Rijksmonumentenregister · Netherlands
Great Biensma
Grou, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1925
- Address
- Biensma 12, 9001 ZZ Grou (Leeuwarden 21)
- Place
- Grou
- Municipality
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.09796, 5.82436
- Monument number
- 514882
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryStanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1937 map "North west Europe 1:250,000" (Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De omgrachte AMERIKAANSE BOERDERIJ in Ambachtelijk-traditionele baksteenarchitectuur is gebouwd in 1925 naar ontwerp van de Leeuwarder architect S. Schaap Hzn., in opdracht van notaris S. Boltjes te Baarn. Het werk werd uitgevoerd door bouwbedrijf R. de Jong uit Grouw. De huidige boerderij vervangt een oudere boerderij op hetzelfde perceel waarvan de afbraakstenen zijn hergebruikt in de fundering. De singelbeplanting bestaat uit meest beuken en kastanjes van jongere datum en een sterk uitgedunde boomgaard met vruchtbomen aan de zuidwestzijde. De oorspronkelijke houten zesruits-ramen zijn gedeeltelijk vervangen door drieruits-ramen met horizontale roedeverdeling. De kraalschroten van de oorspronkelijke, opgeklampte deuren zijn bij de vernieuwing vervangen door eenvoudige planken. Deze wijzigingen zijn van ondergeschikte betekenis.
Recentere aanbouwen, meest onder lessenaardak, aan de 'dwarsarmen' van de schuur, vallen net als een oudere bijschuur, buiten bescherming van rijkswege vanwege geringe architectonische waarde. De rieten dakbedekking is afgedekt met golfplaten; de golfplaten zijn niet beschermd.
Omschrijving
De boerderij heeft globaal de plattegrond van een Latijns kruis. Zij is opgetrokken in bruine baksteen onder een mansardekap. Het woonhuis is door een halfsteens krimp, de geringere hoogte en het pannendak, te onderscheiden van het bedrijfsgedeelte, dat gedekt is met riet.
Het woonhuis heeft een tamelijk vierkante plattegrond. Het opgaande muurwerk is verticaal geleed door een borstwering in kruisverband. De scheiding met de opgaande gevels, in halfsteenverband met spouw, bestaat uit een rollaag. De voorgevel is hoger opgetrokken dan de beide zijgevels; de dakschilden zijn belegd met rode kruispannen met bijbehorende vorsten. De voorgevel met wolfseind is symmetrisch ingedeeld: in het midden een inpandig portiek met stoep in terazzo-werk; een paneeldeur met twee diamantkop-panelen en twee glaspanelen; in het bovenlicht gekleurd glas-in-lood. Aan beide zijden van de portiek bevindt zich een tweelichts H-venster. Op de verdieping drie zesruits-vensters. In de zuidelijke zijgevel zijn een paneeldeur met twee diamantkop-panelen en twee glaspanelen met zij- en bovenlicht; een tweelichts H-venster en een H-venster.
In de noordelijke zijgevel zijn twee kleine H-vensters met luiken, een tweelichts H-venster en een H-venster.
Het bedrijfsgedeelte is opgetrokken in twee bouwlagen op een trasraam met rollaag; de opgaande gevel van de eerste bouwlaag in halfsteens verband met spouw en de tweede bouwlaag in Vlaams verband; de lichtopeningen zijn in hoofdzaak de houten, oorspronkelijke zesruits-vensters onder een rollaag die rond alle gevelwanden loopt. De brandmuur van de schuur, die aansluit bij het woonhuis, heeft uitkragende schouders onder een waterlijst die is afgedekt met vastgemetselde kruispannen. De gevelwanden worden oversneden door een noordelijke en een zuidelijke aanbouw, respectievelijk jongvee-stal en wagen- en gereedschapsschuur. De mansardekap is gedekt met riet. In de eerste bouwlaag zijn drie zesruits-vensters, een opgeklampte deur en drie vensters. In de tweede bouwlaag zijn afwisselend een zesruits-venster en een opgeklampte deur waarvan één met een getuide, betonnen balkonvloer; de tuien zijn getordeerd. In het achterste gedeelte van de schuur is in beide bouwlagen nog een venster. De achtergevel heeft een symmetrische indeling met ramen en deuren; het midden wordt geaccentueerd door deuren en het trijshuis: van links naar rechts een opgeklampte staldeur, een venster, een dubbele deur, een venster en een opgeklampte staldeur. Op de verdieping een zesruits-venster aan weerszijden van een opgeklampte deur (kraalschroot). Aan de nok het trijshuis, gestut door korbelen van I-profiel-staal op een dito schraagblok. De zolderdeur (kraalschroot) schuift in geleiders vertikaal open en dicht. In de noordgevel van het bedrijfsgedeelte zijn in de eerste bouwlaag vensters en in de tweede bouwlaag zesruits-vensters en een opgeklampte deur.
Haaks op de zuidgevel is een aangebouwde bijschuur voor voertuigen en gereedschappen, opgetrokken in één bouwlaag onder zadeldak, gedekt met riet. In de westgevel: twee deuren met zijlicht onder een getuide betonnen luifel, een zesruits-venster en een inrijdeur. In de kopse gevel van de schuur: twee zesruits-vensters en een opgeklampte deur en in de geveltop twee zesruits-vensters. In de oostgevel: dubbele schuurdeuren.
Haaks op de noordgevel is een aangebouwde bijschuur (jongeveestal) in één bouwlaag onder zadeldak, gedekt met riet. In de kopse gevel van de bijschuur aan de noordzijde: twee deuren, ramen en in de geveltop twee ramen en een deur. In de oostgevel: dubbele schuurdeuren met aan weerszijden een zesruits-venster.
De oorspronkelijke indeling van het INTERIEUR van de boerderij is herkenbaar en gedeeltelijk nog origineel. Tot de waardevolle onderdelen van de inrichting behoren onder meer: een gedeelte van de oorspronkelijke stallen in de schuur met Hollandse stalling, bestaande uit een voergang met aan beide zijden stalen kolommen en I-profiel stalen balken en naambordjes van de koeien; de verdieping met een houten vloer waarin voerluiken; de kapconstructie is onbeschoten en bestaat uit schenkelspanten op muurstijlen; hier een hijs-installatie.
De indeling van het woonhuis is herkenbaar. Tot de waardevolle interieur-onderdelen behoren onder meer de droogzolder met spekhok en de eenvoudige personeelskamer.
Waardering
De Amerikaanse boerderij onder baksteenarchitectuur uit 1925 naar ontwerp van de Leeuwarder architect S. Schaap Hzn. is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:
- als bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling, namelijk het niet-streekgebonden boerderijtype, onder invloed van moderne bedrijfsvoering met een Hollandse stallingswijze,
- vanwege de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieuronderdelen, zowel uitgedrukt in de metselverbanden, als de aanwezigheid van een trijshuis,
- vanwege de hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur,
- vanwege de redelijke mate van herkenbaarheid van het interieur,
- vanwege de redelijke mate van typologische zeldzaamheid op provinciaal niveau in combinatie met de hoge mate van gaafheid van het exterieur en de redelijke mate van herkenbaarheid van het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The moated AMERICAN FARMHOUSE in craftsmanship-traditional brick architecture was built in 1925 to a design by Leeuwarden architect S. Schaap Hzn., commissioned by notary S. Boltjes of Baarn. The work was carried out by building firm R. de Jong from Grouw. The current farmhouse replaces an older farmhouse on the same plot, whose demolition bricks were reused in the foundation. The single-row tree planting consists mostly of beeches and chestnuts of more recent date and a greatly thinned orchard with fruit trees on the southwest side. The original wooden six-pane windows have been partially replaced with three-pane windows with horizontal glazing bars. The bead-moulded frames of the original, clamped doors were replaced with simple planks during renovation. These alterations are of subordinate importance.
More recent extensions, mostly under lean-to roofs, on the 'transverse arms' of the barn, as well as an older ancillary barn, fall outside protection by the state due to minor architectural value. The thatched roof covering is covered with corrugated iron sheets; the corrugated iron sheets are not protected.
Description
The farmhouse has broadly the floor plan of a Latin cross. It is built in brown brick under a mansard roof. The residential house is distinguished from the business part by a half-brick construction joint, lesser height and a pantile roof, while the business part is covered with thatch.
The residential house has a fairly square floor plan. The masonry is vertically articulated by a waist-height wall in cross-bond. The separation with the rising gables, in half-brick bond with cavity, consists of a roll moulding. The front facade is built higher than both side gables; the roof surfaces are covered with red cross-tiles with matching hip-tiles. The front facade with half-hipped roof is symmetrically arranged: in the centre an internal porch with terazzo-work step; a panel door with two diamond-headed panels and two glass panels; in the fanlight coloured leaded glass. On both sides of the porch is a two-light H-window. On the first floor three six-pane windows. In the southern side gable is a panel door with two diamond-headed panels and two glass panels with side and fanlight; a two-light H-window and an H-window.
In the northern side gable are two small H-windows with shutters, a two-light H-window and an H-window.
The business part is built in two storeys on a tuff-stone base with roll moulding; the masonry of the first storey in half-brick bond with cavity and the second storey in Flemish bond; the light openings consist mainly of the wooden, original six-pane windows beneath a roll moulding that runs around all facade walls. The party wall of the barn, which adjoins the residential house, has projecting shoulders beneath a drip moulding which is covered with mortared cross-tiles. The facade walls are intersected by a northern and a southern extension, respectively a young-stock shed and a wagon and implement shed. The mansard roof is covered with thatch. In the first storey are three six-pane windows, a clamped door and three windows. In the second storey are alternating six-pane windows and clamped doors, one of which has a stayed concrete balcony floor; the stays are twisted. In the rear part of the barn is a window in both storeys. The rear gable has a symmetrical arrangement with windows and doors; the centre is emphasised by doors and the hay-fork loft: from left to right a clamped stable door, a window, a double door, a window and a clamped stable door. On the first floor a six-pane window on either side of a clamped door (bead-moulded frame). At the ridge the hay-fork loft, braced by corbels of I-section steel on a likewise bracing block. The loft door (bead-moulded frame) slides vertically open and shut in guides. In the north gable of the business part are windows in the first storey and six-pane windows and a clamped door in the second storey.
At right angles to the south gable is an attached ancillary shed for vehicles and implements, built in one storey under a gabled roof, covered with thatch. In the west gable: two doors with sidelights beneath a stayed concrete canopy, a six-pane window and a loading door. In the gable end of the shed: two six-pane windows and a clamped door and in the gable top two six-pane windows. In the east gable: double barn doors.
At right angles to the north gable is an attached ancillary shed (young-stock shed) in one storey under a gabled roof, covered with thatch. In the gable end of the ancillary shed on the north side: two doors, windows and in the gable top two windows and a door. In the east gable: double barn doors with a six-pane window on either side.
The original layout of the INTERIOR of the farmhouse is recognisable and partially still original. Among the valuable components of the fittings are: part of the original stalls in the barn with Dutch stalling, consisting of a feed passage with steel columns and I-section steel beams on both sides and name-boards for the cows; the first floor with a wooden floor in which feed chutes; the roof truss structure is unsheathed and consists of rafter trusses on wall posts; here a hoisting installation.
The layout of the residential house is recognisable. Among the valuable interior components are in particular the drying loft with bacon-smoking chamber and the simple staff room.
Valuation
The American farmhouse in brick architecture from 1925 to a design by Leeuwarden architect S. Schaap Hzn. is of general cultural-historical and architectural-historical importance:
- as a special expression of a typological development, namely the non-regional farmhouse type, under the influence of modern farm management with a Dutch stalling method,
- because of the special coherence between exterior and interior components, expressed both in the masonry bonds and the presence of a hay-fork loft,
- because of the high degree of architectural integrity of the exterior,
- because of the reasonable degree of recognisability of the interior,
- because of the reasonable degree of typological rarity at provincial level in combination with the high degree of integrity of the exterior and the reasonable degree of recognisability of the interior.
Nearby in the register
- Gemeentehuis, Stationsweg 1Bestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
- Dienstwoning(K4), Kievitstraat 2Dienstwoningunder 1 mi
- Boerderij, Hôflân 7Boerderijunder 1 mi
- Bestuursgebouw en onderdl, Raadhuisstraat 15 1Bestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.