TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Villa Anna Maria

Dussen, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1875
Address
Binnen 5, 4271 BV Dussen (Altena 30)
Place
Dussen
Municipality
Altena
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.73408, 4.97178
Monument number
520436

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1846 map "Kaart van de provincie Zuid-Holland / opgemaakt op last van de Provinciale Staten" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Aan de noordzijde van de Binnen gelegen éénlaags HERENHUIS binnen de bebouwde kom van Dussen. Het object draagt de naam VILLA ANNA MARIA en is gelegen binnen een ruim, eigen terrein met aan de voor- en achterzijde een siertuin. De voortuin sluit aan de voorzijde aan op een brede sloot. Het pand werd gebouwd omstreeks 1875 en is uitgevoerd in eclectische stijl. Eerste bewoner was de heer L.J. Verberne die hier bovendien kantoor hield als notaris (de notariskamer bevond zich links voor). Omstreeks 1910 vond een verbouwing plaats voor de toenmalige bewoner Jos. van Steen. Hierbij werd aan de rechterzijde een uitbreiding gerealiseerd (deze ging later bij een brand verloren). In het achterste deel van deze uitbouw bevond zich lange tijd een lokaal voor acetyleenverlichting. Aan de achterzijde van het huis kwam een nieuwe veranda met art nouveau-invloed (later verbouwd tot serre). In dezelfde periode zullen het in verschillende bovenlichten en deuren aanwezige glas-in-lood en de diverse smeedijzeren balustrades en hekken gerealiseerd zijn. Ook deze dragen de invloed van de art nouveau. De bestaande remise aan de linkerzijde van het pand werd bij de verbouwing naar achter toe uitgebreid met een paardenstal. Overigens was de remise reeds eerder aan de achterzijde vergroot. In de loop van de tijd werd het dakhuis aan de voorzijde van de woning gewijzigd en verdween het hier aanwezige balkon. Gedurende de Tweede Wereldoorlog kreeg het pand zwaar te lijden maar daarna werd het in oorspronkelijke stijl hersteld. Een interessant detail is dat één van de bewoners reder was. Uit diens tijd dateert de glas-in-loodvoorstelling van een aantal schepen ter zee binnen het trappenhuisvenster.

Het herenhuis heeft sinds 1945 weinig wijzigingen ondergaan. De serre aan de achterzijde is omstreeks 1990 gewijzigd en heeft moderne ramen en deuren. Aan de binnenzijde kreeg ze een nieuwe tegelvloer (de originele zwarte en witte tegels bevinden zich deels in de tuin en zijn deels opgeslagen). De gang werd voorzien van een nieuwe tegelvloer in wit marmer (ter vervanging van een vloer bestaande uit grote platen dito materiaal). De zij- en achtergevels zijn nieuw gevoegd. Op het achterste dakschild van het huis bevindt zich een moderne dakkapel. Reeds lange tijd geleden verdween de slangenmuur die zich in de achtertuin bevond.

Omschrijving

Het uit verschillende aaneengeschakelde bouwdelen bestaande gebouw heeft een samengestelde plattegrond. Het herenhuis zelf heeft een in hoofdzaak rechthoekige plattegrond. Aan de linker zijde sluit een terugspringende uitbouw aan die eveneens rechthoekig is en evenwijdig loopt aan de hoofdbouw (remise). Op dit bouwdeel sluit aan de achterzijde een haaks geplaatst bouwdeel aan (paardenstal). Aan de achterzijde van het herenhuis sluit een rechthoekige serre aan die doorloopt voorbij de rechterzijde van de woning. De woning en de aansluitende bouwdelen bestaan uit één bouwlaag met zolderverdiepingen die opgenomen zijn binnen lessenaarsdaken (hoofdbouw) en zadeldaken. De daken van de hoofdbouw zijn gedekt met gesmoorde kruispannen. Bij de overige bouwdelen zijn gesmoorde oud-Hollandse pannen toegepast. De serre heeft een plat dak. Op het hoofddak bevindt zich op de nokeinden een gecementeerde schoorsteen. Het achterschild is voorzien van een moderne dakkapel alsmede een gepleisterd dakhuis met een venster dat voorzien is van een tweeruits stolpraam. De daken zijn voorzien van houten bakgoten in de vorm van een kroonlijst. Bij de voorgevel van het huis vormen deze tezamen met een gepleisterd fries en dito architraaf een hoofdgestel. De kroonlijst wordt ondersteund door decoratief gesneden houten klossen die binnen het fries afgewisseld worden door oculi. Op de omlopende hoeken van het fries bevindt zich een leeuwenkop. De gevels zijn gemetseld in baksteen, deels in kruisverband en deels in Vlaams verband. De serre is gemetseld in halfsteens verband. Het onderste deel van de rechter zijgevel (ter plekke van de door brand verloren gegane uitbouw) is gepleisterd. De voorgevel is wit geschilderd. De diverse plinten zijn gecementeerd en, binnen de voorgevel, gepleisterd. Lekdorpels zijn uitgevoerd in hardsteen. Binnen de voorgevel hebben de vensters alsmede de ingang gepleisterde profiellijsten met een kuif. De vensters zijn hier gevuld met een tweeruits stolpraam met een dito bovenlicht waarvan de roede voortkomt uit een halve maanvorm. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld en heeft centraal een risaliet die uitmondt in een dakhuis. Op de hoeken van de gevel bevindt zich een gepleisterde pilaster met casement. Binnen de risaliet bevindt zich de hoofdingang die bereikbaar is via een hardstenen bordesstoep. De ingang bevat een dubbele enkelruits paneeldeur met smeedijzeren sierroosters. Boven het geprofileerde kalf is een tweeruits bovenlicht met levensboom. Rechts van de ingang bevindt zich een authentieke bel in leeuwenkopvorm. De stoep heeft een dubbele balustrade met smeedijzeren sierpenanten en buisvormige leuningen. Aan weerskanten van de ingang bevinden zich telkens twee vensters. Boven de ingang een geschilderd veld met de vermelding VILLA ANNA MARIA. Het dakhuis hierboven is voorzien van een zadeldak en heeft een venster met een vierruits draairaam en aan de bovenzijde een rondboog met een blind boogveld dat voorzien is van siermetselwerk. Hierboven bevindt zich een gepleisterde waterlijst die centraal voorzien is van een rondboog en voortgezet wordt langs de wangen van het dakhuis. De uitbouw links van het pand heeft aan de witgeschilderde voorzijde een centrale, licht getoogde ingang met een dubbele poort. In beide poortdelen bevindt zich een veelruits raam met decoratieve roedenverdeling. Aan weerskanten van de ingang bevindt zich een smallere rondboogingang met een opgeklampte deur en daarboven een tweeruits bovenlicht.

De voorgevel van de uitbouw rechts van het pand, een doorlopend deel van de serre heeft een ingang die bereikbaar is via een in hardsteen uitgevoerde bordesstoep (de stoep is afkomstig van de verloren gegane voorgevel van het verbrande bouwdeel dat hier omstreeks 1910 gerealiseerd was). De rechter zijgevel heeft binnen de middenas een ingang die bereikbaar is via een deels hardstenen stoep. De ingang bevat een gebeeldhouwde enkelruits deur. Rechts bevat de gevel een venster met een vierruits stolpraam. Uiterst rechts sluit de hierboven genoemde serre-uitbouw aan. Binnen de top bevat de gevel twee rondboogvensters met persiennes. De vensters bevatten een vierruits stolpraam en een tweeruits bovenlicht waarvan de roede voortkomt vanuit een halve maan. De linker zijgevel heeft in de top een vergelijkbare invulling als binnen de rechter zijgevel. Het benedendeel van de gevel bevat twee vensters met een tweeruits stolpraam en een dito bovenlicht met roede en halve maan. Rechts bevindt zich een ingang met een veelruits paneeldeur. De uitbouw die uiterst links aansluit heeft binnen haar linker zijgevel enkele kleine gevelopeningen. Het centrale deel van de zijgevel springt enigszins naar voren. De achtergevel van de woning wordt grotendeels bepaald door een serre waarvan de voorzijde modern ingevuld is. De authentieke bovenlichten zijn gevuld met glas-in-lood. Aan de bovenzijde wordt de serre afgesloten door een houten sierlijst in art nouveaustijl met gesneden klossen die de goot ondersteunen. De serre heeft een plat dak. Binnen de wangen bevat dit bouwdeel een venster. Boven de serre zijn de twee vensters zichtbaar die zich links binnen de achtergevel van het huis bevinden. Binnen de middenas bevindt zich hier het trappenhuisvenster dat voorzien is van een rondboog en gevuld is met drie enkelruits ramen en een dito bovenlicht. De ramen bevatten decoratief glas-in-lood. Het bovenlicht heeft een glas-in-loodvoorstelling van een aantal schepen ter zee (uitgevoerd midden 20ste eeuw). In het tussenlid tussen serre en uitbouw bevindt zich een medaillonvormig venster met een veelruits gietijzeren raam dat voorzien is van gebogen roeden. De uitbouw heeft in de linker gevel (van achter uit gezien) centraal een ingang met een opgeklampte deur en een tweeruits bovenlicht. Rechts hiervan bevindt zich een venster dat voorzien is van een zesruits schuifraam. Binnen de geveltop is een gevelopening met een rondboog en een tweeruits bovenlicht. De achtergevel van dit deel van de uitbouw bevat centraal een venster met een 6-ruits schuifraam. De paardenstal die haaks aansluit op dit bouwdeel heeft binnen de linker gevel (van achter uit gezien) enkele ingangen alsmede halfronde stalvensters met gietijzeren raampje.

Het interieur bevat een groot aantal authentieke elementen waaronder paneeldeuren binnen profiellijsten en met authentieke deels ebbenhouten handgrepen alsmede houten krukken. Diverse vensters hebben authentieke spanjoletten. De vestibule en gang hebben gestucte wanden en worden van elkaar gescheiden door een tochtportaal met een dubbele enkelruits paneeldeur en een enkelruits bovenlicht. Bovenlicht en deuren zijn gevuld met glas-in-lood. Binnen de vestibule is een eenvoudig stucplafond met profiellijsten. Het stucplafond in de gang heeft nauwkeurig gereconstrueerde polychromie. Deze bevat rozenlijsten (oorspronkelijk klimop en veldboeketten) alsmede een (origineel) centraal aangebracht boeket op doek. Een identiek op doek geschilderd veldboeket (eveneens origineel) bevindt zich aan de onderzijde van de trap. De lambrizeringen zijn zowel in vestibule als gang uitgevoerd in wit marmer. De diverse ingangen tot de vertrekken bevatten witmarmeren onderdorpels. Het trappenhuis is voorzien van een houten trap met een balustrade die voorzien is van smeedijzeren sierstijlen met een houten leuning. Aan het begin heeft de balustrade een houtgesneden Korintische trappaal met aan de bovenzijde een bijbehorende houtgesneden schaalvorm. Langs de wand bevindt zich een koperen buisvormige leuning. Achter in de gang bevindt zich een in Delfts blauw uitgevoerd wandfonteintje met vogelmotief. Aan de onderzijde bevindt zich de vermelding: T.C. BROWN WESTHEAD MOORE & Co/BY ROYAL APPOINTMENT/POTTERS TO HER MAJESTY/CAULDON WORKS/STOKE-ON-TRENT/ENGLAND/R.S.S. & S. Binnen de linker voorkamer is een authentiek stucplafond met een middenrozet dat voorzien is van twee medaillons met koppen. Van de hoekzwikken zijn twee exemplaren gevuld met decoratieve motieven. De overige twee zijn blind. De kamer bevat een schoorsteenmantel in zwart marmer met witmarmeren detaillering (waaronder twee zuilen). De ramen zijn voorzien van gepaneelde binnenluiken. De tegenwoordige badkamer (eertijds tussenkamer) die aansluit op de voorkamer is bereikbaar via een dubbele en gepaneelde schuifdeur. De rechter voorkamer heeft een stucplafond met een middenrozet waarop twee staande kinderen met korenaren te zien zijn. Het middenrozet draagt de vermelding 6.N. en is afkomstig uit de reeds genoemde voormalige tussenkamer. De schoorsteenmantel is in zwart marmer uitgevoerd. Ook hier hebben de vensters gepaneelde binnenluiken. Ze bevatten bovendien gezwenkt uitgevoerde vensterbanken. De achterkamer die aansluit op deze voorkamer is bereikbaar via een dubbele en gepaneelde schuifdeur. In de achterkamer is eveneens een stucplafond met middenrozet en hoekdecoratie. De authentieke polychromie (olijfgroen en goud) is hier deels behouden gebleven. Er is voorts een zwartmarmeren schoorsteenmantel. De serre aan de achterzijde van het pand is vanuit de achterkamer toegankelijk via twee ingangen met een arduinen onderdorpel, een dubbele enkelruits paneeldeur en een tweeruits bovenlicht. Het bovenlicht heeft een roede die voortkomt vanuit een halve maanvorm. De keuken, die zich links achter bevindt, heeft een zwartwitte tegelvloer, een houten schouw uit ca. 1910 met een betegelde haard, en links van de schouw een tweetal boven elkaar geplaatste kasten met een dubbele gehoute paneeldeur. Het aanrecht is uitgevoerd in arduin en terrazzo en is voorzien van een pomp met koperen monden. Onder het aanrecht bevinden zich kastjes met dubbele paneeldeuren. De keukenwanden hebben een witblauwe tegellambrizering. Het plafond bestaat uit troggewelfjes. Onder de keuken bevindt zich een kelder met troggewelfjes, een estrikkenvloer en een gecementeerde toegangstrap. Er bevinden zich gemetselde wijnnissen. Op de zolderverdieping van het huis bevindt zich binnen enkele kamers een zwartmarmeren schoorsteenmantel. Linksachter is een voormalige en eenvoudig beschoten meidenkamer. De 19de-eeuwse kapconstructie heeft brede beschotdelen. Binnen de linker uitbouw van het pand is de lager gelegen en voormalige was- en mangelruimte vanuit het huis bereikbaar via een nieuw gemetselde trap met een gepleisterde wang met oude Delfts blauwe tegels. De ruimte bevat rode estrikken en een authentieke houten schouw. De voormalige remise is voorzien van troggewelfjes op houten balken.

Het pand is gelegen binnen een ruim eigen terrein met aan de voor- en achterzijde een siertuin. In de voortuin bevinden zich enkele forse, oude bomen: een groep esdoorns, een plataan, een beuk. Voorts zijn er taxusstruiken en, aan weerskanten van het toegangspad, een beukenhaag. Aan de voorzijde van het terrein bevindt zich een brede sloot. Het terrein aan de voorzijde van de terugwijkende remise is ommuurd en heeft een dubbel smeedijzeren draaihek tussen gemetselde posten met duivenjagerprofiel. De posten worden bekroond door gecementeerde bollen. Bij het toegangsbordes van de hoofdingang bevinden zich twee gepleisterde sierpiedestals met een dito siervaas. In de achtertuin bevindt zich achter de linker uitbouw een ommuurd terrein waar zich eertijds de mestvaalt bevonden zal hebben. De muur is gemetseld in kruisverband.

Waardering

Het object is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde door de vroegere functie als representatieve notariswoning van L.J. Verberne die hier woonde en kantoor hield. In dit opzicht verwijst het object naar de cultuurhistorische ontwikkelingen binnen Dussen en de betekenis van de notaris als één van de notabelen.

Het object heeft architectuurhistorische waarde vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en de detaillering, het bijzondere materiaalgebruik alsmede de samenhang tussen de gaaf gebleven hoofdvorm en rijke interieurelementen uit de bouwtijd. Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een voornaam herenhuis uit het einde van de 19de eeuw, vormgegeven in eclectische trant, van een wat betreft hoofdvorm en samenstelling van de verschillende bouwonderdelen bijzondere opzet. Waardevol in dit opzicht is bovendien de linker uitbouw die nog verwijst naar de oude functies van remise, was- en mangelruimte alsmede paardenstal. Het object heeft ensemblewaarden wegens de situering, een karakteristiek onderdeel vormende van de historische bebouwing aan de Binnen te Dussen en vanwege de beeldbepalende ligging binnen een eigen terrein dat bepaald wordt door siertuinen met forse, oude bomen waaronder een groep esdoorns, een plataan en een beuk. Een grote rol wordt voorts gespeeld door de ligging nabij een forse, historische boerderij en het bekende kasteel van Dussen. Het object heeft gaafheids- en herkenbaarheidswaarde, daar het van belang is vanwege de kwaliteit van de samenstellende onderdelen, bestaande uit een herenhuis met voormalige remise en paardenstal alsmede een ruime voor- en achtertuin met diverse forse, oude bomen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A single-storey GENTLEMAN'S HOUSE located on the north side of the Binnen within the built-up area of Dussen. The building bears the name VILLA ANNA MARIA and is situated within a spacious, private grounds with ornamental gardens at the front and rear. The front garden adjoins a broad ditch at its front. The building was constructed around 1875 and is executed in eclectic style. The first resident was Mr L.J. Verberne who also maintained his office here as a notary (the notary's office was located to the left front). Around 1910 a conversion took place for the then resident Jos. van Steen. During this work an extension was realized on the right side (this was later lost in a fire). In the rear part of this extension there was for a long time a room for acetylene lighting. To the rear of the house a new veranda with art nouveau influence was added (later converted into a conservatory). In the same period the stained glass found in various fanlights and doors as well as the various wrought-iron balustrades and railings will have been realized. These too bear the influence of art nouveau. The existing coach house on the left side of the building was extended towards the rear during the conversion with a horse stable. The coach house had in any case been enlarged to the rear earlier. Over time the roof hut to the front of the dwelling was altered and the balcony present here disappeared. During the Second World War the building suffered severely but was subsequently restored in its original style. An interesting detail is that one of the residents was a ship-owner. Dating from his time is the stained glass representation of a number of ships at sea within the stairwell window.

Since 1945 the gentleman's house has undergone few alterations. The conservatory to the rear was altered around 1990 and has modern windows and doors. On the inside it received a new tiled floor (the original black and white tiles are partly in the garden and partly stored). The corridor was provided with a new marble tile floor in white (replacing a floor consisting of large slabs of the same material). The side and rear facades have been re-pointed. On the rear roof slope of the house there is a modern roof dormer. The serpent wall that was in the rear garden disappeared long ago.

Description

The building, consisting of various adjoining components, has a complex plan. The gentleman's house itself has a predominantly rectangular plan. On the left side a recessed extension adjoins which is also rectangular and runs parallel to the main building (coach house). At the rear of this building component a perpendicularly placed building component adjoins (horse stable). At the rear of the gentleman's house a rectangular conservatory adjoins which extends beyond the right side of the dwelling. The dwelling and adjoining building components consist of one storey with attic storeys accommodated within gambrel roofs (main building) and gabled roofs. The roofs of the main building are covered with muffled pantiles. With the other building components smuffled old Dutch tiles are used. The conservatory has a flat roof. At the roof ridge ends there is a cemented chimney. The rear slope is provided with a modern roof dormer as well as a plastered roof hut with a window that is provided with a two-light outward-opening roof window. The roofs are provided with wooden gutters in the form of a cornice. At the front facade of the house these together with a plastered frieze and similar architrave form a main cornice structure. The cornice is supported by decoratively carved wooden blocks which within the frieze are alternated by oculi. At the surrounding corners of the frieze there is a lion's head. The facades are built in brick, partly in cross bond and partly in Flemish bond. The conservatory is built in half-brick bond. The lower part of the right side facade (in place of the extension lost to fire) is plastered. The front facade is painted white. The various plinths are cemented and, within the front facade, plastered. Drip mouldings are executed in hardstone. Within the front facade the windows and the entrance have plastered moulded profiles with a hood. The windows are here filled with a two-light outward-opening roof window with a similar fanlight whose glazing bar stems from a half-moon form. The front facade is symmetrically arranged and has a central risalite which culminates in a roof hut. On the corners of the facade there is a plastered pilaster with casement. Within the risalite is the main entrance accessible via a hardstone steps. The entrance contains a double single-light panelled door with wrought-iron decorative grilles. Above the moulded mullion is a two-light fanlight with tree of life. To the right of the entrance there is an authentic bell in lion's head form. The steps have a double balustrade with wrought-iron decorative pendants and tubular railings. On either side of the entrance there are two windows each. Above the entrance a painted field with the inscription VILLA ANNA MARIA. The roof hut above this is provided with a gabled roof and has a window with a four-light casement and at the top a round arch with a blind arch field that is provided with decorative brickwork. Above this is a plastered drip moulding which is centrally provided with a round arch and continued along the sides of the roof hut. The extension to the left of the building has at its painted white front a central, slightly arched entrance with a double door. In both door sections there is a multi-light window with decorative glazing bar division. On either side of the entrance there is a narrower round arch entrance with a clamped door and above it a two-light fanlight.

The front facade of the extension to the right of the building, a continuous part of the conservatory, has an entrance accessible via a hardstone steps (the steps originate from the lost front facade of the burned building component that was realized here around 1910). The right side facade has within the middle axis an entrance accessible via a partly hardstone steps. The entrance contains a sculpted single-light door. To the right the facade contains a window with a four-light outward-opening roof window. At the far right the above-mentioned conservatory extension adjoins. Within the top the facade contains two round arch windows with blinds. The windows contain a four-light outward-opening roof window and a two-light fanlight whose glazing bar stems from a half-moon. The left side facade has in the top a similar filling as within the right side facade. The lower part of the facade contains two windows with a two-light outward-opening roof window and a similar fanlight with glazing bar and half-moon. To the right there is an entrance with a multi-light panelled door. The extension which adjoins at the far left has within its left side facade some small window openings. The central part of the side facade projects slightly forward. The rear facade of the dwelling is largely determined by a conservatory whose front is filled with modern elements. The authentic fanlights are filled with stained glass. At the top the conservatory is closed off by a wooden decorative moulding in art nouveau style with carved blocks supporting the gutter. The conservatory has a flat roof. Within the sides this building component contains a window. Above the conservatory the two windows visible are located to the left within the rear facade of the house. Within the middle axis is the stairwell window here which is provided with a round arch and filled with three single-light windows and a similar fanlight. The windows contain decorative stained glass. The fanlight has a stained glass representation of a number of ships at sea (executed mid-20th century). In the intermediate section between conservatory and extension there is a medallion-shaped window with a multi-light cast-iron frame that is provided with curved glazing bars. The extension has in its left facade (viewed from behind) centrally an entrance with a clamped door and a two-light fanlight. To the right of this there is a window that is provided with a six-light sash window. Within the gable top is a window opening with a round arch and a two-light fanlight. The rear facade of this part of the extension contains centrally a window with a 6-light sash window. The horse stable which adjoins perpendicularly to this building component has within its left facade (viewed from behind) some entrances as well as semi-circular stable windows with cast-iron frame.

The interior contains a large number of authentic elements including panelled doors within moulded profiles and with authentic partly ebonwood handles as well as wooden knobs. Various windows have authentic espagnolette bolts. The vestibule and corridor have stuccoed walls and are separated from each other by a draught lobby with a double single-light panelled door and a single-light fanlight. Fanlight and doors are filled with stained glass. Within the vestibule there is a simple stuccoed ceiling with moulded profiles. The stuccoed ceiling in the corridor has carefully reconstructed polychromy. This contains rose garlands (originally ivy and field bouquets) as well as a (original) centrally attached bouquet on canvas. An identical field bouquet painted on canvas (also original) is located at the underside of the stairs. The wainscotings are executed in white marble both in vestibule and corridor. The various room entrances contain white marble threshold strips. The stairwell is provided with a wooden staircase with a balustrade which is provided with wrought-iron decorative balusters with a wooden handrail. At the beginning the balustrade has a hand-carved Corinthian newel post with at the top a corresponding hand-carved shell form. Along the wall there is a copper tubular railing. At the rear of the corridor there is a wall fountain executed in Delftware with bird motif. At the underside there is the inscription: T.C. BROWN WESTHEAD MOORE & Co/BY ROYAL APPOINTMENT/POTTERS TO HER MAJESTY/CAULDON WORKS/STOKE-ON-TRENT/ENGLAND/R.S.S. & S. Within the left front room there is an authentic stuccoed ceiling with a central rosette that is provided with two medallions with heads. Of the corner pendentives two examples are filled with decorative motifs. The remaining two are blank. The room contains a chimney mantel in black marble with white marble detailing (including two columns). The windows are provided with panelled interior shutters. The current bathroom (formerly intermediate room) which adjoins the front room is accessible via a double panelled sliding door. The right front room has a stuccoed ceiling with a central rosette on which two standing children with corn ears are visible. The central rosette bears the inscription 6.N. and originates from the already mentioned former intermediate room. The chimney mantel is executed in black marble. Here too the windows have panelled interior shutters. They also contain hinged window seats. The rear room which adjoins this front room is accessible via a double panelled sliding door. In the rear room there is also a stuccoed ceiling with central rosette and corner decoration. The authentic polychromy (olive green and gold) has been partly preserved here. There is also a black marble chimney mantel. The conservatory to the rear of the building is accessible from the rear room via two entrances with a slate threshold, a double single-light panelled door and a two-light fanlight. The fanlight has a glazing bar that stems from a half-moon form. The kitchen, which is located to the rear left, has a black and white tiled floor, a wooden hood from around 1910 with a tiled hearth, and to the left of the hood two cupboards placed one above the other with a double wooden panelled door. The sink is executed in slate and terrazzo and is provided with a pump with brass spouts. Under the sink there are cupboards with double panelled doors. The kitchen walls have a white and blue tile wainscoting. The ceiling consists of barrel vaults. Under the kitchen there is a cellar with barrel vaults, a brick dust floor and a cemented access staircase. There are brick wine recesses. On the attic storey of the house there are black marble chimney mantels in several rooms. To the rear left is a former and simply boarded servants' room. The 19th-century roof truss structure has broad boarding sections. Within the left extension of the building the lower former wash and mangling room is accessible from the house via a newly laid brick staircase with a plastered side with old Delftware tiles. The room contains red brick floors and an authentic wooden hood. The former coach house is provided with barrel vaults on wooden beams.

The building is situated within spacious private grounds with ornamental gardens at front and rear. In the front garden there are some substantial old trees: a group of maples, a plane tree, a beech. Furthermore there are yew shrubs and, on either side of the access path, a beech hedge. At the front of the grounds there is a broad ditch. The ground at the front of the recessed coach house is walled and has a double wrought-iron swing gate between brick posts with decorative pointing profiles. The posts are crowned by cemented spheres. By the approach steps of the main entrance there are two plastered decorative pedestals with similar ornamental vases. In the rear garden behind the left extension there is a walled ground where there will formerly have been a dung heap. The wall is built in cross bond.

Valuation

The object is of general importance. It has cultural-historical value through its former function as a representative notary's residence of L.J. Verberne who lived and kept his office here. In this respect the object points to the cultural-historical developments within Dussen and the significance of the notary as one of the notables.

The object has architectural-historical value because of the aesthetic qualities of the design and detailing, the particular use of materials as well as the coherence between the well-preserved principal form and rich interior elements from the time of construction. The building is a good and well-preserved example of a distinguished gentleman's house from the end of the 19th century, designed in eclectic style, of a particular configuration as regards principal form and composition of the various building components. Valuable in this respect is furthermore the left extension which still points to the old functions of coach house, wash and mangling room as well as horse stable. The object has ensemble value because of its location, forming a characteristic component of the historic building stock on the Binnen in Dussen and because of its prominent location within its own grounds characterized by ornamental gardens with substantial old trees including a group of maples, a plane tree and a beech. A major role is moreover played by the location near a substantial historic farmhouse and the well-known castle of Dussen. The object has integrity and recognition value, since it is of importance because of the quality of the component parts, consisting of a gentleman's house with former coach house and horse stable as well as spacious front and rear gardens with various substantial old trees.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map