Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Willemsparkweg 217
Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1896
- Address
- Willemsparkweg 217, 1071 HC Amsterdam
- Place
- Amsterdam
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.35534, 4.86863
- Monument number
- 520131
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1885 map "Het Noordzee-kanaal en zijne omstreken / A. Braakensiek fec." (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Dubbel WOONHUIS in 1896 gebouwd naar ontwerp van de Amsterdamse architect Gerrit van Arkel (1858-1918), in opdracht van Hendrika E. Hagedoorn en Arie C. van Ommen van Guijeck, oprichter van de NV Cement Wittenburg. Het pand is gelegen in de zuidoostelijke gesloten straatwand van de Willemsparkweg in de Concertgebouwbuurt, die voornamelijk met woonhuizen in Neo-Renaissancestijl is bebouwd. Het pand dat zich uitwendig door een sobere Art Nouveau stijl karakteriseert, verwant aan het werk van de Belgische architect Paul Hankar (1858-1918), is daarnaast met name bijzonder vanwege de interieurafwerking van de eetkamer en de salon. Het woonhuis wijkt af in vormentaal van de overige panden in de straat en steekt door zijn hoogte boven de belendende panden uit.
Omschrijving
Het tweebeukige dubbel woonhuis bestaat uit een benedenwoning en een bovenwoning, en heeft een souterrain, drie volledige bouwlagen en een zolderverdieping. De voorgevel wordt gevormd door een iets terugliggende smalle linker beuk, afgesloten door een met pannen gedekt dakschild waarin een dakkapel, en een twee vensterassen brede rechter beuk, afgesloten met siersmeedijzeren hekje tussen twee opstaande dakstukken. Met uitzondering van de in rustica uitgevoerde sokkelzone, ter hoogte van souterrain en bel-étage, is de voorgevel voorzien van een ruwe, in portlandcement uitgevoerde pleisterlaag. Hierin zijn ter hoogte van de borstweringen van de vensters en boven de vensters decoraties gegraveerd. Boven de vensters lopen natuursteen banden over de voorgevel. De twee voordeuren zijn opgenomen in een verhoogd rondboog-portiek waarnaar een trap leidt. Het portiek is voorzien van een bovenlicht met deelzuiltje en de wanden van het portiek zijn bekleed met geglazuurde tegels. De voordeuren, voorzien van bovenlichten, zijn uitgevoerd met briefpanelen en hebben traliewerk. De twee bouwlagen boven de entree zijn voorzien van kleine houten balkons met decoratieve smeedijzeren hekjes op gesneden korbelen. De vensters van de twee assen tellende rechter beuk nemen naar boven in hoogte af. De souterrainvensters zijn voorzien van siersmeedwerk hekken, erboven bevinden zich in elke bouwlaag schuiframen met ongedeeld bovenlicht. De vensters in de tweede bouwlaag zijn voorzien van casementen met afgeplatte driepasboog, terwijl boven de vensters in de derde bouwlaag geprofileerde lijsten zijn aangebracht. De sobere gepleisterde achtergevel, met in de smalle rechter beuk dubbele tuindeuren, heeft oorspronkelijk op de eerste verdieping deuren naar een houten balkon, erboven drie bouwlagen met stolpramen. De terugliggende brede linker beuk heeft ter hoogte van het souterrain een veranda met geprofileerd houtwerk en in de achtergevel tuindeuren met zijlichten. De erker voor de bel-etage heeft een gesloten borstwerking, erboven tweedelige ramen gevat onder een reeks van telkens 4 segmentboogvormig afgesloten bovenlichten gevuld met glas-in-lood met boommotieven. Erboven twee balkons. Het interieur heeft een voor de bouwtijd gangbare indeling bestaande uit een smalle linker beuk met trappenhuis, gang en dienstruimtes, en een brede rechter beuk met de woon- en slaapvertrekken. In het interieur zijn 2 waardevolle stijlkamers in situ bewaard gebleven. De eetkamer van de benedenwoning bevindt zich in het souterrain grenzend aan de tuin. De eetkamer is afgewerkt in een Art Nouveau-trant en bezit onder meer een groengeverfde houten lambrisering en een groengeverfd houten plafond. In de lambrisering is een schouw opgenomen. Op de voorzijde van de schouw een fries met geschilderde draken die een tekst flankeren van P.C. Hooft: "Het beste stuck van/ 't huysbedryf/dat is een goet en/ hantsaem wyf". Aan weerszijden van de boezem kleine deurtjes van de chambreerkast, die aan de binnenzijde beschilderd zijn met realistisch geschilderde vrouwfiguren met wijnglazen. De haardpartij heeft een floraal tegeltableau uit de plateelfabriek Rozenburg te Den Haag met randversiering en afbeelding van kastanjebloesem en blad. De lambrisering heeft in het hoge ondergedeelte een verdeling in vakken met gestileerde florale en dierlijke sjabloonschilderingen. Het bovendeel heeft grote met doek bespannen vakken met gestileerde florale sjabloonschilderingen. Door middel van de bloem- en diermotieven worden per wand de 4 Seizoenen en Dag en Nacht verbeeld. Het plafond heeft een uitgespaard centraal ovaal veld, omlijst door panelen met anjers. De hoeken beschilderd met elk een kreeft, langs de randen een band met waterlelie en (gele) lis. Op de bel-étage kamers-en-suite waarvan de voorkamer (salon) in Neo-Classicistische trant is afgewerkt en een stucplafond bezit met een realistische schildering met putti en wolken verdeeld over drie vakken. Hieromheen een stucband en een randbeschildering met gestrikte linten en takjes. Het vertrek heeft verder een lage lambrisering en een schoorsteenmantel met pilasterstucwerk op de hoge boezem. De toegangsdeur heeft een bovendeurstuk met twee vogeltjes op een tak, opgenomen in een forse omlijsting. In het interieur zijn verder van belang de traphal met een nis met fonteintje, de trap en de tochtdeur met geëtst glas met bloemmotieven
Waardering
Dubbel woonhuis uit 1896 van algemeen belang uit cultuurhistorisch en architectuurhistorisch oogpunt als gaaf voorbeeld van de stedelijke wooncultuur van de gegoede burgerij rond 1900, die tot uiting komt in de architectonische uitwerking van het exterieur en de nog bewaarde interieurafwerking van twee vertrekken, die in stijl van elkaar zeer verschillend zijn en representatief zijn voor de variëteit in decoratiestijlen in het interieur van deze bevolkingslaag. Het woonhuis is van belang als belangrijk werk in sobere Art Nouveaustijl binnen het oeuvre van de Amsterdamse architect Van Arkel, en het heeft beeldbepalende waarde in het straatbeeld door de afwijkende stijl en bouwhoogte.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Double DWELLING built in 1896 designed by Amsterdam architect Gerrit van Arkel (1858-1918), commissioned by Hendrika E. Hagedoorn and Arie C. van Ommen van Guijeck, founder of NV Cement Wittenburg. The building is situated in the south-eastern closed street frontage of the Willemsparkweg in the Concertgebouwbuurt, which is predominantly built with townhouses in Neo-Renaissance style. The building is characterised externally by a sober Art Nouveau style, related to the work of Belgian architect Paul Hankar (1858-1918), and is moreover particularly noteworthy for the interior finishing of the dining room and the drawing room. The townhouse differs in formal language from the other buildings in the street and stands out through its height above the neighbouring buildings.
Description
The two-aisled double dwelling consists of a ground-floor dwelling and a first-floor dwelling, and has a basement, three full storeys and an attic storey. The front facade is formed by a slightly recessed narrow left aisle, closed off by a hipped roof with roof-tiles with a roof dormer, and a right aisle two window bays wide, closed off with ornamental ironwork railings between two upright roof sections. With the exception of the rusticated plinth zone, at the height of the basement and bel-étage, the front facade has a rough rendering executed in Portland cement. Within this, decorations are engraved at the height of the window parapets and above the windows. Natural stone bands run above the windows across the front facade. The two front doors are set within a raised round-arched porch accessed by a flight of steps. The porch is fitted with a fanlight with a small pilaster dividing it and the walls of the porch are lined with glazed tiles. The front doors, fitted with fanlights, are executed with mail panels and have grilles. The two storeys above the entrance are fitted with small wooden balconies with decorative wrought ironwork railings on carved corbels. The windows of the two-bay-wide right aisle decrease in height towards the top. The basement windows are fitted with ornamental ironwork railings, above which in each storey are sash windows with unglazed fanlights. The windows in the second storey are fitted with casements with flattened three-lobe arch, while above the windows on the third storey moulded lintels are fitted. The sober rendered rear facade, with double garden doors in the narrow right aisle, originally had doors to a wooden balcony on the first floor, above which three storeys with fixed windows. The recessed wide left aisle has a verandah with moulded woodwork at basement level and garden doors with side lights in the rear facade. The bay window for the bel-étage has closed parapet work, above which two-part windows set beneath a series each of 4 segment-arch-shaped fanlights filled with stained glass with tree motifs. Above these two balconies. The interior has a layout common to the building period consisting of a narrow left aisle with staircase, corridor and service rooms, and a wide right aisle with the living and sleeping quarters. Two valuable rooms in period style have been preserved in situ in the interior. The dining room of the ground-floor dwelling is situated in the basement adjoining the garden. The dining room is finished in Art Nouveau style and possesses among other things green-painted wooden wainscoting and a green-painted wooden ceiling. A fireplace is incorporated into the wainscoting. On the front of the fireplace a frieze with painted dragons flanking a text by P.C. Hooft: "The best piece of/ domestic service/ that is a good and/ handy wife". On either side of the breast small doors of the chambermaid's cupboard, decorated on the inside with realistically painted female figures with wine glasses. The fireplace surround features a floral tilework tableau from the Rozenburg pottery works in The Hague with border decoration and depiction of chestnut blossom and leaf. The wainscoting has in the tall lower section a division into panels with stencilled stylised floral and animal paintings. The upper part has large panels covered in fabric with stencilled stylised floral paintings. By means of the flower and animal motifs, the 4 Seasons and Day and Night are depicted per wall. The ceiling has a recessed central oval field, framed by panels with carnations. The corners each painted with a crayfish, along the edges a band with water lily and (yellow) iris. On the bel-étage rooms en suite, the front room (drawing room) finished in Neo-Classical style and possessing a stucco ceiling with a realistic painting with putti and clouds divided over three panels. Around this a stucco band and a border painting with tied ribbons and sprigs. The room further has a low wainscoting and a chimneypiece surround with pilaster stucco work on the tall breast. The access door has a transom with two little birds on a branch, set within a substantial surround. In the interior further notable are the stair hall with a niche with a small fountain, the staircase and the draught door with etched glass with flower motifs
Valuation
Double dwelling from 1896 of general significance from cultural-historical and architectural-historical perspective as an intact example of urban domestic culture of the prosperous bourgeoisie around 1900, which finds expression in the architectural execution of the exterior and the preserved interior finishing of two rooms, which are very different in style from one another and are representative of the variety in decorative styles in the interior of this social class. The dwelling is significant as an important work in sober Art Nouveau style within the oeuvre of Amsterdam architect Van Arkel, and it has a defining value in the street scene through its differing style and building height.
Nearby in the register
- Tramremise, Koninginneweg 29Opslagunder 1 mi
- Woonhuis, Koningslaan 2Woonhuisunder 1 mi
- Huize KoningsvijverWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Koninginneweg 18Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.