Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Kloosterweg 8
Wapenveld, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1896
- Address
- Kloosterweg 8, 8191 JB Wapenveld (Heerde 25)
- Place
- Wapenveld
- Municipality
- Heerde
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.44269, 6.07531
- Monument number
- 520215
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1890 map "10. Windesheim (1890)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Woonhuis van het type VILLA, gebouwd in 1896, in neo-renaissancestijl uitgevoerd met invloeden uit de chalet-stijl, in opdracht van Th. Koker. Kenmerkend zijn de door gepleisterde speklagen ingedeelde gevels, de door pilasters en hoekkolommen met diamantkoppen verticaal gelede gevels, de met sgraffito ingevulde bogen boven de vensters en de uit de chaletstijl overgenomen (onvolledige) schijnspanten met makelaar onder een topgevel.
Het huis is gebouwd door architect D. de Herder (de naam van de architect op de bouwtekening is moeilijk leesbaar) voor de directeur van de eerste zuivelfabriek in Nederland die een alternatief voor moedermelk produceerde eind 19de eeuw.
De villa is ten oosten van het Apeldoorns Kanaal gesitueerd op de hoek met de Kloosterweg temidden van een grote met bomen en struiken begroeide tuin. Van een oorspronkelijk tuinontwerp is geen sprake meer; tuinaanleg en het op het perceel voorkomende moderne schuurtje vallen dan ook niet onder de rijksbescherming.
Omschrijving
De twee bouwlagen en een zolderverdieping tellende villa is uitgelegd op een samengestelde plattegrond met in hoofdvorm een L-vormig grondplan met een eenlaagse annex aan de achterzijde. De hoofdbouw bezit een afgeplat schilddak met aan de voorzijde een aangekapt zadeldak en in de linker zijgevel een schilddak, die alle zijn gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pan. De annex is van een platdak voorzien. De gevels zijn boven een omlopende hardstenen afgeschuinde plint opgetrokken in baksteen (kruisverband). Een omlopende hardstenen waterlijst waar de vensters van de twee bouwlagen op rusten en een kordonlijst sluiten een veld in ter hoogte van de verdiepingsvloer.
De vensters in de twee bouwlagen worden afgesloten door een 1½ steense segmentboog waarin aanzet- en sluitstenen (diamantkop) zijn opgenomen, die aansluiten op de eerder genoemde gepleisterde speklagen die ook voorkomen ter hoogte van de wisseldorpels van de ramen, die gebiljoeneerde kozijnen hebben. De vensters bestaan meestal uit schuiframen in een-, twee- of driestrooksvensters. De boogvelden boven de rechtgesloten enkelruits bovenlichten (steekramen) zijn veelal ingevuld met sgraffito. De vensters in de achtergevel en de uitbouw worden respectievelijk afgesloten door een boogveld met siermetselwerk en door een 1½ steense strek. Onder de geprofileerde bakgoot van de hoofdbouw komen houten voluutvormige gesneden consolen voor, onder die van het platte dak eenvoudig gesneden klossen.
De VOORGEVEL die haaks op de Kloosterweg is gesitueerd, wordt gedomineerd door een ver naar voorspringend rechtergedeelte. De linkerzijde van de gevel is licht risalerend waardoor de entreepartij onnadrukkelijk wordt. De dubbele glaspaneeldeur is bereikbaar via een hardstenen trapje en bordes. De onder een enkelruits bovenlicht gestelde deur waarboven een boogveld met siermetselwerk, heeft opleglijsten met klassieke ornamenten als pilasters, diamantkoppen en een hoofdgestel. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. Het linker gedeelte van de gevel bevat een tweestrooksvenster van het eerder beschreven standaardtype met in het boogveld in sgraffito temidden van bladranken een veld waarin een diamantkop waarboven rolwerk. Het venstertype wordt in de verdieping herhaald en rechts, boven de voordeur een enkelruits raam met boven het bovenlicht een boogveld met in sgraffito een bolmotief temidden van bladranken. De rechterzijde van de voorgevel bestaande uit een vensteras, wordt beëindigd door een topgevel. De eerste en tweede bouwlaag bevatten een driestrooksvenster in een gepleisterde omlijsting die over het tussen de water- en kordonlijst geklemde veld heenloopt en daar is voorzien van enige ornamentatie. Het stolpraam geheel boven bezit een enkelruits bovenlicht onder een steens boog met een door siermetselwerk ingevuld boogveld als boven de voordeur. De kruin van de topgevel wordt afzonderlijk door een met leien belegd uitstekend schilddakje gedekt.
De LINKER ZIJGEVEL van de hoofdbouw wordt gekenmerkt door links een risaliet. In de plint komen onder een diamantkop twee kelderraampjes voor met diefijzers. Voor het overige is deze vensteras identiek aan die voorkomt in de twee bouwlagen in de risaliet in de voorgevel. Het rechtergedeelte van de gevel bevat twee boven elkaar geplaatste vensters van het type dat in de voorgevel voorkomt boven de voordeur. De rechterzijde van de risaliet die haaks op de gevel staat is blind uitgevoerd. De eerste bouwlaag van de ACHTERGEVEL wordt deels in beslag genomen door de reeds vermelde annex met gecementeerde plint. De achtergevel bezit in de middenas een deels door de annex omsloten smalle uitbouw over twee bouwlagen, die onder de dakrand wordt beëindigd door een lessenaarsdak. Alleen links van de annex is begane gronds een tweestrooksvenster aanwezig onder een boogveld. De voorzijde van de uitbouw bezit in de eerste bouwlaag een en boven twee naast elkaar geplaatste kleine draairaampjes (waarvan het rechter is dichtgezet) onder een strek en rustend op een gecementeerde lekdorpel. De rechterzijde in de verdieping is ingevuld met een glaspaneeldeur onder een 1½ steens boog, die uitkomt op het platte dak; de linkerzijde is blind uitgevoerd. Rechts van deze deur bevindt zich een gedeeld stolpraam onder een boog; voor de rest is deze gevel van het woonhuis op de speklagen na, blind uitgevoerd. In het dakschild komt links van de rechter schoorsteen een modern dakraam voor.
De gevel van de annex die evenwijdig ligt met de achtergevel van de hoofdbouw bevat links een ingezaagd venster met daaronder een dichtgezet raampje onder een 1½ steens strek zonder diamantkop. In het midden komt een paneeldeur (kraalprofieldelen) voor, die bereikbaar is via een kwartcirkelvormig gemetseld trapje. Rechts hiervan bevindt zich een gevelopening met luik onder een, afwijkend van de standaard boog, 1½ steens strek. De vensters worden tenzij anders vermeld op deze manier afgesloten. De linkerzijde die evenwijdig ligt aan de rechter zijgevel van het huis bezit een venster met een T-schuifraam onder een strek. De rechterzijde van de annex met de gevel die evenwijdig is gesitueerd aan de linker zijgevel bezit links een tweestrooksvenster onder een strek. Rechts in de hoek met de risaliet is een identieke deur aanwezig als die voorkomt in de voorgevel. De bakgoot van het platte dak, waarop een schoorsteen met dekplaat, wordt door eenvoudig gesneden klossen ondersteund.
De RECHTER ZIJGEVEL wordt bepaald en geheel in beslag genomen door een houten serre met een bovengelegen veranda die beide zeer rijk zijn bewerkt: gebiljoeneerde stijlen en regels, druppel-ornamenten en sierlijke bogen. De vijf vensterassen tellende serre rust op een betonnen plint en sluit rechts aan op een gesloten van gepleisterde speklagen voorzien muurvlak waarboven zich de zesde opening van de veranda bevindt. De linkerhoek van de serre bestaat uit een overhoeks geplaatste vensteras; de linkerzijde van de serre is een vensteras diep. De veranda neemt deze indeling boven over. De serre is links vanuit de tuin bereikbaar via een houten niet-oorspronkelijke trap die aansluit op een van de twee dubbele tuindeuren (glaspaneel). Ter weerszijden van de deuren komt een vensterstrook voor, waarvan het middelste gemeenschappelijk is. De vensters rusten op een van kussens voorziene plint en bevatten een door een T-vormige roede drieruitsraam. Het bovenlicht gescheiden door een vast kalf, bestaat uit boven het raam drie en boven de tuindeuren uit twee naast elkaar geplaatste halfrond afgesloten gebrandschilderde raampjes met bloemmotieven in hoofdzakelijk blauw en groen. De door houten balusters afgeschermde openingen van de veranda corresponderen in variërende breedte met de openingen in de serre; boven ontbreken gebrandschilderde raampjes en sluit middels de bakgoot op gesneden klossen, het houten lessenaarsdak direkt aan dat in het midden van transparante onduline-platen is voorzien. In de gevel van het huis komen ter plaatse van de veranda de omlopende speklagen voor die door drie velden onder 1½ steense strek met sluitsteen (diamantkop) wordt ingedeeld. In de drie velden zijn dubbele glaspaneel deuren geplaatst, een veld is als spaarveld uitgevoerd.
Het INTERIEUR bezit nog grotendeels zijn oorspronkelijke ruimtelijke indeling en bevat vele waardevolle interieur-onderdelen. Een centrale betegelde gang loopt naar achter door waar zich een bordestrap met gietijzeren balusters bevindt en de pantry. De wanden zijn voorzien van sjabloonschilderingen boven een imitatie-marmeren plint. Links bevindt zich een kamer (met houten schouw in neo-renaissance vormentaal en binnenklap- en schuifluiken), met een gewijzigde doorbraak naar achter. Rechts van de gang bevinden zich een kamer en suite waarin een marmeren schouw. Deze kamer sluit aan op de serre met granitovloer en bevat schuifluiken. De oorspronkelijke keuken met schouwbalk aan de achterzijde links, is uitgebreid. Enkele kamers zijn voorzien van stucplafonds met koof- en perklijsten.
De kelder waarin het waterreservoir behouden is, is overkluisd door troggewelven.
Waardering
Woonhuis van het type VILLA, gebouwd in 1896, in neo-renaissancestijl uitgevoerd met invloeden uit de chalet-stijl.
- Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een villa in neo-renaissance-stijl.
Het pand valt op door estethische kwaliteiten in in- en exterieur, zoals gave verhoudingen, en fraaie detailleringen in vormgeving en materiaalgebruik. Bijzonder in deze is de toepassing van sgraffito in de boogvelden en de grote, zeer rijk uitgevoerde houten serre met veranda die de gehele zijgevel beslaat.
- Van stedenbouwkundig belang als onderdeel van een historisch gegroeid gebied dat reeds in de Middeleeuwen door monniken van het klooster Hulsbergen bewoond was.
- Van cultuurhistorisch belang vanwege de ligging op het voormalige landgoed Hulsbergen.
De villa vormt de directeurswoning die naast de zuivelfabriek was gelegen waar reeds eind 19de eeuw als eerste in Nederland een alternatief voor moedermelk werd geproduceerd.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Detached house of the type VILLA, built in 1896, executed in neo-renaissance style with influences from the chalet style, commissioned by Th. Koker. Characteristic are the facades subdivided by rendered ashlar courses, the facades articulated vertically by pilasters and corner columns with diamond points, the arches above the windows filled in with sgraffito and the (incomplete) false rafters borrowed from the chalet style with makelaar under a gabled roof.
The house was built by architect D. de Herder (the architect's name on the building drawing is difficult to read) for the director of the first dairy factory in the Netherlands that produced an alternative to mother's milk at the end of the 19th century.
The villa is situated east of the Apeldoorns Canal at the corner with the Kloosterweg amid a large garden overgrown with trees and shrubs. There is no question of an original garden design; garden layout and the modern shed on the plot are therefore not protected as a national monument.
Description
The villa, comprising two storeys and an attic storey, is laid out on a complex floor plan with an L-shaped ground plan as the main form and a single-storey annex at the rear. The main building has a hipped roof with an adjoining gabled roof at the front and a hipped roof in the left side gable, all covered with smoked improved Dutch tiles. The annex has a flat roof. The facades are built in brick (English bond) above a continuous bevelled hardstone plinth that runs around the building. A continuous hardstone drip moulding on which the windows of the two storeys rest and a string course close in a field at the height of the floor slab.
The windows in the two storeys are closed by a 1½ brick thick segmental arch in which setting-out and closing stones (diamond point) are incorporated, which connect to the aforementioned rendered ashlar courses that also occur at the height of the window sills, which have rusticated frames. The windows mostly consist of sash windows in single, double or three-section windows. The spandrels above the rectangular single-glazed sashes (slit windows) are mostly filled in with sgraffito. The windows in the rear facade and the extension are respectively closed by a spandrel with ornamental brickwork and by a 1½ brick thick beam. Under the moulded brickwork gutter of the main building are wooden scroll-shaped carved consoles, under that of the flat roof are simply carved blocks.
The FRONT FACADE, which is at right angles to the Kloosterweg, is dominated by a far projecting right section. The left side of the facade is slightly projecting, which makes the entrance understated. The double glazed panel door is accessible via a hardstone flight of steps and landing. The door, placed under a single-glazed fanlight, above which is a spandrel with ornamental brickwork, has rebates with classical ornaments such as pilasters, diamond points and an entablature. The door frame rests on hardstone jambs and a hardstone sill. The left part of the facade contains a two-section window of the aforementioned standard type with in the spandrel in sgraffito in the midst of leaf scrolls a field with a diamond point above scrollwork. The window type is repeated in the storey above and to the right, above the front door a single-glazed window with above the fanlight a spandrel with in sgraffito a spherical motif in the midst of leaf scrolls. The right side of the front facade consisting of a window series is ended by a gabled roof. The first and second storey contain a three-section window in a rendered frame which runs over the field clamped between the drip moulding and string course and where it is provided with some ornamentation. The sash window above is entirely provided with a single-glazed fanlight under a stone arch with a spandrel filled in with ornamental brickwork as above the front door. The apex of the gabled roof is separately covered by a projecting hipped roof covered with slates.
The LEFT SIDE FACADE of the main building is characterised by a risalit on the left. In the plinth are two basement windows with burglar bars under a diamond point. For the rest this window series is identical to that which occurs in the two storeys in the risalit in the front facade. The right part of the facade contains two windows placed one above the other of the type that occurs in the front facade above the front door. The right side of the risalit which is at right angles to the facade is left blank. The ground storey of the REAR FACADE is partly taken up by the aforementioned annex with cemented plinth. The rear facade has in the middle axis a narrow extension spanning two storeys partly enclosed by the annex, which is ended under the eaves by a lean-to roof. Only to the left of the annex is there a two-section window on the ground floor under a spandrel. The front of the extension has on the ground floor one and above two small casement windows placed side by side (of which the right one is blocked) under a beam and resting on a cemented water-sill. The right side on the storey above is filled in with a glazed panel door under a 1½ brick thick arch, which opens onto the flat roof; the left side is left blank. To the right of this door is a divided sash window under an arch; for the rest this facade of the house, apart from the ashlar courses, is left blank. In the roof panel to the left of the right chimney is a modern roof light.
The facade of the annex which is parallel with the rear facade of the main building has a sawn window on the left with a blocked small window below it under a 1½ brick thick beam without a diamond point. In the middle is a panel door (beaded profile parts), accessible via a quarter-circle masoned flight of steps. To the right of this is a wall opening with a shutter under a, deviating from the standard arch, 1½ brick thick beam. The windows are, unless otherwise stated, closed in this manner. The left side, which is parallel with the right side facade of the house, has a window with a T-sash frame under a beam. The right side of the annex with the facade parallel to the left side facade has a two-section window on the left under a beam. To the right in the corner with the risalit is a door identical to that which occurs in the front facade. The roof gutter of the flat roof, on which is a chimney with a capping, is supported by simply carved blocks.
The RIGHT SIDE FACADE is determined and entirely taken up by a wooden conservatory with an upper veranda, both of which are very richly worked: rusticated posts and rails, drip ornaments and graceful arches. The five-bay conservatory rests on a concrete plinth and adjoins on the right a closed wall surface provided with rendered ashlar courses above which is the sixth opening of the veranda. The left corner of the conservatory consists of a window series placed diagonally; the left side of the conservatory is a window series deep. The veranda adopts this subdivision above. The conservatory is accessible from the garden on the left via a wooden non-original flight of steps which adjoins one of the two double French doors (glazed panel). On either side of the doors is a window strip, of which the middle one is shared. The windows rest on a plinth provided with cushions and contain a three-section window divided by a T-shaped astragal. The fanlight, separated by a fixed calf, consists of three and above the French doors two half-round closed stained-glass windows with floral motifs mainly in blue and green placed side by side. The openings of the veranda screened off by wooden balusters correspond in varying width with the openings in the conservatory; above there are no stained-glass windows and the wooden lean-to roof closes directly by means of the roof gutter on carved blocks, which in the middle is provided with transparent ondoline sheets. In the facade of the house, at the location of the veranda, occur the continuous ashlar courses which are subdivided by three fields under a 1½ brick thick beam with closing stone (diamond point). In the three fields are placed double glazed panel doors, one field is executed as a spandrel field.
The INTERIOR still largely retains its original spatial layout and contains many valuable interior components. A central tiled corridor runs to the rear where there is a staircase with cast iron balusters and the pantry. The walls are provided with stencilled paintings above an imitation-marble plinth. On the left is a room (with wooden fireplace in neo-renaissance style and hinged and sliding shutters), with a modified opening to the rear. To the right of the corridor are a suite of rooms in which is a marble fireplace. This room adjoins the conservatory with granite floor and contains sliding shutters. The original kitchen with mantelbeam at the rear left has been extended. Some rooms are provided with stucco ceilings with cove and shelf mouldings.
The cellar, in which the water reservoir has been preserved, is vaulted over with barrel vaults.
Valuation
Detached house of the type VILLA, built in 1896, executed in neo-renaissance style with influences from the chalet style.
- Of architectural-historical value as a good example of a villa in neo-renaissance style.
The building stands out for its aesthetic qualities in interior and exterior, such as well-proportioned dimensions and fine detailing in design and material use. Particularly noteworthy is the application of sgraffito in the spandrels and the large, very richly executed wooden conservatory with veranda that covers the entire side facade.
- Of urban planning importance as part of a historically grown area that was already inhabited in the Middle Ages by monks from the monastery Hulsbergen.
- Of cultural-historical importance due to its location on the former estate Hulsbergen.
The villa forms the director's residence which was situated next to the dairy factory where an alternative to mother's milk was already being produced at the end of the 19th century, the first in the Netherlands.
Nearby in the register
- Molen, Kanaaldijk bij 82Industrie- en poldermolenunder 1 mi
- Boerderij, Kanaaldijk 85Boerderijunder 1 mi
- Molen, Groteweg 54Industrie- en poldermolenunder 1 mi
- Boerderij, Groteweg 115Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.