TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Jan van Goyenkade 44

Leiden, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1909 - 1911
Address
Jan van Goyenkade 44, 2311 BC Leiden
Place
Leiden
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.15090, 4.48369
Monument number
515113

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 17 Leiden, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLA uit 1909, in een aan de Art Nouveau verwante bouwstijl, gebouwd in opdracht van dr. Anton Willem Nieuwenhuis (1864-1953), hoogleraar in de land- en volkenkunde van Nederlands-Indië, en zijn vrouw dr. Margaretha Nieuwenhuis- Van Uexküll Guldenbandt (1873-1970), die was geboren te Kowno in Litouwen en daarna in Zwitserland was opgeleid als biologe.

Tussen 1904 en 1909 kocht het echtpaar een stuk grond aan de Jan van Goyenkade. Margaretha had in Zürich ook les gehad aan de Polytechnische School en ontwierp zelf de villa. De in Leiden zeer actieve aannemer Botermans bouwde het huis, dat in 1911 werd voltooid. In 1913 kreeg het ontwerp een eervolle vermelding in een gevelwedstrijd die was uitgeschreven door B&W in Leiden.

Het huis werd door de familie Nieuwenhuis 'Ons Eiland' genoemd vanwege de situering. Het staat op een driehoekig perceel dat aan twee kanten grenst aan water (de Vliet en de Trekvaart) en aan één kant aan het perceel van de buren. Na de tweede wereldoorlog kreeg het van de buurtbewoners de bijnaam ''t Kasteeltje'. In eerste instantie wilde Margaretha op iedere hoek een torentje laten bouwen, waardoor het huis een waar kasteeltje was geworden. Juist om deze reden kreeg ze voor dit ontwerp van de gemeente geen toestemming. Het huis heeft bovendien een bijzondere fundering: het staat niet op heipalen maar op stapel funderingen (taps toelopende blokken).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kelder benoemd tot officiële schuilkelder van de gemeente. Als voorzieningen werden er toen toiletten en banken in gebouwd en om de paar meter zware betonnen palen van de Leidse betonwarenfabriek Wernink.

In het huis staan nog ledenradiatoren met Art Nouveau reliëfs van de NV Rotterdamsche Centrale Verwarmings Maatschappij. Op zolder en in het souterrain zijn in een latere fase kamers gebouwd. De badkamer op de eerste verdieping is verbouwd tot keuken.

Omschrijving

De onderkelderde villa is opgetrokken op een nagenoeg vierkante plattegrond over twee bouwlagen onder een afgeknot schilddak met leien in Maasdekking.

Het hoektorentje, enkele erkers en uitbouwen en de loggia geven het huis een asymmetrische en onregelmatige verschijningsvorm. De gevels zijn opgetrokken in rode verblendsteen boven een hoge deels gebosseerde en deels gefrijnde kunststenen plint met een hardstenen dekrand, waarin zich de vensters van het souterrain bevinden. De rechtgesloten vensters hebben bovenlichten met een fijne roedenverdeling. Onder de vensters hardstenen waterdorpels, boven de vensters hardstenen lateien.

Een hardstenen trap tussen gemetselde balustrades met hardstenen leuningen leidt naar de hoofdingang van het huis, centraal in de voorgevel (zuid). Rond het ingangsportiek is een hardstenen lijst aangebracht met schijnvoegen en een segmentboog. In de portiek een paneeldeur onder een schouderboog met zij- en bovenlichten. Links op de hoek van de voorgevel, een achtzijdige toren. De toren telt drie bouwlagen, waarvan de derde bouwlaag uitkraagt boven een rondboogfries en wordt beëindigd door onder een met leien in Maasdekking gedekte spits. Rechts op de eerste verdieping een loggia met drie rondbogen op twee hardstenen zuilen. De zuilen steunen op een gemetselde balustrade met hardstenen afdekplaat. In de zijgevel heeft de loggia nog een opening onder een rondboog. In het dak bevindt zich boven de ingang een grote dakkapel onder een aan beide zijden uitzwenkende segmentboog.

Het grootste deel van de rechter zijgevel (oost) risaleert ten opzichte van de rechter vensteras. In de risaliet een driezijdige erker onder een schilddak. In het dakvlak daarboven een grote dakkapel onder een lessenaardak.

Van de achtergevel (noord) risaleert het linkerdeel, waarin zich een deur boven een trap bevindt. De trap is uitgevoerd in dezelfde bossage als de plint en heeft een gemetselde balustrade met hardstenen leuning. Rechts van de risaliet steekt het trappenhuis met heldere traplichten onder een plat dak uit boven de gootlijst van de kap.

Links in de linker zijgevel (west) een grote vijfzijdge erker met daarop een balkon met een gemetselde balustrade met hardstenen dekplaten. Boven de erker in het dakvlak een grote rechtgesloten dakkapel. Verder wordt het dak opgesierd door pironnen op de hoeken, kleine vlakgedekte dakkapelletjes, hoge gemetselde schoorstenen en een lage schoorsteen.

Het interieur van de villa is grotendeels in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De kamers op de begane grond en verdieping zijn gerangschikt rond een centrale hal. In het verlengde van de ingang bevindt zich het trappenhuis.

Typerend voor het huis zijn de paneeldeuren met eenvoudige geometrische indeling, onder bovenlichten met roeden. In de kamers onder andere: vensterbanken met en zonder verwarming en roosters, suitedeuren met panelen, eenvoudige stucplafonds, enkele schouwen, houten vloeren en een ingebouwde kast. De ledenradiatoren met Art Nouveau reliëfs zijn voor een groot deel uit de andere ruimtes verplaatst naar de hal. Een Art Nouveau ledenradiator met bordenwarmhoudkastje is verplaatst van de eetkamer op de begane grond, naar de eerste verdieping. In de hal zijn onder meer bewaard gebleven: wit en rood marmer op de vloer in het tochtportaal, tochtdeuren met geëtst glas, een in visgraat gelegde parketvloer, de bordestrap met houten panelen en balusters, een fonteintje, en de eenvoudige lijsten op het plafond en de wand.

In de toiletten en keuken onder meer: granito vloeren, lambriseringen van metro- tegels, witjes, sierranden en stortbakken. Op zolder houten kapspanten.

Waardering

Het pand is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde wegens de aan de Art Nouveau verwante bouwstijl van het exterieur en de bijzondere interieuronderdelen in deze bouwstijl die bewaard zijn gebleven.

Dankzij de beeldbepalende ligging van het huis aan de Vliet en Trekvaart is het pand stedebouwkundig gezien van grote waarde.

Het exterieur is gaaf, van het interieur zijn veel onderdelen gaaf bewaard gebleven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA from 1909, in an architectural style related to Art Nouveau, built on the commission of Dr. Anton Willem Nieuwenhuis (1864-1953), professor of the ethnography and ethnology of the Dutch East Indies, and his wife Dr. Margaretha Nieuwenhuis- Van Uexküll Guldenbandt (1873-1970), who was born in Kovno in Lithuania and subsequently studied as a biologist in Switzerland.

Between 1904 and 1909 the couple purchased a plot of land on the Jan van Goyenkade. Margaretha had also taken lessons at the Polytechnic School in Zürich and designed the villa herself. The contractor Botermans, very active in Leiden, built the house, which was completed in 1911. In 1913 the design received an honourable mention in a facade competition that had been announced by the Municipal Executive in Leiden.

The house was called 'Ons Eiland' by the Nieuwenhuis family because of its situation. It stands on a triangular plot that borders water on two sides (the Vliet and the Trekvaart) and on one side borders the neighbours' plot. After the Second World War it was given the nickname ''t Kasteeltje' by the local residents. Initially Margaretha wanted to have a turret built on each corner, which would have made the house a real little castle. For this very reason she received no permission from the municipality for this design. The house also has a special foundation: it does not stand on pile foundations but on stack foundations (tapered blocks).

During the Second World War the basement was designated as the official air-raid shelter for the municipality. Toilets and benches were then installed as facilities, and every few metres heavy concrete poles from the Leiden concrete factory Wernink.

In the house there are still section radiators with Art Nouveau reliefs from the NV Rotterdamsche Centrale Verwarmings Maatschappij. In the attic and in the basement rooms were built at a later stage. The bathroom on the first floor has been converted into a kitchen.

Description

The cellared villa is erected on a nearly square ground plan over two storeys under a hipped roof with slates in Dutch bond.

The corner turret, a number of bay windows and outbuildings and the loggia give the house an asymmetrical and irregular appearance. The facades are erected in red facing brick above a tall partly rusticated and partly boasted artificial stone plinth with a hardstone top edge, in which are the basement windows. The flush windows have fanlights with fine glazing bars. Under the windows hardstone water drips, above the windows hardstone lintels.

A hardstone staircase between mortared balustrades with hardstone railings leads to the main entrance of the house, centrally in the front facade (south). Around the entrance porch is a hardstone moulding with false joints and a segmental arch. In the porch a panelled door under a shouldered arch with side and fanlights. On the left on the corner of the front facade, an octagonal tower. The tower has three storeys, of which the third storey projects above a semicircular-arch frieze and is terminated by a spire covered with slates in Dutch bond. On the right on the first floor a loggia with three semicircular arches on two hardstone columns. The columns rest on a mortared balustrade with hardstone top plate. In the side facade the loggia has another opening under a semicircular arch. In the roof above the entrance is a large dormer window under a segmental arch that extends on both sides.

The greater part of the right side facade (east) projects with respect to the right window axis. In the projection a three-sided bay window under a hipped roof. In the roof plane above it a large dormer window under a sloping roof.

From the rear facade (north) the left part projects, in which is a door above a staircase. The staircase is executed in the same rustication as the plinth and has a mortared balustrade with hardstone railing. To the right of the projection the stairwell with clear stair lights projects above the roof eaves under a flat roof.

On the left in the left side facade (west) a large five-sided bay window with above it a balcony with a mortared balustrade with hardstone top plates. Above the bay window in the roof plane a large flush dormer window. The roof is further embellished by roof finials on the corners, small flat-roofed dormer windows, tall mortared chimneys and a low chimney.

The interior of the villa has been largely preserved in the original state. The rooms on the ground floor and first floor are arranged around a central hall. In line with the entrance is the stairwell.

Typical of the house are the panelled doors with simple geometric division, below fanlights with glazing bars. In the rooms, among other things: windowsills with and without heating and grilles, suite doors with panels, simple stucco ceilings, a few chimneypieces, wooden floors and a built-in cupboard. The section radiators with Art Nouveau reliefs have largely been moved from other spaces to the hall. An Art Nouveau section radiator with a plate-warming cupboard has been moved from the dining room on the ground floor to the first floor. In the hall are preserved, among other things: white and red marble on the floor in the entrance vestibule, entrance doors with etched glass, a herringbone-laid parquet floor, the staircase with wooden panels and balusters, a small fountain, and the simple mouldings on the ceiling and wall.

In the toilets and kitchen, among other things: granito floors, metro-tile wainscotting, small white tiles, decorative borders and cisterns. In the attic wooden roof trusses.

Valuation

The property is of general interest because of its cultural and architectural-historical value due to the architectural style related to Art Nouveau of the exterior and the special interior components in this architectural style that have been preserved.

Thanks to the visually distinctive location of the house on the Vliet and Trekvaart, the property is of great urban planning value.

The exterior is intact, of the interior many components have been preserved intact.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map