TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Lutine

Heiloo, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1920
Address
Kennemerstraatweg 7, Locatie: Blockhove-park, 1851 AS Heiloo
Place
Heiloo
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.61841, 4.72977
Monument number
516001

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Aan de noordwestzijde van de Kennemerstraatweg en de rand van het villa-park Blockhove gelegen houten PRE-FABWONING 'Lutine' uit 1920 van het type blokhuis. Het is het eerste blokhuis dat in opdracht van de in 1918 door de adellijke familie Van Foreest opgerichte Bouw- en Exploitatiemaatschappij Nijenburg gebouwd werd op een gedeelte van haar landgoed Nijenburg. In datzelfde jaar volgden nog drie andere blokhuizen namelijk Kennemerstraatweg 41, Heerenweg 2 en het in 1944 gesloopte "Blockhove", eveneens aan de Kennemerstraatweg gelegen. Deze vier door de Duitse architect F. Abel ontworpen montagewoningen werden vervaardigd in de timmerfabriek van Christoph & Unmack te Niesky/Oberlausitz in Opper-Silezië en in onderdelen per trein naar Heiloo vervoerd. "Met het transport naar Nederland kwamen Duitse monteurs mee. De bouw duurde drie à vier maanden. De timmerman-aannemer J. Rus uit Heiloo voerde de eigenlijke bouw uit". Het exterieur heeft sinds de bouw enkele kleine veranderingen ondergaan. Reeds in de jaren twintig van de twintigste eeuw is de inpandige veranda linksvoor dichtgezet met grote vensters en de dakkapel boven de rechterzijgevel (NO) naar achteren toe verbreed. De dakkapel op het zuidwestelijke dakschild is in 1945 ter weerszijden verbreed. Van het kleine bordes tegen de rechterzijgevel is een portaal gemaakt. Het interieur verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijke staat.

Beschrijving

Op rechthoekig grondplan gebouwd blokhuis van één bouwlaag onder een ruim overstekend en door rode verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak waarvan de noklijn haaks staat op de weg. De achterste helft van het huis is onderkelderd. De met gekookte lijnolie behandelde houten bovenbouw rust op een circa 0,80 meter hoge gemetselde voeting van rode machinale baksteen waalformaat in kruisverband met knipvoeg. Op deze voeting ligt een balk met vierkante dwarsdoorsnede en hierop de 15,5cm brede en 7 cm dikke balken waaruit de wanden zijn opgebouwd. De van messing en groef voorziene balken zijn op de hoeken over elkaar gekeept met halfhoutse verbindingen. De balkeinden boven- en onderaan hebben een getrapt profiel. Halverwege de gevels zijn de buitenwanden en de haaks daarop staande dragende binnenwanden over elkaar gekeept. Aan deze balkeinden is eenzelfde profiel gegeven. De buitenwanden zijn aan de binnenzijde afgedekt met asfaltpapier en door een spouw gescheiden van een dunne binnenwand bestaande uit vertikale schroten. Op het zadeldak staan twee rechthoekige schoorstenen gemetseld van rode machinale waalsteen in halfsteens verband (de voorste is vernieuwd met behoud van de oorspronkelijke vorm). De voorgevel (ZO) heeft rechts een op drie geschulpte korbelen rustend oriel met afgeschuinde zijden en een driezijdig bitumengedekt zadeldak. Dit oriel is voorzien van twee brede draairamen waarboven achtruits valramen en ter weerszijden een smaller draairaam waarboven een vierruits valraam. Al deze ramen zijn uitgevoerd als dubbele ramen bestaande uit een buitenraam dat met scharnieren bevestigd is aan een eveneens draaibaar binnenraam. Onder de twee grote liggende vensters links bevindt zich nog de uit vertikaal gerabat hout bestaande borstwering van de vroegere veranda. De eerste verdieping heeft een gering overstek waarboven een aan de uiteinden geprofileerde balk. De twee stolpramen erboven zijn voorzien van een twaalfruits bovenlicht en schuifblinden met bovenin jalouzieën. Het bovenste gedeelte van de voorgevel heeft een gering overstek en bestaat uit vertikale gerabatte planken die onderaan halfrond en geperforeerd zijn. Bovenin de gevel zit een ruitvormig vierruits venster. Aan de windveren van het overstekende zadeldak hangen ter bescherming van de achterliggende balken plankjes die onderaan halfrond en geperforeerd zijn: twee beneden, twee halverwege en één bovenin.

Om de houten buitenwanden zoveel mogelijk tegen regen te beschermen steekt het zadeldak ook boven beide zijgevels ruim uit op de aan het einde geprofileerde vierkante daksporen. Boven het portaal tegen de rechterzijgevel (NO) bevindt zich een balkon met een gering overstek op geprofileerde klossen (het balkonhek is in XXc vernieuwd). Het balkon is bereikbaar via een deur met glaspanelen in de rechter dakkapel. Rechts naast deze deur zitten twee draairamen met zesruits bovenlicht, en daarnaast, in het overstekende rechter deel van de dakkapel, twee stolpramen. Daaronder zijn hoog in de rechter gevelhelft twee draairaampjes met luik aangebracht (achter de rechter zit de provisiekast, achter de linker de wc) en in de voeting twee keldervensters: rechts een stolpraam, links een draairaam. De via een gemetselde trap met houten leuning bereikbare voordeur in de zuidoostwand van het portaal zat oorspronkelijk in de zijgevel, tussen het portaal en de hal. De linkerzijgevel (ZW) heeft in de linker helft twee gekoppelde draairamen met zesruits bovenlichten en schuifblinden en onderin twee draaiende kelderraampjes. De rechter gevelhelft heeft een stolpraam met twaalfruits bovenlicht en schuifblinden. De wanden van de dakkapel middenboven zijn evenals de overige buitenwanden samengesteld uit balken die op de hoek over elkaar gekeept zijn. De dakkapel is voorzien van gekoppelde draairamen met zesruits bovenlicht: drie in het midden en twee in de uitbreidingen ter weerszijden. Op het lessenaarsdak van de dakkapel liggen dezelfde pannen als op het zadeldak. Tegen de rechter helft van de achtergevel (NW) bevindt zich boven een rechthoekige uitbouw van de gemetselde voeting een veranda onder een door vier vierkante stijlen met bovenin geprofileerde consoles gedragen lessenaarsdak gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen. De veranda is vanuit de woonkamer bereikbaar via een paneeldeur met bovenin jaloezieën in het verlengde van de (vernieuwde) steektrap midden voor de veranda. Achter deze deur zit een binnendeur met glaspanelen. Rechts naast de deur bevindt zich een stolpraam met twaalfruits bovenlicht en een schuifblind. De veranda heeft een borstwering van vertikale gerabatte planken (deze is aan de zuidwest- en noordwestzijde door de huidige eigenaar enigszins verlaagd om vanuit de kamer een beter uitzicht te krijgen op de tuin). Links naast de veranda leidt een gemetselde trap haaks op de gevel naar de verdiepte kelderdeur van vertikale kraalschroten. Boven deze deur zit het keukenvenster bestaande uit twee gekoppelde draairamen met zesruits bovenlichten (valramen). De keukendeur links hiervan is omstreeks 1960 evenals de trap ervoor vernieuwd. De laatste was oorspronkelijk van hout. Boven de begane grond is de achtergevel identiek aan de voorgevel, zij het dat de twee bovenramen verder uit elkaar staan.

Het interieur kent nog de oorspronkelijke indeling met een centrale hal waarin een bordestrap voorzien van gedraaide balusters. De dragende wanden van de rechthoekige vestibule en de erboven gelegen overloop zijn evenals de buitenmuren opgebouwd uit gestapelde balken. De hal heeft een vlak plafond van gerabatte schroten. Vanuit de hal en de overloop geven paneeldeuren toegang tot de omringende vertrekken. De wanden van de woonvertrekken bestaan uit vertikale gerabatte planken van grenen en oregon pine onder een op ooghoogte getrapt geprofileerde omgaande lijst, daarboven behang. In de "Herrenzimmer" rechtsvoor zijn de grenen wanden halverwege de jaren '30 door oregon-pine vervangen met behoud van de oorspronkelijke vorm. Links in de zuidwestwand van deze kamer zit een op het dichtgezette inpandige veranda uitkijkend stolpraam met twaalfruits bovenlicht, rechts een eenvoudige hoekschouw. De originele plafonds in deze kamer en de woonkamer zijn samengesteld uit imitatie-balken (planken) waartussen schrootjes. De woonkamer is onderverdeeld in twee oorspronkelijk door harmonicadeuren (liggen nu op zolder) gescheiden kamers en suite. Tussen de voorkamer en het dichtgezette balkon zit een draaideur met jaloezieën waarnaast rechts (ZW) een nieuw vast raam waarvoor een eveneens van jaloezieën voorziene schuifblind. In alle vier de hoeken van de woonkamer bevindt zich een vaste kast met zowel boven- als onderin een dubbele paneeldeur. Op de bestaande vloeren van de begane grond en de eerste verdieping is in de jaren '50 een nieuwe (parket)vloer gelegd. Tegen de oorspronkelijke wanden en plafonds van de kamers op de eerste verdieping zijn om tocht tegen te gaan in XXc schrootjes aangebracht. De vliering heeft een beschoten sporenkap waarvan de vierkante sporen rusten op een door twee standvinken ondersteunde nokbalk. De kelder onder de voorste helft van het pand is vanuit de hal bereikbaar via een houten steektrap onder de trap naar de eerste verdieping. De keldervloer is van beton, de wanden zijn gepleisterd, en de vlakke zoldering bestaat uit gerabatte planken. In de kelder liggen 's winters de originele houten bloembakken opgeslagen die in het voorjaar onder de vensters gehangen worden.

Waardering

Houten pre-fabwoning 'Lutine' van het type blokhuis is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van als pre-fabwoning geleverd blokhuis uit het interbellum. Het woonhuis heeft ensemblewaarde als onderdeel van een reeks als pre-fabwoning geleverde blokhuizen aan de noord- en zuidzijde van de Heilooër Bossen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Wooden prefabricated dwelling 'Lutine' of the log cabin type from 1920, located on the northwest side of the Kennemerstraatweg and the edge of the villa park Blockhove. It is the first log cabin built by commission of the Building and Exploitation Company Nijenburg, established in 1918 by the noble family Van Foreest, on a part of their country estate Nijenburg. In that same year three other log cabins followed, namely Kennemerstraatweg 41, Heerenweg 2 and "Blockhove" demolished in 1944, also located on the Kennemerstraatweg. These four prefabricated dwellings designed by the German architect F. Abel were manufactured in the carpentry factory of Christoph & Unmack in Niesky/Oberlausitz in Upper Silesia and transported in parts by train to Heiloo. "German fitters accompanied the transport to the Netherlands. The construction took three to four months. The carpenter-contractor J. Rus from Heiloo carried out the actual building work". The exterior has undergone some minor changes since construction. Already in the twenties of the twentieth century the internal veranda on the left front was closed off with large windows and the roof dormer above the right side gable (NE) widened towards the rear. The roof dormer on the southwest roof slope was widened on either side in 1945. A portico was made from the small stoop against the right side gable. The interior is still largely in its original state.

Description

Log cabin built on a rectangular ground plan of one storey beneath a generously overhanging hipped roof covered with red improved Dutch tiles, whose ridge line is perpendicular to the road. The rear half of the house is cellared. The timber superstructure treated with boiled linseed oil rests on a brick foundation of approximately 0.80 metre high, built of red machine-made bricks in wall format in cross bond with snapped joint. On this foundation lies a beam with square cross-section and on this the 15.5cm wide and 7 cm thick beams from which the walls are built. The beams provided with brass and groove are half-lapped at the corners with half-timber joints. The beam ends above and below have a stepped profile. Halfway along the gables the outer walls and the perpendicular load-bearing inner walls are half-lapped. An identical profile is given to these beam ends. The outer walls are covered on the inside with asphalt paper and separated by a cavity from a thin inner wall consisting of vertical boards. On the hipped roof stand two rectangular chimneys built of red machine-made wall bricks in half-brick bond (the front one has been renewed whilst retaining the original form). The front facade (SE) has on the right an oriel resting on three corbels with bevelled sides and a threesided bitumen-covered hipped roof. This oriel is fitted with two wide casement windows above which are hopper windows and on either side a narrower casement window above which a four-light hopper window. All these windows are executed as double windows consisting of an outer window fixed with hinges to an equally hinged inner window. Below the two large horizontal windows on the left is still the breast-walling of the former veranda consisting of vertically beaded wood. The first floor has a slight overhang above which a beam profiled at the ends. The two stalk windows above are fitted with a twelve-light fanlight and sash blinds with louvers at the top. The upper part of the front facade has a slight overhang and consists of vertically beaded planks that are semi-circular and perforated at the bottom. In the upper part of the gable is a diamond-shaped four-light window. On the bargeboards of the overhanging hipped roof hang small planks for protection of the underlying beams, semi-circular and perforated at the bottom: two below, two halfway up and one at the top.

To protect the wooden outer walls as much as possible against rain, the hipped roof also projects generously above both side gables on square roof brackets profiled at the end. Above the portico against the right side gable (NE) is a balcony with slight overhang on profiled blocks (the balcony railing has been renewed in the 21st century). The balcony is accessible via a glass-panelled door in the right roof dormer. To the right of this door are two casement windows with six-light fanlight, and next to that, in the overhanging right part of the roof dormer, two stalk windows. Below these are set high in the right half of the gable two small casement windows with shutter (behind the right is the larder, behind the left the water closet) and in the foundation two cellar windows: on the right a stalk window, on the left a casement window. The front door in the southeast wall of the portico, accessible via a brick stair with wooden handrail, was originally in the side gable, between the portico and the hall. The left side gable (SW) has in the left half two coupled casement windows with six-light fanlights and sash blinds and at the bottom two hinged cellar windows. The right half of the gable has a stalk window with twelve-light fanlight and sash blinds. The walls of the roof dormer in the middle above are, like the other outer walls, composed of beams which are half-lapped at the corner. The roof dormer is fitted with coupled casement windows with six-light fanlight: three in the middle and two in the extensions on either side. On the lean-to roof of the roof dormer lie the same tiles as on the hipped roof. Against the right half of the rear gable (NW) above a rectangular outbuild of the brick foundation is a veranda beneath a lean-to roof carried by four square posts with profiled consoles at the top, covered with red improved Dutch tiles. The veranda is accessible from the living room via a panelled door with louvers at the top in line with the (renewed) external stair in front of the veranda. Behind this door is an inner door with glass panels. To the right of the door is a stalk window with twelve-light fanlight and a sash blind. The veranda has a breast-walling of vertically beaded planks (this has been slightly lowered by the current owner on the southwest and northwest sides to gain a better view of the garden from the room). To the left of the veranda a brick stair leads at right angles to the gable to the recessed cellar door of vertically beaded boards. Above this door is the kitchen window consisting of two coupled casement windows with six-light fanlights (hopper windows). The kitchen door to the left of this was renewed around 1960 as was the stair in front of it. The latter was originally of wood. Above the ground floor the rear gable is identical to the front gable, except that the two upper windows are further apart.

The interior still has the original layout with a central hall in which a staircase with turned balusters. The load-bearing walls of the rectangular vestibule and the landing above it are, like the outer walls, built of stacked beams. The hall has a flat ceiling of beaded boards. From the hall and landing, panelled doors provide access to the surrounding rooms. The walls of the living rooms consist of vertically beaded boards of pine and oregon pine beneath an omni-directional moulding with stepped profile at eye height, above it wallpaper. In the "Herrenzimmer" on the right front, the pine walls were replaced midway through the 1930s with oregon pine whilst retaining the original form. On the left in the southwest wall of this room is a stalk window with twelve-light fanlight overlooking the closed off internal veranda, on the right a simple corner fireplace. The original ceilings in this room and the living room are composed of imitation beams (planks) with boards between them. The living room is subdivided into two rooms en suite originally separated by concertina doors (now in the loft). Between the front room and the closed off balcony is a hinged door with louvers next to which on the right (SW) is a new fixed window in front of which is also a sash blind fitted with louvers. In all four corners of the living room is a fixed cupboard with a double panelled door both above and below. On the existing floors of the ground floor and first floor a new (parquet) floor was laid in the 1950s. Against the original walls and ceilings of the rooms on the first floor, boards were applied in the 21st century to prevent draughts. The loft has a enclosed rafter roof whose square rafters rest on a ridge beam supported by two collar ties. The cellar under the front half of the building is accessible from the hall via a wooden external stair beneath the staircase to the first floor. The cellar floor is of concrete, the walls are plastered, and the flat ceiling consists of beaded planks. In the cellar, the original wooden flower boxes are stored in winter, which are hung below the windows in spring.

Valuation

The wooden prefabricated dwelling 'Lutine' of the log cabin type is of general interest for its cultural and architectural historical value as a well-preserved example of a log cabin supplied as a prefabricated dwelling from the interwar period. The residential building has ensemble value as part of a series of log cabins supplied as prefabricated dwellings on the north and south side of the Heiloo Woods.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map