Rijksmonumentenregister · Netherlands
Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart
Leiden, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1924 - 1925
- Address
- Herensingel 3, 2316 JS Leiden
- Place
- Leiden
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.16393, 4.50155
- Part of complex
- 515022
- Monument number
- 515023
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De Dekanale rooms-katholieke parochieKERK Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart en Sint Joseph is in 1924-1925 gebouwd als de Sint Jozefskerk (Josephkerk), in opdracht van de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart-parochie (bouwpastoor Leusen). Bouwmeesters van zowel de kerk met klokkentoren als de bijbehorende pastorie waren de architecten Leo van der Laan en diens zoon Jan. Het uit 1923 daterende ontwerp werd uitgevoerd door het Leidse aannemersbedrijf Bik en Breedeveld. De kerk is gebouwd in een typische, aan de Nieuwe Haagse School verwante, expressionistische bouwstijl en is van het basiliektype. Het voor een belangrijk deel nog in oorspronkelijke staat verkerende kerkinterieur is onder meer voorzien van een in 1931 door Alexander Petrus Asperslagh ontworpen en aangebrachte muurschildering en zestien kruiswegstaties van de hand van Wijnand Geraets uit 1943. Het oorspronkelijke glas-in-lood is in 1955 vervangen door het huidige. De kap van de kerk is vernieuwd in 1979. Zowel exterieur als interieur van kerk, alsmede de oorspronkelijke erfscheiding vallen onder de bescherming van rijkswege.
Omschrijving
In schone baksteen en beton opgetrokken kerkgebouw onder met leien (maasdekking) gedekte zadeldaken met dakkapelletjes in de steile dakschilden. De gevels worden beëindigd door licht uitkragende betonnen randen en verlevendigd door randen van uitgemetselde en groen geglazuurde baksteen, decoratieve steensverbanden en accenten van graniet. Het schip van de kerk staat met de nok loodrecht op de straat gericht. Het heeft een symmetrisch vooraanzicht met een eveneens onder zadeldak staand middenrisaliet met vlechtwerk en een kleine tuit. In de risalietgevel twee ingangspartijen met beslagen vleugeldeuren in een ondiep portiek. De stoepen en de hoekblokken aan weerszijden van de ingang zijn van graniet. Boven de deuren een zware betonnen latei en drie met glas-in-lood ingevulde bovenlichten tussen uitgemetselde accenten van groen geglazuurde, uitgemetselde baksteen.
In het midden van de gevel een samengesteld spitsboogvenster met gemetselde penanten op een basis, gemetselde onderdorpels met afzaat en een invulling van glas-in-lood. Onder het spitsboog venster een reeks van vijf smalle, diepliggende vensters onder een zware latei.
Licht uitkragende, om de hoek lopende betonnen dakaanzetten. Voorzijde van het schip met drie smalle vensters in de geveltop, bekroond door een betonnen kruis. Linker langsgevel met uitgemetselde gevelrand en uitkragende betonnen gootlijst. Geheel rechts aan deze gevel een uitbouw met ingang en diepliggende vensters onder met leien gedekt zadeldak. De rest van de gevel bestaat uit vijf identieke traveeën met per travee drie smalle vensters met klimmende keperboog tussen gemetselde, met koper bedekte betonnen steunberen, die zijn verbonden met de lage zijbeuk met betonnen gevelrand en plat dak. De zijbeuk is per travee voorzien van drie kleine vensters. In het steile dakschild van het schip bevinden zich vijf houten, met leien bedekte dakkapelletjes met luiken.
Linksachter een lagere, dwars op het schip staande uitbouw onder met leien gedekt zadeldak. De achterzijde van de kerk is symmetrisch van opbouw. Dit deel van de kerk is samengesteld uit een veelheid van volumes die sterk variëren in hoogte en breedte. Op de kruising van het middenschip en een klein dwarsschip staat een met zink bekleed, vierkant vieringstorentje (Angelustorentje) met spits. De kopgevels van het dwarsschip zijn voorzien van vlechtwerk, een reeks van vijf, met glas-in-lood ingevulde vensters en licht uitkragende betonnen dakaanzetten. Kopgevel van middenschip eveneens met vlechtwerk en betonnen dakaanzetten. Iets minder hoog opgaande hoekpartijen met getrapte betonnen dekplaten.
In het midden een risaliet met kruis en een lager avant corps met een plat volume aan weerszijden. De rechter langsgevel en de daarmee verbonden uitgebouwde delen zijn vergelijkbaar met de linker gevel. In het dakschild eveneens vijf identieke dakkapelletjes. Rechtsvoor is deze gevel verbonden met de klokkentoren, die als het ware staat ingeklemd tussen schip en pastorie. De toren heeft zich licht verjongde gevels met rechts van het ingangsrisaliet een reeks van drie smalle, met glas-in-lood ingevulde vensters en een gepleisterd blind venster met klimmende keperboog. De vier zijden van de toren zijn verder identiek en voorzien van een trasraam, kleine balkonnetjes met deur en ijzeren balustrade, pal onder de wijzerplaten van het uurwerk. De hoeken zijn hier geaccentueerd door betonnen kraagstukken. Boven de betonnen rand van de torengevels een korte torengeleding met om de hoek lopende glamopeningen onder de uitkragende rand van de vierkante, met leien gedekte spits.
Aan de voorzijde van de kerk bevindt zich een erfscheiding in de vorm van een lage bakstenen muur met hoger opgaande pijlers, waartussen nieuwe ijzeren hekken zijn geplaatst.
Het interieur van het kerkgebouw heeft vanuit de hoofdentree gezien een symmetrische indeling. Het relatief hoge schip is voorzien van een constructie van zware boogspanten van gewapend beton in de vorm van gedrukte spitsbogen en gevelopeningen, die eveneens voor een groot deel (gedrukt) spitsboogvormig zijn. De gewelfsegmenten tussen de spanten (ribben) zijn ingevuld met een houten rasterpatroon. Het metselwerk van de muren en de met de boogvoeten samengaande spanten wordt verlevendigd door decoratieve steensverbanden en accenten van gekleurde, geglazuurde baksteen. De vlakke, hoog opgaande muurdelen zijn wit gepleisterd, de boogomlijstingen van schone baksteen. De scheibogen tussen het schip en de lage zijbeuken zijn spitsboogvormig. De zijbeuken hebben platte afdekkingen tussen afgeknotte keperbogen met klimmende kepers.
Deze zijn bevestigd aan de boogvoeten (pijlers) van de spanten en markeren tevens de traveeën, waarin de kruiswegstaties zijn geplaatst. De zestien staties staan onder rechtgesloten, met kleurrijk glas-in-lood ingevulde vensters en zijn in 1943 gemaakt naar ontwerp van Wijnand Geraets. De scheimuur tussen het ingangsportaal en het schip van de kerk is voorzien van een entreepartij in de vorm van een gedrukte spitsboog, met aan weerszijden een rechtgesloten, dubbele deur onder een reeks van drie afgeknotte keperboogvensters. De orgelgalerij boven het ingangsportaal is een grote spitboogvormige loggia met in de buitengevel een groot venster met glas-in-lood invulling tussen de twee fronten van het orgel. Het ondiepe priesterkoor staat onder een platte overkapping en sluit de andere zijde van het schip af. Aan weerszijden van het koor een rechtgesloten, beslagen dubbele deur. In de spitsbogen achter het op een podium staande altaar bevinden zich de door A.P. Asperslagh in 1931 vervaardigde muurschilderingen. De uit 1938 daterende preekstoel heeft een octogonale, bronzen kuip, alsmede een in 1949 gemaakte schelpluifel en staat op vier zuilen met teerlingkapitelen. Op de tegelvloer staan de originele houten kerkbanken. De communiebanken zijn verdwenen.
Ook de kappen van de grote zijkapellen - oorspronkelijk de Josephkapel voor de jongens en de Mariakapel voor de meisjes - met zijkapelletjes zijn voorzien van spitsboogvormige gewelven. Boven de grote spitsbogen van de zijkapellen, links en rechts van het koor, hangen zes lantaarns aan de onderzijde van een vijfdelige vensterpartij met glas-in-lood invulling. Het vertrek achter het priesterkoor functioneert als sacristie, die onder meer ingebouwde miskasten en fraai glas-in-lood bevat. De doopkapel is voorzien van een houten cassettenplafond.
Waardering
Het kerkgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de aan de geestelijke ontwikkeling in Nederland gerelateerde kerkenbouw alsmede wegens de kwaliteiten van het ontwerp, van zowel de hoofdvorm als de details.
Het gebouw heeft tevens ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele relatie met de tegelijkertijd gebouwde, naast de kerk staande pastorie.
De kerk is tevens van belang vanwege de gaafheid en herkenbaarheid van ex- en interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The Decanal Roman Catholic parish church of Our Lady of the Ascension and Saint Joseph was built in 1924-1925 as the Saint Joseph's church (Joseph church), commissioned by the Our Lady of the Ascension parish (building pastor Leusen). The master builders of both the church with bell tower and the associated presbytery were the architects Leo van der Laan and his son Jan. The design dating from 1923 was executed by the Leiden contracting firm Bik and Breedeveld. The church is built in a typical expressionistic architectural style related to the New Hague School and is of the basilica type. The church interior, still largely in its original condition, is provided among other things with a wall painting designed and installed in 1931 by Alexander Petrus Asperslagh and sixteen Stations of the Cross by Wijnand Geraets from 1943. The original stained glass was replaced in 1955 by the current version. The roof of the church was renewed in 1979. Both the exterior and interior of the church, as well as the original boundary walls, are protected as national monuments.
Description
A church building constructed in fine brickwork and concrete under gabled roofs covered with slate (Maas covering) with roof chapels in the steep roof slopes. The facades are terminated by lightly projecting concrete edges and enlivened by edges of laid-out and green glazed brickwork, decorative bond patterns and accents of granite. The nave of the church stands with its ridge perpendicular to the street. It has a symmetrical front elevation with a risalit also under a gabled roof with latticework and a small spout gable. In the risalit facade two entrance bays with metal-fitted hinged doors in a shallow portico. The stoeps and corner blocks on either side of the entrance are of granite. Above the doors a heavy concrete lintel and three fanlights filled with stained glass between laid-out accents of green glazed, laid-out brickwork.
In the middle of the facade a composite pointed arch window with laid-out mullions on a base, laid-out sills with drainage and a filling of stained glass. Below the pointed arch window a series of five narrow, recessed windows under a heavy lintel.
Lightly projecting concrete roof edges running around the corner. Front of the nave with three narrow windows in the gable top, crowned by a concrete cross. Left long facade with laid-out gable edge and projecting concrete drip moulding. Far right on this facade an extension with entrance and recessed windows under a gabled roof covered with slate. The rest of the facade consists of five identical bays with per bay three narrow windows with climbing herringbone arch between laid-out, copper-clad concrete buttresses, which are connected to the low side aisle with concrete facade edge and flat roof. The side aisle is provided per bay with three small windows. In the steep roof slope of the nave there are five wooden roof chapels covered with slate and fitted with shutters.
Left rear a lower extension running transverse to the nave under a gabled roof covered with slate. The rear of the church is symmetrical in composition. This part of the church is composed of a multitude of volumes that vary greatly in height and width. At the intersection of the main nave and a small transept stands a square crossing bell-tower (Angelus tower) clad in zinc with a spire. The gable ends of the transept are provided with latticework, a series of five windows filled with stained glass and lightly projecting concrete roof edges. Gable end of main nave also with latticework and concrete roof edges. Slightly lower rising corner sections with stepped concrete coping slabs.
In the middle a risalit with cross and a lower avant-corps with a flat volume on either side. The right long facade and the associated extended sections are comparable to the left facade. In the roof slope likewise five identical roof chapels. On the right front this facade is connected with the bell tower, which is as it were wedged between nave and presbytery. The tower has slightly tapered facades with to the right of the entrance risalit a series of three narrow windows filled with stained glass and a rendered blind window with climbing herringbone arch. The four sides of the tower are further identical and provided with a transom window, small balconies with door and iron balustrade, directly beneath the clock faces of the clockwork. The corners are here accentuated by concrete corbels. Above the concrete edge of the tower facades a short tower articulation with glamour openings running around the corner under the projecting edge of the square spire covered with slate.
At the front of the church there is a boundary wall in the form of a low brick wall with higher rising piers, between which new iron railings are placed.
The interior of the church building has a symmetrical layout viewed from the main entrance. The relatively high nave is provided with a structure of heavy concrete arch braces in the form of depressed pointed arches and facade openings, which are likewise for a large part (depressed) pointed arch-shaped. The vault segments between the braces (ribs) are filled with a wooden lattice pattern. The masonry of the walls and the braces joined with the arch feet is enlivened by decorative bond patterns and accents of coloured glazed brickwork. The flat, high-rising wall sections are white plastered, the arch surrounds of fine brickwork. The transverse arches between the nave and the low side aisles are pointed arch-shaped. The side aisles have flat coverings between cut-off herringbone arches with climbing rafters.
These are attached to the arch feet (piers) of the braces and also mark the bays in which the Stations of the Cross are placed. The sixteen stations stand under right-angled windows filled with colourful stained glass and were made in 1943 according to the design of Wijnand Geraets. The screen wall between the entrance portal and the nave of the church is provided with an entrance section in the form of a depressed pointed arch, with on either side a right-angled double door under a series of three cut-off herringbone arch windows. The organ gallery above the entrance portal is a large pointed arch-shaped loggia with in the outer facade a large window with stained glass filling between the two fronts of the organ. The shallow priest's choir stands under a flat covering and closes the other side of the nave. On either side of the choir a right-angled, metal-fitted double door. In the pointed arches behind the altar standing on a platform are the wall paintings executed by A.P. Asperslagh in 1931. The pulpit dating from 1938 has an octagonal bronze basin as well as a shell canopy made in 1949 and stands on four columns with cubical capitals. On the tiled floor stand the original wooden church pews. The communion railings have disappeared.
Also the roofs of the large side chapels - originally the Joseph chapel for boys and the Maria chapel for girls - with small side chapels are provided with pointed arch-shaped vaults. Above the large pointed arches of the side chapels, left and right of the choir, hang six lanterns on the underside of a five-part window section with stained glass filling. The room behind the priest's choir functions as a sacristy, which among other things contains built-in credence cupboards and fine stained glass. The baptistry is provided with a wooden coffered ceiling.
Valuation
The church building is of general interest because of its cultural and architectural-historical value as a special expression of church building related to spiritual development in the Netherlands as well as because of the qualities of the design, of both the main form and the details.
The building also has ensemble value because of the strong visual and functional relationship with the presbytery built at the same time and standing next to the church.
The church is also of interest because of the integrity and recognizability of the exterior and interior.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Herensingel 3Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Heilig HartschoolOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Kapel(F1), Haven 64Kapelunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Haven 36Werk-woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.