Rijksmonumentenregister · Netherlands
R.K. Kerk en Pastorie H. Callistus
Beek, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1932 - 1933
- Address
- Aldenhofstraat 47, 6191 GR Beek (and others)
- Place
- Beek
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 50.95215, 5.81588
- Monument number
- 513193
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Toekenning van een renteloos voorschot uit 's rijks schatkist ten behoeve van den aanleg en het in exploitatie brengen van een spoorweg van Sittard over Heerlen naar de Pruisische grens bij Bovenste Locht" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
R.K. KERK en PASTORIE van de H. Callistus te Neerbeek, 1933, naar een ontwerp van architect A.J. Kropholler te Wassenaar. Gebouwd in een onder invloed van de Delftse School staande sobere traditionele bouwtrant, die een nieuwe interpretatie van de traditionele normen en waarden uit het verleden nastreefde als reactie op de moderne architectuur van het Nieuwe Bouwen.
De Callistuskerk is gesitueerd aan het kruispunt van Aldenhofstraat en Laurentiusstraat/Callistusplein en bovendien volledig op het oosten georiënteerd.
Het ingenieursbureau Henri Huydts te Maastricht trad op als constructeur.
De noordelijke kruisarm van de kerk is niet gerealiseerd. In 1982 werd de zuidelijke kruisarm ingericht als dagkapel, waarbij de spitsboogvormige scheiboog tussen koor en kruisarm met geel schoon metselwerk werd gedicht.
De GARAGE achter de pastorie, alsmede de AFSLUITMUUR tussen garage en pastorie, zijn UITGESLOTEN van bescherming.
Omschrijving
De Callistuskerk heeft, als gevolg van het ontbreken van de noordelijke kruisarm en de aanwezigheid van een rechthoekig koor, een L-vormige PLATTEGROND. Het schip wordt aan de westzijde voorafgegaan door een op een vierkante plattegrond gebouwde toren. Deze toren heeft de halve breedte van het schip. De pastorie is onder een schuine hoek tegen de oostgevel van de kruisarm gebouwd, waardoor de voorgevel van de pastorie parallel aan de Aldenhofstraat kwam te liggen.
De pastorie telt een gedeeltelijke souterrainverdieping, twee BOUWLAGEN en een zolderverdieping. De geknikte verbindingsgang tussen pastorie en kerk, waarin de entree van de pastorie, telt één bouwlaag en heeft een plat dak. De kruisarm is boven de sacristie voorzien van een zolder.
Pastorie, kerk en kruisarm worden gedekt door een steil gewelfd ZADELDAK. Oorspronkelijk waren de zadeldaken voorzien van kleine, rode romaanse pannen. Deze pannen zijn, uitgezonderd het dak van de pastorie, in het najaar van 1996 vervangen door pannen van het type 'Flachdach van koramix Narvik'. Een hoge schoorsteen met zich verjongende steunbeer op de noordoostelijke gevelhoek van het koor; op de nok boven het koor een hardstenen kruis; een bakstenen dakruiter met ezelsrug en luidklokje op de nok van de kruisarm. Het dak van de pastorie heeft twee nokschoorstenen. Ingesnoerde TORENSPITS met leien in Maasdekking en smeedijzeren kruis. De goten van het schip en de kruisarm zijn uitgevoerd in trachiet, ondersteund door een lijst met trapsgewijs uitgewerkt metselwerk. Het schip is voorzien van bloktanddecoraties. Kerk en pastorie hebben overwegend eiken DEUREN van rabatdelen, met zwaar smeedijzeren hang- en sluitwerk, stoot- en slotplaten, handgrepen en deurhekjes, afgehangen in steensponningen. De pastorie, sacristie en misdienaarsruimte hebben grenenhouten VENSTERS, met eiken lekdorpels, roeden en naalden. De kerk heeft spitsboogvormige stalen vensters met glas-in-lood in het schip, alsmede een rond stalen venster met glas-in-lood in de kruisarm.
Het MATERIAALGEBRUIK wordt bepaald door een grote voorkeur voor natuurlijke materialen als baksteen, trachiet, graniet, marmer en hout: de gewapend betonconstructies komen nergens in het zicht. Het buitenmetselwerk van rood genuanceerde hardgrauwe baksteen is uitgevoerd in kruisverband. In het interieur van de kerk is schoon metselwerk van zogenoemde gele Staatsmijnsteen toegepast; rood schoon metselwerk in de pastorie; de sacristie heeft wit gepleisterde wanden. Rode tegelvloeren. In Weidenhahner blauwe trachiet onder meer de stoeptreden van alle entree's, de neuten en dorpels van de buitendeuren plus de dekstenen, aanstenen, overgangsstenen etc. die zich niet hoger dan 80 cm boven de vloer bevinden. In Weidenhahner gele trachiet alle overige dekstenen, goten, klossen, lateien, dorpels, aanzetstenen, overgangsstenen, topstukken, enz. De trappen van het priesterkoor en de zij-altaren zijn belegd met gezoet Klein Ziegenfelder-marmer. Altaar en communiebank van Ardenner marmer. Het koor is belegd met gezoet travertin en wordt grotendeels omgeven door een metalen balustrade.
De Callistuskerk heeft aan de WESTZIJDE een massieve vierkante toren, bekroond door een sterk ingesnoerde torenspits. De toren is aan elke zijde voorzien van een uurwerk -zonder de in het bestek voorziene wijzerplaten van geglazuurd tegelwerk- van twee gekoppelde spitsboogvormige galmgaten met natuurstenen tussenzuiltje en licht terugliggende gevelvlakken. In de zuid- en noordgevel bevinden zich ter hoogte van het zangkoor een spitsboogvenster met glas-in-lood; daaronder, in de zijportalen, een klein spitsboogvormig venstertje. De goot van de toren wordt ondersteund door een trapsgewijs uitgemetselde kroonlijst waarin natuurstenen hoekconsoles zijn geïntegreerd. In de westgevel van de toren een diep, aan weerszijden enigszins toelopend spitsboogvormig ingangsportiek met viervoudige rollaag. In het portiek een segmentboogvormige dubbele eikenhouten deur met zware beslagen, onder een strek. In het tympaan boven de strek een reliëf, voorstellende de H. Callistus, vervaardigd door Dom Van der Meij O.S.B.. Verder kenmerkt het portiek zich door de dominante aanwezigheid van natuurstenen traptreden, plinten, aanzet- en sluitstenen.
Toren en SCHIP worden van elkaar gescheiden door een scheimuur met schouderstukken. De kerk heeft een relatief kort schip, in beide lange gevelzijden voorzien van vijf venstertraveeën met driegewijs gekoppelde spitsboogvensters met glas-in-lood. De traveeën worden onderling gescheiden door zich verjongende steunberen. De NOORDGEVEL van het schip heeft in plaats van de voorziene kruisarm een de contouren van de kruisarm volgend, licht vooruitspringend blind muurvlak met een risalerende biechtstoelnis. Achter beide kruisarmen heeft het schip vier in hoogte oplopende spitsboogvormige stalen glas-in-lood vensters met aanzetstenen. De zuidgevel van het schip heeft in de eerste laag onder deze koorvensters een spitsboogvormige houten deur.
Het schip wordt aan de OOSTZIJDE afgesloten door een rechte, tuitvormige koorwand met schouderstukken en bekroond door een nokkruis. Deze koorwand heeft een uitgemetseld Christus-monogram en is nagenoeg blind, behoudens twee rechthoekige souterrainvensters met horizontale indeling en een rechthoekige dubbel houten kelderluik in de plint.
De zuidelijke KRUISARM wordt beëindigd door een tuitgevel met schouderstukken. De kleine bakstenen dakruiter met luidklok vormt de bekroning van deze gevel. Centraal in de top van de gevel een rond stalen venster met glas-in-lood, waaronder een waterspuwer. Daaronder tweemaal tweegewijs gekoppelde stalen spitsboogvensters met glas-in-lood, variërend in formaat. In de zuidwestelijke gevelhoek een klein spitsboogvormig stalen venster met glas-in-lood. De oostgevel van de kruisarm, waarop de geknikte verbindingsgang met de pastorie aansluit, heeft een reeks van drie tweegewijs gecombineerde spitsboogvormige stalen glas-in-loodvensters. In de oksel van de westelijke kruisarmgevel bevindt zich een uitbouw onder lessenaarsdak. Deze uitbouw heeft, verdiept in een spitsboogvormig portiek met afgeschuinde trachieten plint- en aanzetstenen, een spitsboogvormige eikenhouten deur van rabatdelen met beslag. Tegen deze uitbouw zijn zich verjongende steunberen geplaatst.
In de westgevel van de kruisarm is een soortgelijke deur geplaatst, welke de toegang tot de dagkapel vormt. Hierboven een rond stalen venster met glas-in-lood plus waterspuwer. Links van de deze deur drie gekoppelde stalen spitsboogvensters met glas-in-lood, rechts twee kleine gekoppelde stalen spitsboogvensters met glas-in-lood.
In de zuidwestelijke gevel van de VERBINDINGSGANG tussen kruisarm en pastorie is, verdiept in een afgeschuind segmentboogvormig portiek, de rechthoekige eikehouten voordeur van de pastorie geplaatst. Deze deur heeft een kijkraam met kruisvormige indeling. Ook dit portiek heeft trachieten plint- en aanzetstenen. Links naast de keur een klein rechthoekig houten venster met traliewerk onder een zwaar gedimensioneerde latei. Deze gevel van het verbindingsvolume wordt heeft een natuurstenen bovenafdekking. De geknikte noordoostgevel van de verbindingsgang telt twee rechthoekige houten T-vensters, voorzien van een horizontale roedeverdeling in de vensterpanelen en een verticale indeling in het bovenlicht. Daarnaast een rechthoekige houten deur met rolluik. De VOORGEVEL van de PASTORIE is symmetrisch. In de eerste laag tweemaal twee gekoppelde rechthoekige houten T-vensters, met een horizontale roedeverdeling in de vensterpanelen en een verticale indeling in het glas-in-lood bovenlicht. Rechte strekken met gecombineerde aanzetstenen. Tussen deze gekoppelde vensters een gevelsteen met het opschrift A.D. 1933. In de tweede laag, onder de licht geprofileerde kroonlijst, drie rechthoekige verticaal ingedeelde houten vensters met horizontale indeling van de vensterpanelen. De pastorievensters hebben overwegend rolluiken met in het interieur weggewerkte kasten.
De rechter ZIJGEVEL heeft in de eerste laag één alsmede twee gekoppelde rechthoekige houten T-vensters, met een horizontale roedeverdeling in de vensterpanelen en een verticale indeling in het glas-in-lood bovenlicht. Rechte strekken met gecombineerde aanzetsteen. In de tweede laag twee rechthoekige verticaal ingedeelde houten vensters met horizontale indeling van de vensterpanelen.
De ACHTERGEVEL van de pastorie is asymmetrisch ingedeeld. In de eerste laag een rechthoekige houten buitendeur met rolluik, aan weerszijden voorzien van een klein rechthoekig houten zijvenster met traliewerk. Rechts hiernaast in de eerste laag een rechthoekig houten T-venster, met een horizontale roedeverdeling in de vensterpanelen en een verticale indeling in het glas-in-lood bovenlicht.
In de tweede laag drie gekoppelde rechthoekige trappenhuisvensters met bovenlicht, horizontale indeling van het glaspaneel en glas-in-lood; aan weerszijden respectievelijk één twee rechthoekige verticaal ingedeelde houten vensters met horizontale indeling van de vensterpanelen.
De linker ZIJGEVEL heeft in de tweede laag boven het verbindingsvolume met de kruisarm twee rechthoekige verticaal ingedeelde houten vensters met horizontaal ingedeelde vensterpanelen. In de topgevel twee rechthoekige, horizontaal ingedeelde houten zoldervensters.
Het INTERIEUR van de pastorie behield de indeling van het interieur vrijwel ongewijzigd. De schuifdeur tussen woon- en werkkamer is aanwezig, maar betimmerd. De open haard is een latere toevoeging. De gangruimten zijn uitgevoerd in rood, halfsteens schoon metselwerk met hardstenen boogaanzeten en hoekstenen. Oorspronkelijke houten deuren van rabatdelen met beslagen, oorspronkelijke trapbalustrade.
In de voortuin van de pastorie staat een VLAGGENMAST.
Aan de zuidzijde van het schip staat een H.HARTBEELD op een trapsgewijs oplopende bakstenen sokkel.
Tussen de hoofdonderdelen van het kerkgebouw zijn DILATATIEVOEGEN aangebracht.
De steile KAPCONSTRUCTIE van het schip heeft 7 horizontale gordingen per dakzijde, gedragen door vijf stellen houten spantbenen, welke steunen op consoles in gele baksteen en natuursteen. Tussen de consoles zijn trekstangen aangebracht. Onder de nokbalk een makelaar, rustend op een tussen de spantbenen aangebrachte hanebalk. De hanebalken worden aan beide zijden ondersteund door korbelen.
Het INTERIEUR van de Callistuskerk wordt gekenmerkt door een hoog eenbeukig schip van vijf traveeën met een open spantconstructie. Tussen koor en schip, alsmede tussen koor en kruisarm een grote spitsboogvormige scheiboog. De boog tussen koor en kruisarm is gedicht. Het koor wordt beëindigd door een rechte achterwand. In het koor een groot altaar op geel bakstenen basement, aan weerszijden voorzien van kleine toegangstrappen en omgeven door een metalen balustrade. Een grote frontale trap achter de communiebanken. Het oksaal heeft een trapsgewijs uitgemetselde spitsboogvormige oxaalopening en een hardstenen afdekking van de oxaalbalustrade met opengewerkte kruismotieven. Aan weerszijden van het entreeportaal in de toren respectievelijk het trappenhuis van het oxaal en de bergruimte. Het entreeportaal en de doopkapel hebben een geel bakstenen spitsbooggewelf. De sacristie, het oxaal en de huidige doopkapel met biechtstoelen hebben vlakke balken zolderingen. De dagkapel heeft een flauw hellende zoldering.
De binnenwanden van de kerk zijn uitgevoerd in gele Staatsmijnsteen, halfsteens gemetseld en voorzien van open voegen. Trachieten aanzetstenen, veelal in het profiel van de deurlijsten.
In het interieur van de kerk zijn onder meer van belang de onversierde achtzijdige hardstenen doopvont met houten deksel op gemetseld basement van Dom. Van der Meij O.S.B., XXB (verplaatst van doopkapel naar biechtnis); het reliëf op het zij-altaar, 150 x 200 cm, in lunelmarmer, Dom Van der Meij O.S.B., XXB, voorstellend de H. Callistus met kerkmodel voorzien van ingebrande polychromie; op de achterwand van het koor, een schildering van J. Adams Pr.; het oorspronkelijke kerkmeubilair op houten vlonders; een modern staand kruisbeeld boven de scheiboog, met corpus en ornamenten uit midden XIX; de gebrandschilderde ramen van Jos Scheffers in de doopkapel, 1933, voorstellend de H. Drievuldigheid, de Uitdrijving uit het Paradijs, de Doop in de Jordaan; in de kerk, 1935, voorstellende de H.Petrus en twee kleinere taferelen (Gij zult mensen vangen - Gij zijt Petrus); het gebrandschilderd Barbararaam, 1957, een geschenk van de Staatsmijnen, vervaardigd door Hendriks; de kruiswegstaties van Pieter Geraerdts, XXB; het schilderij Maria met Kind, Pieter Geraerdts, XXB; het schilderij Christus met kelk en brood, Pieter Geraerdts, XXB.
Waardering
De Callistuskerk te Neerbeek is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van het katholieke geestelijke leven in de regio ten tijde van de bouw.
De kerk is van grote architectonische waarde vanwege de door de Delftse School beïnvloede traditionele bouwstijl. De Callistuskerk is ook van belang voor het oeuvre van de landelijk bekende architect A.J. Kropholler, die geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Delftse School. Verder worden de architectonische waarden bepaald door de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en het bijzondere materiaalgebruik.
De kerk is vanwege de situering ten zeerste verbonden met de ontwikkeling van het dorp Neerbeek en van belang voor het aanzien van streek en dorp.
De kerk beschikt - afgezien van de niet gerealiseerde noordelijke kruisarm - over een hoge mate van architectonische gaafheid en is van belang voor de visuele gaafheid van de bebouwde omgeving.
Bovendien beschikt de Callistuskerk in regionaal opzicht over een hoge mate van architectuurhistorische zeldzaamheid: het betreft hier het gaafst bewaard gebleven kerkgebouw van de twee, die Kropholler gedurende het Interbellum in Limburg heeft gebouwd.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
R.C. CHURCH and RECTORY of St. Callistus at Neerbeek, 1933, designed by architect A.J. Kropholler of Wassenaar. Built in a sober traditional building style influenced by the Delft School, which sought a new interpretation of traditional norms and values from the past as a reaction to the modern architecture of the Nieuwe Bouwen.
The Callistus Church is situated at the intersection of Aldenhofstraat and Laurentiusstraat/Callistusplein and moreover is oriented entirely to the east.
The engineering firm Henri Huydts of Maastricht acted as structural engineer.
The northern transept arm of the church was not realised. In 1982 the southern transept arm was converted into a side chapel, with the pointed-arch-shaped arcade between choir and transept arm being closed off with yellow fair-faced brickwork.
The GARAGE behind the rectory, as well as the BOUNDARY WALL between garage and rectory, are EXCLUDED from protection.
Description
The Callistus Church has, as a consequence of the absence of the northern transept arm and the presence of a rectangular choir, an L-shaped GROUND PLAN. The nave is preceded on the west side by a tower built on a square ground plan. This tower has half the width of the nave. The rectory is built at an acute angle against the east wall of the transept arm, whereby the front facade of the rectory came to lie parallel to the Aldenhofstraat.
The rectory has a partial basement storey, two STOREYS and an attic storey. The angled connecting passage between rectory and church, in which the entrance to the rectory is located, has one storey and has a flat roof. The transept arm above the sacristy is provided with an attic.
Rectory, church and transept arm are covered by a steep curved GABLED ROOF. Originally the gabled roofs were provided with small red Romanesque tiles. These tiles were, with the exception of the rectory roof, replaced in autumn 1996 by tiles of the type 'Flachdach van koramix Narvik'. A tall chimney with tapering buttress on the northeastern gable corner of the choir; on the ridge above the choir a stone cross; a brick roof turret with half-hip and small bell on the ridge of the transept arm. The rectory roof has two ridge chimneys. Recessed SPIRE with slate in Maas covering and wrought-iron cross. The gutters of the nave and transept arm are executed in travertine, supported by a moulding with stepped-out brickwork. The nave is provided with stone-cutting decorations. Church and rectory have predominantly oak DOORS of rabbeted panels, with heavy wrought-iron hinges and fastenings, strike and lock plates, handles and door grilles, hung in stone reveals. The rectory, sacristy and server room have pine WINDOWS, with oak weatherboards, glazing bars and muntins. The church has pointed-arch-shaped steel windows with leaded lights in the nave, as well as a round steel window with leaded lights in the transept arm.
MATERIAL USAGE is determined by a strong preference for natural materials such as brick, travertine, granite, marble and wood: the reinforced concrete structures are nowhere visible. The exterior brickwork of red-toned hard-grey brick is executed in Flemish bond. In the interior of the church fair-faced brickwork of so-called yellow State Mine stone is used; red fair-faced brickwork in the rectory; the sacristy has white plastered walls. Red tile floors. In Weidenhahn blue travertine, amongst other things, the front steps of all entrances, the sills and weatherboards of the exterior doors plus the coping stones, ashlar stones, transition stones etc. that are no higher than 80 cm above the floor. In Weidenhahn yellow travertine all other coping stones, gutters, pads, lintels, weatherboards, setting stones, transition stones, top pieces, etc. The stairs of the priest's choir and the side altars are faced with smoothed Klein Ziegenfelder marble. Altar and communion rail of Ardennes marble. The choir is faced with smoothed travertine and is largely surrounded by a metal balustrade.
The Callistus Church has on the WEST SIDE a massive square tower, crowned by a strongly recessed spire. The tower is provided on each side with a clock mechanism—without the glazed tile clock faces provided in the specification—of two coupled pointed-arch-shaped louvred openings with natural stone intermediate pilaster and slightly recessed wall surfaces. In the south and north gables at the height of the singing choir are pointed-arch windows with leaded lights; below these, in the side portals, a small pointed-arch-shaped window. The gutter of the tower is supported by a stepped-out cornice in which natural stone corner corbels are integrated. In the west gable of the tower a deep, on both sides somewhat tapered pointed-arch-shaped entrance portico with fourfold roll moulding. In the portico a segmental-arch-shaped double oak door with heavy fittings, under a frame. In the tympanum above the frame a relief, depicting St. Callistus, executed by Dom Van der Meij O.S.B.. The portico is further characterised by the dominant presence of natural stone steps, plinths, setting and closing stones.
Tower and NAVE are separated from each other by a wall with shouldering. The church has a relatively short nave, in both long side gables provided with five window bays with three-coupled pointed-arch windows with leaded lights. The bays are separated from each other by tapering buttresses. The NORTH GABLE of the nave has in place of the planned transept arm a wall surface following the contours of the transept arm, lightly projecting blind wall surface with a projecting confessional niche. Behind both transept arms the nave has four progressively taller pointed-arch-shaped steel leaded-light windows with setting stones. The south gable of the nave has in the first storey below these choir windows a pointed-arch-shaped wooden door.
The nave is closed off on the EAST SIDE by a straight, spout-shaped choir wall with shouldering and crowned by a ridge cross. This choir wall has an inscribed Christ monogram and is almost entirely blank, except for two rectangular basement windows with horizontal divisions and a rectangular double wooden cellar trapdoor in the plinth.
The southern TRANSEPT ARM is terminated by a spout gable with shouldering. The small brick roof turret with bell forms the crowning of this gable. In the centre at the top of the gable a round steel window with leaded lights, below which a waterspout. Below this twice two-coupled steel pointed-arch windows with leaded lights, varying in size. In the southwestern gable corner a small pointed-arch-shaped steel window with leaded lights. The east gable of the transept arm, to which the angled connecting passage with the rectory connects, has a series of three two-coupled pointed-arch-shaped steel leaded-light windows. In the angle of the western transept arm gable there is an extension under a lean-to roof. This extension has, recessed in a pointed-arch-shaped portico with bevelled travertine plinth and setting stones, a pointed-arch-shaped oak door of rabbeted panels with fittings. Against this extension tapering buttresses are placed.
In the west gable of the transept arm a similar door is placed, which forms the access to the side chapel. Above this a round steel window with leaded lights plus waterspout. To the left of this door three coupled steel pointed-arch windows with leaded lights, to the right two small coupled steel pointed-arch windows with leaded lights.
In the southwestern gable of the CONNECTING PASSAGE between transept arm and rectory, recessed in a bevelled segmental-arch-shaped portico, the rectangular oak front door of the rectory is placed. This door has a peephole with cruciform division. This portico also has travertine plinth and setting stones. To the left next to the door a small rectangular wooden window with grille work under a heavily dimensioned lintel. This gable of the connecting volume has a natural stone top coping. The angled northeastern gable of the connecting passage has two rectangular wooden T-windows, provided with a horizontal glazing bar division in the window panes and a vertical division in the fanlight. Next to this a rectangular wooden door with roller shutter. The FRONT FACADE of the RECTORY is symmetrical. In the first storey twice two coupled rectangular wooden T-windows, with a horizontal glazing bar division in the window panes and a vertical division in the leaded-light fanlight. Straight frames with combined setting stones. Between these coupled windows a wall tablet with the inscription A.D. 1933. In the second storey, below the lightly profiled cornice, three rectangular vertically divided wooden windows with horizontal division of the window panes. The rectory windows predominantly have roller shutters with integral wall cabinets in the interior.
The right SIDE GABLE has in the first storey one as well as two coupled rectangular wooden T-windows, with a horizontal glazing bar division in the window panes and a vertical division in the leaded-light fanlight. Straight frames with combined setting stone. In the second storey two rectangular vertically divided wooden windows with horizontal division of the window panes.
The REAR GABLE of the rectory is asymmetrically divided. In the first storey a rectangular wooden exterior door with roller shutter, on both sides provided with a small rectangular wooden side window with grille work. To the right of this in the first storey a rectangular wooden T-window, with a horizontal glazing bar division in the window panes and a vertical division in the leaded-light fanlight.
In the second storey three coupled rectangular stairwell windows with fanlight, horizontal division of the glass pane and leaded lights; on both sides respectively one and two rectangular vertically divided wooden windows with horizontal division of the window panes.
The left SIDE GABLE has in the second storey above the connecting volume with the transept arm two rectangular vertically divided wooden windows with horizontally divided window panes. In the gable storey two rectangular, horizontally divided wooden attic windows.
The INTERIOR of the rectory retained the interior layout virtually unchanged. The sliding door between living and working room is present, but boarded over. The fireplace is a later addition. The corridor spaces are executed in red, half-brick fair-faced brickwork with stone arch setting and corner stones. Original wooden doors of rabbeted panels with fittings, original stair balustrade.
In the front garden of the rectory stands a FLAGPOLE.
On the south side of the nave stands a SACRED HEART STATUE on a stepped-up brick plinth.
Between the main components of the church building EXPANSION JOINTS have been provided.
The steep ROOF TRUSS STRUCTURE of the nave has 7 horizontal purlins per roof side, carried by five sets of wooden rafters, which rest on corbels in yellow brick and natural stone. Between the corbels tie rods have been provided. Below the ridge beam a kingpost, resting on a tie beam provided between the rafters. The tie beams are supported on both sides by brackets.
The INTERIOR of the Callistus Church is characterised by a tall single-aisle nave of five bays with an open truss structure. Between choir and nave, as well as between choir and transept arm a large pointed-arch-shaped arcade. The arch between choir and transept arm has been closed off. The choir is terminated by a straight rear wall. In the choir a large altar on a yellow brick basement, provided on both sides with small access stairs and surrounded by a metal balustrade. A large frontal stair behind the communion rails. The gallery has a stepped-out pointed-arch-shaped gallery opening and a stone coping of the gallery balustrade with open-worked cross motifs. On both sides of the entrance portico in the tower respectively the stairwell of the gallery and the storage space. The entrance portico and the baptistery have a yellow brick pointed-arch vault. The sacristy, the gallery and the current baptistery with confessionals have flat-beam ceilings. The side chapel has a gently sloping ceiling.
The interior walls of the church are executed in yellow State Mine stone, half-brick laid and provided with open joints. Travertine setting stones, mostly in the profile of the door lintels.
In the interior of the church, the following are of importance: the unadorned octagonal stone font with wooden cover on a brick basement by Dom. Van der Meij O.S.B., second half of the 20th century (moved from baptistery to confessional); the relief on the side altar, 150 x 200 cm, in Lunel marble, Dom Van der Meij O.S.B., second half of the 20th century, depicting St. Callistus with church model provided with burned-in polychromy; on the rear wall of the choir, a painting by J. Adams Pr.; the original church furnishings on wooden platforms; a modern standing crucifix above the arcade, with corpus and ornaments from mid-19th century; the stained-glass windows by Jos Scheffers in the baptistery, 1933, depicting the Holy Trinity, the Expulsion from Paradise, the Baptism in the Jordan; in the church, 1935, depicting St. Peter and two smaller scenes (Ye shall catch men - Thou art Peter); the stained-glass St. Barbara window, 1957, a gift from the State Mines, executed by Hendriks; the Stations of the Cross by Pieter Geraerdts, second half of the 20th century; the painting Mary with Child, Pieter Geraerdts, second half of the 20th century; the painting Christ with chalice and bread, Pieter Geraerdts, second half of the 20th century.
Valuation
The Callistus Church at Neerbeek is of cultural-historical value as a particular expression of Catholic spiritual life in the region at the time of construction.
The church is of great architectural value because of the traditional building style influenced by the Delft School. The Callistus Church is also of significance for the oeuvre of the nationally renowned architect A.J. Kropholler, who is regarded as one of the most important representatives of the Delft School. Furthermore, the architectural values are determined by the aesthetic qualities of the design and the exceptional use of materials.
The church is, because of its location, deeply connected with the development of the village of Neerbeek and is of significance for the appearance of the region and village.
The church possesses—apart from the unrealised northern transept arm—a high degree of architectural integrity and is of significance for the visual integrity of the built environment.
Moreover, the Callistus Church possesses in regional terms a high degree of architectural-historical rarity: this is the best-preserved church building of the two which Kropholler built in Limburg during the Interwar period.
Nearby in the register
- Boerderij(M1), Spaubeekerstraat 8Boerderijunder 1 mi
- Woonhuis, Oude Pastorie 25Woonhuisunder 1 mi
- NieuwenhofWoonhuisunder 1 mi
- Kapel(F1), Kluis 1Kapelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.