TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(K), Tsjerkebuorren 43

Oppenhuizen, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Dienstwoning
Function
Pastorie(K)
Category
onroerend gebouwd
Built
1866
Address
Tsjerkebuorren 43, 8625 HB Oppenhuizen (Súdwest-Fryslân 21)
Place
Oppenhuizen
Municipality
Súdwest-Fryslân
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.01106, 5.69757
Monument number
515178

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1851 map "Holland." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De voormalige PASTORIE behorend bij de Hervormde Kerk (Tsjerkebuorren 1; mon. nr 39808) ligt in het centrum van het vaartdorp Oppenhuizen, tussen de oude lintbebouwing ten westen van de vaart. Tot 1866, toen de weg tussen Sneek en Oppenhuizen-Uitwellingerga is aangelegd, was het dorp aangewezen op vervoer via het water. Na de aanleg van de weg werd het dorp ook over het land bereikbaar; dit droeg bij aan de realisering van veel nieuwe gebouwen aan beide kanten van de nieuwe weg. Uit die tijd stamt ook de pastorie, die aan de oostzijde van de weg is gelegen en naar het westen is gericht. De pastorie ligt op een ruim, rechthoekig, omgracht en opgehoogd perceel dat door beukenbomen en struiken wordt begrensd; het terrein is toegankelijk via een grachtdam. Aan de achterzijde stroomt de vaart, It Ges. De oorspronkelijk tuinaanleg is niet meer herkenbaar.

De pastorie is in 1866 in eclectische stijl gebouwd; de bouwwerkzaamheden zijn door timmerlieden Sjaardema en De Boer uitgevoerd. In 1882 is de pastorie, die toen door de nieuw aangetreden dominee te klein werd bevonden, door Durk Taedes Jongbloed vergroot: aan de achterzijde is een nieuw stuk aangebouwd dat heel goed in het oude ontwerp is opgenomen. Tegen de noordgevel zijn de gevelstenen aangebracht die de twee bouwfasen memoreren. De oudste vermeldt: "Den 30 April 1866 hebben de H.H. Kerkvoogden van Oppenhuizen, W.T. Zijlstra, E.A. de Jager en W.G. Rodenburg den eerste steen gelegd aan dit gebouw in tegenwoordigheid van den W.E.W Heer J. Krull Predikant dezer gemeente". De jongste vermeldt: "Den 14 juli 1882 is de eerste steen ter verbouwing van deze Pastorie gelegd door den WelEW. Zeer Geb. Heer Ds. A. van Griethuizen alhier, in tegenwoordigheid van H.H. Kerkvoogden E.A. de Jager, G.R. Veldhuis, P.C. Walma". Rond 1900 is een aantal kleinere bouwwerkzaamheden uitgevoerd, zoals de toevoeging van de houten schuur en van de dakkapel (kajuit), beide aan de achterzijde.

Omschrijving

De PASTORIE, op rechthoekige plattegrond, is getrokken uit baksteen en wordt gedekt door een gebroken schilddak met vier schoorstenen met afgeknotte hoeken en dekplaten. Op de dakschilden liggen aan de voorzijde Lucas IJsbrandspannen; voor het overige zwarte geglazuurde Tuiles du Nordpannen. Een doorlopende natuurstenen plint en een hoog doorlopend hoofdgestel met geblokte lijst begrenzen de onder- en bovenzijde van de gevels die aan voorzijde worden begrensd door twee hoekpilasters met gepleisterde spiegelvlakken. Het dak wordt door een geprofileerde lijst afgesloten. De voorgevel is symmetrisch ingedeeld door een in een dakkapel (kajuit) overgaand middenrisaliet met aan weerszijden twee T-vensters met gebogen strekken en -om het bovenlicht- gepleisterde, geprofileerde wenkbrauwomlijstingen op kleine consoles. De ingang bevindt zich in een portiek dat via twee natuurstenen treden toegankelijk is. De dubbele houten deur met bovenlicht wordt geflankeerd door gepleisterde spiegelvlakken. Voor de kajuit met openslaande deuren hangt een balkon op forse consoles; geprofileerde omlijsting en gietijzeren balustrade. De kajuit wordt afgesloten door een tympaan met drie acroteria. In de zuidelijke zijgevel zitten vier T-vensters met in het midden twee kleinere T-vensters, alle met gepleisterde wenkbrauwomlijsting boven het bovenlicht. In de noordelijke zijgevel zitten van west naar oost: twee T-vensters, twee door de gepleisterde wenkbrauwen gekoppelde T-vensters en een vernieuwd achtruitsvenster. In deze gevel zijn de gevelstenen aangebracht. De achtergevel is symmetrisch ingedeeld door de houten achterdeur met gietijzeren levensboom in het bovenlicht. Links van de deur zitten twee zesruitsvensters met gepleisterde wenkbrauw-omlijsting. Rechts tegen de achtergevel staat een houten SCHUUR met zadeldak, gemetselde plint en wybertvormige ruit, die vermoedelijk dateert van omstreeks 1900. De gemetselde dakkapel dateert, net als de schuur, vermoedelijk eveneens van omstreeks 1900. In de kajuit zitten twee stel openslaande deuren onder een geprofileerde lijst met drie acroteria. Het INTERIEUR is qua indeling grotendeels nog origineel: de brede gang, die vanaf het halletje naar de achterdeur doorloopt, verdeelt het pand links en rechts in twee symmetrische gedeelten: een gepleisterde boog halverwege de gang deelt het pand in een voor- en een achterdeel. In de gang zijn onder meer origineel: de houten paneeldeur -die de hal van de gang afscheidt- met geslepen en gekleurd glas, de gestucte plafonds met middenstukken en eierlijsten, de houten paneeldeuren naar de links en rechts gelegen vertrekken, waar eveneens een groot aantal originele elementen nog aanwezig is. De voorkamers zijn qua detaillering rijker uitgevoerd dan de overige. In voorkamers en de achterkamer aan de zuidzijde zijn onder meer aanwezig: de gestucte plafonds met rijk uitgevoerd middenstuk en hoekstukken, de marmeren schoorsteenmantels van zwart marmer met de door gepleisterde motieven gedecoreerde schouwen (één ervan, in de achterkamer, met een ovaal medaillon), de brede houten vensterbanken met vouwblinden; verder nog een houten schoorsteenmantel en kasten met houten paneeldeuren in alle kamers op de begane grond. Rechts op de gang ligt de trap met gietijzeren leuning die naar de verdieping leidt, waar de slaapkamers en de ruime zolder zijn gelegen. De overloop is origineel, in het plafond zit een lichtkoepel; een deur met gekleurd glas geeft toegang tot de vertrekken onder de (jongere) dakkapel. Rondom zijn de slaapkamers gelegen, waar een aantal originele elementen nog aanwezig is, onder meer een aantal kasten met houten deuren en de houten vloeren.

Waardering

De pastorie te Oppenhuizen uit 1866/1882 met bijbehorende aangebouwde schuur uit omstreeks 1900, is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

- vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp;

- vanwege de bijzondere en rijke ornamentiek, met name van een aantal interieuronderdelen;

- vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling van het dorp;

- voor het aanzien van het dorp;

- vanwege de architectonische gaafheid van exterieur en interieur;

- in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de dorpse omgeving.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The former PARSONAGE belonging to the Hervormde Kerk (Tsjerkebuorren 1; mon. no. 39808) is located in the centre of the waterway village Oppenhuizen, between the old linear settlement west of the waterway. Until 1866, when the road between Sneek and Oppenhuizen-Uitwellingerga was constructed, the village depended on water transport. After the road was built, the village became accessible by land; this contributed to the realisation of many new buildings on both sides of the new road. The parsonage dates from that period; it is situated on the east side of the road and faces west. The parsonage stands on a spacious, rectangular, moated and raised plot bounded by beech trees and shrubs; the site is accessible via a dam across the moat. On the rear side flows the waterway, It Ges. The original garden layout is no longer recognisable.

The parsonage was built in 1866 in eclectic style; the construction work was carried out by carpenters Sjaardema and De Boer. In 1882, the parsonage, which the newly appointed minister found too small, was enlarged by Durk Taedes Jongbloed: a new section was added to the rear which fits very well into the old design. Against the north gable, the facade stones have been placed which commemorate the two building phases. The oldest one reads: "On the 30th of April 1866 the Church Wardens of Oppenhuizen, W.T. Zijlstra, E.A. de Jager and W.G. Rodenburg laid the first stone of this building in the presence of the Reverend J. Krull, Minister of this congregation". The newest one reads: "On the 14th of July 1882 the first stone for the alteration of this Parsonage was laid by the Reverend A. van Griethuizen, in the presence of the Church Wardens E.A. de Jager, G.R. Veldhuis, P.C. Walma". Around 1900 a number of minor construction works were carried out, such as the addition of the wooden barn and the roof dormer (cabin), both on the rear side.

Description

The PARSONAGE, on a rectangular ground plan, is built of brick and is covered by a broken hipped roof with four chimneys with chamfered corners and coping slabs. On the roof slopes on the front are Lucas IJsbrand tiles; for the rest black glazed Tuiles du Nord tiles. A continuous natural stone plinth and a high continuous main cornice with blocked moulding border the bottom and top of the facades which on the front are bordered by two corner pilasters with plastered mirror surfaces. The roof is finished with a profiled moulding. The front facade is symmetrically arranged by a central risalit that extends into a roof dormer (cabin) with on either side two T-windows with curved brackets and -around the fanlight- plastered, profiled eyebrow surrounds on small consoles. The entrance is situated in a porch which is accessible via two natural stone steps. The double wooden door with fanlight is flanked by plastered mirror surfaces. In front of the cabin with French doors hangs a balcony on substantial consoles; profiled surround and cast iron balustrade. The cabin is topped by a tympanum with three acroteria. In the south side gable are four T-windows with in the middle two smaller T-windows, all with plastered eyebrow surround above the fanlight. In the north side gable, from west to east: two T-windows, two T-windows linked by plastered eyebrows and a renewed rear transom window. In this gable are the facade stones. The rear gable is symmetrically arranged by the wooden rear door with cast iron tree-of-life in the fanlight. To the left of the door are two six-light windows with plastered eyebrow surround. To the right against the rear gable stands a wooden BARN with gabled roof, brick plinth and wybert-shaped light, probably dating from around 1900. The brick roof dormer dates, like the barn, probably also from around 1900. In the cabin are two sets of French doors under a profiled moulding with three acroteria. The INTERIOR is largely still original in its layout: the broad corridor, which runs from the little hallway to the rear door, divides the building on the left and right into two symmetrical sections: a plastered arch halfway along the corridor divides the building into a front and a back section. In the corridor are among others original: the wooden panelled door -which separates the hallway from the corridor- with cut and coloured glass, the stuccoed ceilings with centrepieces and egg-and-dart moulding, the wooden panelled doors to the rooms on the left and right, where similarly a large number of original elements are still present. The front rooms are finished with richer detail than the other rooms. In the front rooms and the rear room on the south side are among others present: the stuccoed ceilings with richly executed centrepiece and corner pieces, the marble chimney surrounds of black marble with fireplaces decorated with plastered motifs (one of them, in the rear room, with an oval medallion), the wide wooden windowsills with pull-down blinds; furthermore a wooden chimney surround and cupboards with wooden panelled doors in all rooms on the ground floor. On the right of the corridor is the staircase with cast iron railings which leads to the first floor, where the bedrooms and spacious attic are located. The landing is original; in the ceiling is a skylight; a door with coloured glass gives access to the rooms under the (later) roof dormer. Around the landing are the bedrooms, where a number of original elements are still present, including a number of cupboards with wooden doors and the wooden floors.

Valuation

The parsonage at Oppenhuizen from 1866/1882 with adjoining attached barn from around 1900, is of general cultural-historical and architectural-historical importance:

- for the aesthetic quality of the design;

- for the special and rich ornamentation, particularly of a number of interior components;

- for the siting, connected with the development of the village;

- for the character of the village;

- for the architectural integrity of exterior and interior;

- in relation to the structural and visual integrity of the village setting.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map