Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Witte Singel 92
Leiden, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1903
- Address
- Witte Singel 92, 2311 BR Leiden (and others)
- Place
- Leiden
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.15378, 4.48721
- Monument number
- 515085
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 17 Leiden, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Blokje van zes ETAGEWONINGEN, in opdracht van Botermans gebouwd en daterend uit 1903. De woningen zijn gebouwd in een voor de periode rond de eeuwwisseling karakteristieke overgangsarchitectuur met kenmerken van zowel de neo-hollandse renaissance als de art nouveau in de detaillering. Het interieur van de woningen was oorspronkelijk ook rijk versierd met geëtst glas met art nouveau decoraties, dito stucplafonds, gemarmerde lambrizeringen en gehoute deuren. De voorgevel van het woonblok is gericht op de gracht van de voormalige stadswallen, de begrenzing van het beschermde stadsgezicht Leiden.
Omschrijving
Vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken woonblok met drie bouwlagen onder een afgeknot schilddak met dwarskappen, die deels nog zijn gedekt met de oorspronkelijke leien in Maasdekking. De brede, symmetrische voorgevel is opgetrokken in baksteen en wordt verlevendigd door speklagen en details van gele verblendsteen, hardsteen en wit geschilderde, gepleisterde baksteen of dito kunststeen, toegepast in de in hout en kunststeen uitgevoerde balkons, erkers en loggia's. Het gaat om drie verschillende, drie- assige woningen die spiegelbeeldig identiek zijn aan de andere drie. Ze zijn alle voorzien van hardstenen plinten en vensters met roedenverdeling in de bovenramen en eveneens hardstenen onderdorpels.
De rechter woning (nr.92) heeft de entree in de linker travee. De oorspronkelijke deur staat onder een bovenlicht en een geprofileerde latei. De licht risalerende rechter gevelpartij heeft een twee bouwlagen hoge erker, waarvan de naar de voordeur gekeerde hoek is afgesnoten. In deze hoek per bouwlaag een smal venster onder profiellijst en ontlastingsboogje van gele baksteen. De evenwijdig met de straat lopende vensterpartijen zijn samengesteld uit een breed middenvenster en smallere zijlichten naast gemetselde penanten, en staan onder overspannende geprofileerde lateien. Boven het venster op de begane grond tevens een ontlastingsboog van gele baksteen. De erker wordt beëindigd door een profiellijst, waarboven een balkonbalustrade met geprofileerde handlijst, wit geschilderde balusters en zware hoekbalusters van schone baksteen. Boven de entree een loggia met boogtraceringen in het in hout en kunststenen uitgevoerde balkonhek en een geprofileerde omlijsting van de bovenkant van de loggia-opening. Hierboven een ontlastingsboogje van gele baksteen. De loggia is bereikbaar via een openslaande balkondeur met bovenlicht. Boven de loggia een onder een gele, verblendstenen ontlastingsboog en geprofileerde latei staand, rechtgesloten venster. De twee gevelopeningen hier rechts van zijn oorspronkelijk beide voorzien van openslaande deuren, zolas nog is te zien bij nr. 97. De linker deuren zijn aan de onderzijde dichtgezet. De afsluitende lateien zijn als die van het venster boven de loggia en staan eveneens onder gele verblendstenen ontlastingsbogen. De geveltop is een afgeknotte puntgevel met schouderstukken, geprofileerde deklijst met klimmend keperboogfries en gemetselde, met witte "pinakels" bekroonde attiekbalustrade, wat ook de beëindiging is van de linker travee. In de geveltop staan drie vensters onder geprofileerde latei en gele ontlastingsboogjes. Het dak is een afgeknot, met leien gedekt (Maasdekking) gedekt schilddak en is onderdeel van de kap die het gehele woonblok overdekt.
De voorgevel van nr.93 is vrijwel symmetrisch en licht risalerend ten opzichte van de belendende panden. Op die van de loggia na zijn alle gevelopeningen rechtgesloten. De lateien zijn geprofileerd en wit geschilderd. Op de niet symmetrisch ingedeelde begane grond bevinden zich van links naar rechts de originele deur met getoogd driedelig raam en bovenlicht met roedenverdeling en twee vensters, waarvan de rechter onder een ontlastingsboogje van gele steen en de linker onder het balkon van een loggia. Op de eerste verdieping staat aan weerszijden van de loggia een venster onder gele ontlastingsboog. De loggia bevindt zich in een door middel van een met leien gedekt kapje met profiellijst bekroond risaliet. De balkonbalustrade is voorzien van een houten balustradehek met gebogen traceringen op een kunststenen basis met geprofileerde rand en kleine hoekconsoles aan een kunststenen kuip. De opening van de loggia wordt afgesloten door een geprofileerde hoefijzerboog. De loggia is bereikbaar via openslaande deuren onder een bovenlicht met roedenverdeling. De drie vensters op de tweede verdieping zijn identiek en staan onder een met de lateien verbonden, dunne cordonlijst en een fries van siermetselwerk onder een op klampen rustende, uitkragende geprofileerde gootlijst. In een gevelsteen tussen het middenvenster van de tweede verdieping en een lucarne staat het bouwjaar 1903 vermeld. De gevel van de lucarne is opgetrokken in baksteen, heeft een kraagstuk aan weerszijden van een profiellijst, een geprofileerde latei met schouderstukken bij de aanzet van een geveltop met rondboog ontlastingsboog, geprofileerde deklijst en een pumeel. De wangen van de lucarne zijn eveneens van baksteen. Het dak is gedekt met leien (Maasdekking) en is onderdeel van de kap die het gehele woonblok overdekt.
De gevels van de woningen met de huisnummers 94 en 95 hebben een asymmetrische gevelindeling, maar vormen een symmetrisch geheel. De meeste gevelopeningen zijn rechtgesloten en staan onder geprofileerde segmentbogen. De entrees bevinden zich in een licht risalerende middenpartij. De linker travee van nr.94 heeft een ingang in een portiek. De ingang van het portiek wordt afgesloten door een open rondboog-drielicht van gele verblendsteen. De gevelpartij rechts van de entree heeft op de begane grond een driezijdige erker met schuine zijden. De vensters staan onder boogtrommels met baksteenmozaïekjes en geprofileerde, met elkaar verbonden segmentbogen. Op de geprofileerde bovenrand van de erker rusten de bakstenen balusters van de waarschijnlijk niet oorspronkelijke balustrade rondom het platte dak. Boven de erker een grote gevelopening, samengesteld uit openslaande deuren met zijlichten en een segmentboogvormig, driedelig bovenlicht met roedenverdeling. Links van dit venster een loggia, waarvan het bovenste deel van de opening wordt geaccentueerd door een geprofileerde omlijsting met kraagstukken en segmentboog. De loggia is bereikbaar via een openslaande deur met bovenlicht. De bijbehorende borstwering is van kunststeen en voorzien van gebogen traceringen en een geprofileerde deklijst. Tussen de loggia en het venster op de tweede verdieping in de zelfde travee ligt een geprofileerde, aan een lessnaardakje bevestigde houten lijst, die de kraagstukken aan weerszijden hiervan met elkaar verbindt. Het enkele venster in de linker travee en de twee vensters in het rechter geveldeel zijn evenals de bijbehorende bogen en boogtrommels te vergelijken met de erkervensters. De iets hoger opgaande rechter gevelpartij wordt bekroond door een topgevel met een smalle attiekbalustrade aan weerszijden. De top heeft een uitkragende, concaaf gewelfde aanzet van een geprofileerde deklijst, een bekroning in de vorm van een pumeel en een gepleisterd driehoekig gevelveld. Het rondboogvenster in de geveltop heeft een bovenraam met verspringende roedenverdeling onder een geprofileerde rondboog. In het dakschild links hiervan bevindt zich een later toegevoegde dakkapel.
De gevel van de woning met huisnr. 95 is spiegelbeeldig identiek aan die van nr. 94. De witte gevelaccenten van nr.94 hebben bij nr.95 echter een grijze kleur. De waarschijnlijk originele balustrade van nr. 95 is samengesteld uit reeksen tussen bakstenen hoekelementen staande balusters met verbindend ijzerwerk, waarop een geprofileerde deklijst rust. Het ijzerwerk mist in de baluster van nr 94, waar de oorspronkelijke balusters bovendien zijn vervangen door baksteen.
De gevel met het huisnummer 96 is spiegelbeeldig identiek aan die van nummer 93. De oorspronkelijke lucarne is hier echter vervangen door een brede, moderne dakkapel.
De gevel met het huisnummer 97 is spiegelbeeldig identiek aan die van nummer 92. Alleen de kleur van het houtwerk verschilt op een aantal punten. Ook is het hekwerk tussen de balkonbalusters van nr.97 nog aanwezig, waar die bij 92 zijn verdwenen. In de sobere achtergevels bevinden zich rechtgesloten gevelopeningen.
Het inwendige van de meeste woningen is voor een belangrijk deel in oorspronkelijke staat bewaard gebleven en wordt gekenmerkt door een suite-indeling. De grotere kamers waren oorspronkelijk alle voorzien van stucplafonds, waarvan een deel beschilderd was. De serres aan de achterzijde hebben een tegelvloer. De decoratieve onderdelen in het interieur hebben zowel de stilistische kenmerken van zowel de neo-renaissance als de art nouveau. In het interieur van de woning met huisnummer 93 is weinig van de oorspronkelijke detaillering terug te vinden en ook de oorspronkelijk ruimteïndeling is hier aangepast.
Nr.94 heeft in het ingangsportaaltje een marmeren vloer, een dito bekleding op de onderste delen van de wand en een stucreliëf aan het plafond. De wand tussen portaal en gang is voorzien van gesneden houtwerk en een dubbele deur tussen boven- en zijlichten. Ook de gang heeft een marmeren vloer. De op de gang uitkomende deuren zijn binnen profiellijsten staande paneeldeuren. De woonkamer is een kamer en suite met paneel-schuifdeuren, plafonds met karakteristieke art nouveau stucreliëfs (kastanjebladeren en -bloesemlantaarns) en marmeren schouwen. De serre heeft een tegelvloer die is samengesteld uit kleurrijke tegels die gecombineerd onder meer gestyleerde bloempatronen vormen. De schuifdeuren tussen de de achterkamer en de serre zijn ingevuld met eenvoudig glas-in-lood. De scheluwetrap naar de verdieping bezit een gedraaide trappaal en op gedraaide houten balusters en aan de muur bevestigde handlijsten. Op de eerste verdieping eveneens paneeldeuren binnen profiellijsten, een kamer en suite met paneel- schuifdeuren, art nouveau stucplafonds en een marmeren schouw in de voorkamer. De schouw uit de achterkamer is verplaatst naar de voorkamer op de bel étage, waar de oorspronkelijke schouw was verdwenen. Ook op de tweede verdieping art nouveau stucplafonds in een kamer en suite met paneel-schuifdeuren en een houten schouw met zweepslagmotieven in de voorkamer. De scheluwetrap naar deze bouwlaag is gecombineerd met geprofileerde handlijsten. Het interieur van nr.95 is voor een belangrijk deel identiek. Het ingangsportaal is voorzien van geprofileerde stuclijsten aan de wanden boven de marmeren lambrizering. De tochtdeur bevat snijwerk en de zes panneeldeuren aan de gang zijn gehout. De kamer op de begane grond is een kamer en suite met schuifdeuren en marmeren schouw in zowel de voor- als de achterkamer. De serre heeft voor een belangrijk deel nog de oorspronkelijke betegeling en een eveneens oorspronkelijke asbestwand met een houten rasterpatroon. De scheluwetrappen hebben gesneden trappalen en spijlen, en geprofileerde handlijsten en leuningen met wrong. Op de verdieping eveneens gehoute deuren, art nouveau stucplafonds in de kamer en suite met het oorspronkelijke sluitwerk aan de paneelschuifeuren en schouwen van zwart marmer. Het toilet bevat nog de oorspronkelijk, tussen ijzeren beugels staande porceleinen toiletpot met vogels en florale motieven. Ook op de tweede verdieping gehoute deuren en plafonds met art nouveau stucwerk. De schouwen zijn van hout en voorzien van zweepslagmotieven. De schuifdeuren zijn hier dichtgezet. Ook naar de zolderverdieping een scheluwetrap met wrong.
Waardering
Blok van zes etagewoningen van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde wegens de voor de bouwtijd karakteristieke vormgeving, detaillering, materiaalgebruik en samenhang tussen in- en exterieur. Voorts van situationeel belang vanwege de ligging aan de gracht van de voormalige stadswallen en de ruimtelijke en stedebouwkundige relatie hiermee. Tevens van belang vanwge de gaafheid van in- en exterieur en vanwege de herkenbaarheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Block of six apartment buildings, built on commission of Botermans and dating from 1903. The dwellings were built in a transition architecture characteristic of the period around the turn of the century with features of both neo-Dutch renaissance and art nouveau in the detailing. The interior of the dwellings was originally also richly decorated with etched glass with art nouveau decorations, stucco ceilings to match, marbled wainscoting and veneered doors. The front facade of the apartment block faces the canal of the former city ramparts, the boundary of the protected cityscape Leiden.
Description
Apartment block built from a rectangular floor plan with three storeys under a truncated hipped roof with transverse roof structures, some of which are still covered with the original tiles in Maas covering. The broad, symmetrical front facade is built in brick and is enlivened by bands of courses and details of yellow facing brick, hard stone and white-painted, plastered brick or matching artificial stone, applied in balconies, bay windows and loggias executed in wood and artificial stone. These are three different, three-bay dwellings which are mirror-image identical to the other three. They are all provided with hard stone plinths and windows with glazing bars in the upper lights and likewise hard stone underpediments.
The right dwelling (no. 92) has the entrance in the left bay. The original door stands under a fanlight and a profiled lintel. The slightly projecting right facade section has a two-storey high bay window, the corner of which facing the front door is cut off. In this corner per storey a narrow window under a profile moulding and relieving arch of yellow brick. The window sections running parallel to the street are composed of a broad centre window and narrower side lights next to mortared pilasters, and stand under overarching profiled lintels. Above the window on the ground floor also a relieving arch of yellow brick. The bay window is finished by a profile moulding, above which a balcony balustrade with profiled handrail, white-painted balusters and heavy corner balusters of fair-faced brick. Above the entrance a loggia with arch traceries in the balcony railing executed in wood and artificial stone and a profiled edging of the top of the loggia opening. Above this a relieving arch of yellow brick. The loggia is accessible via a casement balcony door with fanlight. Above the loggia a window with square head standing under a yellow, facing brick relieving arch and profiled lintel. The two facade openings here to the right are originally both provided with casement doors, as can still be seen at no. 97. The left doors have been closed off at the bottom. The finishing lintels are like those of the window above the loggia and likewise stand under yellow facing brick relieving arches. The gable end is a truncated pointed gable with shoulder pieces, profiled cornice with climbing herringbone brick course frieze and mortared, with white "pinnacles" crowned attic balustrade, which is also the finish of the left bay. In the gable end stand three windows under profiled lintel and yellow relieving arches. The roof is a truncated, tile-covered (Maas covering) hipped roof and is part of the roof truss that covers the entire apartment block.
The front facade of no. 93 is virtually symmetrical and slightly projecting compared to the adjoining properties. Apart from that of the loggia all facade openings are square-headed. The lintels are profiled and white-painted. On the not symmetrically divided ground floor are situated from left to right the original door with arched three-part window and fanlight with glazing bars and two windows, of which the right under a relieving arch of yellow stone and the left under the balcony of a loggia. On the first floor on either side of the loggia stands a window under a yellow relieving arch. The loggia is situated in a projecting section crowned by means of a roof with a cap covered with tiles with profile moulding. The balcony balustrade is provided with a wooden balustrade railing with curved traceries on an artificial stone base with profiled edge and small corner consoles on an artificial stone tub. The opening of the loggia is closed off by a profiled horseshoe arch. The loggia is accessible via casement doors under a fanlight with glazing bars. The three windows on the second floor are identical and stand under a thin belt course connected with the lintels and a frieze of ornamental brickwork under a profiled drip moulding projecting on brackets. In a facade stone between the centre window of the second floor and a dormer the building year 1903 is noted. The facade of the dormer is built in brick, has a corbel on either side of a profile moulding, a profiled lintel with shoulder pieces at the base of a gable top with round arch relieving arch, profiled cornice and a finial. The cheeks of the dormer are likewise of brick. The roof is covered with tiles (Maas covering) and is part of the roof truss that covers the entire apartment block.
The facades of the dwellings numbered 94 and 95 have an asymmetrical facade arrangement, but form a symmetrical whole. Most facade openings are square-headed and stand under profiled segmental arches. The entrances are located in a slightly projecting central section. The left bay of no. 94 has an entrance in a porch. The entrance to the porch is closed off by an open round arch three-light of yellow facing brick. The facade section to the right of the entrance has on the ground floor a three-sided bay window with angled sides. The windows stand under arch drums with brick mosaic and profiled, mutually connected segmental arches. On the profiled top edge of the bay window rest the brick balusters of the probably non-original balustrade around the flat roof. Above the bay window a large facade opening, composed of casement doors with side lights and a round arch-shaped, three-part fanlight with glazing bars. To the left of this window a loggia, of which the upper part of the opening is accentuated by a profiled edging with corbels and segmental arch. The loggia is accessible via a casement door with fanlight. The associated breastwork is of artificial stone and provided with curved traceries and a profiled cornice. Between the loggia and the window on the second floor in the same bay is a profiled wooden moulding attached to a lean-to roof, which connects the corbels on either side of it together. The single window in the left bay and the two windows in the right facade section are comparable in terms of the associated arches and arch drums to the bay window windows. The slightly higher rising right facade section is crowned by a gable top with a narrow attic balustrade on either side. The top has a projecting, concavely curved base of a profiled cornice, a finial in the form of a finial and a plastered triangular gable field. The round arch window in the gable top has an upper light with offset glazing bars under a profiled round arch. In the roof field to the left of this is a later added dormer.
The facade of the dwelling numbered 95 is mirror-image identical to that of no. 94. The white facade accents of no. 94 have a grey colour at no. 95, however. The probably original balustrade of no. 95 is composed of series of balusters positioned between brick corner elements with connecting ironwork, on which a profiled cornice rests. The ironwork is missing in the baluster of no. 94, where the original balusters have moreover been replaced by brick.
The facade numbered 96 is mirror-image identical to that of number 93. The original dormer here, however, has been replaced by a broad, modern dormer.
The facade numbered 97 is mirror-image identical to that of number 92. Only the colour of the woodwork differs at several points. Also the railing between the balcony balusters of no. 97 is still present, where those at 92 have disappeared. In the austere rear facades are square-headed facade openings.
The interior of most dwellings has been preserved in large part in original condition and is characterised by a suite arrangement. The larger rooms were originally all provided with stucco ceilings, some of which were painted. The conservatories at the rear have a tiled floor. The decorative elements in the interior have both stylistic characteristics of neo-renaissance as well as art nouveau. In the interior of the dwelling numbered 93 little of the original detailing can be found and also the originally spatial arrangement has been adapted here.
No. 94 has in the entrance vestibule a marble floor, likewise cladding on the lower parts of the wall and stucco relief on the ceiling. The wall between vestibule and corridor is provided with carved woodwork and a double door between upper and side lights. The corridor also has a marble floor. The doors opening onto the corridor are panel doors within profile mouldings. The living room is a room en suite with panel sliding doors, ceilings with characteristic art nouveau stucco reliefs (chestnut leaves and blossom lanterns) and marble fireplaces. The conservatory has a tiled floor composed of colourful tiles which combined form amongst others stylised flower patterns. The sliding doors between the rear room and the conservatory are filled with simple leaded glass. The open-string staircase to the floor has a turned newel post and turned wooden balusters and wall-mounted handrails. On the first floor likewise panel doors within profile mouldings, a room en suite with panel sliding doors, art nouveau stucco ceilings and a marble fireplace in the front room. The fireplace from the rear room has been moved to the front room on the bel étage, where the original fireplace had disappeared. Also on the second floor art nouveau stucco ceilings in a room en suite with panel sliding doors and a wooden fireplace with whiplash motifs in the front room. The open-string staircase to this storey is combined with profiled handrails. The interior of no. 95 is for an important part identical. The entrance vestibule is provided with profiled stucco mouldings on the walls above the marble wainscoting. The draught door contains carved work and the six panel doors on the corridor are veneered. The room on the ground floor is a room en suite with sliding doors and marble fireplace in both the front and rear room. The conservatory still has for an important part the original tiling and likewise an original asbestos wall with a wooden lattice pattern. The open-string staircases have carved newel posts and spindles, and profiled handrails and rails with twisted ends. On the floor likewise veneered doors, art nouveau stucco ceilings in the room en suite with the original fasteners on the panel sliding doors and fireplaces of black marble. The toilet still contains the original, positioned between iron brackets porcelain toilet bowl with birds and floral motifs. Also on the second floor veneered doors and ceilings with art nouveau stucco work. The fireplaces are of wood and provided with whiplash motifs. The sliding doors are here closed off. Also to the attic floor an open-string staircase with twisted ends.
Valuation
Block of six apartment buildings of general importance because of culture- and architecture-historical value due to the design, detailing, material use and coherence between interior and exterior characteristic of the building period. Furthermore of situational importance because of the location on the canal of the former city ramparts and the spatial and urban planning relationship with it. Also of importance because of the completeness of interior and exterior and because of the recognisability.
Nearby in the register
- Archiefbewaarplaats, Boisotkade 2 AOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Brug, Boisotkade bij 3Brugunder 1 mi
- Woonhuis, Vliet 39Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Vliet 37Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.