TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Schoolgebouw, Zandpad 3

Nieuwersluis, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Schoolgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1877 - 1878
Address
Zandpad 3, 3631 NK Nieuwersluis (Stichtse Vecht 26)
Place
Nieuwersluis
Municipality
Stichtse Vecht
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.19512, 5.00851
Part of complex
520365
Monument number
520366

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

5 historical maps cover this location, the earliest the 1846 map "Kaart van de provincie Zuid-Holland / opgemaakt op last van de Provinciale Staten" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving complexonderdeel 1

De KAZERNE, gebouw A, gesitueerd aan de oostzijde van de voormalige appèl- en exercitieplaats is in 1878-1880 gebouwd naar ontwerp van de Eerstaanwezend Ingenieur der Genie te Naarden W.K.T. Egter in neorenaissancestijl met classicistische elementen. Het symmetrisch ingedeelde deels onderkelderde gebouw op E-vormig grondplan met drie vleugels aan de achterzijde, bestaat uit twee bouwlagen onder een samengesteld dak, gedekt met gesmoorde kruispannen. Aan de voorzijde bevinden zich twee verhoogde hoekpaviljoens en een verhoogd middenrisaliet.

De gevelvlakken zijn met uitzondering van het middenrisaliet en de hoekpaviljoens, boven een uitgemetselde plint met natuurstenen afdeklijst, opgetrokken in rode baksteen in kruisverband, voorzien van horizontale banden in gele baksteen. Hoekpaviljoens en vooruitgeschoven middendeel zijn uitgevoerd in grauwe baksteen gelardeerd met witbepleisterde banden.

Hoekpaviljoens en het middenrisaliet, ieder onder een afgeplat schilddak, hebben een kroonlijst met gesneden consoles ter ondersteuning van de houten bakgoot, voorzien van een geprofileerde gootlijst. Het vooruit geschoven middendeel heeft bovendien een balustrade. Aan de voorzijde van het dak zijn kleine dakkapellen in de vorm van lucarnes aangebracht. Aan de achterzijde bevinden zich rechthoekige dakkapellen onder een plat dak voorzien van roeden draaivensters (1942). De symmetrisch ingedeelde voorgevel (westzijde) is vijftien vensterassen breed. De vensters in de voorgevel zijn binnen spaarvelden onder een ontlastingsboog met wit bepleisterde aanzetstenen geplaatst. Onder de vensters bevindt zich een rechthoekig vlak, deels voorzien van siermetselwerk in gele baksteen. Aan de onderzijde van de spaarvelden en onder de vensters zijn natuurstenen lekdorpels aangebracht. Met uitzondering van de hoekpaviljoens en het middenrisaliet zijn rondom op de begane grond tweelichts roeden vensters met bovenlichten geplaatst en op de verdieping driedelige vensters met bovenlichten. Het middenrisaliet is drie vensterassen breed en heeft een verhoogd risalerend deel geflankeerd door gekoppelde pilasters, dat eindigt in een halsgevel bekroond door een segmentboogvormig fronton met smeedijzeren windvaan. Op de begane grond bevindt zich een dubbele deur met rondboog bovenlicht onder een driehoekig fronton, op de verdieping twee rondboogvensters onder een ontlastingsboog, waarin het rijkswapen met aan weerszijden een leeuw met vlag en op de zolderverdieping binnen een halsgevel een dubbel venster met traliewerk onder een ronde wijzerplaat. Aan weerszijden is op de begane grond een driedelig rondboogvenster aangebracht en op de verdieping twee door een smalle muurdam van elkaar gescheiden vensters met een segmentboogvormig bovenlicht. Binnen de mezzanino is aan iedere zijde een rond venster geplaatst. Onder de vensters op de verdieping is links het opschrift "KONING" en rechts "WILLEM III" aangebracht en boven de pilasters aan weerszijden een cartouche met rolwerk met het opschrift "ANNO" en "1880", in vergulde letters en cijfers op een blauw veld.

De hoekpaviljoens, eveneens risalerend en gelardeerd met witte horizontale banden, zijn een vensteras breed en hebben op de begane grond een driedelig rondboog venster en op de verdieping twee smalle vensters met een segmentboogvormig bovenlicht door een smalle muurdam van elkaar gescheiden. De terugspringende gevelvlakken zijn vijf vensterassen breed en hebben op de begane grond in het midden ingangspartij met een brede paneeldeur geflankeerd door pilasters die een kroonlijst ondersteunen. Boven de kroonlijst bevindt zich opzetstuk, bekroond door een segmentboogvormig fronton en voorzien van voluten in de vorm van een satyrachtige mannenfiguur. Binnen het opzetstuk is een rond verdiept veld aangebracht met een vergulde lauwerkrans. Bij de ingangspartij links staat op de kroonlijst de tekst "alle begin is moeilijk" en rechts "volharding overwint" vermeld. De rechter- en linker zijgevel zijn bij het hoekpaviljoen zijn drie vensterassen breed. In het midden daarvan bevindt zich op de begane grond en op de verdieping een blind venster. Het terugliggend geveldeel (de uitgebouwde vleugel) aan de rechterzijde bevat op de begane grond een ingangspartij met dubbele deur en bovenlicht en twee vensters en op de verdieping drie samengestelde vensters. Bij de linkerzijgevel zijn op de begane grond drie kleine vensters geplaatst en op de verdieping drie samengestelde vensters. Van de drie vleugels aan de achterzijde is de middelste vleugel vier traveeën diep en de hoekvleugels drie traveeën. Bovendien is de middelste vleugel voorzien van een mezzanino met lage driedelige vensters. De regelmatig over de gevels verdeelde vensters zijn geplaatst binnen een groot verdiept gevelveld, omlijst door plint, hoekpilaster en kroonlijst. De twee vensterassen brede achtergevels van alle drie de vleugels worden geleed door een brede door de daklijst heenbrekende uitgemetselde schoorsteen. De indeling van het gebouw is symmetrisch met een centrale hal, die uitkomt op een dwarsgang (noord-zuid) met aansluitend het centrale trappenhuis. Het rechterdeel van de gang geeft toegang tot de eetzaal en het linker tot de voormalige kantine / recreatieruimte met een later aangebracht toneel. In de twee vleugels aan de achterzijde is eveneens een trappenhuis aangebracht. Onder het rechtergedeelte van het gebouw bevindt zich een kelder met troggewelven. Een moderne dubbele deur met bovenlicht en daarboven een tweelichts rondboog bovenlicht met glas-in-lood geeft toegang tot de grote rechthoekige centrale hal voorzien van een cassettenplafond met aansluitend het trappenhuis. De wanden oorspronkelijk in schoonmetselwerk zijn rood (lambrizering) en wit gesausd. In de hal zijn aan de bovenzijde twee smalle banden van tegels met blad- en meandermotief aangebracht met daartussen een reeks van vierkante tegeltableaus met geometrisch motief. De gietijzeren bordestrap heeft houten treden en een gietijzeren leuning met vergulde ornamenten. De gietijzeren trappaal bestaat uit een vergulde zuil met cannelures boven een zwart geschilderd voetstuk met bladornament. De knop is van hout. Boven het trappenhuis is een lichtkoepel met een diagonaal gekruiste metalen spantconstructie aangebracht.

De trappenhuizen in vleugels aan de achterzijde hebben een gietijzeren bordestrap voorzien van houten treden en een gietijzeren leuning met ornamenten. In de ruimte achter het toneel in de voormalige kantine/ verblijfsruimte bevinden zich restanten van de oorspronkelijke lambrisering en een deel van een schoorsteen. In de eetzaal is tegen de achterwand een facetgeslepen spiegel met een rijk gesneden classicistische omlijsting (1934) geplaatst.

De originele gordingenkap is voorzien van naar het midden toe verjongende spantbenen. Tussen de stijlen bevinden zich aan de voorzijde kleine getoogde dakkapellen voorzien van een ovaal venster. Dakkapellen en de zolderkap zijn deels voorzien van een beschot van rabatdelen (1930). Op de zolder van het verhoogde middendeel van het gebouw bevindt zich een kleine ruimte met origineel uurwerk, slinger- en gewichtsmechaniek plus tractuur voor de klok.

Waardering complexonderdeel 1

Het gebouw is van algemeen belang vanwege de krijgscultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een kazernegebouw in neorenaissancestijl met classicistische elementen gebouwd in 1878-1880, wat betreft hoofdvorm, gevelindeling en detaillering van met name het exterieur, alsmede enkele interieurelementen uit de bouwtijd. Tevens van ensemblewaarde vanwege de ruimtelijke samenhang door de ligging aan en in de middenas van de appèl- en exercitieplaats, alsmede de functionele samenhang met de overige complexonderdelen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description of complex component 1

The BARRACKS, building A, situated on the east side of the former parade and exercise ground was built in 1878-1880 according to a design by the Chief Engineer of the Corps of Engineers at Naarden W.K.T. Egter in Neo-Renaissance style with Classicist elements. The symmetrically arranged, partly basement building on an E-shaped ground plan with three wings at the rear, consists of two storeys under a composite roof, covered with smothered cross pantiles. On the front elevation there are two raised corner pavilions and a raised central projection.

The facade surfaces, with the exception of the central projection and the corner pavilions, above a brick plinth with natural stone coping, are built in red brick in English bond, provided with horizontal bands in yellow brick. Corner pavilions and the projecting central section are executed in grey brick interspersed with whitewashed bands.

Corner pavilions and the central projection, each under a hipped roof, have a cornice with carved consoles supporting the wooden gutter, provided with a moulded gutter moulding. The projecting central section also has a balustrade. Small roof dormers in the form of lucarne windows are placed on the front of the roof. At the rear there are rectangular roof dormers under a flat roof provided with rods and swivel windows (1942). The symmetrically arranged front elevation (west side) is fifteen window axes wide. The windows in the front elevation are placed within spandrel fields under a relieving arch with whitewashed setting stones. Below the windows is a rectangular field, partly provided with decorative brickwork in yellow brick. Natural stone drip moulds are placed at the underside of the spandrel fields and below the windows. With the exception of the corner pavilions and the central projection, two-light mullioned windows with fanlights are placed all around on the ground floor and three-part windows with fanlights on the first floor. The central projection is three window axes wide and has a raised projecting section flanked by coupled pilasters, which ends in a neck gable crowned by a segment arch-shaped pediment with wrought iron weathervane. On the ground floor is a double door with round arch fanlight under a triangular pediment, on the first floor two round arch windows under a relieving arch, in which the royal coat of arms with a lion holding a flag on either side and on the mezzanine floor within a neck gable a double window with lattice work under a round clock face. On either side on the ground floor a three-part round arch window is placed and on the first floor two windows separated by a narrow wall strip with a segment arch-shaped fanlight. Within the mezzanine a round window is placed on each side. Below the windows on the first floor the inscription "KING" is placed on the left and "WILLIAM III" on the right and above the pilasters on either side a cartouche with scrollwork with the inscription "ANNO" and "1880", in gilded letters and numerals on a blue field.

The corner pavilions, likewise projecting and interspersed with white horizontal bands, are one window axis wide and have on the ground floor a three-part round arch window and on the first floor two narrow windows with a segment arch-shaped fanlight separated by a narrow wall strip. The recessed facade surfaces are five window axes wide and have on the ground floor in the centre an entrance feature with a wide panelled door flanked by pilasters supporting a cornice. Above the cornice is a superstructure, crowned by a segment arch-shaped pediment and provided with volutes in the form of a satyr-like male figure. Within the superstructure a round recessed field is placed with a gilded laurel wreath. At the entrance feature on the left the text "alle begin is moeilijk" is inscribed on the cornice and on the right "volharding overwint". The right and left side facades at the corner pavilion are three window axes wide. In the centre thereof on the ground floor and on the first floor is a blind window. The recessed facade section (the built-out wing) on the right side contains on the ground floor an entrance feature with double door and fanlight and two windows and on the first floor three composite windows. At the left side facade on the ground floor three small windows are placed and on the first floor three composite windows. Of the three wings at the rear, the central wing is four bays deep and the corner wings three bays. Moreover, the central wing is provided with a mezzanine with low three-part windows. The regularly distributed windows over the facades are placed within a large recessed facade field, framed by plinth, corner pilaster and cornice. The two window axes wide rear facades of all three wings are articulated by a wide brick chimney breaking through the eaves line. The layout of the building is symmetrical with a central hall, which opens onto a cross passage (north-south) with the adjoining central staircase. The right part of the passage gives access to the dining hall and the left to the former canteen / recreation room with a later added stage. In the two wings at the rear a staircase is likewise placed. Under the right section of the building is a basement with barrel vaults. A modern double door with fanlight and above it a two-light round arch fanlight with leaded glass gives access to the large rectangular central hall provided with a coffered ceiling with adjoining staircase. The walls, originally in fair-faced brickwork, are red (dado panelling) and white limewashed. In the hall at the top two narrow bands of tiles with foliage and meander motif are placed with between them a series of square tile panels with geometric motif. The cast iron flight of stairs has wooden treads and a cast iron railing with gilded ornaments. The cast iron stair newel consists of a gilded column with fluting above a black painted plinth with foliage ornament. The knob is of wood. Above the staircase is a skylight with a diagonally crossed metal roof truss structure.

The staircases in the wings at the rear have a cast iron flight of stairs provided with wooden treads and a cast iron railing with ornaments. In the space behind the stage in the former canteen / residential room there are remains of the original dado panelling and part of a chimney. In the dining hall, a facet-cut mirror with a richly carved Classicist frame (1934) is placed against the rear wall.

The original roof truss is provided with roof timbers tapering towards the centre. Between the posts small arched roof dormers with an oval window are placed on the front. Roof dormers and the attic roof are partly provided with cladding of rabated boards (1930). On the attic of the raised central section of the building is a small room with original clock movement, pendulum and weight mechanism plus drive shaft for the clock.

Assessment of complex component 1

The building is of general importance because of its military history and architectural historical value as a sound example of a barracks building in Neo-Renaissance style with Classicist elements built in 1878-1880, with regard to main form, facade layout and detailing of in particular the exterior, as well as some interior elements from the construction period. It is also of ensemble value because of the spatial coherence through its location on and in the central axis of the parade and exercise ground, as well as the functional coherence with the other complex components.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map