TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Boerderij(M1), Molenweg 58

Oosterwolde, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built
1926
Address
Molenweg 58, 8431 HS Oosterwolde (Ooststellingwerf 21)
Place
Oosterwolde
Municipality
Ooststellingwerf
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
52.98166, 6.31163
Monument number
514117

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 9 Assen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De eenvoudige BOERDERIJ van het slaktype werd in 1926 ontworpen door O.M. Meek (bestek 172) voor rekening van de heer A. Vondeling te Oosterwolde. Het ontwerp in de trant van Interbellum-architectuur werd, met door de Pro-vinciale Schoonheidscommissie aangebrachte wijzigingen in de detaillering, gebouwd door A. van der Meer uit Donkerbroek. De boerderij ligt op een ruim eigen terrein dat aan de straatzijde wordt begrensd door een contemporain hekwerk bestaande uit twee ijzeren buizen tussen gemetselde kolommen. In de jaren 1953-1960 hebben wijzigingen aan het gebouw plaatsgevonden waaronder een vergroting van de bijschuur, aanvankelijk gebruikt voor onder meer varkens, in dezelfde trant en verschijningsvorm. In deze periode is het woonhuisgedeelte van de boerderij eveneens gemoderniseerd.

De geleidelijke aanbouw van een tank-lokaal, een melkbox en een vrijstaande garage vallen buiten bescherming van rijkswege wegens te weinig monumentale waarde.

Omschrijving

De boerderij heeft globaal een rechthoekige plattegrond met een krimp en bestaat uit één bouwlaag, waarvan het opgaande muurwerk is gemetseld in ro-de strengpers bakstenen op een klinkerbakstenen trasraam dat is afgesloten door een rollaag ter hoogte van de onderdorpels van de ramen.

Het woonhuis van de boerderij heeft een wolfdak belegd met zwart gesmoorde muldenpannen; op de nokhoek staat een gemetselde schoorsteen.

In de westgevel bevindt zich de voor-ingang: een stoep, een klimmende bakstenen balustrade en een oorspronkelijke houten deur in een terugspringing onder een betonnen luifel op dito klampen, met een bovenlicht voorzien van gekleurd glas-in-lood. Aan weerszijden van de deur zijn drielichtvensters met verticale roedeverdeling. In de opgetrokken voorgevel is een drielichtvenster boven de deur en aan weerszijden daarvan een tweelichtvenster, elk met verticale roedeverdeling.In de zuidgevel is een H-venster met verticale roedeverdeling; in de krimp-muur een verkleind venster.

De noordgevel van het woonhuis heeft drie H-vensters waarvan één in maat-voering correspondeert met de vensters in de westgevel; de overige twee zijn iets kleiner en één daarvan bevindt zich boven een provisiekelder-raam.

Het bedrijfsgedeelte heeft een schilddak, thans met golfplaten, met twee uileborden van het Woudentype. De west- en oostgevel zijn hoog opgetrokken en zijn op de hoeken als steunberen schuin opgemetseld. In de krimpmuur aan de noordzijde is een inrijdeur onder een streklaag met een vierruits, ijzeren bovenlicht onder een rollaag. In het bedrijfsgedeelte is een liggend zes-ruits stalraam, waarvan de bovenste vier ruiten draaibaar zijn, veelvuldig toegepast; de stalramen bevinden zich onder een streklaag van platgemetselde bakstenen. De noordgevel heeft een privaatruitje, ijzeren stalramen, een dubbele opgeklampte houten zij-ingang, een opgeklampte houten deur met drie-ruits-zijlicht, een tweede deur welke is vervallen en een zijlicht. De oostgevel heeft vier stalramen en een achterdeur. De zuidgevel van het bedrijfsgedeelte heeft drie ijzeren stalramen en een zij-ingang naar de keuken van het woonhuis. Het bedrijfsgedeelte van de boerderij heeft een zogenaamde Hollandse stal.

De bijschuur heeft een rechthoekige plattegrond met een gemene muur met het bedrijfsgedeelte. De schuur is opgetrokken in dezelfde bouwmaterialen als het hoofdvolume, onder een wolfdak belegd met muldenpannen; aan de oostgevel zijn de hoeken schuin opgemetseld als steunberen. In de noordgevel zijn vier deuren waarvan één een boven- en onderdeur heeft en verschillende ramen. De oostgevel heeft een opgeklampte houten deur, een ijzeren stalraam en onder de dakvoet een zolderluik. De zuidgevel heeft twee deuren en twee zesruits stalramen; de westgevel een opgeklampte houten deur met aan weerszijden ijzeren stalramen en boven de deur eenzelfde ijzeren stalraam.

Waardering

De boerderij van het slaktype uit 1926 is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

- als exemplarisch voorbeeld van een eenvoudige boerderij in de trant van de Interbellum-architectuur,

- vanwege de redelijke mate van belang wegens de typologische ontwikkeling van de Hollandse stallingswijze en van de daglichttoetreding in de stal,

- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur,

- vanwege de redelijke mate van belang voor de visuele gaafheid van de vaartbebouwing.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The simple FARMHOUSE of the slab type was designed in 1926 by O.M. Meek (specification 172) for Mr A. Vondeling at Oosterwolde. The design in the manner of Interwar architecture was, with modifications to the detailing made by the Provincial Beauty Commission, built by A. van der Meer from Donkerbroek. The farmhouse stands on a spacious own plot which is bounded on the street side by contemporary ironwork consisting of two iron tubes between masonry columns. In the years 1953-1960 alterations to the building took place including an enlargement of the outbuilding, initially used for among other things pigs, in the same manner and appearance. In this period the residential part of the farmhouse was also modernised.

The gradual addition of a tank room, a milk box and a detached garage fall outside national monument protection due to insufficient monumental value.

Description

The farmhouse has roughly a rectangular ground plan with a lean-to and consists of one storey, the rising masonry of which is built in red stiff-mud bricks on a clinker brick lime-mortar frame which is closed off by a roll course at the height of the window sills.

The residential part of the farmhouse has a half-hipped roof tiled with black fired curved pantiles; on the ridge corner stands a masonry chimney.

In the west gable is the front entrance: a step, a climbing brick balustrade and an original wooden door in a recess under a concrete canopy on ditto clamps, with a fanlight provided with coloured leaded glass. On either side of the door are three-light windows with vertical glazing bars. In the raised front gable is a three-light window above the door and on either side of it a two-light window, each with vertical glazing bars. In the south gable is an H-window with vertical glazing bars; in the lean-to wall a reduced window.

The north gable of the residential part has three H-windows, one of which corresponds in size with the windows in the west gable; the other two are somewhat smaller and one of them is situated above a pantry cellar window.

The agricultural part has a hipped roof, now with corrugated sheets, with two ventilation boards of the Woude type. The west and east gables are raised high and are diagonally masonry-built as buttresses on the corners. In the lean-to wall on the north side is a drive-in door under a stretcher course with a four-pane iron fanlight under a roll course. In the agricultural part is a horizontal six-pane stable window, the upper four panes of which are hinged, extensively used; the stable windows are situated under a stretcher course of face-laid bricks. The north gable has a small privy window, iron stable windows, a double clamped wooden side entrance, a clamped wooden door with three-pane side light, a second door which has been removed and a side light. The east gable has four stable windows and a back door. The south gable of the agricultural part has three iron stable windows and a side entrance to the kitchen of the residential part. The agricultural part of the farmhouse has a so-called Dutch stable.

The outbuilding has a rectangular ground plan with a common wall with the agricultural part. The outbuilding is built in the same building materials as the main volume, under a half-hipped roof tiled with curved pantiles; on the east gable the corners are diagonally masonry-built as buttresses. In the north gable are four doors, one of which has an upper and lower door and various windows. The east gable has a clamped wooden door, an iron stable window and under the eaves a hayloft opening. The south gable has two doors and two six-pane stable windows; the west gable a clamped wooden door with on either side iron stable windows and above the door the same iron stable window.

Valuation

The farmhouse of the slab type from 1926 is of general cultural-historical and architectural-historical importance:

- as an exemplary example of a simple farmhouse in the manner of Interwar architecture,

- due to the reasonable degree of importance due to the typological development of the Dutch stalling method and of daylight access in the stable,

- due to the high degree of integrity of the exterior,

- due to the reasonable degree of importance for the visual integrity of the waterway settlement.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map