Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), De Cingel 3
Oosthem, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1866
- Address
- De Cingel 3, 8618 NK Oosthem (Súdwest-Fryslân 21)
- Place
- Oosthem
- Municipality
- Súdwest-Fryslân
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.01659, 5.60147
- Monument number
- 515181
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1851 map "Holland." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De PASTORIE te Oosthem, gebouwd in 1866, hoort bij de Hervormde Kerk uit 1860 aan de Cingel 1 (apart monumentnummer 39804). Net als de kerk is de pastorie als vervanging van een ouder exemplaar gebouwd. Architect was H.J. Jaarsma, die het bouwwerk ontwierp in Ambachtelijk-traditionele stijl; timmerlieden waren Hein en Gorrit Visser. Bij de bouw van de pastorie is de oude tuin opgehoogd en opnieuw aangelegd. Die aanleg is tegenwoordig niet meer aanwezig, al is hier en daar het padenbeloop nog vaag herkenbaar. Om de bouw mogelijk te maken had de kerkvoogdij geld geleend van de rijke palinghandelaar J.A. Visser sr. te Heeg, een zeer invloedrijke figuur in de omgeving. In 1908 is aan de zuidzijde van de pastorie de serre aangebouwd, in 1915 zijn keuken en bijkeuken verbouwd. In 1919 heeft architect Stapenséa uit Sneek een plan gemaakt om het dak te vervangen door een gebroken schilddak: het werk is uitgevoerd door timmerman M. Canrinus. De pastorie bevindt zich in het centrum van het dorp, ten oosten van de kerk, op een trapeziumvormig perceel en is naar het westen gericht. De voorgevel ligt in de verlenging van de absis van de kerk en is teruggerooid ten opzichte van het straatprofiel, waarvan het door een oorspronkelijk maar niet compleet GIETIJZEREN HEK wordt gescheiden. Het hek is alleen aan de voorzijde aanwezig. Het terrein wordt verder omringd door een brede sloot.
Omschrijving
De uit bruine baksteen opgetrokken pastorie heeft een vierkante plattegrond, met aangebouwde serre aan zuidzijde en schuur aan noordzijde, en wordt gedekt door een afgebroken schilddak van zwarte geglazuurde gegolfde Friese pannen met vier schoorstenen en dekplaten. De gepleisterde plint en het hoog geprofileerd hoofdgestel, versierd door een tandlijst, begrenzen aan de onder- en bovenzijde de brede voorgevel. Deze wordt door een licht naar voren springend middenrisaliet tussen ondiepe bakstenen pilasters, die met kapiteelachtige afsluiting tot in het hoofdgestel doorlopen, symmetrisch verdeeld. Aan beide kanten zijn lichtgetoogde H-vensters geplaatst met glas-in-lood in het bovenlicht, dat waarschijnlijk tijdens de "opknap"-werkzaamheden in 1907-1908 is aangebracht. In het middenrisaliet bevindt zich de ingangspartij: een tweetreeds halfronde stoep leidt naar de brede, houten voordeur met dubbele sierroosters en panelen. De onderste, langwerpige roosters bestaan uit bloemvormige en kronkelige versieringen; het siermotief van de bovenste, vierkante roosters is geometrisch. In het bovenlicht zit glas-in-lood. Boven de deur bevindt zich een houten dakkapel onder zadeldak met aan weerszijden twee voluutvormige wangen en twee zesruitsvensters tussen drie ondiepe pilasters. Tegen de zuidgevel staat de serre die bestaat uit een houten basement met aan de zuidzijde een dubbele deur en rondom T-vensters met in ruiten verdeelde bovenlichten van gekleurd, geslepen glas. De serre wordt gedekt door een afgeknot schilddak met leien, dat door een gekartelde zonwering-achtige lijst wordt versierd. In de gevel zitten verder twee aan twee vier T-vensters en twee provisiekelderramen. In het dakschild zit een houten dakkapel onder zadeldak. In de oostgevel zijn twee T-vensters met houten luiken en een naar voren springend deel waar een achterdeur met vier treden is ingezet. Dit is vermoedelijk in 1907-1908 toegevoegd. In de noordgevel zitten vier zesruitsvensters en aan de noordzijde ligt een bijkeuken onder schilddak. De bijkeuken is verlengd met een houten deel. Aan de zuidzijde ervan zitten twee vierruitsvensters met luiken en een smalle, houten deur; aan de noordzijde één venster. Het INTERIEUR is qua indeling grotendeels origineel: de lange gang deelt het gebouw in twee gelijke helften. Origineel elementen zijn onder meer de houten paneeldeuren op de gang, in de voorkamer aan de zuidzijde de schoorsteenmantel van zwart marmer met houten schouw en het balkenplafond. Deze ruimte wordt van de achterkamer gescheiden door schuifdeuren met panelen en geruit glas. Naast de schoorsteenmantel is de deur naar de serre. In de achterkamer is een schoorsteenmantel van zwart marmer met hoge schouw.
Waardering
De pastorie uit 1866 te Oosthem is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:
- vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp;
- als essentieel en markant onderdeel van een bijzonder geheel (samen met de monumentale kerk) dat cultuurhistorisch en architectuurhistorisch van nationaal belang is;
- vanwege de situering, in relatie tot de kerk, in het centrum, op een prominente plek in het dorp;
- vanwege de in grote mate aanwezige architectonische gaafheid, met name van het exterieur;
- in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de dorpse omgeving.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The RECTORY at Oosthem, built in 1866, belongs to the Reformed Church from 1860 at Cingel 1 (separate national monument number 39804). Like the church, the rectory was built as a replacement for an older example. The architect was H.J. Jaarsma, who designed the building in Craft-traditional style; the carpenters were Hein and Gorrit Visser. During the construction of the rectory, the old garden was raised and newly laid out. That layout is no longer present today, although the path layout is here and there still faintly recognisable. To make construction possible, the church administration had borrowed money from the wealthy eel merchant J.A. Visser sr. at Heeg, a very influential figure in the area. In 1908 a conservatory was added to the south side of the rectory, in 1915 the kitchen and scullery were renovated. In 1919 architect Stapenséa from Sneek drew up a plan to replace the roof with a broken hipped roof: the work was carried out by carpenter M. Canrinus. The rectory is located in the centre of the village, to the east of the church, on a trapezoidal plot and faces west. The front facade is in line with the apse of the church and is set back from the street profile, from which it is separated by an original but not complete CAST-IRON GATE. The gate is only present at the front. The site is further surrounded by a wide ditch.
Description
The rectory, built of brown brick, has a square floor plan, with an attached conservatory on the south side and shed on the north side, and is covered by a broken hipped roof of black glazed corrugated Frisian tiles with four chimneys and coping tiles. The plastered plinth and the highly profiled main cornice, decorated with a dentil moulding, delimit the broad front facade at the bottom and top respectively. This is symmetrically divided by a slightly projecting central risalit between shallow brick pilasters, which with capital-like termination extend into the main cornice. On both sides are arched H-windows are placed with leaded glass in the fanlight, which was probably added during the "refurbishment" work in 1907-1908. In the central risalit is the entrance section: a two-step semicircular stoop leads to the broad wooden front door with double ornamental grilles and panels. The lower, oblong grilles consist of floral and ornamental decorations; the ornamental motif of the upper, square grilles is geometric. In the fanlight is leaded glass. Above the door is a wooden roof dormer under a gabled roof with on both sides two scroll-shaped brackets and two six-pane windows between three shallow pilasters. Against the south facade stands the conservatory which consists of a wooden basement with on the south side a double door and all around T-windows with in panes divided fanlights of coloured, cut glass. The conservatory is covered by a truncated hipped roof with slates, which is decorated by a fluted blind-like moulding. In the facade are further four T-windows in pairs and two larder cellar windows. In the roof panel is a wooden roof dormer under a gabled roof. In the east facade are two T-windows with wooden shutters and a projecting section where a back door with four steps is inserted. This was presumably added in 1907-1908. In the north facade sit four six-pane windows and on the north side lies a scullery under a hipped roof. The scullery is extended with a wooden section. On the south side of it sit two four-pane windows with shutters and a narrow wooden door; on the north side one window. The INTERIOR is in its layout largely original: the long corridor divides the building into two equal halves. Original elements include the wooden panelled doors in the corridor, in the front room on the south side the black marble fireplace mantel with wooden chimney breast and coffered ceiling. This room is separated from the rear room by sliding doors with panels and diamond panes. Next to the fireplace mantel is the door to the conservatory. In the rear room is a black marble fireplace mantel with tall chimney breast.
Appraisal
The rectory from 1866 at Oosthem is of general cultural-historical and architectural-historical importance:
- by virtue of the aesthetic quality of the design;
- as an essential and distinctive component of a particularly remarkable group (together with the monumental church) that is of cultural-historical and architectural-historical importance of national significance;
- by virtue of its situation, in relation to the church, in the centre, on a prominent location in the village;
- by virtue of the largely present architectural integrity, in particular of the exterior;
- in relation to the structural and visual integrity of the village environment.
Nearby in the register
- Kerk, De Cingel 1Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerktoren, De Cingel 1Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Orgel, Nessenwei 28Vanwege onderdelen kerkunder 1 mi
- Windmotorenfabriek BakkerIndustrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.