Rijksmonumentenregister · Netherlands
Koetshuis(L), Heuvenseweg 9
Rheden, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bijgebouwen kastelen enz.
- Function
- Koetshuis(L)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1861
- Address
- Heuvenseweg 9, 6991 JE Rheden
- Place
- Rheden
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.01560, 6.02009
- Monument number
- 519434
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1844 map "02. Rhede (1844)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Dit monumentale, op het landgoed Heuven gelegen, KOETSHUIS werd in 1861 waarschijnljk naar ontwerp van de architect M.G. Tétar van Elven (1803-1883) gebouwd. Het achterliggende stalgebouw werd in 1890 toegevoegd. Het gebouw is uitgevoerd in een stijl die in het midden van de 19de eeuw vaak toegepast werd bij dienstwoningen en bijgebouwen op landgoederen en geïnspireerd is op de Engelse Tudorgotiek. Het stalgebouw vertoont in het interieur enige invloeden van de Neo-Renaissance. Het nu verdwenen landhuis Heuven (1854) werd eveneens door Tétar van Elven ontworpen. Dit huis bevond zich tot 1940 ten oosten van het koetshuis. Het koetshuis vormt een onderdeel van het landgoed Heuven waarvan het laatste hoofdgebouw zoals boven reeds werd vermeld in 1940 werd afgebroken, maar waarvan enkele overige onderdelen en bijgebouwen nog bestaan en een zekere eenheid vormen. Het in de 14de eeuw al genoemde landgoed Heuven kwam in 1856 in handen van J.W. Wurfbain die het merendeel van de nu nog op het landgoed aanwezige bebouwing liet bouwen. Het koetshuis bevat ondermeer een woning en een jachtkamer en wordt omgeven door een ruime tuin. Ten zuid-oosten van het koetshuis bevindt zich een niet onder de bescherming van rijkswege vallend eenvoudig houten pauwenhuis dat nu als kippenhuis in gebruik is.
Omschrijving
Het gepleisterde KOETSHUIS heeft één bouwlaag en is gebouwd op een H-vormige plattegrond. Het koetshuis bestaat uit twee dwarsgeplaatste bouwmassa's die door middel van een in het midden geplaatst kort tussenlid zijn verbonden en waarbij de achterste bouwmassa iets korter en lager is dan die aan de voorzijde. De achterste bouwmassa bevat de paardestallen. Het voorhuis wordt afgesloten door een zadeldak met de nok evenwijdig aan de weg, aan beide zijden geflankeerd door zadeldaken met de nok haaks op de weg, gedekt met gesmoorde kruispannen. Het smalle tussenlid heeft een eenvoudig plat dak. Het achterhuis is voorzien van een schilddak dat gedekt is gesmoorde kruispannen. Het gebouw heeft geblokte hoekpilasters. De vensters zijn aan de bovenzijde vrijwel alle voorzien van een wenkbrauwboogje.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft zes traveeën waarvan de twee middelste traveeën licht risaleren. De terugspringende traveeën worden afgesloten door afgeknotte schoudergevels. De middenrisaliet heeft twee dubbele door segmentboogjes afgesloten koetspoorten met in elke deur een raam met een gietijzeren roedenverdeling. In de smalle muurdam tussen beide koetspoorten bevindt zich een stichtingsteentje met de tekst J.G. WURFBAIN / 1861. De risaliet wordt afgesloten door een brede horizontaal lopende gepleisterde band waarboven zich een door een geprofileerde, in het midden geknikte, lijst afgesloten attiek bevindt. De gepleisterde band wordt in het midden doorbroken door een door keperboogje afgesloten dubbel hooiluik. De terugliggende geveldelen aan weerszijden van de middenrisaliet worden afgesloten door afgeplatte puntgevels en hebben op de hoeken pilasters met een blokbepleistering die zich hierboven langs de puntgevels als een vlakke band voortzetten. De gevels worden afgesloten door geprofileerde lijsten. In beide gevels bevinden zich op de begane grond twee vensters. Op de verdieping zijn beide topgevels voorzien van een kleiner door een keperboogje afgesloten venster. De ramen van de begane grond in het linker geveldeel en het raam op de verdieping van het rechter geveldeel zijn nog van de oorspronkelijke gietijzeren roedenverdeling voorzien. De overige ramen zijn vernieuwd.
LINKER ZIJGEVEL: Het rechts gelegen woonhuis heeft een indeling in drie traveeën waarbij alle traveeën voorzien zijn van stucomlijstingen die aan de bovenzijde afgesloten worden door een flauw hellende keperboog. Zowel in de linker- als in de rechtertravee bevindt zich een venster dat voorzien is van een enkelruits schuifraam met een bovenlicht dat een gietijzeren roedenverdeling heeft (het onderraam was oorspronkelijk waarschijnlijk ook voorzien van gietijzeren roeden). In de middelste travee bevindt zich een ingangsportiek met een hardstenen stoep. De fraaie houten deuromlijsting rust op hardstenen neuten. Boven de paneeldeur bevinden zich een vast geprofileerd kalf en een meerruits bovenlicht met een gietijzeren roedenverdeling. In het dakschild bevindt zich een gepleisterde dakkapel met een door een keperboogje afgesloten venster die voorzien van een meerruits gietijzeren raam.
In het terugliggende tussenlid bevindt zich een getoogde deur waarboven een wenkbrauwboogje. De gevel van het stalgebouw, links, heeft in het midden een getoogd venster met een 2-ruits raam.
De ACHTERGEVEL van het voorhuis heeft aan de zijde van de rechter zijgevel een door afgeplatte puntgevel afgesloten gevel met op de begane grond een breed venster met een wenkbrauwboog, voorzien van twee gekoppelde ramen. De verdieping heeft een door een kepervormig wenkbrauwboogje afgesloten venster met een 4-ruits raam. Het geveldeel boven het tussenlid heeft dezelfde indeling als de voorgevel waarbij hier echter geen hooiluik maar een stolpraam is aangebracht. In het geveldeel aan de zijde van de linker zijgevel bevindt zich een venster met een 6-ruits schuifraam. Het hiernaast gelegen door een afgeplatte puntgevel afgesloten geveldeel heeft op de begane grond links een deur met een 4-ruits raam en een 2-ruits bovenlicht en rechts een blind venster. De verdieping heeft een door een keperboogje afgesloten venster met een raam dat van een gietijzeren roedenverdeling voorzien is. De achtergevel van het achterhuis heeft drie getoogde vensters met 2-ruits ramen waarboven zich wenkbrauwboogjes bevinden.
RECHTER ZIJGEVEL: De gevel van het koetshuis, links, heeft in het midden een venster. In de gevel van het terugliggende tussenlid bevindt zich een door een segmentboogje afgesloten poortopening met dubbele deuren waarbij in iedere deur in de bovenzijde een raam met een gietijzeren roedenverdeling is opgenomen. In de gevel van het stalgebouw, rechts, bevindt zich in het midden een getoogd venster met een 2-ruits raam.
Het INTERIEUR van het koetshuis bezit enkele bijzondere interieurelementen. De tot het koetshuis behorende woning heeft een kelder met troggegewelfjes samengesteld uit tussen houten balken gemetselde gewelfjes. Het uit 1890 daterende bouwdeel waarin zich de paardestallen bevinden heeft een bijzonder rijk uitgevoerd interieur dat grotendeels nog in de oorspronkelijke staat verkeert. De wanden zijn gedeeltelijk van een lambrizering voorzien die bekleed is met groen geglazuurde 6-hoekige tegels. Boven de nog slechts ten dele aanwezige paardenboxen bevinden zich nog de gietijzeren naambordjes van de paarden met o.a. namen als Pretty en Joyeuse. Aan weerszijden van de ingang bevinden zich zitbanken. Opmerkelijk is houten zoldering waarvan de balken gedragen worden door rijk gesneden houten consoles met renaissancistische motieven.
Waardering
KOETSHUIS uit 1861 naar ontwerp van M.G. Tétar van Elven. Architectuurhistorische waarden:
- Het koetshuis is van belang als goed en zeldzaam voorbeeld van een koetshuis uit het midden van de 19de eeuw met elementen in Neo-Tudor stijl.
- Het koetshuis is van belang voor oeuvre van de architect M.G. Tétar van Elven wiens werk in de provincie Gelderland weinig voorkomt.
- Het koetshuis van belang vanwege gaaf de bewaarde hoofdvorm, de detaillering en het materiaalgebruik.
- Het koetshuis is van belang vanwege het vrij gaaf bewaarde en bijzondere interieur van het stalgebouw.
Stedebouwkundige waarden:
- Het koetshuis is van belang vanwege de beeldbepalende situering aan de Heuvenseweg op een van de hoogste punten van landgoed. Het koetshuis is door de dominante positie reeds vanaf de Arnhemsestraatweg zichtbaar en vormt een van de belangrijkste bewaard gebleven tot het landgoed Heuven behorende gebouwen.
- Het koetshuis heeft een ensemblewaarde als onderdeel van het landgoed Heuven.
Cultuurhistorische waarden:
- Het koetshuis is typologisch van belang als gaaf bewaard en relatief zeldzaam voorbeeld van een fors koetshuis uit het midden van de negentiende eeuw met een uitbreiding uit het late negentiende eeuw.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
This monumental CARRIAGE HOUSE, located on the Heuven estate, was built in 1861 probably according to a design by the architect M.G. Tétar van Elven (1803-1883). The adjoining stable building was added in 1890. The building is executed in a style that was frequently applied in the middle of the 19th century for service dwellings and outbuildings on estates and was inspired by English Tudor Gothic. The stable building shows some influences of the Neo-Renaissance in its interior. The now demolished country house Heuven (1854) was likewise designed by Tétar van Elven. This house stood until 1940 to the east of the carriage house. The carriage house forms part of the Heuven estate, of which the last principal building as mentioned above was demolished in 1940, but of which several other parts and outbuildings still exist and form a certain unity. The Heuven estate, already mentioned in the 14th century, came into the hands of J.W. Wurfbain in 1856, who had the greater part of the buildings now still present on the estate constructed. The carriage house contains, among other things, a dwelling and a hunting room and is surrounded by a spacious garden. To the south-east of the carriage house there is a simple wooden peacock house not falling under the protection of the national heritage, now in use as a chicken house.
Description
The plastered CARRIAGE HOUSE has one storey and is built on an H-shaped plan. The carriage house consists of two transversely placed building masses connected by means of a short connecting section placed in the middle, with the rear building mass being somewhat shorter and lower than that on the front side. The rear building mass contains the horse stables. The front house is closed off by a gabled roof with the ridge parallel to the road, flanked on both sides by gabled roofs with the ridge perpendicular to the road, covered with suppressed crossed roof tiles. The narrow connecting section has a simple flat roof. The rear house is provided with a hipped roof covered with suppressed crossed roof tiles. The building has rusticated corner pilasters. The windows are almost all provided at the top with a relieving arch.
The symmetrically arranged FRONT FACADE has six bays, of which the two central bays project slightly. The recessed bays are closed off by truncated shoulder gables. The central risalit has two double carriage doors closed off by segmental arches, each door containing a window with cast-iron glazing bars. In the narrow wall section between both carriage doors is a foundation stone with the text J.G. WURFBAIN / 1861. The risalit is closed off by a broad horizontally running plastered band above which is an attic closed off by a profiled, in the middle bent, moulding. The plastered band is broken through in the middle by a double hayloft door closed off by a chevron arch. The recessed wall sections on either side of the central risalit are closed off by flattened pointed gables and have on the corners pilasters with rusticated plasterwork which continue above these along the pointed gables as a flat band. The facades are closed off by profiled mouldings. In both gables on the ground floor are two windows. On the upper storey both top gables are provided with a smaller window closed off by a chevron arch. The windows of the ground floor in the left gable section and the window on the upper storey of the right gable section still have the original cast-iron glazing bars. The remaining windows have been renewed.
LEFT SIDE FACADE: The dwelling house located on the right has a division into three bays, all bays being provided with stucco mouldings that are closed off at the top by a gently inclined chevron arch. In both the left and right bay is a window provided with a single-light sash window with a fanlight that has cast-iron glazing bars (the lower window was originally probably also provided with cast-iron bars). In the middle bay is an entrance portico with a hard stone step. The fine wooden door frame rests on hard stone jaunts. Above the panel door is a fixed profiled calf and a multi-light fanlight with cast-iron glazing bars. In the roof slope is a plastered roof dormer with a window closed off by a chevron arch provided with a multi-light cast-iron window.
In the recessed connecting section is an arched door above which is a relieving arch. The facade of the stable building, on the left, has in the middle an arched window with a 2-light window.
The REAR FACADE of the front house has on the side of the right side facade a facade closed off by a flattened pointed gable with on the ground floor a broad window with a relieving arch, provided with two coupled windows. The upper storey has a window closed off by a chevron-shaped relieving arch with a 4-light window. The wall section above the connecting section has the same arrangement as the front facade, but here a tilt window rather than a hayloft door has been installed. In the wall section on the side of the left side facade is a window with a 6-light sash window. The adjoining wall section closed off by a flattened pointed gable has on the ground floor on the left a door with a 4-light window and a 2-light fanlight and on the right a blind window. The upper storey has a window closed off by a chevron arch with a window provided with cast-iron glazing bars. The rear facade of the rear house has three arched windows with 2-light windows above which are relieving arches.
RIGHT SIDE FACADE: The facade of the carriage house, on the left, has in the middle a window. In the facade of the recessed connecting section is a gate opening closed off by a segmental arch with double doors, each door containing in the upper section a window with cast-iron glazing bars. In the facade of the stable building, on the right, is in the middle an arched window with a 2-light window.
The INTERIOR of the carriage house possesses some special interior elements. The dwelling belonging to the carriage house has a cellar with trough vaults composed of vaults built between wooden beams. The construction element from 1890 containing the horse stables has a particularly richly executed interior that remains largely in the original state. The walls are partially provided with wooden wainscoting that is covered with green-glazed hexagonal tiles. Above the horse boxes, now only partially remaining, are still the cast-iron name plaques of the horses with names such as Pretty and Joyeuse. On either side of the entrance are benches. Remarkable is the wooden ceiling whose beams are supported by richly carved wooden consoles with Renaissance motifs.
Valuation
CARRIAGE HOUSE from 1861 according to a design by M.G. Tétar van Elven. Architectural historical values:
- The carriage house is of importance as a good and rare example of a carriage house from the middle of the 19th century with elements in Neo-Tudor style.
- The carriage house is of importance for the oeuvre of the architect M.G. Tétar van Elven whose work is seldom found in the province of Gelderland.
- The carriage house is of importance owing to the well-preserved main form, the detailing and the use of materials.
- The carriage house is of importance owing to the relatively well-preserved and special interior of the stable building.
Urban planning values:
- The carriage house is of importance owing to its visually defining location on the Heuvenseweg at one of the highest points of the estate. The carriage house is visible through its dominant position already from the Arnhemsestraatweg and forms one of the most important preserved buildings belonging to the Heuven estate.
- The carriage house has ensemble value as part of the Heuven estate.
Cultural historical values:
- The carriage house is typologically of importance as a well-preserved and relatively rare example of a substantial carriage house from the middle of the nineteenth century with an extension from the late nineteenth century.
Nearby in the register
- Bijgebouw, Heuvenseweg bij 7Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Schaapskooi, Heuvenseweg 11Boerderijunder 1 mi
- RhederhofWoonhuisunder 1 mi
- Bijgebouw, Arnhemsestraatweg 16Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.