Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Kerkstraat 35
Elshout, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1899
- Address
- Kerkstraat 35, 5154 AN Elshout (Heusden 30) (and others)
- Place
- Elshout
- Municipality
- Heusden
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.70116, 5.13609
- Monument number
- 517347
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1846 map "Kaart van de provincie Zuid-Holland / opgemaakt op last van de Provinciale Staten" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
De PASTORIE werd gebouwd in 1899 in opdracht van de Norbertijnen door architect J.H. van den Abeelen uit Tilburg. Het pand, dat naast de R.K. St. Johanneskerk staat, is uitgevoerd in Neo-gotische stijl met Jugendstil elementen.
Omschrijving.
Het tweelaagse deels onderkelderde pand telt vijf traveeën en heeft een vierkante plattegrond met een afgeplat schilddak waarop leien in maasdekking. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen, verticaal geaccentueerd door een halfsteens risaliet bij de centrale entree en lisenen bij de hoeken. Horizontale accenten worden gelegd door de hardstenen plint, dorpels en speklagen. De zesruits schuifvensters bezitten een hardstenen latei met kwarthol profiel met aanzetblokken voor de segmentboog hierboven. De boogvulling bestaat uit rood-blauw metselmozaïek. De bovenlichten van de vensters op de begane grond zijn voorzien van een floraal Jugendstil motief in glas-in-lood. De dubbele paneeldeur met eenvoudig smeedijzer roostertje en twee duwstangen bevindt zich in een spitsboogportiek met hardstenen trap. Boven de deur is een hoog driedelig spitsboograam gezet met glas-in-lood. Het middelste paneel toont aartsbisschop Norbertus met de monstrans in de hand, met aan zijn voet een geknielde heiden. Rechts in het portiek is een gevelsteen geplaatst met de tekst: "A.M.D.G. posuit me pastor Adr. Spierings anno 1899". Er hangt een smeedijzeren trekbel met kruis. In het later uitgehakte spitsboognisje links van de voordeur bevindt zich een Mariabeeldje uit circa 1945. Onder de geprofileerde dakgoot bevinden zich een muizetandlijst en een spitsboogfries. Dit fries is gemetseld aan alle zijden van het pand; zo is er ook midden in elk van de vier dakschilden een kleine dakkapel met piron geplaatst. Op elke nok staat een schoorsteen.
De rechterzijgevel heeft op de begane grond rechts en links een zesruits schuifvenster; op de etage zijn twee van deze ramen centraal bij elkaar geplaatst.
De linkerzijgevel bezit links achter een eenlaagse uitbouw onder plat dak, daterend uit de bouwtijd. Hierin is een vierruits ijzeren raampje geplaatst, een paneeldeur met briefpanelen en een rond ijzeren margrietraam met geprofileerde omlijsting. Het hoofdpand heeft op de begane grond een zesruits raam en bij de hoek een smal drieruitsraam met Jugendstil bovenlicht. Op de etage zijn twee van de drie ramen dichtgezet.
De achtergevel bezit middenvoor een kleine uitbouw onder plat dak waarop een balkon met smeedijzeren balustrade. In de uitbouw bevindt zich een bijzondere bewerkte paneeldeur, geflankeerd door twee kleine getoogde raampjes. Links een breed twaalfruits raam onder betonnen lateien en rechts een zesruits venster. Op de etage openslaande balkondeuren en zesruitsramen, waarvan er één is dichtgemetseld. In de eenlaagse uitbouw bevindt zich aan deze zijde een paneeldeur met gietijzeren roosters, links een zesruits raam en rechts een hoog smal w.c. raampje. Deze aanbouw heeft verder een blinde linkergevel en een rechtergevel met een zesruits raam en kantelen bij de dakrand.
Achter de voordeur bevindt zich een tochtportaal en een gang die het pand in de lengte doorsnijdt. Het tochtportaal heeft dubbele deuren en een bovenlicht voorzien van floraal gezandstraald glas. Op de vloer ligt marmer in een patroon van witte en zwarte driehoeken en vierkanten. De gang bezit rechts een rondboognis met een houtsnijwerk omlijsting van de bovenrand en links een eikenhouten Neo-renaissance halmeubel met spiegel en metalen kapstokhaken. Aan het einde van de gang bevindt zich een kleine uitbouw met beschilderde glaspaneeldeuren, waarin zich de toiletruimte van de pastoor bevindt. Op het plafond van de gang een kleine ruitvormige stucrozet met kleine kristallen luchter. Rechts van de entree bevindt zich de grote kamer-en-suite, verbonden door brede openslaande deuren. Beide kamers hebben een zwart marmeren schouw met groen marmeren decoratie en een zware grote ronde stucrozet op het plafond. Deze is voorzien van band- en rolwerk. In de hoeken zijn diamantkoppen van stucwerk geplaatst. Alle paneeldeuren hebben ovale houten deurknoppen. In de voorkamer staat een beschilderde houten brandkast met in gotische letters: "Archivum Parochiae". Links van de voordeur bevindt zich een voorkamer met een zwart marmeren schouw met eenvoudiger groen marmeren decoratie. De stucrozet op het plafond heeft een ruitvorm. Een deur linksachter leidt heden naar de slaapkamer van de pastoor. Aan het einde van de gang komt men allereerst bij een deur die naar de kelder leidt. De houten trap voert naar diverse ruimten met getoogde gemetselde bakken voor wijnopslag en kasten met vliegengaas. Het plafond bestaat uit troggewelfjes, het geheel wordt verlicht door kleine getraliede venstertjes.
Na de kelder betreedt men de huidige eetkamer en vandaar bereikt men andere vertrekken, zoals de vroegere zitkamer van de huishoudster en de keuken. De keuken bezit de oorspronkelijke witte betegeling en de koperen pomp met zwengel in houten behuizing. In de uitbouw bevindt zich de bijkeuken, eveneens voorzien van witte tegels. Hierin bevindt zich het ronde ijzeren margrietraam met gekleurd glas in de hoekjes. In het midden bevindt zich een gedecoreerde ijzeren handgreep. Hiermee kan men het raam draaien waardoor (het is een dubbel raam) er gelucht kan worden. In deze ruimte bevindt zich op de hoek een rookschouw, waarin hammen werden gerookt. Hiernaast een ronde gemetselde ketel waarin de was werd gekookt. In een afgescheiden ruimte met houten planken in kraalprofiel staat het toilet van de huishoudster. De voorzijde is betegeld; een houten plank met een rond gat waarop een houten deksel was het gemak. Het pand bezit een grote beerput, waar dit en het andere toilet op uitkomen. Een eenvoudige houten trap leidt naar de verdieping. Op de etage bevinden zich diverse slaapkamers. De voorkamer links is bijzonder vanwege het meubilair. Behalve een donker houten kamerscherm en een dito wasmeubel met ovale spiegel en verzonken waskom staat er een groot hemelbed. Dit bed is in twee houtsoorten uitgevoerd in een zeer rijke Neo-barokke stijl, nog met de oorspronkelijke gordijnen en borduursel. Deze inrichting was bedoeld als logies voor de abt der Norbertijnen. De zolder heeft een beschoten grenenhouten kap en bestaat uit een grote ongedeelde ruimte met wasdroogrekken. De voortuin is afgezet door een smeedijzeren hek op een voetmuurtje met ezelsrug en met gietijzeren sierbalusters bij de entree. Het pad naar de voordeur en het pand voorlangs het huis is belegd met gele tegels met een geometrisch reliëfpatroon. De diepe achtertuin wordt omzoomd door een hoge bakstenen muur met steunberen en tandlijst onder de ezelsrugafdekking.
Waardering.
De pastorie is van algemeen belang. Het huis heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling. Architectuurhistorisch is het pand van belang vanwege de stijl en de ornamentiek. Het object is van bijzondere betekenis vanwege de ensemblewaarde vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling van het dorp. Het pand is belangrijk vanwege de gaafheid van het in- en exterieur en in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de dorpse omgeving.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
The RECTORY was built in 1899 on the orders of the Premonstratensians by architect J.H. van den Abeelen from Tilburg. The building, which stands next to the R.K. St. Johanneskerk, is executed in Neo-Gothic style with Art Nouveau elements.
Description.
The two-storey building, partly with basement, comprises five bays and has a square floor plan with a hipped roof topped with slates in Dutch bond. The facades are constructed of machine-made brick, vertically accentuated by a half-brick pilaster at the central entrance and corner pilasters. Horizontal accents are provided by the ashlar plint, lintels and bands of decorative brickwork. The six-light sash windows have an ashlar lintel with quarter-hollow moulding with setting blocks for the segmental arch above. The arch spandrel consists of red and blue tiled mosaic. The fanlights of the ground floor windows are fitted with a floral Art Nouveau motif in stained glass. The double panel door with simple wrought-iron grille and two push bars is located in a pointed-arch porch with ashlar steps. Above the door is a tall three-part pointed-arch window with stained glass. The central panel shows Archbishop Norbertus with the monstrance in hand, with a kneeling heathen at his feet. To the right in the porch is a stone tablet with the text: "A.M.D.G. posuit me pastor Adr. Spierings anno 1899". A wrought-iron pull bell with cross hangs there. In the later carved pointed-arch niche to the left of the front door is a statue of Mary dating from circa 1945. Below the moulded eaves gutter are a dentil moulding and a pointed-arch frieze. This frieze is laid on all sides of the building; likewise, in the centre of each of the four roof slopes, a small roof dormer with roof tile has been placed. A chimney stands on each ridge.
The right side facade has on the ground floor to the right and left a six-light sash window; on the upper floor two of these windows are placed centrally together.
The left side facade has to the left rear a single-storey extension under a flat roof, dating from the time of construction. In this is placed a four-light iron window, a panel door with letter panels and a round iron daisy window with moulded surround. The main building has on the ground floor a six-light window and at the corner a narrow three-light window with Art Nouveau fanlight. On the upper floor two of the three windows are blocked up.
The rear facade has in the centre front a small extension under a flat roof with a balcony with wrought-iron balustrade. In the extension is a specially worked panel door, flanked by two small arched windows. To the left a wide twelve-light window under concrete lintels and to the right a six-light window. On the upper floor opening balcony doors and six-light windows, one of which is bricked up. In the single-storey extension on this side is a panel door with cast-iron grilles, to the left a six-light window and to the right a tall narrow w.c. window. This extension further has a blank left facade and a right facade with a six-light window and crenellations at the eaves.
Behind the front door is a draught porch and a corridor running the length of the building. The draught porch has double doors and a fanlight with floral sandblasted glass. On the floor is marble in a pattern of white and black triangles and squares. The corridor has to the right a rounded-arch niche with wooden carved surround at the top and to the left an oak Neo-Renaissance hall furniture with mirror and metal coat hooks. At the end of the corridor is a small extension with painted glass panel doors, containing the rector's toilet room. On the corridor ceiling a small diamond-shaped stucco rose with small crystal chandelier. To the right of the entrance is the large adjoining room, connected by wide opening doors. Both rooms have a black marble chimney piece with green marble decoration and a large heavy round stucco rose on the ceiling. This is fitted with band and scroll work. In the corners diamond heads of stucco work are placed. All panel doors have oval wooden door knobs. In the front room stands a painted wooden safe with in Gothic letters: "Archivum Parochiae". To the left of the front door is a front room with a black marble chimney piece with simpler green marble decoration. The stucco rose on the ceiling has a diamond shape. A door to the rear left leads today to the rector's bedroom. At the end of the corridor one first reaches a door leading to the cellar. The wooden staircase leads to various rooms with arched brick racks for wine storage and cabinets with fly-mesh. The ceiling consists of barrel vaults, the whole being illuminated by small latticed windows.
After the cellar one enters the present dining room and from there reaches other rooms, such as the former sitting room of the housekeeper and the kitchen. The kitchen has original white tiling and the copper pump with crank in wooden casing. In the extension is the scullery, also fitted with white tiles. In this is the round iron daisy window with coloured glass in the corners. In the centre is a decorated iron handle. With this, one can rotate the window, allowing ventilation (it is a double window). In this space in the corner is a smoke chimney, in which hams were smoked. Beside it a round brick kettle in which the washing was boiled. In a separate room with wooden shelves in bead profile stands the housekeeper's toilet. The front is tiled; a wooden board with a round hole on which a wooden seat was the facilities. The building has a large cesspit, where this and the other toilet drain. A simple wooden staircase leads to the upper floor. On the upper floor are various bedrooms. The front room on the left is remarkable for its furnishings. Besides a dark wooden room screen and a like washstand with oval mirror and recessed washbowl stands a large four-poster bed. This bed is executed in two types of wood in a very rich Neo-Baroque style, still with original curtains and embroidery. This interior was intended as lodging for the Abbot of the Premonstratensians. The attic has a boarded pine roof truss structure and consists of a large undivided space with clothes drying racks. The front garden is enclosed by a wrought-iron fence on a brick plinth with saddle-back profile and with cast-iron ornamental balusters at the entrance. The path to the front door and along the building is paved with yellow tiles with a geometric relief pattern. The deep rear garden is edged by a high brick wall with buttresses and dentil moulding under the saddle-back capping.
Valuation.
The rectory is of general importance. The house has cultural-historical significance as an example of ecclesiastical development. Architecturally, the building is of significance because of its style and ornamentation. The object is of particular importance because of its ensemble value due to its location, linked with the development of the village. The building is important because of the integrity of its interior and exterior and in relation to the structural and visual integrity of the village surroundings.
Nearby in the register
- Boerderij, Heusdenseweg 17Boerderijunder 1 mi
- Gemeentehuis, Raadhuisplein 16Bestuursgebouw en onderdl1 mi
- Boerderij, Grotestraat 47Boerderij1 mi
- Molen, Parallelweg 8Industrie- en poldermolen1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.