TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Wadwerderweg 6

Usquert, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1925
Address
Wadwerderweg 6, 9988 SX Usquert (Het Hogeland 20)
Place
Usquert
Municipality
Het Hogeland
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.40349, 6.60693
Monument number
515341

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1897 map "3 Uithuizen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

RENTENIERSWONING met aangebouwd ACHTERHUIS, opgetrokken in Interbellumarchitectuur. Het pand is in 1925 ontworpen en gebouwd door aannemers J. & H. Bos en E. Berghuis uit Warffum in opdracht van landbouwer H. Elema uit Usquert. De woning heeft een zeer gaaf Art Déco interieur, waarvan onder andere de plafondschilderingen, de glas-in-loodramen en de traploper volgens de eigenaar van het huis ontworpen zijn door een lid van de Groninger Kunstkring "De Ploeg". Achter het huis bevindt zich een sober houten tuinhuisje dat vanwege zijn vervallen staat buiten de bescherming van rijkswege valt.

Het complex is gelegen op een diepe kavel grond aan de als beschermd gezicht voorgedragen Wadwerderweg, te midden van andere renteniersvilla's.

Omschrijving

RENTENIERSWONING opgetrokken in een bruine baksteen op een trasraam van gesinterde steen, die doorloopt tot de onderdorpels van de vensters en is afgezet met een eensteens rollaag. Het twee bouwlagen hoge, deels onderkelderde pand heeft een naar binnen geknikt schilddak, gedekt met een zwart geglazuurde verbeterde Hollandse pan. Op de nok prijken twee gemetselde schoorstenen en het dak wordt omlijst door een overstekende goot op houten klossen en een uit rollagen bestaand fries. Een iets uitspringende halfsteens rollaag scheidt de eerste bouwlaag van de tweede.

De woning heeft overwegend samengestelde of enkelvoudige verticale vensters onder een betonnen latei met rollaag erboven en met onderdorpels van geglazuurde steen. De hoofdentree bevindt zich midden in de voorgevel en bestaat uit een gelakte houten deur met houten decoraties, een kijkgat van geslepen glas en glas-in-lood zijlichten onder een betonnen luifel met daarboven een samengesteld glas-in-lood bovenlicht onder een strek. De deurpartij is iets teruggeplaatst in een portiek van verspringende rollagen. Een natuurstenen stoep van drie treden verleent de toegang. Boven de entree is een loggia uitgespaard met verspringende rollagen waar openslaande deuren op uitkomen met zijlichten van glas-in-lood. Op de borstwering van de loggia is een betonnen bloembak geplaatst. Aan weerszijden van de entree bevindt zich een driezijdige erker, waarin twee zijvensters en een dubbel venster, verbonden door een latei met een rollaag erboven. De erker ten westen van de entree is doorgetrokken op de verdieping en heeft daar eveneens twee zijvensters en een samengesteld venster onder een latei. De erker ten oosten ervan gaat over in een balkon met bakstenen borstwering voor openslaande glasdeuren met zijlichten.

Aan de westgevel is een serre gebouwd op een bakstenen trasraam onder een plat dak. De serre heeft een doorlopende vensterpartij met glas-in-lood bovenlichten, in het midden onderbroken door openslaande glasdeuren met hordeuren ervoor. Op de serre bevindt zich een balkon met houten balkonhek voor openslaande glasdeuren. Een bakstenen stoep van twee treden met aan weerszijden een muurtje verleent toegang tot de serre. De westgevel heeft verder een H-venster op de begane grond en een samengesteld venster op de verdieping. De oostgevel heeft dezelfde indeling, alleen is hier de serre vervangen door een risalerend geveldeel met zowel op de eerste als tweede bouwlaag een samengesteld venster, met onderin een dubbel keldervenster met diefijzers.

Aan de noordzijde van de woning is een ACHTERHUIS gebouwd, één bouwlaag hoog, van bruine baksteen op een trasraam van rode klinkers. Het heeft een afgeknot schilddak met een zwart geglazuurde Friese golfpan en een houten goot op klossen. De westgevel heeft een dubbel venster met glas-in-lood bovenlichten onder een latei met rollaag, een hooggeplaatst venster onder een strek en twee lager geplaatste vensters onder een strek. De zuidgevel heeft een houten deur met tweeruits zijlichten, met bovenin het dakvlak een houten dakkapel met samengesteld kozijn met drie ruiten. De oostgevel heeft een venster met bovenlicht met geverfde glas-in-lood strips; een enkele en een dubbele houten deur met bovenlicht met ruitvormige roedenverdeling, beide met een bakstenen stoep ervoor; drie tweeruits glas-in-lood vensters, met eronder in het trasraam twee, met beton ommuurde keldervensters met diefijzers en rollaag; een zijdeur met kijkgat met een glasruit erin, en een glas-in-lood bovenlicht en een bakstenen stoep van drie treden hoog. Met uitzondering van de keldervensters zijn alle venster en deuren voorzien van een strek.

In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in de in originele kleuren geverfde hal (oranje en zwart) met voorportaal, de houten trap met buiten leuning met decoratief schotwerk en originele loper (Deventer karpet); de tochtdeuren met glas-in-lood; de parketvloer; het plafond met art-déco schilderingen op linnen; de houten lambrizering; de paneeldeuren die op de hal uitkomen met houten decoraties en twee glasruiten bovenin. In de kamers de door houten latten of balken ingedeelde plafonds met sjabloonschilderingen; de gepolijste hardstenen vensterbanken; de marmeren schouwen; de suitedeuren met glas en houten panelen. In de serre de glas-in-lood bovenlichten met de afbeeldingen van een uil (nacht) en een vleermuis (avond). In de gang de granito vloer met betegelde wanden (halfhoog). De houten rolluiken voor de vensters. Op de verdieping de plafonds met op karton geschilderde sjablonen. De origineel ingedeelde kelder met grijze en rode tegelvloer.

Waardering

Rentenierswoning met aangebouwd achterhuis van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als voorbeeld van een rentenierswoning in Interbellumarchitectuur uit 1925

- vanwege de sobere, maar verzorgde detaillering en ornamentiek

- vanwege het gave Art-Déco interieur

- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur

- vanwege de karakteristieke ligging aan de Wadwerderweg te midden van een groot aantal andere monumentale villa's.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

RENTIER'S DWELLING with adjoining REAR HOUSE, erected in Interwar architecture. The building was designed and built in 1925 by contractors J. & H. Bos and E. Berghuis from Warffum on behalf of farmer H. Elema from Usquert. The dwelling has a very well-preserved Art Deco interior, of which, among other things, the ceiling paintings, the stained-glass windows and the stair carpet are said by the house owner to have been designed by a member of the Groningen Art Circle "De Ploeg". Behind the house there is a simple wooden garden shed which, due to its dilapidated condition, falls outside the scope of national monument protection.

The complex is situated on a deep plot of land on the Wadwerderweg, proposed as a protected townscape, in the midst of other rentier villas.

Description

RENTIER'S DWELLING erected in brown brick on a plinth of sintered stone, which continues to the window sills and is finished with a one-brick roll course. The two-storey building, partly with a basement, has an inward-angled hipped roof, covered with black glazed improved Dutch tile. On the ridge stand two brick chimneys and the roof is framed by an overhanging gutter on wooden corbels and a frieze consisting of roll courses. A slightly projecting half-brick roll course separates the first storey from the second.

The dwelling has predominantly composite or simple vertical windows under a concrete lintel with a roll course above and with window sills of glazed stone. The main entrance is located in the centre of the front facade and consists of a painted wooden door with wooden decorations, a spyhole of cut glass and stained-glass side lights under a concrete canopy with above it a composite stained-glass fanlight under a lintel. The door section is slightly recessed in a portico of staggered roll courses. A natural stone step of three treads provides access. Above the entrance is a loggia with staggered roll courses from which casement doors open with stained-glass side lights. On the balustrade of the loggia is a concrete planter. On either side of the entrance there is a three-sided bay window, in which two side windows and a double window, connected by a lintel with a roll course above it. The bay window to the west of the entrance continues on the upper storey and has there likewise two side windows and a composite window under a lintel. The bay window to the east of it converts into a balcony with brick balustrade for casement glass doors with side lights.

On the west facade a conservatory has been built on a brick plinth under a flat roof. The conservatory has a continuous window section with stained-glass fanlights, interrupted in the middle by casement glass doors with fly screens in front. On the conservatory is a balcony with wooden balcony railing for casement glass doors. A brick step of two treads with a small wall on either side provides access to the conservatory. The west facade further has an H-window on the ground floor and a composite window on the upper storey. The east facade has the same layout, except that here the conservatory is replaced by a projecting facade section with both on the first and second storey a composite window, with below a double basement window with burglar bars.

On the north side of the dwelling an REAR HOUSE has been built, one storey high, of brown brick on a plinth of red clinker. It has a half-hipped roof covered with black glazed Frisian curved tile and a wooden gutter on corbels. The west facade has a double window with stained-glass fanlights under a lintel with roll course, a high-placed window under a lintel and two lower-placed windows under a lintel. The south facade has a wooden door with two-pane side lights, with in the roof slope above a wooden roof dormer with composite casement with three panes. The east facade has a window with fanlight with painted stained-glass strips; a single and a double wooden door with fanlight with diamond-pattern glazing bars, both with a brick step in front; three two-pane stained-glass windows, with below in the plinth two concrete-surrounded basement windows with burglar bars and roll course; a side door with spyhole with a glass pane in it, and a stained-glass fanlight and a brick step of three treads high. With the exception of the basement windows, all windows and doors are fitted with a lintel.

In the INTERIOR the following are of particular note: in the hall painted in original colours (orange and black) with entrance hall, the wooden staircase with external balustrade with decorative carpentry and original stair carpet (Deventer carpet); the draught doors with stained glass; the parquet floor; the ceiling with art-deco paintings on linen; the wooden wainscoting; the panel doors that open onto the hall with wooden decorations and two glass panes above. In the rooms the ceilings divided by wooden laths or beams with stencilled paintings; the polished hardstone window sills; the marble fireplaces; the suite doors with glass and wooden panels. In the conservatory the stained-glass fanlights with images of an owl (night) and a bat (evening). In the hallway the granito floor with tiled walls (half-height). The wooden roller shutters for the windows. On the upper storey the ceilings with stencils painted on cardboard. The originally laid-out basement with grey and red tiled floor.

Valuation

Rentier's dwelling with adjoining rear house of general importance due to cultural and architectural-historical value

- as an example of a rentier's dwelling in Interwar architecture from 1925

- due to its sober, yet carefully detailed ornamentation

- due to its well-preserved Art Deco interior

- due to the high degree of preservation of the exterior

- due to its characteristic location on the Wadwerderweg in the midst of a large number of other monumental villas.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map