper uitlopende steunberen. De gevels worden afgesloten met een bakstenen daklijst. De lichtbeuk heeft in elke travee een drielicht van spitsboogvensters. De gevels van de zijbeuken springen in de meest westelijke travee uit. Verticaal worden zij tussen de tweede en derde oostelijke travee geleed door een rechthoekige steunbeer.

Horizontaal worden zij geleed door een plint, een cordonlijst onder de vensters en een bakstenen daklijst. Elke travee heeft twee gekoppelde spitsboogvensters. De zijbeuken zijn gedekt met een lessenaarsdak, uitgezonderd de meest westelijke travee welke gedekt is met een schilddak.

De torens.

De vieringtoren (klokkentoren) ontwikkelt zich vanaf de hoogte van de dakaanzetten van de panden vanuit een vierkante grondslag via de dakschilden naar een achthoek. Boven de daknok van de panden rijst een bakstenen achtkantig segment met in elke zijde drie smalle rechthoekige galmgaten met louvreluiken. De vieringstoren wordt gedekt met een achtkantig klokdak met een brede overstek met daarop een achtkantige ruiter, bekroond met een smeedijzeren kruis. Tegen het oostelijke, westelijke, noordelijke en zuidelijke dakschild bevindt zich een wijzerbord in een rechthoekige lijst onder een rondboog.

De flankerende torens van de viering.

In de hoeken tussen de panden rijzen torens op vierkante grondslag op vanuit de zijbeuken. Via trompen ontwikkelt deze vorm zich boven de dakaanzetten van de panden tot een smallere achtkantige vorm.

Onder de trompen en onder de spits hebben de torens een bakstenen lijst. In de wanden van de benedenzone hebben de torens smalle klimmende rechthoekige vensters. In het achtkantige bovensegment hebben de toren in de wanden naar de vier windstreken spitsboogvensters. De torens worden gedekt met uitkragende achtkantige spitsen.

De absis.

De zevenzijdige absis leunt tegen een verder blinde tuitgevel. De zeven zijden van de absis worden van elkaar gescheiden door rechthoekige, eenmaal versneden steunberen. In de blinde benedenzone heeft de gevel verder naar buiten komende muurdammen onder schuine afzaten. In de ten opzichte van de benedenzone terugwijkende lichtbeuk heeft de gevel spitsboogvensters. De gevel wordt afgesloten met een bakstenen daklijst. Links en rechts van de tuitgevel bevinden zich de zijgevels van de zijbeuken van de koortravee met daartegenaan gebouwd twee vijfkantige absidiolen met blinde wanden onder een vijfkantig schilddak.

De zijwanden van de koortravee hebben eenzelfde opbouw als de zijwanden van het schip.

Van het INTERIEUR is onder meer het volgende van belang.

Centrale ruimte in de kerk is de zeer ruime achtkantige viering onder een achtdelig kruisgewelf. De viering heeft afwisselend een lange en een korte zijde. Op de lange zijden komen het schip, de twee dwarsbeuken en het koor uit. Alle panden hebben lagere zijbeuken. Achter de korte zijden van de viering bevinden zich driehoekige verbindingstraveeën tussen de zijbeuken van de panden.

De viering.

De achtkantige viering heeft naar de panden een brede opening onder een spitse vlakke gordelboog. De spitsboogvormige korte zijden naar de zijbeuken worden geflankeerd door vlakke, gecantonneerde pilasters met boven de met florale motieven gedecoreerde kapitelen de geboorte van de tiercerons van het gewelf. Het wandvlak heeft in de benedenzone over de gehele breedte een spitse arcadeboog met daarboven een geprofileerde lijst. Het wandvlak boven deze lijst is blind. De zwikken en het vlak boven de lijst zijn voorzien van schilderingen.

Het schip.

Het brede, drie traveeën diepe schip heeft in de meest westelijke travee een zangers- en orgeltribune, rustend op twee pilaren met daarboven spitsbogen. De tribune heeft een balustrade met een getortse spitsboogdecoratie. Onder de tribune is een portaalachtige ruimte gevormd naar de drie poorten in de westelijke gevel. De wanden van het schip hebben een aan de korte wanden van de viering identieke opbouw. Alleen de bovenzone wijkt af doordat daar drielichten zijn ingevoerd. Tussen de vensters en de horizontale lijst suggereren schilderingen een triforium. De bovenzone in de meest westelijke travee, boven de orgeltribune, is blind.

De dwarsschepen.

De een enkele travee diepe dwarsschepen hebben zijwanden met een aan de wanden van het schip identieke opbouw. De vlakke sluitwanden hebben een hoog drielicht en, in het noordelijke dwarsschip een poort.

Het Koor.

Het koor is een enkele travee diep waarbij de wanden dezelfde opbouw hebben als in het schip. De op de koortravee aansluitende zevenzijdige absis wordt van het koor gescheiden door een rijk geprofileerde scheiboog. De sluitwanden van de absis worden van elkaar gescheiden door pilasters met schalken en ter hoogte van het midden van de lichtbeuk kapitelen. In de benedenzone hebben de sluitwanden een blinde spitsboogarcade met geprofileerde boogaanzetten. Boven de arcade heeft elke wand een spitsboogvenster.

De zijbeuken.

De panden worden begeleid door zijbeuken. Tegen de achtzijdige viering worden de zijbeuken verbonden door driehoekige traveeën.

Elke zijbeuktravee heeft twee spitsboogvensters met daaronder een hardstenen lijst. De zijbeuktraveeën worden van elkaar gescheiden door vlakke pilasters met kussenkapitelen en vlakke scheibogen.

De gewelven.

De viering heeft een achtdelig kruisgewelf met vanuit de acht hoeken van de viering naar de gewelfkruin vlakke tiercerons. de gewelfkruin heeft een ronde sluiting. Tussen de kruin van het gewelf en de top van de wandopeningen naar de panden heeft het gewelf peerktaalgeprofileerde nokribben. vanuit de aanzet van de spitsbogen in de viering vertrekken peerkraalgeprofileerden ribben naar een sluitsteneen in de nokribben. De panden hebben kruisribgewelven met vlakke scheibogen en peerkraalribben. De absis heeft een zevendelig straalgewelf met peerkraalribben.

Op het koor het neogotisch hoofdaltaar met onderbouw in steen en predella en retabel in hout van beeldhouwer Jos. Geelen, Roermond 1926. De neogotische preekstoel met rood geaderde marmeren onderbouw en zandstenen kuip; houten klankbord; vervaardigd door de firma Thissen in 1932. Communiebank in eikenhout, datering XIXA.

In het koor zeven gebrandschilderde ramen; datering ca. 1930.

De wandschilderingen welke tussen 1936 en 1939 door Kees Baard in de kerk zijn aangebracht zijn iconografisch van belang omdat zij in hun thematiek de relatie met en de afscheiding van de Christoffelparochie in de binnenstad van Roermond uitbeelden.

Waardering

De R.K. Heilig Hartkerk is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en een typologische ontwikkeling in de architectuur van rooms-katholieke kerken. De kerk bezit architectuurhistorische waarde vanwege haar bijzonder belang voor de geschiedenis van de architectuur, voor het oeuvre van de architecten Caspar en Joseph Franssen, wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp en het bijzondere materiaalgebruik en de inrichting. De kerk bezit ensemblewaarde wegens de bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van Roermond. De kerk is tenslotte van algemeen belang op grond van de cultuurhistorische en architectuurhistorische zeldzaamheid en architectonische gaafheid van ex- en interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Roman Catholic Heilig Hartkerk built in 1923 after a design by architects Caspar and Joseph Franssen in Roermond.

The architectural style of the church is traditionalist with influences of neo-Gothic. The Heilig Hartkerk stands in the residential district "Roermondse Veld" and forms the core of the first planned urban expansion in the 1920s in this part of the city.

Description

The mass of the Heilig Hartkerk is composed of a large number of coupled small and large building volumes. The main form is determined by four tall elongated rectangular structures of varying length under gabled roofs that meet in the form of a Latin cross around an octagonal bell tower under a bell-shaped roof. All roofs are covered with slate.

The eastern structure is terminated with a seven-sided apse. In the corners between the structures and the bell tower stand four towers on a square base under an octagonal spire. Two round spiral towers with an octagonal spire flank the western facade. The structures are accompanied by low side aisles under lean-to roofs. Two rectangular sacristies under hipped roofs flank the apse. Toward the east the side aisles of the choir are closed off with absidioles.

The building materials used consist mainly of red brick alternated with granite, sandstone, savonnière stone, marble and Namur stone.

The church is an oriented cross-basilica with a spacious eight-sided bell tower with short and long sides. To the west of this the church has a nave three bays deep with side aisles. Toward the north and south extend two transepts, each one bay deep, with side aisles. Toward the east a choir bay with side aisles connects, and behind it a seven-sided apse to the bell tower. The apse is flanked by two rectangular sacristies.

THE WESTERN FACADE.

The western facade is formed by a tall spout gable, flanked by two round spiral towers and further outward the side walls of the side aisles of the nave. The spout gable is divided horizontally by a natural stone plinth and a cornice line under the clerestory. The symmetrically arranged facade has three shallow portals of unequal height and width in broad, richly profiled pointed arch mouldings. Above the rectangular doors the tympana are filled as fanlights.

In the clerestory the facade has a three-light window of lancet windows under brick arches. At the top the facade has a small pointed arch window. The facade has at both sides a rectangular shoulder section and at the apex a rectangular top section with a cross relief. The shed roofs have coping stones.

The flanking spiral towers have a round base but above the roof edge of the facade transition via eight small squinches into an octagon. Horizontally the towers are divided by a plinth and a cornice line above the squinches. The towers have a large number of ascending narrow rectangular windows. The tower facades are closed off with a brick roof cornice. Octagonal spires with broad overhangs cover the towers.

The facades of the transepts are identical to the west facade. The transepts, however, are not flanked by the spiral towers.

Further the southern transept has instead of three doors a single door in a built-out rectangular portal under a gabled roof. The northern transept has only an entrance in the western side aisle.

The side walls of the nave are in the clerestory between the bays vertically divided by rectangular buttresses, running deeper above the side aisles. The facades are closed off with a brick roof cornice. The clerestory has in each bay a three-light window of pointed arch windows. The facades of the side aisles step out in the most western bay. Vertically they are divided between the second and third eastern bay by a rectangular buttress.

Horizontally they are divided by a plinth, a cornice line under the windows and a brick roof cornice. Each bay has two coupled pointed arch windows. The side aisles are covered with a lean-to roof, except for the most western bay which is covered with a hipped roof.

The Towers.

The bell tower develops from the height of the roof edges of the structures from a square base via the roof slopes to an octagon. Above the ridge of the roofs of the structures rises a brick octagonal section with in each side three narrow rectangular sound holes with louver shutters. The bell tower is covered with an octagonal bell-shaped roof with a broad overhang with upon it an octagonal weathercock, crowned with a wrought iron cross. Against the eastern, western, northern and southern roof slope is a clock face in a rectangular frame under a round arch.

The flanking towers of the bell tower.

In the corners between the structures towers rise on a square base from the side aisles. Via squinches this form develops above the roof edges of the structures into a narrower octagonal form.

Below the squinches and below the spire the towers have a brick cornice. In the walls of the lower zone the towers have narrow ascending rectangular windows. In the octagonal upper section the towers have in the walls toward the four cardinal directions pointed arch windows. The towers are covered with projecting octagonal spires.

The Apse.

The seven-sided apse rests against a further blind spout gable. The seven sides of the apse are separated from each other by rectangular, once divided buttresses. In the blind lower zone the facade has further projecting wall buttresses under slanting offsets. In the clerestory recessed in relation to the lower zone the facade has pointed arch windows. The facade is closed off with a brick roof cornice. To the left and right of the spout gable are located the side walls of the side aisles of the choir bay with built against them two five-sided absidioles with blind walls under a five-sided hipped roof.

The side walls of the choir bay have the same structure as the side walls of the nave.

Of the INTERIOR the following is of particular note.

The central space in the church is the very spacious eight-sided bell tower under an eight-ribbed cross vault. The bell tower has alternately a long and a short side. On the long sides the nave, the two transepts and the choir open out. All structures have lower side aisles. Behind the short sides of the bell tower are triangular connecting bays between the side aisles of the structures.

The Bell Tower.

The octagonal bell tower has toward the structures a broad opening under a pointed arch flat transverse arch. The pointed arch-shaped short sides toward the side aisles are flanked by flat, cantoned pilasters with above the capitals decorated with floral motives the springing of the tiercerons of the vault. The wall surface has in the lower zone over the full width a pointed arch arcade with above it a profiled cornice line. The wall surface above this line is blind. The spandrels and the surface above the line are provided with paintings.

The Nave.

The broad, three-bay-deep nave has in the most western bay a singers' and organ gallery, resting on two pillars with above them pointed arches. The gallery has a balustrade with a twisted pointed arch decoration. Below the gallery a portal-like space is formed opening to the three doors in the western facade. The walls of the nave have a structure identical to the short walls of the bell tower. Only the upper zone differs in that three-light windows are introduced there. Between the windows and the horizontal line paintings suggest a triforium. The upper zone in the most western bay, above the organ gallery, is blind.

The Transepts.

The one-bay-deep transepts have side walls with a structure identical to the walls of the nave. The flat closing walls have a tall three-light window and, in the northern transept, a door.

The Choir.

The choir is one bay deep with walls having the same structure as in the nave. The seven-sided apse adjoining the choir bay is separated from the choir by a richly profiled transverse arch. The closing walls of the apse are separated from each other by pilasters with corbels and at the height of the middle of the clerestory capitals. In the lower zone the closing walls have a blind pointed arch arcade with profiled arch springer. Above the arcade each wall has a pointed arch window.

The Side Aisles.

The structures are accompanied by side aisles. Against the eight-sided bell tower the side aisles are connected by triangular bays.

Each side aisle bay has two pointed arch windows with below them a hardstone cornice line. The side aisle bays are separated from each other by flat pilasters with cushion capitals and flat transverse arches.

The Vaults.

The bell tower has an eight-ribbed cross vault with from the eight corners of the bell tower toward the vault crown flat tiercerons. The vault crown has a round closure. Between the crown of the vault and the top of the wall openings toward the structures the vault has pear-bead profiled ridge ribs. From the springing of the pointed arches in the bell tower depart pear-bead profiled ribs toward a closing stone in the ridge ribs. The structures have cross-ribbed vaults with flat transverse arches and pear-bead ribs. The apse has a seven-part fan vault with pear-bead ribs.

In the choir a neo-Gothic high altar with stone substructure and predella and wooden reredos by sculptor Jos. Geelen, Roermond 1926. The neo-Gothic pulpit with red-veined marble substructure and sandstone base; wooden sounding board; made by the firm Thissen in 1932. Communion rail in oak, dating 19th century.

In the choir seven stained glass windows; dating ca. 1930.

The wall paintings which were executed by Kees Baard in the church between 1936 and 1939 are of iconographic importance because they in their theme depict the relationship with and the separation of the Christoffel parish in the inner city of Roermond.

Valuation

The R.C. Heilig Hartkerk is of cultural-historical value as a particular expression of a spiritual and a typological development in the architecture of Roman Catholic churches. The church possesses architectural-historical value because of its particular importance for the history of architecture, for the oeuvre of architects Caspar and Joseph Franssen, because of the high-quality aesthetic qualities of the design and the exceptional material use and the interior furnishings. The church possesses ensemble value because of the particular significance of the object for the appearance of Roermond. The church is finally of general importance on the grounds of the cultural-historical and architectural-historical rarity and architectural integrity of exterior and interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map