Rijksmonumentenregister · Netherlands
Meisjes-H.B.S.
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Schoolgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1916 - 1917
- Address
- Apeldoornseweg 210, 6814 BS Arnhem (and others)
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.99020, 5.90832
- Monument number
- 516841
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Chromo-topographische kaart voor het Garnizoen Ede / bew. door de Militaire Verkenningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalige HOGERE BURGERSCHOOL VOOR MEISJES met CONCIERGEWONING, thans Sonsbeek-Scholengemeenschap, in opdracht van de gemeente Arnhem in 1916-1917 gebouwd naar een ontwerp uit 1915 van ingenieur G.C. Bremer. BREMER (1880-1949) was opgeleid aan de Polytechnische School te Delft. In 1910 vestigde hij zich in Arnhem, alwaar hij een architectenbureau had met A.R. Freem. In 1914-1915 was Bremer kortstondig interim-directeur van Gemeentewerken in Arnhem. Daarna trad hij in dienst bij de Rijksgebouwendienst.
Bremer baseerde zijn ontwerp voor de H.B.S. op een reeds bestaande plattegrond van architect G. Versteeg. De sobere monumentale architectuur vertoont invloeden van het rationalisme (Berlage) en het traditionalisme. De spaarzame gevel-ornamentiek in terracotta is van W.C. Brouwer.
De vrijstaande school is gelegen op de zuidoostelijke hoek van de Apeldoornseweg en de Pontanuslaan, tegenover Park Sonsbeek. Ten noorden van de school en parallel aan de Apeldoornseweg bevindt zich het Sickeszplein met het hoofdkantoor van de Heidemij (K.P.C. de Bazel, 1912). Ten oosten van de school ligt een middenstandswijk uit de jaren twintig met woningen van architect G. Versteeg. Een gemetselde poort aan de zuidzijde van de school verbindt het hoofdgebouw met een conciërgewoning, die, als gevolg van het in zuidelijke richting aflopende terrein, een niveau lager is gelegen. Het hoogteverschil wordt bij de school opgevangen door een terras met voor de hoofdingang een gemetselde trap in de keermuur.
Omschrijving
Gedeeltelijk onderkelderd SCHOOLGEBOUW van twee bouwlagen en zolderverdieping op nagenoeg rechthoekig grondplan met hoek- en middenrisalieten, rondom een binnenplaats. De zolderverdieping heeft een omgaand zadeldak met overstek en bakgoot op metalen goothaken. Ter plaatse van de risalieten is het dak voorzien van schildeinden en rust op een gemetselde borstwering. Het dak is belegt met mastiekplaten (oorspronkelijk leien). De bakstenen gevels zijn in Vlaams verband gemetseld en hebben aan de onderzijde een hoge plint met waterlijst ter hoogte van de lekdorpels (beide van rode zandsteen). De gevels sluiten aan de bovenzijde af met twee uitgemetselde rollagen met bloktandlijst.
De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft een breed middenrisaliet met een centrale ingangspartij: een granieten steektrap leidt naar een rondboogvormig afgesloten portiek met vijf maal inspringende dagkanten (rode zandsteen) en archivolt (baksteen), een dubbele paneeldeur en rondboogvormig afgesloten meerruits bovenlicht. Aan weerszijden van de ingang bevindt zich een korfboogvormig afgesloten venster met inspringende dagkanten van rode zandsteen en bakstenen archivolt. De vensterindeling bestaat uit: een zestienruits stolpraam met vierruits zijlichten, bovenlicht met achtruits valraam en tweeruits zijlichten (verderop in deze tekst kortheidshalve: venstertype A). Ter hoogte van de tussendorpels is een waterlijst van rode zandsteen aangebracht. De verdieping heeft boven de ingang een groot venster dat is samengesteld uit vijf verticale vensters onder rechte strekken, gemetselde penanten en doorgaande lekdorpel van rode zandsteen. Onder elk venster is een rechthoekig terracotta luchtrooster aangebracht. De vensterindeling bestaat uit: een zesruits schuif- of draairaam aan de onderzijde, een vast zesruits raam in het midden en een zesruits valraam aan de bovenzijde (verderop in deze tekst kortheidshalve: venstertype B). Dit samengestelde venster wordt aan weerszijden geflankeerd door een smalle verticale vensterstrook, waarvan de dagkanten (met golvenfries), de blokvormige sluitsteen en de halfronde kraagsteen (blad- en parellijsten) zijn uitgevoerd in terracotta. De middenrisaliet wordt afgesloten door twee uitgemetselde rollagen met bloktandlijst, een hoge gesloten borstwering en een daklijst. Midden op de borstwering prijkt een ovaal medaillon met lauwerrand en polychrome voorstelling van een vrouw ten voeten uit met attributen in haar handen (weefspoel en tak met drie witte lelies) en een spinnewiel aan haar voeten (vermoedelijk Athena). Aan weerszijden van het middenrisaliet bevindt zich zowel in de eerste als in de tweede bouwlaag een vierdelig venster van het type B. De plaats van de kelderramen in de plint correspondeert met deze vensters. In de oksel van de linker en rechter hoek is een uitgemetselde hoge schoorsteen geplaatst.
De LINKER ZIJGEVEL bestaat van links naar rechts uit achtereenvolgens: een vernieuwd éénlaags gedeelte met drie vensters (uitgesloten van bescherming), een éénlaags gedeelte van twee traveeën met borstwering, een tweelaags risaliet van één travee met borstwering, een tweelaags gedeelte van drie traveeën en een tweelaags hoekrisaliet van één travee met borstwering. De traveeën zijn voorzien van drie- en vierdelige vensters van het type B. De hoekrisaliet heeft bovendien in de eerste bouwlaag een zestienruits stolpraam met vierruits bovenlicht en een venster van het type A. De andere risaliet heeft in de eerste bouwlaag een korfboogvormig afgesloten ingang, voorzien van een nieuwe dubbele deur en meerruits bovenlicht. Een hoge schoorsteen met uitgemetselde top en een met koper bekleed tentdakje flankeert dit risaliet aan de linker achterzijde. Het gevelgedeelte tussen de risalieten heeft in het midden van de tweede bouwlaag een ovaal twaalfruits venster met rood zandstenen omlijsting en lauwerkransrand.
De RECHTER ZIJGEVEL bestaat van links naar rechts uit achtereenvolgens: een tweelaags hoekrisaliet van één travee met borstwering, een tweelaags gedeelte van drie traveeën, een tweelaags risaliet van één travee met borstwering, een tweelaags gedeelte van één travee, een teruggelegen éénlaags gedeelte van één travee. Alle traveeën zijn voorzien van een vier- of vijfdelig venster van het type B. De hoekrisaliet heeft in de eerste bouwlaag bovendien een korfboogvormig afgesloten ingang met dubbele deur voorzien van smeedijzeren beslag en venster van het type A, beide met hanekam. De korfboogvormig afgesloten ingang in het rechter éénlaags gedeelte is dicht gemetseld. Het éénlaags POORTGEBOUWTJE tegen de rechter zijgevel heeft een plat dak met borstwering en een rechthoekig grondplan. De voorgevel heeft twee rondboogvormig afgesloten dubbele paneeldeuren met hanekammen. Het interieur bezit een gestuct kruisgewelf en aan alle vier zijden een ingang. De symmetrisch ingedeelde éénlaags ACHTERGEVEL heeft een omvang van vijf traveeën (gymnastieklokaal) plus twee hoekrisalieten. De vijf traveeën zijn voorzien van recht gesloten spaarvelden waarin dubbele houten deuren met ruitjes en meerruits bovenlichten. De linker risaliet heeft een dicht gemetselde korfboogvormige doorgang (zie ook rechter zijgevel). De rechter risaliet bestaat uit vernieuwd metselwerk en invullingen. De rechthoekige BINNENPLAATS wordt omgeven door tweelaags bakstenen gevels in Vlaams verband. De gevels hebben aan de onderzijde een trasraam met rollaag en worden aan de bovenzijde afgesloten door twee uitgemetselde rollagen met bloktandlijst. De west-, noord- en zuidgevel worden geleed door korfboogvormig afgesloten spaarvelden. Elk spaarveld heeft zowel in de eerste als in de tweede bouwlaag een korfboogvormig afgesloten meerruits venster. De vakken onder de vensters van de tweede bouwlaag zijn voorzien van metselmozaïek en een terracotta ornament in het midden (Grieks kruis met cirkel-, bloem- en bladmotieven). De vijf traveeën brede westgevel heeft afgeschuinde hoeken en in het midden een inpandig portiek (wit/bruin betegelde vloer in schaakbordpatroon, gestucte kruisgewelven). Het portiek wordt afgesloten door een korfboogstelling op twee zwart granieten zuilen met zandstenen basementen (voluten en bladmotieven op de hoeken) en zandstenen kapitelen (hoge bladlijst en voluten). De vier traveeën brede oostgevel wordt geleed door boven de daklijst uitstekende lisenen. Elke travee heeft in de eerste en tweede bouwlaag een groot rechthoekig venster met negen vierruits ramen. Onder de vensters zijn vierkante luchtroosters aangebracht van terracotta met gestileerd bloemmotief.
Het INTERIEUR verkeert voor een belangrijk deel nog in oorspronkelijke staat. Het betreft hier dan vooral de hal, de gangen en het trappenhuis. De andere ruimten, zoals leslokalen, kantoren en lerarenkamer zijn soms opnieuw ingedeeld, van functie veranderd of gemoderniseerd. Via een vestibule wordt de vijf traveeën brede hal bereikt, waarvan de middelste drie traveeën worden afgesloten door een kruisgewelf en de hoektraveeën door een tongewelf. De enigszins gedrukte gewelven worden van elkaar gescheiden door korfboogvormige gordelbogen. Dit is overigens niet het geval in de beide op de hal uitkomende gangen die ook door kruisgewelven worden afgesloten. De wanden van hal en gangen zijn afwisselend tot ca. 1m. en ca. 2m. hoogte bedekt met in Vlaams verband gemetselde gele geglazuurde baksteen, op een plint van Naamse steen en afgesloten met resp. gemetselde rollagen en geprofileerde lijsten van Naamse steen. De vloeren van hal en gangen zijn bedekt met een geometrisch patroon van donkerbruine, grijze en witte tegels. In de gangen hangen nog de oorspronkelijke druppelvormige lampen van glas en metaal.
Aan het rechter uiteinde van de hal bevindt zich het trappenhuis met een bordestrap met twee armen. De trap naar de kelder bezit treden van graniet, de trap naar de verdieping heeft treden van travertijn. Hiertussen bevindt zich een zuil van travertijn met een basement en een gebeeldhouwd kapiteel van Naamse steen. Het romaans geïnspireerde kapiteel is aan vier zijden voorzien van een gebeeldhouwde voorstelling van twee gestileerde, met de staarten tegen elkaar geplaatste eekhoorns, die aan eikels knabbelen en met hun achterpoten de krans van eikenloof omklemmen, die zich aan de voet van het kapiteel bevindt. De wanden van het trappenhuis zijn tot ca. 1m. hoogte bedekt met gele geglazuurde baksteen op een plint van Naamse steen en afgedekt met een geprofileerde lijst eveneens van Naamse steen. De geornamenteerde ijzeren trapleuningen hebben houten handlijsten met gekrulde uiteinden. Aan de muurzijde is de leuning verdwenen.
Op de eerste verdieping bevindt zich boven de hal van de begane grond een hal van gelijke afmetingen. Hier worden echter alle vijf traveeën door tongewelven afgesloten. De gangen en de ruimte boven de loggia op de begane grond bezitten kruisgewelven. De opbouw van de wanden is hetzelfde als op de begane grond. De twee dubbele deuren naar de huidige kantine worden geflankeerd door platen van travertijn.
De huidige lerarenkamer aan het linker uiteinde van de hal is voor een deel nog oorspronkelijk, hoewel de moderne beschildering (spierwit met fel groenblauw) afbreuk doet aan het geheel. De kamer, op rechthoekig grondplan met enigszins afgeschuinde hoeken, bezit een omgaande houten lambrizering van ca. 2.50m. hoog, geleed door gecanneleerde houten pilasters en afgesloten door een gekornist hoofdgestel. In de westelijke wand bevindt zich een grote granieten schouw.
CONCIERGEWONING van twee bouwlagen en zolder op rechthoekig grondplan. De bakstenen gevels zijn in Vlaams verband gemetseld. De eerste bouwlaag heeft op regelmatige afstand een terugliggende baksteenlaag (rustica-effect) en wordt afgesloten door een forse waterlijst van rode zandsteen. De uitgespaarde rechthoekige muuropeningen zijn in de eerste bouwlaag merendeels voorzien van tweelichts-schuifraamkozijnen, en in de tweede bouwlaag stolpramen; alle met lekdorpels van rode zandsteen. In de linker zijgevel bevindt zich een rondboogingang met paneeldeur en hanekam. Tegen de achtergevel bevindt zich aansluitend op de linker zijgevel een loggia met drie rondbogen. De achterdeur is vernieuwd. Aansluitend op de rechter zijgevel is een elektriciteitshuisje gebouwd. Het platte dak heeft een daklijst van rode zandsteen. Op het dak is een ontluchtingskanaal geplaatst. In de voorgevel bevindt zich een brede rondboogvormig afgesloten ingang waarin een ijzeren dubbele rondboogdeur, die geplaatst is op een ijzeren profielbalk waaronder gietijzeren roosters. Links hiervan bevindt zich een rechtgesloten deurtje. Het flauw hellende schilddak is gedekt met geschubde leien in Maasdekking en heeft een fors overstek met een bakgoot op metalen goothaken. Op de nokuiteinden zijn schoorstenen geplaatst.
Waardering:
SCHOOLGEBOUW (meisjes-H.B.S.) met CONCIERGEWONING in 1916-1917 gebouwd naar een ontwerp uit 1915 van ingenieur G.C. Bremer op een reeds bestaande plattegrond van architect G. Versteeg.
- Van architectuurhistorisch belang als voorbeeld van een goed en gaaf voorbeeld van een monumentaal schoolgebouw in een sobere stijl die invloeden van het rationalisme en het traditionalisme vertoont. Bovendien bezit de school architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van G.C. Bremer. Tenslotte is de school van architectuurhistorisch belang vanwege de bijzondere terracotta gevel-ornamentiek van W.C. Brouwer en het vrij gaaf bewaard gebleven interieur.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de prominente ligging op de zuidoostelijke hoek van de Apeldoornseweg en de Pontanuslaan, tegenover Park Sonsbeek en het kantoor van de Heidemij (K.P.C. de Bazel, 1912). De school en de aangrenzende conciërgewoning vormen samen een karakteristiek ensemble, gelegen op een in zuidelijke richting aflopend terrein.
- Van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de in deze tijd gangbare pedagogische opvatting dat het schoolgebouw een aansprekende omgeving moest vormen opdat de leerlingen met de positieve waarden van de schone kunsten in aanraking zouden komen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former HIGHER GIRLS' SCHOOL with CARETAKER'S DWELLING, now Sonsbeek School Community, built for the municipality of Arnhem in 1916-1917 according to a design from 1915 by engineer G.C. Bremer. BREMER (1880-1949) was trained at the Polytechnic School in Delft. In 1910 he established himself in Arnhem, where he had an architectural office with A.R. Freem. In 1914-1915 Bremer was briefly interim director of Public Works in Arnhem. Subsequently he entered the service of the National Buildings Service.
Bremer based his design for the H.B.S. on an already existing floor plan by architect G. Versteeg. The austere monumental architecture shows influences of rationalism (Berlage) and traditionalism. The sparse facade ornamentation in terracotta is by W.C. Brouwer.
The detached school is located on the south-eastern corner of Apeldoornseweg and Pontanuslaan, opposite Park Sonsbeek. To the north of the school and parallel to Apeldoornseweg is Sickeszplein with the head office of the Heidemij (K.P.C. de Bazel, 1912). To the east of the school lies a middle-class residential district from the 1920s with houses by architect G. Versteeg. A brick gate on the south side of the school connects the main building with a caretaker's dwelling, which, as a result of the sloping terrain in the southern direction, is situated one level lower. The height difference is accommodated at the school by a terrace with a brick staircase in the retaining wall in front of the main entrance.
Description
Partially cellared SCHOOL BUILDING of two storeys and attic storey on an approximately rectangular ground plan with corner and central projections, arranged around a courtyard. The attic storey has a surrounding gabled roof with overhang and gutter on metal gutter hooks. At the projections the roof is provided with hipped ends and rests on a brick parapet. The roof is covered with mastic sheets (originally slate). The brick facades are laid in Flemish bond and have at the base a high plinth with drip moulding at the height of the downspout ledges (both of red sandstone). The facades are closed at the top with two projecting courses with block-tooth cornice.
The symmetrically arranged FRONT FACADE has a broad central projection with a central entrance section: a granite flight of steps leads to a round-arched enclosed porch with five recessed jambs (red sandstone) and archivolt (brick), a double panel door and round-arched enclosed multi-ruit fanlight. On either side of the entrance is a basket-arched enclosed window with recessed jambs of red sandstone and brick archivolt. The window arrangement consists of: a sixteen-ruite sash window with four-ruite side lights, fanlight with eight-ruite drop window and two-ruite side lights (hereafter in this text for brevity: window type A). At the height of the intermediate ledges a drip moulding of red sandstone is applied. The storey has above the entrance a large window composed of five vertical windows under straight spans, brick mullions and continuous downspout ledge of red sandstone. Below each window is a rectangular terracotta air vent. The window arrangement consists of: a six-ruite sash or pivot window at the bottom, a fixed six-ruite window in the middle and a six-ruite drop window at the top (hereafter in this text for brevity: window type B). This composite window is flanked on either side by a narrow vertical window strip, of which the jambs (with wave frieze), the block-shaped voussoir and the semi-circular corbel (leaf and pearl mouldings) are executed in terracotta. The central projection is closed by two projecting courses with block-tooth cornice, a high solid parapet and a roof cornice. In the middle of the parapet stands an oval medallion with laurel border and polychrome depiction of a woman in full-length figure with attributes in her hands (weaving spool and branch with three white lilies) and a spinning wheel at her feet (presumably Athena). On either side of the central projection is in both the first and second storey a four-part window of type B. The position of the cellar windows in the plinth corresponds with these windows. In the corner of the left and right sides is a projecting tall chimney.
The LEFT SIDE FACADE consists from left to right successively of: a renewed single-storey section with three windows (excluded from protection), a single-storey section of two bays with parapet, a two-storey projection of one bay with parapet, a two-storey section of three bays and a two-storey corner projection of one bay with parapet. The bays are furnished with three- and four-part windows of type B. The corner projection also has in the first storey a sixteen-ruite sash window with four-ruite fanlight and a window of type A. The other projection has in the first storey a basket-arched enclosed entrance, provided with a new double door and multi-ruit fanlight. A tall chimney with projecting top and copper-clad hipped roof flanks this projection on the left rear side. The facade section between the projections has in the middle of the second storey an oval twelve-ruite window with red sandstone surround and laurel wreath border.
The RIGHT SIDE FACADE consists from left to right successively of: a two-storey corner projection of one bay with parapet, a two-storey section of three bays, a two-storey projection of one bay with parapet, a two-storey section of one bay, a recessed single-storey section of one bay. All bays are furnished with a four- or five-part window of type B. The corner projection also has in the first storey a basket-arched enclosed entrance with double door fitted with wrought-iron fittings and window of type A, both with hood-moulding. The basket-arched enclosed entrance in the right single-storey section is brick-sealed. The single-storey GATEWAY STRUCTURE against the right side facade has a flat roof with parapet and a rectangular ground plan. The front facade has two round-arched double panel doors with hood-mouldings. The interior possesses a stuccoed cross vault and an entrance on all four sides. The symmetrically arranged single-storey REAR FACADE has a span of five bays (gymnasium) plus two corner projections. The five bays are furnished with straight-closed spandrels in which double wooden doors with panes and multi-ruit fanlights. The left projection has a brick-sealed basket-arched passage (see also right side facade). The right projection consists of renewed brickwork and infill. The rectangular COURTYARD is surrounded by two-storey brick facades in Flemish bond. The facades have at the base a travertine course with projecting course and are closed at the top by two projecting courses with block-tooth cornice. The west, north and south facades are articulated by basket-arched enclosed spandrels. Each spandrel has in both the first and second storey a basket-arched enclosed multi-ruit window. The sections below the windows of the second storey are provided with brick mosaic and a terracotta ornament in the middle (Greek cross with circle, flower and leaf motifs). The five-bay-wide west facade has chamfered corners and in the middle an interior porch (white/brown tiled floor in chequerboard pattern, stuccoed cross vaults). The porch is closed by a basket arch on two black granite columns with sandstone bases (volutes and leaf motifs at the corners) and sandstone capitals (tall leaf moulding and volutes). The four-bay-wide east facade is articulated by pilaster strips projecting above the roof cornice. Each bay has in the first and second storey a large rectangular window with nine four-ruite panes. Below the windows are square terracotta air vents with stylised flower motif.
The INTERIOR is for an important part still in original condition. This particularly concerns the hall, the corridors and the stairwell. The other spaces, such as classrooms, offices and staff room have sometimes been rearranged, changed in function or modernised. Via a vestibule the five-bay-wide hall is reached, of which the middle three bays are closed by a cross vault and the corner bays by a barrel vault. The somewhat compressed vaults are separated from each other by basket-arched transverse arches. This is moreover not the case in both corridors opening onto the hall which are also closed by cross vaults. The walls of hall and corridors are alternately up to approximately 1m. and approximately 2m. height covered with yellow glazed brick laid in Flemish bond, on a plinth of Belgian Black marble and closed with respectively projecting courses and profiled mouldings of Belgian Black marble. The floors of hall and corridors are covered with a geometric pattern of dark brown, grey and white tiles. In the corridors the original drop-shaped lamps of glass and metal are still hanging.
At the right end of the hall is the stairwell with a main staircase with two flights. The staircase to the cellar has steps of granite, the staircase to the storey has steps of travertine. Between these is a column of travertine with a base and a sculptured capital of Belgian Black marble. The Romanesque-inspired capital is on four sides provided with a sculptured depiction of two stylised squirrels, placed with their tails against each other, nibbling at acorns and with their hind legs grasping the wreath of oak leaves, which is located at the base of the capital. The walls of the stairwell are up to approximately 1m. height covered with yellow glazed brick on a plinth of Belgian Black marble and topped with a profiled moulding also of Belgian Black marble. The ornamental iron stair railings have wooden handrails with curved ends. On the wall side the railing has disappeared.
On the first storey above the hall of the ground floor is a hall of equal dimensions. Here, however, all five bays are closed by barrel vaults. The corridors and the space above the loggia on the ground floor have cross vaults. The construction of the walls is the same as on the ground floor. The two double doors to the current canteen are flanked by plates of travertine.
The current staff room at the left end of the hall is for the most part still original, although the modern painting (bone white with bright blue-green) detracts from the whole. The room, on a rectangular ground plan with slightly chamfered corners, has an encircling wooden wainscot approximately 2.50m. high, articulated by fluted wooden pilasters and closed by a corniced cornice. In the western wall is a large granite fireplace.
CARETAKER'S DWELLING of two storeys and attic on a rectangular ground plan. The brick facades are laid in Flemish bond. The first storey has at regular intervals a recessed brick course (rustication effect) and is closed by a substantial drip moulding of red sandstone. The recessed rectangular wall openings are in the first storey mostly furnished with two-light sash window frames, and in the second storey sash windows; all with downspout ledges of red sandstone. In the left side facade is a round-arched entrance with panel door and hood-moulding. Against the rear facade adjoining the left side facade is a loggia with three round arches. The rear door is renewed. Adjoining the right side facade is an electricity housing built. The flat roof has a roof cornice of red sandstone. On the roof is a ventilation duct placed. In the front facade is a broad round-arched enclosed entrance in which an iron double round-arched door, which is placed on an iron profile beam below which are cast-iron grilles. To the left of this is a right-angled small door. The gently sloping hipped roof is covered with grooved slate in Maas covering and has a substantial overhang with a gutter on metal gutter hooks. At the ridge ends are chimneys placed.
Valuation:
SCHOOL BUILDING (girls' H.B.S.) with CARETAKER'S DWELLING built in 1916-1917 according to a design from 1915 by engineer G.C. Bremer on an already existing floor plan by architect G. Versteeg.
- Of architectural historical importance as an example of a good and intact example of a monumental school building in a austere style which shows influences of rationalism and traditionalism. Moreover the school has architectural historical value as part of the oeuvre of G.C. Bremer. Finally the school is of architectural historical importance because of the exceptional terracotta facade ornamentation by W.C. Brouwer and the relatively well-preserved interior.
- Of urban planning value because of the prominent location on the south-eastern corner of Apeldoornseweg and Pontanuslaan, opposite Park Sonsbeek and the office of the Heidemij (K.P.C. de Bazel, 1912). The school and the adjoining caretaker's dwelling together form a characteristic ensemble, located on terrain sloping in the southern direction.
- Of cultural historical importance as a particular expression of the pedagogical views current at this time that the school building should provide an appealing environment so that pupils would come into contact with the positive values of the fine arts.
Nearby in the register
- Woonhuis, Pontanuslaan 2Woonhuisunder 1 mi
- Bijgebouw, Tellegenlaan 1Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Woonhuis, Pontanuslaan 10Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Pontanuslaan 7Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.