TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Wadwerda

Usquert, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1908
Address
Wadwerderweg 89, 9988 SV Usquert (Het Hogeland 20)
Place
Usquert
Municipality
Het Hogeland
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.40199, 6.59412
Monument number
515340

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1897 map "3 Uithuizen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

RENTENIERSWONING, genaamd `Wadwerda', met aangebouwd KOETSHUIS en HEK getuige de plaquette in het tochtportaal gebouwd in 1908 in opdracht van P.B. Bierema en M. Bierema-Dojes door architect G. Nijhuis in een Overgangsarchitectuur met Chalet- en Art Nouveau-stijl elementen. De opdrachtgever P.B. Bierema, voormalig eerste kamerlid, liet tevens het beschermde pand aan de Wadwerderweg 13 bouwen en had zelfs een eigen opstap aan het spoor. In de loop der tijd zijn enkele schoorstenen afgebroken, gevelbanden en lateien wit geschilderd en is het tuinhuisje, gelegen aan de achterzijde, vernieuwd. Het tuinhuisje komt wegens te geringe ouderdom niet voor bescherming van rijkswege in aanmerking.

Het pand is gelegen aan de Wadwerderweg, die zal worden voorgedragen als beschermd gezicht, op een licht glooiend ruim perceel (restant van de terp Wadwerd die voor een groot deel is afgegraven). In de tuin zijn nog restanten aanwezig van een landschappelijke aanleg. De oprit, met aan weerszijden bomen, is a-symmetrisch ten opzichte van de entree geplaatst. De tuin wordt aan de voorzijde van de openbare weg gescheiden door een begin twintigste eeuws HEK van smeed- en gietijzer, bestaande uit opengewerkte platte pijlers waartussen een hekwerk van regels en spijlen. Naast de oprit aan de rechterzijde twee hoofdpijlers (de twee beweegbare delen zijn verdwenen) en aan de linkerzijde een beweegbaar deel.

Omschrijving

De twee bouwlagen hoge, deels onderkelderde RENTENIERSWONING op nagenoeg rechthoekige plattegrond heeft witgepleisterde gevels op een trasraam van bruin/rode baksteen, afgezet met oranje geglazuurde steen en wordt gedekt door een samengestelde kap met leidekking; twee schoorstenen; drie zinken pirons; aan elke zijde een dakkapel onder lessenaarsdak met drie vensters met roedenverdeling; overkragende goot op houten klampen met decoratieve gootlijst. De gevels worden geleed door H-vensters met bovenlicht waarin roedenverdeling en soms (gekleurd) glas-in-lood onder een latei en bruin/rood bakstenen segmentboog en onderdorpel van oranje geglazuurde steen; houten rolluiken. Alle keldervensters hebben roedenverdeling met diefijzer.

De voorgevel (noordzijde) heeft twee risalerende geveldelen. De topgevel, met houten windveren, aan de linkerzijde springt het meest naar voren en wordt geleed door een rechthoekige erker, gedekt door een afgeknot schilddak; drie H-vensters; keldervenster. Boven de erker een balkon met twee openslaande deuren met bovenlicht waarvoor een houten balustrade. In de top de naam `Wadwerda'. De entree bevindt zich in het centrale iets terugspringende geveldeel; dubbele houten paneeldeuren met zij- en bovenlichten onder een segmentboog; hardstenen stoep van vijf treden waarnaast een gepleisterd muurtje. Boven de entree een loggia; vier houten stijlen waartussen een houten balustrade; openslaande deur met boven- en zijlichten. Het rechter geveldeel wordt geleed door vier H-vensters en twee keldervensters.

Links in de oostgevel een rechthoekige erker met aan de voorzijde een drie-delig venster met bovenlicht en keldervenster en aan de zijkanten een H-venster. Boven de erker een balkon onder een verspringend lessenaarsdak ondersteund door vier houten stijlen; houten balustrade; twee openslaande houten deuren met boven- en zijlichten. Het rechter gedeelte wordt geleed door vier H-vensters en twee keldervensters.

In het rechter gedeelte van de achterzijde (zuidzijde) een houten serre op een trasraam van bruin-rode baksteen waarvoor een hardstenen stoep van vijf treden met aan weerszijden een muurtje; twee openslaande houten paneeldeuren; vensters met bovenlichten. Boven de serre een houten balkon onder plat dak, ondersteund door houten stijlen; houten balustrade; twee houten openslaande deuren met bovenlicht; opengewerkt houten fries. Centraal twee samengestelde vensters en in het linker gedeelte een samengesteld venster waarboven een loggia; houten balustrade.

De westgevel wordt geleed door vier H-vensters. Tevens wordt aan deze zijde het koetshuis met een hals verbonden aan de woning.

De HALS op rechthoekige plattegrond heeft een identieke gevelopbouw als de woning en wordt gedekt door een plat dak waarop een witgepleisterde balustrade. De zuidgevel wordt geleed door een samengesteld venster; de noordgevel door een houten paneeldeur met zijlichten waarvoor een hardstenen stoep.

Het aangebouwde KOETSHUIS op rechthoekig plattegrond heeft een identieke gevelopbouw als de woning en wordt gedekt door een afgeknot wolfdak met leidekking; twee pirons op de nokken; goot op houten klampen. In de topgevels een opklimmend fries van houten beschot. In de voorzijde (noordgevel) twee openslaande getoogde paneeldeuren met zijlichten waarboven een deur met zijlichten. Aan de achtergevel (zuidzijde) een openslaande deur met bovenlicht en aan weerszijden twee zesruits vensters. In de top een deur met zij- en bovenlichten.

In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang: de hal met marmeren vloerplaten en lambrizering, de dubbele tochtdeuren onder een segmentboog met boven- en zijlichten met glas-in-lood, de houten trap, het tochtportaal met plaquette waarin `1908, P.B. Bierema, M. Bierema-Dojes' en marmeren vloer en lambrizering en wanden met pleisterwerk waarin Art Nouveau-motieven, de voorkamer met marmeren schouw en balkenplafond met geschilderde Art Nouveau-motieven.

Waardering

Rentenierswoning met aangebouwd koetshuis en hek van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:

- als voorbeeld van een rentenierswoning met aangebouwd koetshuis uit 1908 in de provincie Groningen in een Overgangsarchitectuur met Chalet- en Art Nouveau-stijl elementen

- vanwege de bijzondere vormgeving en detaillering

- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur

- vanwege de beeldbepalende ligging aan de Wadwerderweg, die zal worden voorgedragen als beschermd gezicht

- als goed voorbeeld van het oeuvre van architect G. Nijhuis

- als herinnering aan de grote rijkdom van boerenfamilies aan het begin van de twintigste in Usquert.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

RENTIER'S DWELLING, named 'Wadwerda', with adjoining CARRIAGE HOUSE and FENCE as evidenced by the plaque in the draught vestibule, built in 1908 at the commission of P.B. Bierema and M. Bierema-Dojes by architect G. Nijhuis in a Transitional architecture with Chalet and Art Nouveau style elements. The commissioner P.B. Bierema, former member of the First Chamber, also had built the protected building at Wadwerderweg 13 and even had his own platform at the railway. Over time some chimneys have been demolished, facade bands and lintels painted white and the garden house, located at the rear, has been renovated. The garden house does not qualify for national monument protection due to insufficient age.

The building is located on the Wadwerderweg, which will be nominated as a protected townscape, on a gently sloping spacious plot (remainder of the terp Wadwerd which was largely excavated). In the garden remnants are still present of a landscaped layout. The drive, with trees on either side, is placed asymmetrically with respect to the entrance. The garden is separated at the front from the public road by an early twentieth-century FENCE of wrought and cast iron, consisting of open-worked flat piers between which a fence of rails and pickets. Next to the drive on the right side two main piers (the two movable sections have disappeared) and on the left side a movable section.

Description

The two-storey, partly cellared RENTIER'S DWELLING on a nearly rectangular ground plan has whitewashed facades on a limestone rendered frame of brown/red brickwork, trimmed with orange glazed stone and is covered by a compound roof with lead covering; two chimneys; three zinc ridge finials; on each side a roof dormer with catslide roof with three windows with glazing bars; overhanging gutter on wooden brackets with decorative gutter moulding. The facades are articulated by H-windows with fanlights with glazing bars and sometimes (coloured) stained glass under a lintel and brown/red brick segmental arch and orange glazed stone sill; wooden roller shutters. All cellar windows have glazing bars with security bars.

The front facade (north side) has two projecting facade sections. The gable, with wooden wind braces, on the left side projects the most and is articulated by a rectangular bay window, covered by a half-hipped roof; three H-windows; cellar window. Above the bay window a balcony with two french doors with fanlights in front of which a wooden balustrade. In the gable the name 'Wadwerda'. The entrance is located in the central slightly recessed facade section; double wooden panel doors with side and fanlights under a segmental arch; hardstone steps of five treads next to which a plastered wall. Above the entrance a loggia; four wooden posts between which a wooden balustrade; french door with fanlights and side lights. The right facade section is articulated by four H-windows and two cellar windows.

On the left in the east facade a rectangular bay window with on the front a three-part window with fanlight and cellar window and on the sides an H-window. Above the bay window a balcony under a stepped catslide roof supported by four wooden posts; wooden balustrade; two wooden french doors with fanlights and side lights. The right section is articulated by four H-windows and two cellar windows.

In the right section of the rear (south side) a wooden conservatory on a limestone rendered frame of brown-red brickwork in front of which hardstone steps of five treads with a wall on each side; two wooden panel french doors; windows with fanlights. Above the conservatory a wooden balcony under flat roof, supported by wooden posts; wooden balustrade; two wooden french doors with fanlight; open-worked wooden frieze. In the centre two composite windows and in the left section a composite window above which a loggia; wooden balustrade.

The west facade is articulated by four H-windows. Also on this side the carriage house is connected to the dwelling by a neck.

The NECK on rectangular ground plan has an identical facade structure as the dwelling and is covered by a flat roof on which a whitewashed balustrade. The south facade is articulated by a composite window; the north facade by a wooden panel door with side lights in front of which a hardstone step.

The adjoining CARRIAGE HOUSE on rectangular ground plan has an identical facade structure as the dwelling and is covered by a half-hipped roof with lead covering; two ridge finials on the ridges; gutter on wooden brackets. In the gable ends a rising frieze of wooden cladding. In the front (north facade) two wooden arched panel french doors with side lights above which a door with side lights. On the rear facade (south side) a french door with fanlight and on each side two six-pane windows. In the top a door with side and fanlights.

In the INTERIOR are among others of importance: the hall with marble floor tiles and wainscoting, the double draught doors under a segmental arch with fanlights and side lights with stained glass, the wooden staircase, the draught vestibule with plaque inscribed '1908, P.B. Bierema, M. Bierema-Dojes' and marble floor and wainscoting and walls with plasterwork in which Art Nouveau motifs, the front room with marble fireplace and coffered ceiling with painted Art Nouveau motifs.

Valuation

Rentier's dwelling with adjoining carriage house and fence of general importance for its architectural and cultural-historical value:

- as an example of a rentier's dwelling with adjoining carriage house from 1908 in the province of Groningen in a Transitional architecture with Chalet and Art Nouveau style elements

- due to its distinctive design and detailing

- due to the relatively high degree of integrity of the exterior and parts of the interior

- due to its visually prominent location on the Wadwerderweg, which will be nominated as a protected townscape

- as a fine example of the oeuvre of architect G. Nijhuis

- as a reminder of the great wealth of farming families at the beginning of the twentieth century in Usquert.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map