Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Dorpsstraat 41
Zieuwent, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1898 - 1899
- Address
- Dorpsstraat 41, 7136 LG Zieuwent (Oost Gelre 25) (and others)
- Place
- Zieuwent
- Municipality
- Oost Gelre
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.00343, 6.51898
- Part of complex
- 516277
- Monument number
- 516278
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "41 Aalten" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
De PASTORIE met KOETSHUIS annex CATECHISATIEGEBOUW is gebouwd op een samengestelde plattegrond en heeft twee bouwlagen onder een samengesteld afgeplat schilddak gedekt met leien in maasdekking. De nokeinden van het linker deel van de kap worden, evenals de dakkapellen, bekroond door pirons. In het voorschild bevinden zich twee dakkapellen. Zowel in het achterschild als het rechter zijschild bevindt zich telkens één dakkapel.
Het pand is opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband. Daarnaast zijn diverse soorten profielsteen toegepast bij het samenstellen van architraaf- en waterlijsten alsmede friezen. In de voorgevel is bovendien zwarte-grijze baksteen toegepast voor ruitvormige decoraties. Het pand heeft een omlopende licht uitgemetselde door profielsteen afgesloten plint. Ter hoogte van de bakstenen lekdorpels van de vensters bevindt zich zowel op de begane grond als de verdieping een omlopende waterlijst die samengesteld is uit profielsteen. De gevels worden afgesloten door een architraaflijst, uitkragend fries (beiden uit profielsteen samengesteld) en een met leisteen beklede daklijst. De gevels worden verder verlevendigd door smeedijzeren muurankers die per verdieping verschillen.
De asymmetrisch ingedeelde drie traveeën brede VOORGEVEL heeft in de middelste travee de ingang. De entree heeft een hardstenen stoep met drie treden. De door een blinde segmentboog afgesloten iets verdiept gelegen ingang is voorzien van een fraaie dubbele deur met in iedere deur vier briefpanelen en twee ruiten waarvoor smeedijzeren raamhekjes geplaatst zijn. Het vierdelig bovenlicht is van glas-in-lood voorzien. De verdieping bezit een enkelruits schuifraam met een van glas-in-lood voorzien bovenlicht. De linker travee risaleert en heeft zowel op de begane grond als op de verdieping een door een blinde segmentboog afgesloten venster dat voorzien is van twee gekoppelde enkelruits schuiframen met van glas-in-lood voorziene bovenlichten. Aan weerszijden bevindt zich ruitvormig siermetselwerk dat uitgevoerd is in zwart-grijze baksteen. De rechter travee bezit zowel op de begane grond als op de verdieping een door een blinde segmentboog afgesloten venster dat voorzien is van een enkelruits schuifraam met een tweedelig van glas-in-lood voorzien bovenlicht.
De LINKER ZIJGEVEL is asymmetrisch ingedeeld en vijf traveeën breed. De linker travee die slechts één bouwlaag heeft, bezit een door een blinde segmentboog afgesloten venster dat voorzien is van twee gekoppelde enkelruits schuiframen met van glas-in-lood voorziene bovenlichten. De tweede en de vierde travee bezitten zowel op de begane grond als op de verdieping een door een blinde segmentboog afgesloten venster dat voorzien is van een enkelruits schuifraam met een tweedelig van glas-in-lood voorzien bovenlicht. De tweede travee bezit tevens een kelderlicht. De door een trapgevel afgesloten derde travee, waarachter het trappenhuis gelegen is, is rijker behandeld en risaleert licht. Op de begane grond bevindt zich een ingang die bestaat uit een door een segmentboog afgesloten nis waarin een vernieuwde deur gelegen is. Het bovenliggende geveldeel wordt gekenmerkt door een door een spitsboog afgesloten spaarveld waarin zich tussen de begane grond en de verdieping twee gekoppelde door segmentboogjes afgesloten vensters met glas-in-lood bevinden. Hierboven bevinden zich twee gekoppelde spitsboogvensters die eveneens van glas-in-lood voorzien zijn en een occulus met glas-in-lood. De afsluitende trapgevel heeft uitkragende schouders en heeft in de top een pinakel. De vijfde, rechter travee heeft op de begane grond een door een blinde segmentboog afgesloten muuropening die voorzien is van dubbele tuindeuren met een driedelig, van glas-in-lood voorzien bovenlicht. Oorspronkelijk bevond zich hier een veranda. De verdieping bezit een door een blinde segmentboog afgesloten venster dat voorzien is van een enkelruits schuifraam met een tweedelig van glas-in-lood voorzien bovenlicht.
De asymmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL heeft op de begane grond van het uitgebouwde linker geveldeel een erker met een bovenliggend balkon. De erker is mogelijk eerst in de jaren twintig tot stand gekomen op de plaats van een veranda. De erker bezit dubbele schuifdeuren uit de bouwtijd van de pastorie alsmede enkelruits ramen en bovenlichten aan de voorzijde. De korte zijden zijn in baksteen opgetrokken. Rechts van de erker heeft de gevel een deur met een 4-ruits bovenlicht. Tegen de linker zijgevel bevindt zich een latere aanbouw die een verbinding vormt tussen de kerk en de pastorie. De verdieping bezit links dubbele balkondeuren met een tweedelig bovenlicht en rechts een niet-oorspronkelijke deur alsmede een klein rechthoekig venster. Boven in de gevel bevindt zich een blind segmentboogje die het restant vormt van een venster dat zich hier oorspronkelijk bevond. Het éénlaags geveldeel rechts waarop het koetshuis aansluit bezit een smal enkelruits raampje.
De RECHTER ZIJGEVEL is drie traveeën breed en nagenoeg symmetrisch ingedeeld. Zowel op de begane grond als de verdieping bevinden zich drie door blinde segmentboogjes afgesloten vensters die ieder voorzien zijn van een enkelruits schuifraam met een tweedelig van glas-in-lood voorzien bovenlicht.
Het pand bezit een waardevol, nog grotendeels bewaard gebleven INTERIEUR. Een opvallend onderdeel, naast de met marmer belegde vloer van de gang, de paneeldeuren, het trappenhuis en de diverse marmeren schoorsteenmantels vormen de stucornamenten van de plafonds. Deze rijk gedecoreerde ornamenten zijn in de trant van de Neo-Gotiek uitgevoerd en zijn mogelijk vervaardigd naar ontwerp van Boerbooms. Het betreft hier steeds hetzelfde ornament dat naar gelang het belang van de kamer groter of kleiner, rijker of eenvoudiger uitgevoerd is.
Het KOETSHUIS is in hoofdvorm afgeleid van de T-boerderij en is gebouwd op een T-vormige plattegrond en bestaat uit een dwarsgeplaatst éénlaags voorhuis onder een schilddak met een smaller achterhuis onder een schilddak met de nok haaks op het voorhuis. Het dak is belegd met gesmoorde Oud-Hollandse pannen. In het voorschild bevinden zich twee kleine dakkapellen als op de pastorie. Het pand is opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband. De gevels van het voorhuis worden afgesloten door een uitkragend gemetseld fries en een eenvoudige geprofileerde kroonlijst.
Het linker deel van het gebouw was ingericht ten behoeve van het catechismusonderricht, het middendeel met het achterhuis was ingericht als koetshuis terwijl het rechter deel de functie van (bij)keuken had. De vier traveeën brede VOORGEVEL is asymmetrisch ingedeeld. De twee linker traveeën bezitten beide een door een blind segmentboogje afgesloten venster dat voorzien is van een T-schuifraam met tweedelig bovenlicht. De derde travee heeft door een segmentboog afgesloten dubbele schuurdeuren. De vierde travee bezit een breed venster dat voorzien is van twee gekoppelde door segmentboogjes afgesloten T-schuiframen met enkelruits bovenlichten. De LINKER ZIJGEVEL van het voorhuis bezit een door een blind segmentboogje afgesloten deur met een enkelruits bovenlicht. De gevel van het achterhuis bezit in het midden een opgeklampte deur en rechts een klein vierkant enkelruits raampje. De ACHTERGEVEL van het voorhuis heeft links een door een blind segmentboogje afgesloten opgeklampte deur. De achtergevel van het achterhuis heeft in het midden een rechtgesloten opgeklampte deur. Rechts bevindt zich een halfrond 3-ruits gietijzeren stalraampje. Eenzelfde, links in de gevel gelegen, venster is dichtgemetseld. De RECHTER ZIJGEVEL van het voorhuis bezit een door een blind segmentboogje afgesloten venster dat voorzien is van een T-schuifraam met een gedeeld bovenlicht. De gevel van het achterhuis heeft in het midden een door een rollaag afgesloten kelderlicht. Het interieur bezit nog verschillende oorspronkelijke interieurelementen waaronder een (bij)keuken van de pastorie die voorzien is van een terrazzovloer en een grote schouw.
Waardering
PASTORIE met zowel kenmerken van de Neo-Renaissance als de Neo-Gotiek uit jaren 1898-1899 naar een ontwerp uit 1897 van de Arnhemse architect J.W. BOERBOOMS met een in de kern waarschijnlijk ouder KOETSHUIS.
Architectuurhistorische waarden:
- De pastorie is van belang als karakteristiek voorbeeld van de laat negentiende eeuwse Neo-Renaissance stijl waarin tevens invloeden van de Neo-Gotiek herkenbaar zijn. De ingetogen toepassing van deze twee stijlen is typerend voor veel katholieke pastorieën in het laatste kwart van de 19de eeuw. Het naastgelegen koetshuis is volgens de plaatselijke tradities gebouwd in een op de T-boerderij geïnspireerde vorm. De pastorie wordt gekenmerkt door hoogwaardige esthetische kwaliteiten die onder meer tot uitdrukking komen in de gave verhoudingen, de zorgvuldige en bijzondere detaillering, het materiaalgebruik en de ornamentiek. De pastorie bezit nog veel oorspronkelijke interieurelementen waarvan de stucornamenten met engelen opvallen die mogelijk eveneens naar ontwerp van Boerbooms vervaardigd zijn. De pastorie is tevens belang voor het oeuvre van de architect J.W. Boerbooms. De St. Werenfriduskerk c.a. vormt het chef d'oeuvre van deze architect.
Stedenbouwkundige waarden:
- De pastorie en het koetshuis zijn van belang als functioneel onderdeel van het R.K. kerkcomplex St. Werenfridus en tevens van bijzondere betekenis voor het aanzien van de historisch gegroeide dorpskern van Zieuwent door de situering op de hoek van de Dorpsstraat en de Harreveldseweg.
Cultuurhistorische waarden:
- De pastorie geeft een goed beeld van de huisvesting en de maatschappelijke positie van de geestelijkheid, in het bijzonder die van pastoor en kapelaans, in de late negentiende eeuw.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
The RECTORY with COACH HOUSE annex CATECHISM BUILDING is built on a composite floor plan and has two storeys under a composite hipped roof covered with slates in Dutch bond. The ridge ends of the left part of the roof are, as are the roof dormers, crowned by finials. In the front roof slope there are two roof dormers. In both the rear roof slope and the right side roof slope there is one roof dormer each.
The building is constructed of brickwork, laid in Flemish bond. Additionally, various types of moulded brick are used in assembling architrave and drip mouldings as well as friezes. The front facade also employs black-grey brickwork for diamond-shaped decoration. The building has a continuous slightly projecting plinth finished with moulded brick. At the level of the brick drip edges of the windows, both on the ground floor and the upper storey there is a continuous drip moulding composed of moulded brick. The facades are finished with an architrave moulding, projecting frieze (both composed of moulded brick) and a cornice clad with slate. The facades are further enlivened by wrought-iron wall anchors which vary per storey.
The asymmetrically arranged three-bay wide FRONT FACADE has the entrance in the central bay. The entrance has a stone step with three treads. The slightly recessed entrance closed off by a blind segmental arch is furnished with a fine double door with four letter panels in each door and two lights for which wrought-iron window grilles have been placed. The four-light fanlight is provided with leaded glass. The upper storey possesses a single-light sash window with a leaded glass fanlight. The left bay projects and has both on the ground floor and on the upper storey a window closed off by a blind segmental arch that is provided with two coupled single-light sash windows with leaded glass fanlights. On either side there is diamond-shaped decorative brickwork executed in black-grey brickwork. The right bay possesses both on the ground floor and on the upper storey a window closed off by a blind segmental arch that is provided with a single-light sash window with a two-light leaded glass fanlight.
The LEFT SIDE FACADE is asymmetrically arranged and five bays wide. The left bay which has only one storey possesses a window closed off by a blind segmental arch that is provided with two coupled single-light sash windows with leaded glass fanlights. The second and fourth bays possess both on the ground floor and on the upper storey a window closed off by a blind segmental arch that is provided with a single-light sash window with a two-light leaded glass fanlight. The second bay also possesses a cellar light. The third bay closed off by a stepped gable, behind which the staircase is located, is treated more richly and projects slightly. On the ground floor there is an entrance consisting of a recessed bay closed off by a segmental arch in which a renewed door is located. The above facade section is characterised by a spare field closed off by a pointed arch in which between the ground floor and the upper storey there are two coupled windows closed off by segmental arches with leaded glass. Above these are two coupled pointed arch windows which are also provided with leaded glass and an oculus with leaded glass. The closing stepped gable has projecting shoulders and has a pinnacle at its apex. The fifth, right bay has on the ground floor a wall opening closed off by a blind segmental arch that is provided with double garden doors with a three-light fanlight provided with leaded glass. Originally there was a veranda here. The upper storey possesses a window closed off by a blind segmental arch that is provided with a single-light sash window with a two-light leaded glass fanlight.
The asymmetrically arranged REAR FACADE has on the ground floor of the extended left facade section an oriel with an above-lying balcony. The oriel was possibly first created in the twenties in place of a veranda. The oriel possesses double sliding doors from the construction period of the rectory as well as single-light windows and fanlights on the front. The short sides are constructed of brickwork. To the right of the oriel the facade has a door with a 4-light fanlight. Against the left side facade there is a later addition that forms a connection between the church and the rectory. The upper storey has on the left double balcony doors with a two-light fanlight and on the right a non-original door as well as a small rectangular window. Above in the facade there is a blind segmental arch which forms the remnant of a window that originally was located here. The single-storey facade section on the right to which the coach house adjoins possesses a narrow single-light window.
The RIGHT SIDE FACADE is three bays wide and arranged almost symmetrically. Both on the ground floor and the upper storey there are three windows closed off by blind segmental arches each provided with a single-light sash window with a two-light leaded glass fanlight.
The building possesses a valuable, largely preserved INTERIOR. A striking component, besides the marble-clad hallway floor, the panelled doors, the staircase and the various marble chimney surrounds, are formed by the stucco ornaments of the ceilings. These richly decorated ornaments are executed in the manner of Neo-Gothic and are possibly made after a design by Boerbooms. This is always the same ornament which, according to the importance of the room, is executed larger or smaller, richer or simpler.
The COACH HOUSE is in its main form derived from the T-shaped farmhouse and is built on a T-shaped floor plan and consists of a transversely placed single-storey front building under a hipped roof with a narrower rear building under a hipped roof with the ridge perpendicular to the front building. The roof is covered with salvaged Dutch tiles. In the front roof slope there are two small roof dormers as on the rectory. The building is constructed of brickwork, laid in Flemish bond. The facades of the front building are finished by a projecting moulded frieze and a simple moulded cornice.
The left part of the building was fitted out for catechism instruction, the central section with the rear building was fitted out as a coach house while the right part had the function of (additional) kitchen. The four-bay wide FRONT FACADE is asymmetrically arranged. The two left bays both possess a window closed off by a blind segmental arch that is provided with a T-sash window with two-light fanlight. The third bay has double barn doors closed off by a segmental arch. The fourth bay possesses a wide window that is provided with two coupled T-sash windows closed off by segmental arches with single-light fanlights. The LEFT SIDE FACADE of the front building possesses a door closed off by a blind segmental arch with a single-light fanlight. The facade of the rear building possesses in the middle an affixed door and on the right a small square single-light window. The REAR FACADE of the front building has on the left an affixed door closed off by a blind segmental arch. The rear facade of the rear building has in the middle a straight-lined affixed door. On the right there is a semicircular 3-light cast-iron stable window. An identical window, located on the left of the facade, is bricked up. The RIGHT SIDE FACADE of the front building possesses a window closed off by a blind segmental arch that is provided with a T-sash window with a divided fanlight. The facade of the rear building has in the middle a cellar light closed off by a brick course. The interior still possesses various original interior elements including an (additional) kitchen of the rectory which is provided with a terrazzo floor and a large chimney.
Valuation
RECTORY with both characteristics of the Neo-Renaissance and the Neo-Gothic from 1898-1899 after a design from 1897 by Arnhem architect J.W. BOERBOOMS with a coach house that is probably older in its core.
Architectural-historical values:
- The rectory is significant as a characteristic example of the late nineteenth-century Neo-Renaissance style in which influences of the Neo-Gothic are also recognisable. The restrained application of these two styles is typical of many Catholic rectories in the last quarter of the 19th century. The adjacent coach house is according to local traditions built in a form inspired by the T-shaped farmhouse. The rectory is characterised by high-quality aesthetic qualities which are expressed amongst others in the pleasing proportions, the careful and particular detailing, the use of materials and the ornamentation. The rectory still possesses many original interior elements of which the stucco ornaments with angels stand out which are possibly also made after a design by Boerbooms. The rectory is also significant for the oeuvre of architect J.W. Boerbooms. The St. Werenfridus church etc. forms the chef d'oeuvre of this architect.
Urban-planning values:
- The rectory and the coach house are significant as a functional component of the Roman Catholic church complex St. Werenfridus and are also of particular significance for the appearance of the historically developed village centre of Zieuwent through their situation on the corner of Dorpsstraat and Harreveldseweg.
Cultural-historical values:
- The rectory gives a good picture of the housing and the social position of the clergy, particularly that of the parish priest and chaplain, in the late nineteenth century.
Nearby in the register
- St. WerenfridusKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Park, Dorpsstraat bij 41Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Boerderij, Ruurloseweg 1Boerderijunder 1 mi
- Boerderij, Ruurloseweg 2Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.