Rijksmonumentenregister · Netherlands
Rengerspark
Leeuwarden, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Tuin, park en plantsoen
- Function
- Park
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1905 - 1906
- Address
- hoek Rengerslaan, Rengerspark Leeuwarden
- Place
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.20845, 5.79342
- Monument number
- 519900
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University Library
2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 3 Leeuwarden, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
STADSPARK, aangelegd in Gemengde Tuinstijl naar ontwerp van H. Copijn en in 1906 in gebruik genomen. Gelegen onmiddellijk ten oosten van de Algemene Begraafplaats - geregistreerd monument nr. 507429 - en daarvan door een sloot gescheiden. Aan de zuidzijde de met een sloot van het park gescheiden en met kastanjes beplante Spanjaardslaan en aan de noordzijde grenzend aan het halfopen gebied van weiden en de Kinderboerderij. Voorheen aan de oostzijde begrensd door de volksbuurt van Bleekerstraat en omgeving, thans door de in de jaren zeventig aangelegde ruime en aan de westzijde onbebouwde en deels beplante Rengerslaan waar op de hoek in het begin van de jaren negentig de grote VVV-plantenbak uit de jaren-twintig, afkomstig van het Stationsplein, is geplaatst. Met de begraafplaats, de resterende weilanden en kinderboerderij vormt het park even ten noorden van de binnenstad een aantrekkelijk groengebied.
Mr. W.J. van Welderen baron Rengers, oud-burgemeester (1877-1883) van Leeuwarden en zijn vrouw C.T. baronesse van Welderen Rengers-Looxsma boden in het najaar van 1902 de gemeente drie percelen weiland land ter grootte van 3,5 ha aan met de wens om dat terrein tot openbare wandelplaats in te richten. Na zijn burgemeesterschap was Rengers lid van de Tweede en Eerste Kamer en hij publiceerde in 1898-1905 de nog steeds geraadpleegde studie `Schets eener parlementaire geschiedenis van Nederland sedert 1849'. De geschonken weilanden waren gelegen tussen de Algemene Begraafplaats en de Bleekersstraat, de westelijke straat van het dichtbebouwde Camstraburen. De gemeente aanvaardde de schenking. Het Sint-Anthonygasthuis schonk f 5000,- en de directie van de Spaarbank f 2500,- voor de inrichting van het terrein, terwijl twee personen die onbekend wensten te blijven f 5000,- en f 1000,- bijdroegen.
De gemeente nodigde dertien deskundigen uit om een plan voor het park te maken. Voor geen van de ontwerpen bleken de beschikbare middelen toereikend te zijn. H. Copijn uit Groenekan bood vervolgens eigener beweging een vereenvoudigd plan aan dat met de te maken toegangen aan Spanjaardslaan en Bleekersstraat f 14430,- zou gaan vergen. Op 25 oktober 1904 besloot de gemeenteraad tot de aanleg van het park volgens het laatste ontwerp van Copijn. De noordoosthoek van het gebied werd tot een van het park afgescheiden speeltuin ingericht. In het midden van het park kwam een grote vijver; de uitkomende aarde diende om het omliggende terrein op te hogen. Vervolgens werd het gebied volgens het plan aangelegd en beplant. Het park werd zonder plechtigheid in april 1906 opengesteld. In 1908 schrijft gemeentearchivaris, mevrouw R. Visscher: het park "is een heerlijke aanwinst voor Leeuwarden. Al kan het jonge geboomte, dat later o.m. eene lommerrijke dubbele laan tegenover den ingang zal vormen, nog niet veel schaduw verspreiden, toch prijkt het park des zomers nu reeds met een schat van bloeiende heesters, die fraai afsteken tegen den donkeren achtergrond der hooge olmen van de begraafplaats". De aanleg van het park is sindsdien grotendeels gerespecteerd, al heeft de groene stoffering door onderhoud en vervanging wel enige veranderingen ondergaan. Het bomenbestand is goeddeels gerespecteerd; bij de heesters zijn wel veranderingen opgetreden. De speeltuin is verdwenen en bij het park getrokken.
Omschrijving
De plattegrond van het terrein is onregelmatig; het park vult de ruimte tussen het ovale gebied van de Algemene Begraafplaats, de Spanjaardslaan en de Rengerslaan (voorheen de Bleekersstraat). Aan de noordwestelijke begraafplaatszijde is het park zwikvormig, de zuid- en oostzijden hebben nagenoeg rechte grenzen die onder een hoek van 80 graden ten opzichte van elkaar staan. Ook de noordelijke grens verloopt scheluw. Op deze onregelmatige plattegrond legde Copijn een contrast tussen een formeel gedeelte en een groter deel in een decoratieve variant van de Engelse Landschapsstijl. De entree is in de zuidoosthoek aan de Spanjaardslaan, zo dicht mogelijk bij de binnenstad, geplaatst op een aan één zijde bemetselde dam, waar de sloot ter afgrenzing van Spanjaardslaan en park op doodloopt. In het plaveisel met gele klinkertjes het jaartal 1904 in een gemêleerd roodbruin klinkerveld. De entree is voorzien een smeedijzeren hek, bestaand uit penanten en een dubbel draaihek. De penanten worden aan de voet door drie afgeronde steunen geschraagd en bestaan elk uit twee zware stijlen met ertussen liggende spijlen en bekroningen met aan de ene zijde 'RENGERS' en aan de andere zijde 'PARK' met bekroningen van elegant gevormde schilden. Het dubbele draaihek zwenkt naar de naald toe naar beneden en bezit afwisselende rechte en gewrongen vierkante spijlen. De naald is bekroond door een fleuron. Links achter het hek het ijzeren bord met gebruiksbepalingen (begeleiding van mensen beneden 18 jaar, geen loslopende honden) bestaand uit een vierkante stijl met basement en lijstkapiteel en een door rolwerk omvat rechthoekig tekstbord. Aan de oostelijke marge van het park volgt op deze entree een formele, dubbele promenade met uitgelijnde lindenrij in het middenperk en aan het slot twee siervazen op hoge piedestals met voorstellingen van offerfeestende putti met guirlandes, in 1922 door de VVV geschonken. Aan het einde van de promenade is aan de oostzijde een tweede ingang naar de Rengerslaan gekomen en in die hoek is in 1993 het monument voor de gevallenen in Indië geplaatst. Aan noord- en westzijde van de promenade waaieren de met asfalt verharde paden uit naar het gedeelte in de Landschapsstijl met een bewust gearrangeerde natuurlijkheid en sterk decoratieve composities.
Overigens slingerpaden om en door gevarieerde besloten beplantingsgroepen en coulissen van bomen en heesters en open grastaluuds en ligvelden met solitaire bomen die doorkijkjes en vergezichten verhevigen. Op veel plaatsen zijn (al enkele malen vernieuwde) banken met papierbakken geplaatst. De grote vijver is het opmerkelijkste element in het park; de nauwelijks met oevers geprofileerde overgang van glooiende grasvelden en de waterspiegel is er de belangrijkste karakteristiek van. Een ander opvallend effect is de perspectivische plaatsing van de vijver. Vanaf de brede zuidelijke strook van de tuin is vrijwel steeds zicht op de vijver die precies in het smalste deel van het park is gegraven. Over de noordelijke uitloper van de vijver is een bruggetje geslagen. Het zijn middelen om de vijver en het park groter te laten lijken dan ze zijn. Aan de westzijde ligt een klein, afgerond schiereiland in de vijver die het perspectief deels onderbreekt. Aan de noordelijke oever van de vijver staat het beeldje `Kind met vogel', in 1965 vervaardigd door Maria van Everdingen. In de uiterste noordwesthoek is in de jaren '70 een dam in de grenssloot tussen park en Algemene Begraafplaats gelegd, voorzien van een (niet passend) hekwerk. Ten noorden daarvan het belangrijkste vergezicht vanuit het park over de weilanden.
Het park bezit een rijk assortiment aan houtgewassen. Onder de ongeveer vijftig soorten bomen vallen bijzondere boomsoorten op: de grootbladige populier, de goudes, de amberboom, bruine beuk, suikeresdoorn en bontbladige esdoorn. Naast een aantal zomereiken staan in het park ook de moseik, Amerikaanse eik en moeraseik. Voorts zijn de trompetboom, verschillende notenbomen, honingboom, moerascypres en ginkgo biloba te vinden en staan er prieelberken en prieeliepen. Het gebruik van coniferen is opvallend, in het bijzonder de compositie van de groep van gevarieerde soorten tussen de zuidwestelijke zoom en de vijverpartij. De grote variëteit aan soorten zal aan de ene kant verband houden met de decoratieve tijdgeest, anderszijds met de toentertijd bestaande mogelijkheid om door aanzienlijke import vele exotische soorten toe te passen.
WAARDERING
Het Rengerspark is van algemeen historisch, tuinhistorisch en stedenbouwkundig belang
- vanwege het proces van de totstandkoming in een sfeer van de bevordering van de volksgezondheid, waarvoor particulieren en instellingen geldelijk bijdroegen;
- vanwege de Gemengde Tuinstijl die in het Rengerspark grotendeels decoratief landschappelijk gestalte kreeg met een formeel contrast van een promenade, alsmede de decoratieve effecten van een relatief zeer groot aantal soorten, kenmerkend voor deze periode in H. Copijns oeuvre;
- vanwege de ligging van het park nabij de noordelijke rand van de binnenstad en de samenhang met de Algemene Begraafplaats en het weidegebied ten noorden en westen die een opmerkelijk ruime groene wig in de stedelijke bebouwing heeft opgeleverd.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
STADSPARK, laid out in Mixed Garden Style after a design by H. Copijn and put into use in 1906. Located immediately to the east of the General Cemetery - registered monument no. 507429 - and separated from it by a ditch. On the south side the Spanjaardslaan, separated from the park by a ditch and planted with chestnut trees, and on the north side adjoining the semi-open area of meadows and the Children's Farm. Previously bounded on the east side by the working-class neighbourhood of Bleekerstraat and surroundings, now by the spacious Rengerslaan laid out in the seventies and unbuilt on and partly planted on the west side, where at the corner in the early nineties the large VVV plant container from the twenties, originating from Stationsplein, was placed. Together with the cemetery, the remaining meadows and children's farm, the park forms an attractive green area just north of the city centre.
Mr. W.J. van Welderen baron Rengers, former mayor (1877-1883) of Leeuwarden and his wife C.T. baroness van Welderen Rengers-Looxsma offered the municipality in the autumn of 1902 three parcels of meadow land totalling 3.5 hectares with the wish to convert that land into a public walk. After his term as mayor, Rengers was a member of the Second and First Chamber and he published in 1898-1905 the still widely consulted study 'Outline of a Parliamentary History of the Netherlands since 1849'. The donated meadows were located between the General Cemetery and Bleekersstraat, the western street of the densely built Camstraburen. The municipality accepted the donation. The Sint-Anthonygasthuis donated 5000 guilders and the management of the Spaarbank 2500 guilders for the development of the site, while two persons who wished to remain anonymous contributed 5000 and 1000 guilders respectively.
The municipality invited thirteen experts to draw up a plan for the park. None of the designs proved to have sufficient funds available. H. Copijn from Groenekan subsequently offered of his own initiative a simplified plan that with the entrances to be made at Spanjaardslaan and Bleekersstraat would cost 14,430 guilders. On 25 October 1904 the municipal council decided to construct the park according to Copijn's latest design. The north-eastern corner of the area was laid out as a playground separated from the park. In the middle of the park came a large pond; the excavated earth was used to raise the surrounding terrain. Subsequently the area was laid out and planted according to the plan. The park was opened without ceremony in April 1906. In 1908 municipal archivist, Mrs. R. Visscher, writes: the park "is a wonderful acquisition for Leeuwarden. Although the young trees, which later will form, among other things, a shady double avenue opposite the entrance, cannot yet provide much shade, the park is already adorned in summer with a wealth of flowering shrubs, which stand out beautifully against the dark background of the tall elms of the cemetery". Since then the layout of the park has been largely respected, although the green planting has undergone some changes through maintenance and replacement. The tree population has been largely respected; changes have occurred in the shrubs. The playground has disappeared and been incorporated into the park.
Description
The ground plan of the site is irregular; the park fills the space between the oval area of the General Cemetery, Spanjaardslaan and Rengerslaan (formerly Bleekersstraat). On the north-western cemetery side the park is wedge-shaped, the south and east sides have nearly straight boundaries which are at an angle of 80 degrees to each other. The northern boundary also runs askew. On this irregular ground plan Copijn laid out a contrast between a formal section and a larger part in a decorative variant of the English Landscape Style. The entrance is in the south-eastern corner on Spanjaardslaan, as close as possible to the city centre, placed on a dam with masonry on one side, where the ditch marking the boundary between Spanjaardslaan and park ends. In the paving with yellow clinker tiles the date 1904 in a mottled reddish-brown brick field. The entrance is provided with a wrought iron gate, consisting of posts and a double hinged gate. The posts are supported at the base by three rounded buttresses and each consist of two heavy uprights with spikes in between and finials with 'RENGERS' on one side and 'PARK' on the other side with finials of elegantly shaped shields. The double hinged gate swings down towards the point and has alternating straight and twisted square spikes. The point is crowned by a fleuron. To the left behind the gate the iron board with regulations (supervision of people under 18, no loose dogs) consisting of a square post with base and list capital and a rectangular text board surrounded by scrollwork. On the eastern margin of the park, following this entrance, is a formal double promenade with an aligned row of lime trees in the central bed and at the end two ornamental vases on high pedestals with representations of cherubs making offerings with garlands, donated in 1922 by the VVV. At the end of the promenade is a second entrance to Rengerslaan on the east side and in that corner in 1993 the monument for those who fell in the Indies was placed. On the north and west sides of the promenade the asphalt-paved paths fan out towards the section in the Landscape Style with deliberately arranged naturalism and strongly decorative compositions.
Otherwise winding paths around and through varied enclosed planting groups and wings of trees and shrubs and open grass lawns and lying fields with solitary trees that enhance views and vistas. In many places benches with litter bins (renewed several times) have been placed. The large pond is the most remarkable element in the park; the scarcely profiled transition from sloping lawns and the water surface is its most important characteristic. Another striking effect is the perspectival placement of the pond. From the broad southern strip of the garden there is almost always a view of the pond which is dug precisely in the narrowest part of the park. Over the northern extension of the pond a small bridge has been thrown. These are means to make the pond and the park look larger than they are. On the west side lies a small, rounded peninsula in the pond which partly interrupts the perspective. On the northern shore of the pond stands the statue 'Child with Bird', made in 1965 by Maria van Everdingen. In the far north-western corner in the 70s a dam was laid in the boundary ditch between park and General Cemetery, provided with (unsuitable) fencing. To the north of it the most important vista from the park over the meadows.
The park possesses a rich assortment of woody plants. Among the approximately fifty tree species, special tree species stand out: the large-leaved poplar, the golden robinia, the amber tree, copper beech, sugar maple and variegated maple. Alongside a number of summer oaks, the park also has Turkish oak, American oak and swamp oak. Furthermore, the trumpet tree, various nut trees, honey locust, bald cypress and ginkgo biloba are found and there are arbour birches and arbour elms. The use of conifers is striking, in particular the composition of the group of varied species between the south-western edge and the pond area. The great variety of species will on the one hand be related to the decorative spirit of the time, on the other hand to the then existing possibility of applying many exotic species through considerable imports.
VALUATION
The Rengerspark is of general historical, garden-historical and urban planning importance
- because of the process of creation in an atmosphere of the promotion of public health, to which individuals and institutions contributed financially;
- because of the Mixed Garden Style which in the Rengerspark took on largely decorative landscape form with a formal contrast of a promenade, as well as the decorative effects of a relatively very large number of species, characteristic of this period in H. Copijn's oeuvre;
- because of the location of the park near the northern edge of the city centre and the coherence with the General Cemetery and the meadow area to the north and west which has resulted in a remarkable wide green wedge in the urban development.
Nearby in the register
- Schijndodenhuisje, Spanjaardslaan 74Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Algemene begraafplaatsBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Dienstwoning, Spanjaardslaan 76Dienstwoningunder 1 mi
- Begraafplaats, Spanjaardslaan bij 76Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.