Rijksmonumentenregister · Netherlands
Klooster, Herenstraat 1
Amersfoort, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1900
- Address
- Herenstraat 1, Locatie: Kattenbroek, 3811 HG Amersfoort
- Place
- Amersfoort
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.15500, 5.39284
- Monument number
- 517743
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
KLOOSTERGEBOUW, van de congregatie van Augustijnen, gelegen aan de zuidoostzijde van de Zuidsingel. In 1900 werd in opdracht van de congregatie van Onze Lieve Vrouwe te Amersfoort door H. Kroes de eerste fase van een, toen voor Amersfoortse begrippen grootschalig, kloostergebouw ontworpen. Het betrof een uitbreiding van een complex dat zijn aanvang vond in het betrekken door de congregatie van het voorname achttiende-eeuwse huis van de familie Cohen 'Huis met de paarse ruiten'(Zuidsingel 38). In 1847 werd ter linker zijde, op de plaats van het oude koetshuis, naar ontwerp van Th. Molkenboer een eerste uitbreiding gerealiseerd, waarbij onderdelen van het koetshuis werden behouden. In 1889 werd naar ontwerp van C.L.M. Robbers aan de achterzijde een kapel gebouwd. Het ontwerp van H. Kroes is gesitueerd in het verlengde van het ontwerp van Molkenboer aan de Zuidsingel, maar is echter in stijl meer verwant met de kapel van Robbers. In 1918 werd in een tweede bouwfase de gevellengte - geheel in dezelfde stijl als de eerste fase - meer dan verdubbeld. Was er na de eerste bouwfase sprake van vijftien traveeën aan de Zuidsingel, na 1918 waren het er twee-en-dertig. De bouwstijl is een combinatie van invloeden uit de neogotiek en de neorenaissance.
Het gebouw is nog steeds als klooster in gebruik. Het interieur is aan het begin van de jaren negentig ingrijpend gerenoveerd, overigens met zoveel mogelijk behoud van de ruimtelijke en constructieve structuur van het pand. Naast de bijzondere trappartijen zijn slechts enkele segmentbogen in steen en houten kozijnen bewaard. Van ondergeschikt belang is het meest rechtse deel van het exterieur van de achterzijde, dat geheel is vernieuwd.
Omschrijving
Het kloostergebouw is evenwijdig aan de Zuidsingel gesitueerd. Een siersmeedijzeren hekwerk met spijlen en kruisbloemen staat op enkele geringe afstand voor de gehele gevel. Het pand bezit een rechthoekige plattegrond met op de hoek Zuidsingel/Herenstraat een afgeschuinde hoekoplossing. Het pand bezit drie bouwlagen en een zolderverdieping met afgeplat schilddak, bedekt met blauwe kruispannen. De gevel aan de Zuidsingel kan worden onderverdeeld in 32 traveeën, de afgeschuinde hoekoplossing is één travee breed en aan de Herenstraat bevinden zich nog eens twee traveeën. De gevel aan de Zuidsingel kan als voorgevel worden opgevat. De zeslichts-vensters bevinden zich in door oranje baksteen voorzien van een kraal omgeven, verdiepte spaarvelden, die in de eerste bouwlaag overspannen worden door een gedrukte boog, in de tweede bouwlaag door een rondboog en in de derde bouwlaag door een gedrukte spitsboog. In de spaarboogvelden bevindt zich siermetselwerk. De loodlagen tussen de kozijnen en het schoon metselwerk in de spaarvelden zijn decoratief gekruld.
De langgerekte horizontale op een bakstenen uitgemetselde plint geplaatste voorgevel bezit 32 traveeën en wordt verticaal geleed door elf risalieten, die als Vlaamse gevel in het dakschild eindigen met aangekapt zadeldak. Van links af gezien zijn de tweede en de negende risaliet breder en hoger. Deze risalieten liggen telkens twee traveeën van elkaar, waardoor een sterk ritme wordt gecreëerd, dat door de geprofileerde, oranje vensteromlijstingen nog wordt benadrukt. In de vierde bouwlaag bevindt zich per risaliet een zeslichts schuifvenster verdiept gelegen in een spaarveld, overspannen door een spitse boog. De grotere risalieten bevatten de entree met geprofileerde vleugeldeuren met tweelichts bovenlicht.
De negende risaliet wordt door overhoeks geplaatste pinakels en een kruisbloem bekroond.
De gevel wordt horizontaal geleed door waterlijsten op elke verdieping, een gevel beëindigende spitsboogfries en een uitkragende bakstenen gootlijst, alles uitgevoerd in oranje baksteen.
De linker zijgevel heeft twee traveeën en de afgeschuinde hoekoplossing van één travee kennen eenzelfde gevelopbouw, echter zonder risalieten.
De achtergevel is sober vormgegeven en wordt deels aan het oog onttrokken door de kapel. Het rechterdeel van de gevel is tijdens de verbouwing begin jaren negentig ingrijpend gewijzigd. De achtergevel is van ondergeschikt belang.
Waardering
Het deel van het kloostercomplex van de zusters van Onze Lieve Vrouwe, dat gelegen is aan Zuidsingel 40-41, is van van algemeen belang vanwege zijn architectuurhistorische waarde als zeer gaaf voorbeeld van een binnenstedelijk kloostergebouw, uitgevoerd in een rijk gedetailleerde bouwstijl met invloeden van de neorenaissance en de neogotiek. Het pand is tevens van cultuurhistorische belang als uitdrukking van het zich herstellend katholicisme in de tweede helft van de 19de eeuw in de stad Amersfoort. In het oeuvre van de architect H. Kroes neemt het ontwerp een belangrijke plaats in. Het pand is van ensemblewaarde in relatie tot de overige, reeds beschermde delen van het kloostercomplex.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CONVENT BUILDING, of the congregation of Augustinians, located on the south-east side of the Zuidsingel. In 1900, on commission of the congregation of Our Lady at Amersfoort, H. Kroes designed the first phase of a convent building, which by Amersfoort standards at that time was large-scale. It concerned an extension of a complex that began when the congregation took occupancy of the distinguished eighteenth-century house of the Cohen family, 'House with the Purple Panes' (Zuidsingel 38). In 1847, an extension was realized on the left side, at the location of the old coach house, to a design by Th. Molkenboer, whereby parts of the coach house were retained. In 1889, a chapel was built on the rear side, to a design by C.L.M. Robbers. The design by H. Kroes is situated in line with the design by Molkenboer at the Zuidsingel, but is more related in style to Robbers' chapel. In 1918, in a second building phase, the facade length—entirely in the same style as the first phase—was more than doubled. Whereas after the first building phase there were fifteen bays at the Zuidsingel, after 1918 there were thirty-two. The building style is a combination of influences from Neo-Gothic and Neo-Renaissance.
The building is still in use as a convent. The interior was thoroughly renovated at the beginning of the nineteen-nineties, while retaining as much as possible of the spatial and structural composition of the property. Apart from the distinctive staircases, only a few segmental stone arches and wooden window frames have been preserved. Of minor importance is the rightmost part of the rear exterior, which has been entirely renewed.
Description
The convent building is situated parallel to the Zuidsingel. Ornamental wrought-iron railings with balusters and cross flowers stand at a slight distance in front of the entire facade. The building has a rectangular plan with a chamfered corner solution at the junction of Zuidsingel/Herenstraat. The building has three storeys and an attic storey with a flattened hipped roof, covered with blue interlocking tiles. The facade at the Zuidsingel can be subdivided into 32 bays; the chamfered corner solution is one bay wide, and there are a further two bays on the Herenstraat. The facade at the Zuidsingel can be understood as the principal facade. The six-light windows are located in recessed spandrel fields enclosed by an orange brick bead; these in the first storey are spanned by a depressed arch, in the second storey by a round arch, and in the third storey by a depressed pointed arch. In the spandrel arch fields there is decorative brickwork. The lead joints between the frames and the facing brickwork in the spandrels are decoratively curled.
The elongated horizontal principal facade, placed on a brick plinth, comprises 32 bays and is vertically articulated by eleven risalits, which as a Flemish gable end in the roof wall with a cut gabled roof. Viewed from the left, the second and ninth risalits are wider and taller. These risalits are positioned two bays apart from one another, creating a strong rhythm, which is further emphasised by the moulded orange window surrounds. In the fourth storey, each risalit contains a six-light sash window, recessed in a spandrel field, spanned by a pointed arch. The larger risalits contain the entrance with moulded hinged doors with two-light fanlight.
The ninth risalit is crowned by diagonally positioned pinnacles and a cross flower.
The facade is horizontally articulated by drip mouldings on each storey, a facade-terminating pointed arch frieze, and a projecting brick cornice, all executed in orange brick.
The left side facade has two bays and the chamfered corner solution of one bay display the same facade composition, but without risalits.
The rear facade is plainly designed and is partly concealed from view by the chapel. The right part of the facade was substantially altered during renovation in the early nineteen-nineties. The rear facade is of minor importance.
Valuation
The part of the convent complex of the Sisters of Our Lady, located at Zuidsingel 40-41, is of general importance because of its architectural-historical value as a very well-preserved example of an urban convent building, executed in a richly detailed building style with influences from Neo-Renaissance and Neo-Gothic. The property is also of cultural-historical importance as an expression of the recovering Catholicism in the second half of the 19th century in the city of Amersfoort. In the oeuvre of architect H. Kroes, the design occupies an important place. The property is of group value in relation to the other, already protected parts of the convent complex.
Nearby in the register
- Kapel(F1), Herenstraat bij 1Kapelunder 1 mi
- Woonhuis, Muurhuizen 37Woonhuisunder 1 mi
- Opslag, Muurhuizen 35 AOpslagunder 1 mi
- Woonhuis, Muurhuizen 50Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.