TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Poldergemaal, Hoofdweg 29

Echten, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gemaal
Function
Poldergemaal
Category
onroerend gebouwd
Built
1913
Address
Hoofdweg 29, 8537 SC Echten (De Fryske Marren 21)
Place
Echten
Municipality
De Fryske Marren
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
52.87683, 5.80292
Monument number
514990

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 8 Heerenveen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het GEMAAL in Echten, gelegen aan de zuidzijde van het Tjeukemeer, dient voor de bemaling van de Echtenerveenpolder, die tussen 1856 en 1859 is bedijkt. De polder werd aanvankelijk met behulp van wind bemalen, maar omstreeks 1865 kwam er een stoomgemaal aan het Tjeukemeer. In 1913 werd het huidige stoomgemaal gebouwd naar de plannen en berekeningen van de polderopzichter L. Lourens uit Heerenveen. De gebouwen zijn van de hand van A. Mulder, eveneens uit Heerenveen. De bouw van het gemaal vloeide voort uit een reorganisatie van de polderbemaling omdat de oude bemalingsinstallaties sterk verouderd waren. Bij het gemaal werd een sluishoofd geplaatst zodat het water uit de diverse boezemgebieden afzonderlijk kon worden toegelaten.

Het gemaal ligt op de dijk en wordt middels een lange, met populieren geflankeerde, oprijlaan verbonden met de Hoofdweg. Aan de Hoofdweg is een dienstwoning gebouwd die eveneens door Mulder is ontworpen. Deze dienstwoning valt buiten de bescherming van rijkswege. In 1925 werd overgeschakeld op elektrische bemaling. De stoommachine en ketel zijn toen verwijderd en vervangen door een elektromotor. In 1937 is de pomp voorzien van een nieuwe as met waaier.

De inventaris en het gebouw zijn redelijk gaaf gebleven. De schoorsteen en een bijgebouw zijn echter afgebroken. Het laatste is afgebroken toen begin jaren negentig het gemaal computer gestuurd werd. De dienstwoning is nadat het gemaal elektrisch is geworden, ondergebracht in het gemaalgebouw.

Omschrijving

Het gemaalgebouw heeft aan zowel de meer- als polderzijde een betonnen borstwering in de dijk met een monding voor de pompbuis. Aan de polderzijde is boven de monding een plaat met het opschrift 'poldergemaal-echten' aangebracht. In de vaart voor het gemaal bevindt zich een betonnen kam met loopbrug.

Het gebouw wordt gekenmerkt door een middenstuk met twee zijblokken die aan zowel de meerzijde als aan de polderzijde een topgevel hebben. Aan de noord- of meerzijde is de gevel vlak, aan de zuidzijde ligt het middenstuk terug ten opzichte van de twee zijblokken.

Het gebouw is opgetrokken in donkerrode baksteen met een rode bakstenen speklaag ter hoogte van de bovendorpels, tussendorpels en onderdorpels van de vensters. De gevelvlakken boven de gootlijn van het middenstuk zijn wit bepleisterd. Het gemaal heeft een samengesteld dak met, bij de vier topgeveldelen, wolfseinden en wordt gedekt met een rode platte muldenpan. Het middenstuk wordt gedeeltelijk overspannen door een plat dak. Op de nokpunten bevinden zich keramische makelaars. Het oostelijke zijblok is hoger en breder dan de rest van het gebouw. In dit deel is tegenwoordig de dienstwoning gevestigd. In het middelste deel bevinden zich de pompen en in het westelijke deel, dat tegenwoordig dienst doet als stalling, bevonden zich ketels.

Aan de zuidzijde heeft het ketelhuis twee hoge vensters onder een segmentboog van rode bakstenen, met een lekdorpel van donker rode bakstenen; onder het wolfseind een kleiner negenruits venster; in het middelste deel drie hoge vensters en in het dakvlak twee dakkapellen met een lessenaarsdak. Het huidige woonhuis heeft twee vensters op de begane grond en twee op de verdieping, met betonlatei en keramische lekdorpel, die bij de verbouwing tot woning zijn geplaatst. De westgevel heeft een toegangsdeur, twee lage spitsboogvensters met vorktracering en een zesruits venster onder een segmentboog.

In het middenstuk van de noordgevel twee twintig-ruits vensters onder segmentbogen en een stalen toegangsdeur, met een uitstekende betonnen tussendorpel en een vierruits bovenlicht, die toegang verschaft naar de traforuimte van het gemaal, aangebracht in 1925. Het ketelhuis heeft een dubbele deur en onder het wolfseind een laag spitsboogvenster. De dubbele deur is vermoedelijk later aangebracht. Het woongedeelte heeft op zowel de begane grond als de verdieping één klein venster.

De oostgevel heeft op de begane grond drie vensters met bovenlicht en een deur met bovenlicht; op de verdieping drie T-vensters en boven de voordeur een radvenster.

In het centrale deel van het gemaalgebouw bevindt zich de pompinstalatie, vervaardigd door de firma Gebr. Stork en Co uit Hengelo. De ruimte wordt overkapt door een staalconstructie. De wanden zijn tot +/- 1,10 m. betegeld, met groene keramische afdeklijst; op de vloer gele tegels. De doorgang naar het ketelhuis bestaat uit een dubbele deur met ieder vijf ruiten waarvan er twee onder en twee boven gekleurd zijn en waarbij de bovenste twee een halve cirkel beschrijven. De deur heeft een gesneden kozijnlijst en een architraaf boven de deur.

In het ketelhuis is tegenwoordig een zoldering aangebracht.

Waardering

Het poldergemaal te Echten is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

- vanwege het belang van het object als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke ontwikkeling,

- vanwege de ruimtelijke relatie van het object met de waterhuishouding in het gebied,

- vanwege de gaafheid van de technische installatie,

- in relatie tot de structurele gaafheid van de landschappelijke omgeving.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The POLDER PUMPING STATION in Echten, located on the south side of the Tjeukemeer, serves the drainage of the Echtenerveenpolder, which was embanked between 1856 and 1859. The polder was initially drained with the aid of wind power, but around 1865 a steam pumping station came to the Tjeukemeer. In 1913 the present steam pumping station was built according to the plans and calculations of the polder superintendent L. Lourens from Heerenveen. The buildings are the work of A. Mulder, also from Heerenveen. The construction of the pumping station resulted from a reorganization of polder drainage because the old drainage installations had become severely outdated. A sluice head was placed at the pumping station so that water from the various boezem areas could be admitted separately.

The pumping station is located on the dike and is connected via a long driveway flanked with poplar trees to the Hoofdweg. A service dwelling was built at the Hoofdweg which was also designed by Mulder. This service dwelling falls outside the protection of state heritage. In 1925 a switch was made to electric drainage. The steam engine and boiler were then removed and replaced by an electric motor. In 1937 the pump was fitted with a new shaft and impeller.

The inventory and the building have remained reasonably intact. However, the chimney and an outbuilding have been demolished. The latter was demolished when the pumping station became computer-controlled in the early 1990s. The service dwelling was accommodated in the pumping station building after the pumping station became electric.

Description

The pumping station building has a concrete breastwork in the dike on both the lake and polder sides with an opening for the pump pipe. On the polder side above the opening a plate with the inscription 'poldergemaal-echten' is mounted. In the watercourse in front of the pumping station there is a concrete weir with a footbridge.

The building is characterized by a central section with two side blocks which have a gabled roof on both the lake side and the polder side. On the north or lake side the facade is flat, on the south side the central section is set back relative to the two side blocks.

The building is constructed in dark red brick with a red brick band course at the height of the upper sills, intermediate sills and lower sills of the windows. The facade planes above the gutter line of the central section are finished in white plaster. The pumping station has a compound roof with, at the four gabled sections, half-hipped roofs and is covered with red flat moulded pan tiles. The central section is partially spanned by a flat roof. Ceramic roof cresting is located at the ridge points. The eastern side block is higher and wider than the rest of the building. This part currently houses the service dwelling. The pumps are located in the middle section and in the western section, which now serves as a store room, boilers were formerly located.

On the south side the boiler house has two tall windows under a segmental arch of red brick, with a drip moulding of dark red brick; below the half-hipped roof a smaller nine-pane window; in the middle section three tall windows and in the roof plane two roof dormers with a lean-to roof. The current dwelling has two windows on the ground floor and two on the first floor, with concrete lintels and ceramic drip moulding, which were placed during the conversion into a dwelling. The west facade has a access door, two low pointed arch windows with forked tracery and a six-pane window under a segmental arch.

In the central section of the north facade two twenty-pane windows under segmental arches and a steel access door, with a projecting concrete intermediate sill and a four-pane fanlight, which provides access to the transformer room of the pumping station, installed in 1925. The boiler house has a double door and below the half-hipped roof a low pointed arch window. The double door was presumably added later. The residential section has one small window on both the ground floor and the first floor.

The east facade has three windows with fanlights and a door with fanlight on the ground floor; three T-windows on the first floor and above the front door a radial window.

In the central section of the pumping station building is located the pump installation, manufactured by the firm Gebr. Stork en Co from Hengelo. The space is covered by a steel structure. The walls are tiled to approximately +/- 1.10 m., with green ceramic coping; yellow tiles on the floor. The passage to the boiler house consists of a double door with each five panes of which two below and two above are coloured and whereby the upper two describe a half circle. The door has a carved frame moulding and an architrave above the door.

In the boiler house a ceiling has currently been installed.

Valuation

The polder pumping station at Echten is of general cultural-historical and architectural-historical importance:

- because of the importance of the object as a special expression of a landscape development,

- because of the spatial relationship of the object to the water management in the area,

- because of the integrity of the technical installation,

- in relation to the structural integrity of the landscape surroundings.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map