TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Engelumerstraat 3

Leeuwarden, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1919 - 1921
Address
Engelumerstraat 3, Locatie: Westerparkwijk, 8913 GA Leeuwarden (and others)
Place
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.20375, 5.77737
Part of complex
519798
Monument number
519814

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 3 Leeuwarden, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Rij van zes WONINGEN deel uitmakende van een COMPLEX van 70 MIDDENSTANDSWONINGEN, in 1919-1921 in Interbellum stijl gerealiseerd voor de Coöperatieve Vereniging Woningbouw naar ontwerp van Doeke Meintema. 17 Grote woningen van twee bouwlagen met flauwe schildkappen aan de Harlingerstraatweg 45 t/m 73 en Marssumerstraat 1 en 2 en 53 kleine woningen van één bouwlaag met hoge, gebroken schildkappen aan Marssumerstraat 4 t/m 18 en 3 t/m 9, Franekerstraat 68 t/m 74, Menaldumerstraat 2 t/m 18, Bildtsestraat 7 t/m 25 en 14 t/m 32 en Engelumerstraat 1 t/m 15.

Architect Doeke Meintema stond een eenvoud van architectuur voor; zijn bouwwerken moesten een beeld oproepen waarvan kon worden afgelezen hoe de gebruiksruimten in elkaar staken en ook moesten laten zien hoe ze gebouwd waren en welke bouwmaterialen waren toegepast. Hij noemde zijn bouwwerken een heel klein beetje kunst. Naar aanleiding van een herdenkingstentoonstelling na zijn overlijden werd geschreven: "Juist het pretentielooze, het afwijzen van modieuze stroomingen, het prijs stellen op eigen, stoer karakter, is in het werk van Meintema zoo aantrekkelijk".

Het complex van 70 woningen is stedenbouwkundig levendig in het grotere geheel van de wijk geweven. De karakteristieke architectuur van zowel de grote als de kleine woningen en de levendige geleding in verspringende blokjes van twee en vier woningen en enkele langere stroken zorgen niettemin voor een sterke architectonische en ruimtelijke coherentie. Die levendige groepering met voortuintjes van verschillende diepte aan straten met voor die tijd brede profielen roept enigszins de sfeer van een tuinstad op. Bij een renovatie aan het einde van de jaren zeventig is de oorspronkelijke inrichting van de woningen gemoderniseerd zonder dat de indeling erg heeft geleden. De nieuwe buitendeuren en raamindelingen hebben toen een andere vorm gekregen, waardoor het metrum van vensters en deurlichten niet meer overeenkomen.

Omschrijving

EXTERIEUR: De woningrij maakt deel uit van een groep van 53 woningen aan Marsummer-, Franeker-, Menaldumer- Bildtse- en Engelumerstraat van één bouwlaag met grote, gebroken kappen. De groepen woningen verspringen ten opzichte van elkaar. De woningen zijn gebouwd op rechthoekige plattegronden. Ze hebben aangebouwde bergingen van één laag, gebouwd van baksteen en voorzien van schilddakjes met pannen. De muren zijn gemetseld licht gemêleerde rode baksteen in Vlaams verband zonder verdiept voegwerk. De koppenlagen ter ontlasting van deur en vensters zijn tot een iets uitgemetselde laag over volle breedte en diepte doorgetrokken. De oorspronkelijke deuren zijn tijdens de renovatie in 1978 vervangen door deuren, eveneens met vierruitslicht, maar met andere verhoudingen; binnen de kozijnen lage, vierledige bovenlichten. De woningen zijn op de begane grond verder geopend met (gerenoveerde) negenruitsvensters. De achtergevel geopend met openslaande deuren met roeden en een achter(keuken)deur met een smal staand venster. Alle woningen hebben hoge gebroken kappen waar de onderschilden licht hol gebogen zijn. De daken zijn voorzien van zinken mastgoten. Elke woning heeft een flinke kapel op voor- en achterschild, voorzien van een dubbel vierruitsvenster met een houten geveltopje en een zadeldak met overstek.

INTERIEUR: De woningen hebben oorspronkelijk op de begane grond een indeling van gang annex trappenhuis; daarachter de keuken en daarnaast de kamers en suite en onder de kap drie, vrij kleine slaapkamers. De suite-structuur is in vrijwel alle woningen uitgebroken tot een grote woonkamer. De inrichting met onder meer paneeldeuren is overigens hoogst eenvoudig. De interieurs vallen buiten de bescherming. Verder hebben bij de renovatie nog wat vernieuwingen plaatsgevonden. Zo zijn de achter de keuken aanwezige luifels weggenomen.

WAARDERING

De rij middenstandswoningen is als element van het complex van 70 woningen van algemeen historisch, architectuurhistorisch, architectonisch en stedenbouwkundig belang

- als relatief vroeg voorbeeld van corporatieve bouw van middenstandswoningen vlak voor de financiële kentering in de volkhuisvesting;

- vanwege de belangrijke plaats die de complex woningen inneemt in het oeuvre van de vooraanstaande architect Doeke Meintema;

- vanwege de uitwendig nagenoeg (op deuren en ramen na) gave Interbellum stijl op een ingetogen en nieuwe, niet meer naar historische stijlen verwijzende architectuur, waarbij dit type woning gekarakteriseerd is door de opmerkelijke gebroken kap;

- vanwege de levendige groepering van de woningen, waarbij de architect met bloksgewijze, maar ook gekoppelde verspringingen in de straten met toch al brede profielen en vooral bij de hoeken zoveel ruimte heeft gesuggereerd dat een tuinstad-achtig resultaat is bereikt, een beeld dat nader vorm heeft gekregen door de afgrenzingen met ligusterhagen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Row of six DWELLINGS forming part of a COMPLEX of 70 MIDDLE-CLASS DWELLINGS, realized in 1919-1921 in Interbellum style for the Coöperatieve Vereniging Woningbouw according to designs by Doeke Meintema. 17 Large dwellings of two storeys with shallow hipped roofs at Harlingerstraatweg 45 to 73 and Marssumerstraat 1 and 2 and 53 small dwellings of one storey with high, broken hipped roofs at Marssumerstraat 4 to 18 and 3 to 9, Franekerstraat 68 to 74, Menaldumerstraat 2 to 18, Bildtsestraat 7 to 25 and 14 to 32 and Engelumerstraat 1 to 15.

Architect Doeke Meintema favoured simplicity of architecture; his buildings were to evoke an image from which one could read how the spaces of use fitted together and also were to show how they were built and which building materials had been applied. He called his buildings a very small piece of art. Following a commemorative exhibition after his death it was written: "Precisely the unpretentious character, the rejection of fashionable trends, the appreciation of one's own, sturdy character, is so attractive in the work of Meintema".

The complex of 70 dwellings is woven into the urban fabric in a lively manner within the larger context of the neighbourhood. The characteristic architecture of both the large and small dwellings and the lively articulation in recessed blocks of two and four dwellings and some longer rows nonetheless ensure strong architectural and spatial coherence. This lively grouping with front gardens of varying depth on streets with broad profiles for that time evokes somewhat the atmosphere of a garden city. During a renovation at the end of the seventies the original arrangement of the dwellings was modernized without the layout suffering greatly. The new external doors and window arrangements were then given a different form, whereby the rhythm of windows and door lights no longer correspond.

Description

EXTERIOR: The dwelling row forms part of a group of 53 dwellings at Marsummer-, Franeker-, Menaldumer-, Bildtse- and Engelumerstraat of one storey with large, broken roofs. The groups of dwellings are recessed in relation to one another. The dwellings are built on rectangular floor plans. They have adjoining sheds of one storey, built of brick and provided with hipped rooflets with tiles. The walls are laid in light variegated red brick in Flemish bond without recessed jointing. The courses at head height for the relief of doors and windows are extended to a slightly projecting course over full width and depth. The original doors were replaced during the 1978 renovation with doors, likewise with four-pane lights, but with different proportions; within the frames low, four-part fanlights. The dwellings are further opened on the ground floor with (renovated) nine-pane windows. The rear facade opened with double doors with glazing bars and a rear (kitchen) door with a narrow upright window. All dwellings have high broken roofs where the lower hips are slightly hollow curved. The roofs are provided with zinc gutters. Each dwelling has a substantial gable on front and rear hip, provided with a double four-pane window with a wooden gable apex and a saddle roof with overhang.

INTERIOR: The dwellings originally had on the ground floor a layout of corridor adjoining stairwell; behind it the kitchen and beside it the rooms in suite and under the roof three, fairly small bedrooms. The suite structure has been removed in virtually all dwellings to create one large living room. The arrangement with among other things panel doors is otherwise extremely simple. The interiors fall outside protection. Furthermore, some renovations took place during the renovation. For instance, the awnings present behind the kitchen were removed.

VALUATION

The row of middle-class dwellings is as an element of the complex of 70 dwellings of general historical, architectural historical, architectural and urban planning importance

- as a relatively early example of cooperative construction of middle-class dwellings shortly before the financial turning point in social housing;

- because of the important place the complex dwellings occupy in the oeuvre of the prominent architect Doeke Meintema;

- because of the externally virtually intact (except for doors and windows) Interbellum style based on a restrained and new architecture no longer referring to historical styles, whereby this type of dwelling is characterized by the remarkable broken roof;

- because of the lively grouping of the dwellings, whereby the architect with block-wise, but also coupled recessions in streets with already broad profiles and especially at the corners has suggested so much space that a garden city-like result has been achieved, an image which has been further shaped by the demarcations with privet hedges.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map