Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Oosthaven 31
Gouda, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1856 - 1860
- Address
- Oosthaven 31, 2801 PD Gouda
- Place
- Gouda
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.00905, 4.71227
- Part of complex
- 517607
- Monument number
- 517608
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesHistorical map archives, georeferenced via AllmapsUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryHistorical map archives, georeferenced via Allmaps
5 historical maps cover this location, the earliest the 1838 map "Amsterdam" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalig WOONHUIS van het type herenhuis in Eclectische stijl, dat in de periode 1856-1860 is gebouwd in opdracht van de zeepzieder Theodorus Pieter Viruly. De architect is onbekend, maar het vertoont stilistisch overeenkomsten met het voormalige kantongerecht en tekenschool 'Art et Legi' (Markt 27), dat een ontwerp is van W.C. van Goor uit 1853-1855.
In 1892 is het woonhuis verkocht aan Vereniging Centraal Israelistisch Oude-Mannen en Vrouwenhuis. Tot 1943 heeft het gefungeerd als 'Joodsch Rusthuis', waarvoor in 1914 een nieuwe vleugel is toegevoegd. Sinds 1953 is het als Hervormde Centrum 'De Haven' in gebruik als centrum voor diverse kerkelijke activiteiten.
Vanwege bouwvalligheid is de hoge rijk versierde attiek met rondboogfries omstreeks 1960 gesloopt en vervangen door een eenvoudiger. Ook de stoeppalen met hardstenen stoep zijn niet meer aanwezig. Een ingrijpende renovatie vond plaats in de periode 1989-1991, waarbij de plattegrondindeling sterk is verstoord en het dakenplan vooral aan de achterzijde is aangetast, mede door het aanbrengen van een staalskelet. Restanten van een 17de-eeuws beschilderd balkenplafond zijn opgehangen in het gebouw.
N.B. De bescherming heeft alleen betrekking op de voorgevel met de aangrenzende poort en de nog herkenbare hoofdindeling van het hoofgebouw met in het interieur de gang met tochtportaal en het trappenhuis met traplicht.
N.B. De uitbouw uit 1914 valt buiten de bescherming van rijkswege.
Omschrijving
Vijf traveeën breed, witgepleisterd pand op een enigszins L-vormige plattegrond, waarvan de hoofdmassa bestaat uit drie, in hoogte afnemende bouwlagen onder een samengestelde kap. Links (noord-west) bevindt zich een poort naar het achtererf met een éénlaagse overkluizing onder een lessenaarsdak. Direct achter de voorgevel bevindt zich een steil, dwarsgeplaatst zadeldak met dakschilden van ongelijke lengte, waarop twee haaks geplaatste, gewijzigde zadeldaken met wolfseind aansluiten, gekoppeld door een brede zakgoot. De daken zijn deels gedekt met gesmoorde en rode Hollandse pannen en deels vernieuwde.
De gevels zijn opgetrokken uit ijsselsteen (kruisverband), waarbij de voorgevel is voorzien is van wit geschilderd pleisterwerk. De geprofileerde omlijstingen van de licht getoogde vensteropeningen sluiten aan op de waterlijsten, die onder de vensters tevens dienst doen als lekdorpel. Op de begane grond en verdiepingen bestaan de samengestelde raampartijen uit naar binnen openslaande tweeruits ramen met boven de tussenkalf tweeruits tuimelramen. De raampartijen van de tweede verdieping hebben een driedeling met tussen de twee kalven enkele en dubbele openslaande raam en tweeruits tuimelramen als bovenlicht.
Voor de vijf-assige voorgevel met hardstenen geprofileerde plint en een gestucte lijst die aansluit op een doorlopende waterlijst, bevindt zich een hardstenen stoep, welke ter plaatste van de hoofdentree uit twee stoeptreden bestaat. De entree bevindt zich in de iets bredere en iets rijker uitgevoerde middentravee en bestaat uit een dubbele paneeldeur met snijwerk van ondermeer twee leeuwenkoppen. De deur wordt afgesloten door een geprofileerd kalf met daarboven een achtruits segmentbogig bovenlicht, voorzien van een geprofileerde gietijzeren roedenverdeling, waarbij de roedenkruisingen cirkelvormig zijn. Aan weerszijden van de deur pilasters met verdiepte schachten, die de segmentboogvormige overkluizing van het bovenlicht ondersteunen en tevens een Frans balkon op de verdieping.
De begane grond en verdieping worden van elkaar gescheiden door een brede borstwering, die tussen doorlopende geprofileerde waterlijsten - ter plaaste van de vensters - bestaat uit een gesloten balustrade met rozetmotief. Ter plaatse van het Franse balkon in de middentravee is deze opengewerkt en voorzien van een vierpasmotief. De licht getoogde dubbele tweeruits balkondeur heeft een gietijzeren snijraam als bovenlicht, bestaande uit een halve cirkel met florale motieven in de zwikken. De geprofileerde omlijsting met verdiepte schachten is vergelijkbaar met die van de entreepartij eronder. De eerste en tweede verdieping worden van elkaar gescheiden door een doorlopende geprofileerde cordonlijst. De middelste travee bestaat uit een twee smalle, gekoppelde vensters met elk één openslaand raam. De andere traveeën hebben vensters met dubbel openslaande ramen, die zich onderscheiden van de overige door de iets eenvoudigere vensteromlijsting.
De gevel wordt afgesloten door een relatief hoge, vereenvoudigde attiek, die is uitgevoerd als hoofdgestel met guttae en het dak aan het zicht onttrekt.
Links van de voorgevel bevindt zich een één smalle, uit grauwe baksteen (fijngevoegd, kruisverband) opgetrokken 19de-eeuwse tweelaags lijstgevel met poort, die geplaatst is voor een 18de-eeuws bouwlichaam. Op de begane grond bevindt zich een licht getoogde opgeklampte deur onder een aan de onderzijde getoogde strek. De borstwering tussen begane grond en verdieping is ingesloten door twee wit gepleisterde geprofileerde sierlijsten. Hierop sluiten twee kleine getoogde ramen aan, uitgevoerd met twee kruislingsgewijs geplaatste roeden. Beide vensters worden gesloten door een gepleisterde sierlijst, die het beloop van de bogen volgt. Op de verdieping erboven bevindt zich één zesruitschuifraam, met wit houten belegstukken als omlijsting. Dit geveldeel word afgesloten door een geprofileerde gevellijst.
INTERIEUR De symmetrische opzet van de voorgevel is in het interieur nog herkenbaar door de met marmer belegde gang in de middentravee. Halverwege wordt deze onderbroken door een onder een hoofdgestel staand tochtportaal, bestaande uit een dubbele deur met zijlichten, voorzien van gezandstraald glas met florale motieven. Vaag zijn tevens de contouren van davidsterren herkenbaar in het glas. Rechts van het tochtportaal bevindt zich het trappenhuis met houten balustrade. Halverwege, ter hoogte van het bordes bevindt zich een groot rechthoekig traplicht met glas-in-lood.
Waardering
Oosthaven 31 is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een monumentaal herenhuis uit het derde kwart van de 19de eeuw met een voor de bouwtijd kenmerkende Eclectische stijl.
Het complex is algemeen belang wegens cultuurhistorische waarde door zijn oorspronkelijke functie als herenhuis voor een zeepzieder, dat nadien als 'Joodsch Rusthuis' heeft gefungeerd.
De bouwkundige onderdelen van de voorgevel van het voormalige woonhuis zijn redelijk gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering.
Stedebouwkundig is het pand van algemeen belang vanwege de ensemblewaarde als één van de meer monumentale 19de-eeuwse herenhuizen langs één van de voornaamste grachten in de binnenstad.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former DWELLING HOUSE of the manor house type in Eclectic style, built in the period 1856-1860 on behalf of soap boiler Theodorus Pieter Viruly. The architect is unknown, but it displays stylistic similarities with the former district court and drawing school 'Art et Legi' (Markt 27), which is a design by W.C. van Goor from 1853-1855.
In 1892 the dwelling house was sold to the Association Central Israelitic Old-Men and Women's Home. Until 1943 it served as a 'Jewish Rest Home', for which a new wing was added in 1914. Since 1953 it has been in use as Reformed Centre 'De Haven' as a centre for various church activities.
Due to dilapidation, the high richly decorated attic with round-arch frieze was demolished around 1960 and replaced by a simpler one. The bollards with hardstone step are also no longer present. Extensive renovation took place in the period 1989-1991, during which the floor plan layout was significantly disrupted and the roof plan especially on the rear side was affected, partly through the installation of a steel skeleton. Remnants of a 17th-century painted beam ceiling are hung in the building.
N.B. The protection relates only to the front facade with the adjoining gate and the still recognisable main layout of the main building with in the interior the corridor with draught vestibule and the staircase with stairlight.
N.B. The extension from 1914 falls outside national monument protection.
Description
Five bays wide, whitewashed building on a somewhat L-shaped floor plan, of which the main mass consists of three storeys, decreasing in height, under a composite roof truss structure. On the left (north-west) there is a gate to the rear courtyard with a single-storey covering under a lean-to roof. Directly behind the front facade is a steep, cross-placed gabled roof with roof tiles of unequal length, onto which two perpendicular-placed, modified gabled roofs with half-hipped ends connect, coupled by a wide gutter. The roofs are partly covered with muffled and red Dutch tiles and partly renewed.
The facades are built of ijsselsteen (Flemish bond), whereby the front facade is provided with white painted plasterwork. The profiled mouldings of the slightly pointed window openings connect to the drip mouldings, which under the windows also serve as drip edges. On the ground floor and upper storeys the composite window frames consist of inward-opening two-pane windows with above the transom bar two-pane tilt windows. The window frames of the second storey have a three-part division with between the two panes single and double inward-opening windows and two-pane tilt windows as fanlights.
Before the five-axis front facade with hardstone profiled plinth and a stuccoed moulding that connects to a continuous drip moulding, there is a hardstone step, which at the location of the main entrance consists of two entrance steps. The entrance is located in the slightly broader and somewhat more richly executed central bay and consists of a double panel door with carved work of amongst other things two lion heads. The door is closed by a profiled transom bar with above it an eight-pane segmental-arch fanlight, provided with a profiled cast-iron glazing bar division, whereby the bar intersections are circular. On either side of the door pilasters with recessed shafts, which support the segmental-arch covering of the fanlight and also form a French balcony on the upper storey.
The ground floor and upper storey are separated by a broad parapet, which between continuous profiled drip mouldings - at the location of the windows - consists of a closed balustrade with rosette motif. At the location of the French balcony in the central bay this is open-worked and provided with a four-foil motif. The slightly pointed double two-pane balcony door has a cast-iron glazing bar fanlight, consisting of a semicircle with floral motifs in the spandrels. The profiled moulding with recessed shafts is comparable to that of the entrance section below. The first and second storeys are separated by a continuous profiled cordon line. The middle bay consists of two narrow, coupled windows each with one inward-opening window. The other bays have windows with double inward-opening panes, which distinguish themselves from the rest by the somewhat simpler window moulding.
The facade is topped by a relatively high, simplified attic, which is executed as a principal moulding with guttae and hides the roof from view.
To the left of the front facade there is a single narrow, built of grey brick (finely jointed, Flemish bond) 19th-century two-storey cornice-topped facade with gate, which is placed before an 18th-century building body. On the ground floor there is a slightly pointed hinged door under a stretch pointed at the underside. The parapet between ground floor and upper storey is enclosed by two white plastered profiled ornamental mouldings. Onto these connect two small pointed windows, executed with two diagonally placed glazing bars. Both windows are closed by a plastered ornamental moulding that follows the course of the arches. On the upper storey above is one six-pane sash window, with white wooden facing pieces as moulding. This facade section is topped by a profiled facade line.
INTERIOR The symmetrical layout of the front facade is still recognisable in the interior by the marble-clad corridor in the central bay. Halfway through this is interrupted by a draught vestibule standing under a principal moulding, consisting of a double door with side panels, provided with sandblasted glass with floral motifs. The outlines of Stars of David are also faintly recognisable in the glass. To the right of the draught vestibule is the staircase with wooden balustrade. Halfway, at the height of the landing, there is a large rectangular stairlight with leaded glass.
Valuation
Oosthaven 31 is of general importance due to architectural and cultural-historical value as a good example of a monumental manor house from the third quarter of the 19th century with an Eclectic style characteristic of the building period.
The complex is of general importance due to cultural-historical value through its original function as a manor house for a soap boiler, which subsequently served as a 'Jewish Rest Home'.
The structural components of the front facade of the former dwelling house are reasonably intact in main form, material use and detailing.
From an urban planning perspective, the building is of general importance due to its ensemble value as one of the more monumental 19th-century manor houses along one of the principal canals in the city centre.
Nearby in the register
- Gezondheidszorg, Oosthaven bij 31Gezondheidszorgunder 1 mi
- Woonhuis, Oosthaven 29Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oosthaven 28Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Oosthaven 37 AWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.