TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Mentheda

Middelstum, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1896
Address
Menthedalaan 5, 9991 BC Middelstum (Eemsdelta 20)
Place
Middelstum
Municipality
Eemsdelta
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.34719, 6.63970
Part of complex
517360
Monument number
517361

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 4 Groningen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Deels één en deels twee bouwlagen hoge VILLA met aangebouwd achterhuis en koetshuis uit 1896 opgetrokken in een rode baksteen op een trasraam van donkere klinkers, afgezet met een gepleisterde bies. De gevels van de villa zijn gedecoreerd met sierankers, gevelbanden van siermetselwerk en gemetselde hoekpilasters met gepleisterde spiegels. Het samengestelde, afgeknotte schilddak dat gedekt is met leien (maasdekking), heeft bij het twee bouwlagen hoge gedeelte een kroonlijst met een gepleisterd rondboogfries en bij het gedeelte van één bouwlaag een kroonlijst met rechthoekige lichtstroken in het fries, voorzien van gietijzeren roeden. Op het dak een daklicht (1948?) en twee gemetselde schoorstenen. De gevels worden geleed door H-vensters met bovenlichten van glas-in-lood (1934?), onder een keperboogvormige wenkbrauwboog van donkere baksteen met gepleisterde sluitsteen en een gepleisterde boogtrommel; de wenkbrauwbogen gaan over in een gevelband van siermetselwerk in rode, donkere en gele steen. Onder de onderdorpels van de vensters op de begane grond bevinden zich rechthoekige panelen van gele en rode baksteen.

Aan de westgevel (tweehoog) een driezijdige erkerachtige uitbouw met vijf hoekpilasters met gepleisterde spiegel, in elke zijde een venster en in het midden een getoogd, tweeruits keldervenster; erop een balkon met houten hek met balusters, toegankelijk via openslaande glasdeuren met boven- en zijlichten met glas-in-lood. De noordgevel (tweehoog) heeft een ijzeren roosvenster. Onder de vijf vensters van de één bouwlaag hoge west- en noordgevel bevinden zich getoogde tweeruits keldervensters; ook in de noordgevel een vierdelig glas-in-lood venster met een getoogde strek van donkere steen met gepleisterde sluitsteen; eronder een houten luik met rollaag van donkere steen.

De voorgevel (zuid) heeft op de begane grond twee blinde keperboogvensters en in het midden een bakstenen serre (1934), opgetrokken in roodbruine baksteen op een trasraam van donkere klinkers, onder een plat dak met gemetselde borstwering; op de verdieping twee H-vensters en in het midden een risalerend deel met openslaande deuren onder een bovenlicht met kepervormige wenkbrauwboog, die toegang verlenen tot het platte dak; het risalerende deel wordt bekroond door een vierkante spits, bekleed met leien en zinken top met bol. De serre heeft aan beide zijkanten een dubbel venster met tweeruits glas-in-lood bovenlichten en aan de voorzijde openslaande deuren met gemetselde stoep (drie treden) tussen twee vensters, alle met tweeruits glas-in-lood bovenlichten; boven deuren en vensters een over de hele gevel doorlopende, uitspringende betonlatei. Midden op de borstwering staat in metalen letters: MENTHEDA. Voor de serre een ommuurd terras (1934) geplaveid met stoeptegels en een brede gemetselde stoep (vier treden) tussen twee muurtjes met aan weerszijden een gemetselde bloembak; het terras zet zich voort aan de overzijde van het pad rond de villa en vormt daar een halve ommuurde boog, met als aanzet een lage en een hoge gemetselde bloembak.

De oostgevel (tweehoog) heeft een gevelsteen waarop staat; "J. V. 18, G.R. 96". Aan de oostgevel is een achterhuis gebouwd met uitgebouwde TOREN op vierkante plattegrond, waarin zich de hoofdentree bevindt. De drie bouwlagen hoge toren heeft een afgeknot, naar binnen gebogen tentdak met kroonlijst en muizentandrand, waarop een torenhelm met windvaan in de vorm van een zwaan. De gevels zijn gedecoreerd met gevelbanden en een fries van siermetselwerk in gele, donkere, rode en/of kalkzandsteen en de bouwlagen worden gemarkeerd door een cordonlijst. De entree bevindt zich aan de zuidzijde en bestaat uit een gelakte houten art-déco deur (1934) met kijkgat onder een halfrond bovenlicht in een omlijst, gepleisterd portiek met velden met gebouchardeerd oppervlak; voor de deur een gemetselde stoep (vier treden, 1934). Boven de entree een gevelsteen met: "Anno MDCCCXCVI". Op de eerste verdieping een rondboogvenster met gekleurd glas-in-lood onder een gepleisterd fronton aan de zuidkant en een ijzeren roosvenster aan de oostkant; de tweede verdieping heeft aan alle zijden drie kleine rondboogvensters, waarvan twee blind, onder een segmentboog van gele baksteen.

Het ACHTERHUIS annex KOETSHUIS is opgetrokken in een rode baksteen met gevelbanden van gele baksteen op een trasraam van klinkers onder een afgeknot schilddak, dat is gedekt met een zwart geglazuurde Friese golfpan en een geprofileerde goot met een fries van kalkzandsteen heeft. Het achterhuis heeft aan de zuid- en oostzijde een blind keperboogvenster met gepleisterde sluitsteen, waarin een ruitvormig glas-in-lood venster met omlijsting van gele baksteen. De oostgevel bestaat verder uit een aankapping met aan de zuidzijde een getoogde deur (1934) met glas-in-lood deurlicht met smeedwerk, een gemetselde stoep (vier treden) en een staand glas-in-lood venster met getoogde strek; in de oostzijde een deur met zesruits deurlicht, gemetselde stoep en vier ijzeren halfvensters; in het dakvlak twee houten dakkapellen (niet origineel) met drie zesruitsvensters; in de noordzijde een ijzeren roosvenster. De noord- en westgevel van het achterhuis hebben beide een ijzeren venster met een half venster erboven, de westgevel heeft tevens dubbele garagedeuren onder een getoogd bovenlicht met erboven een driedelig vierruitsvenster (niet origineel). Alle oorspronkelijke vensters en deuren in het achterhuis hebben een decoratieve roedenverdeling, een strek van gele en rode baksteen en onderdorpels van donkere baksteen met muizentanddecoratie.

In het grotendeels in 1934 gewijzigde INTERIEUR zijn onder meer van belang: in het voorportaal het gepleisterd tongewelf; twee boognissen waarin een sokkel met vrouwenbeeld, met als sluitsteen een vrouwenkopje; twee gecanneluurde hoekzuilen en de parketvloer. In de gang de parketvloer; de dubbele gelakte houten tochtdeuren met deur-, boven- en zijlichten van gekleurd glas-in-lood, met in het bovenlicht een afbeelding van een (Mentheda?)borg en in het deurlicht de tekst: "Bartolt Entens van Mentheda, frolych mit eeren 1572", en zijn afbeelding; de houten lambrizering; de houten deuren met omlijsting; de houten wenteltrap met leuning met gedecoreerde ijzeren spijlen, en een rijk besneden ronde houten trappaal. In de voorkamer de marmeren schouw en de suitedeuren naar de serre. De kelder met de plavuizenvloer. In de toren de klok en het rondboogvenster met glas-in-lood waarop afgebeeld de borg en een wapen, gesigneerd met: NEG Gron. (Noordnederlandse Electrische Glasslijperij Groningen). In het koetshuis de ijzeren draaischijf voor de koets.

Waardering

Villa met aangebouwd achterhuis annex koetshuis van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als voorbeeld van een riante villa uit 1896

- vanwege de historische relatie met de voormalige Menthedaborg en de wierde

- vanwege de opvallende detaillering en de ornamentiek

- vanwege de functionele en ruimtelijk-visuele relatie met de tuin

- vanwege de bijzonder beeldbepalende ligging in het dorp

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

Partly one and partly two-storey VILLA with adjoining rear building and coach house built in 1896, constructed in red brickwork on a stone foundation of dark clinkers, trimmed with a plastered band. The facades of the villa are decorated with ornamental wall anchors, decorative brickwork bands and moulded corner pilasters with plastered panels. The composite, truncated hipped roof covered with slate (Maas covering) has, on the two-storey section, a cornice with a plastered round-arch frieze and on the one-storey section a cornice with rectangular light strips in the frieze, provided with cast-iron bars. On the roof a skylight (1948?) and two moulded chimneys. The facades are articulated by H-windows with fanlights of leaded glass (1934?), beneath a herringbone-arched eyebrow arch of dark brick with plastered keystone and a plastered arch drum; the eyebrow arches merge into a decorative brickwork band in red, dark and yellow brick. Below the sills of the windows on the ground floor are rectangular panels of yellow and red brick.

On the west facade (two storeys) a three-sided bay-like projection with five corner pilasters with plastered panels, in each side a window and in the middle an arched, two-light cellar window; above it a balcony with wooden railing with balusters, accessible via French doors with upper and side lights with leaded glass. The north facade (two storeys) has an iron grille window. Below the five windows of the one-storey west and north facade are arched two-light cellar windows; also in the north facade a four-part leaded glass window with an arched surround of dark stone with plastered keystone; below it a wooden shutter with a roller course of dark stone.

The front facade (south) has on the ground floor two blind herringbone-arch windows and in the centre a brick conservatory (1934), constructed in reddish-brown brick on a stone foundation of dark clinkers, beneath a flat roof with moulded parapet; on the upper floor two H-windows and in the centre a projecting section with French doors beneath a fanlight with herringbone-pattern eyebrow arch, which provide access to the flat roof; the projecting section is crowned by a square spire, clad with slate and zinc top with ball finial. The conservatory has on both sides a double window with two-light leaded glass fanlights and on the front French doors with moulded step (three treads) between two windows, all with two-light leaded glass fanlights; above doors and windows a projecting concrete lintel running the full width of the facade. In the middle of the parapet stand metal letters: MENTHEDA. In front of the conservatory a walled terrace (1934) paved with paving tiles and a broad moulded step (four treads) between two small walls with on either side a moulded planter; the terrace continues on the other side of the path around the villa and there forms a half-walled arch, with as a base a low and a high moulded planter.

The east facade (two storeys) has a foundation stone bearing: "J. V. 18, G.R. 96". To the east facade is built a rear building with extended TOWER on square plan, in which the main entrance is situated. The three-storey tower has a truncated, inward-curved pyramid roof with cornice and dentil course, on which a roof spire with weathervane in the form of a swan. The facades are decorated with brickwork bands and a frieze of decorative brickwork in yellow, dark, red and/or calcium silicate brick and the storeys are marked by a string course. The entrance is situated on the south side and consists of a lacquered wooden art-deco door (1934) with peephole beneath a semicircular fanlight in a framed, plastered porch with fields with a pickaxe-textured surface; in front of the door a moulded step (four treads, 1934). Above the entrance a foundation stone bearing: "Anno MDCCCXCVI". On the first floor a round-arch window with coloured leaded glass beneath a plastered pediment on the south side and an iron grille window on the east side; the second floor has on all sides three small round-arch windows, two of which blind, beneath a segmental arch of yellow brick.

The REAR BUILDING also serving as COACH HOUSE is constructed in red brick with brickwork bands of yellow brick on a stone foundation of clinkers beneath a truncated hipped roof, covered with black-glazed Frisian pantile and a moulded gutter with a frieze of calcium silicate brick. The rear building has on the south and east sides a blind herringbone-arch window with plastered keystone, in which a diamond-patterned leaded glass window with trim of yellow brick. The east facade otherwise consists of an extension with on the south side an arched door (1934) with leaded glass door light with wrought ironwork, a moulded step (four treads) and a standing leaded glass window with arched surround; on the east side a door with six-light door light, moulded step and four iron half-windows; in the roof plane two wooden roof dormers (not original) with three six-light windows; on the north side an iron grille window. The north and west facades of the rear building both have an iron window with a half-window above, the west facade also has double garage doors beneath an arched fanlight with above it a three-part four-light window (not original). All original windows and doors in the rear building have decorative glazing bars, a surround of yellow and red brick and sills of dark brick with dentil decoration.

In the INTERIOR, largely altered in 1934, are notably: in the entrance portico the plastered barrel vault; two arch recesses containing a pedestal with female figure, with as keystone a female head; two fluted corner columns and the parquet floor. In the hall the parquet floor; the double lacquered wooden draught doors with door, upper and side lights of coloured leaded glass, with in the fanlight an image of a (Mentheda?) manor and in the door light the text: "Bartolt Entens van Mentheda, frolych mit eeren 1572", and his image; the wooden wainscoting; the wooden doors with trim; the wooden spiral staircase with railing with decorated iron balusters, and a richly carved round wooden newel post. In the front room the marble fireplace and the suite doors to the conservatory. The cellar with tiled floor. In the tower the clock and the round-arch window with leaded glass depicting the manor and a coat of arms, signed: NEG Gron. (Northern Netherlands Electric Glass Grinder Groningen). In the coach house the iron turntable for the coach.

Valuation

Villa with adjoining rear building and coach house of general significance by reason of cultural and architectural-historical value

- as an example of a spacious villa from 1896

- by reason of the historical relationship with the former Mentheda manor and the terpen dwelling mound

- by reason of the striking detailing and ornamentation

- by reason of the functional and spatial-visual relationship with the garden

- by reason of the particularly distinctive location in the village

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map