Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Breeberchspaed 3
Wijnjewoude, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1920
- Address
- Breeberchspaed 3, 9241 WP Wijnjewoude (Opsterland 21)
- Place
- Wijnjewoude
- Municipality
- Opsterland
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.06135, 6.22821
- Part of complex
- 513176
- Monument number
- 513177
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1909 map "11 Heerenveen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De ARBEIDERSWONING van het krimptype werd gebouwd in 1920 in Ambachtelijk-traditionele trant naar ontwerp van de aannemers de gebroeders Tj. en D. Keuning. Het woonhuis werd gedeeltelijk gebouwd op oude fundamenten van 'oude hamburger klinkert'. De veenarbeiderswoning is gelegen op een ruim eigen erf met gedeeltelijk onbevloerde paden, een boenplaats met welput en een sier- en moestuin, en behoorde oorspronkelijk tot een groep van niet planmatige gebouwde, verspreid staande woningen in een gedeeltelijk ontgonnen gebied. Het onderhavige pand is de enige woning van deze groep in het gebied die bewaard is gebleven. De woning is een eenvoudig welhaast gestandaardiseerd type dat ook door woningbouwcorporaties werd gebouwd; vergelijk met bijvoorbeeld Betonwei 30 te Harkema (Achtkarspelen). De woning vertoont typologische verwantschap met de keuterboerderijen: in het achterhuis bevond zich een veestalling. De houten bijschuren en aanbouwen aan het casco van het hoofdobject zijn voor de bescherming van rijkswege van ondergeschikt belang.
Omschrijving
De arbeiderswoning van het krimptype heeft een vorenspringende woonkamer met een schuurgedeelte onder een doorgaande nok. Het zadel-schilddak is belegd met gesmoorde Friese pannen; de goot rust op gemetselde gootklossen. De nok aan de voorzijde is voorzien van een sierspantje met een makelaar, aan de achterzijde een klein uilebord. Op de nok aan de voorzijde staat een schoorsteen, thans zonder schoorsteenbord. De buitenmuren zijn halfsteens opgetrokken in rode Groninger (strengpers-) bakstenen; de binnenmuren zijn halfsteens van kalkzandsteen met een trasraam in mondklinker Groninger bakstenen. In de voorgevel van de woonkamer zijn twee H-vensters onder segmentbogen met witte kalkzandstenen sluit- en aanzetstenen en met in het trommelveld rode en witte bakstenen. In de geveltop twee vierkante zolderraampjes onder een rollaag van rode en gele bakstenen. Aan de zuidzijde een smal H-venster en in de krimpmuur een klein H-venster.In de lange zuidgevel zijn een rechthoekig venster, de zij-ingang waarheen een betonnen pad leidt, een getoogd gietijzeren zesruits stalraam en een deur met een ijzeren negenruits zijlicht. Naast de zij-ingang is een regenwaterput van beton met een ijzeren putdeksel. Aan de gedeeltelijk beraapte achtergevel is een houten aankapping onder doorgetrokken achterschild. De noordelijke zijgevel van het woonkamergedeelte is vrijwel geheel blind met uitzondering van een smal H-venster onder rollaag van rode en witte bakstenen en een provisiekelderraam. In de noordgevel van het stalgedeelte een ijzeren vierruits raampje, een dubbele houten schuurdeur en een staldeur met een ijzeren negenruits zijlicht. Aan de noordzijde is een houten privaatgebouw naast de gierkolk.
Het interieur van de woonkamer is in redelijke mate oorspronkelijk en bevat ondermeer een bedstedewand. De indeling van het stalgedeelte is gewijzigd.
Waardering
De arbeiderswoning met inpandige veestalling uit 1920 is van algemeen cultuurhistorisch en architectonisch belang:
- als exponent van de sociaal-economische ontwikkeling van het gebied,
- als uitdrukking van de architectonische ontwikkeling, m.n. als voorbeeld van de standaardisatie van kleine arbeiderswoningen ten plattelande,
- vanwege de typologische verwantschap met de keuterboerderijtjes,
- vanwege de hoge mate van architectonische gaafheid,
- vanwege de zeer hoge mate van visuele en structurele gaafheid in relatie tot de open omgeving,
- vanwege de redelijke mate van oorspronkelijkheid van het exterieur en van de interieuronderdelen,
- vanwege de redelijke mate van zeldzaamheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The WORKERS' DWELLING of the compact type was built in 1920 in craftsman-traditional style designed by the contractors the brothers Tj. and D. Keuning. The dwelling was partly built on old foundations of 'old Hamburg clinker brick'. The peat workers' dwelling is situated on a spacious plot with partially unpaved paths, a cleaning area with a pump well and an ornamental and vegetable garden, and originally belonged to a group of buildings constructed without planning, scattered throughout a partly reclaimed area. The present property is the only dwelling from this group in the area that has been preserved. The dwelling is a simple, almost standardised type that was also built by housing corporations; compare for example Betonwei 30 in Harkema (Achtkarspelen). The dwelling shows typological affinity with smallholding farmhouses: in the rear section of the house there was livestock stalling. The wooden outbuildings and extensions to the frame of the main object are of subsidiary importance for protection by the state.
Description
The workers' dwelling of the compact type has a projecting living room with a barn section under a continuous roof ridge. The gabled-hipped roof is covered with smoked Frisian tiles; the gutter rests on masonry gutter blocks. The ridge at the front is furnished with an ornamental roof truss tie with a brace, at the rear a small owl board. On the ridge at the front stands a chimney, currently without a chimney hood. The outer walls are built in half-brick thickness in red Groningen (strong-pressing) brick; the inner walls are half-brick thickness of calcium silicate brick with a trash frame in Groningen clinker brick. In the front gable of the living room are two H-windows under segmental arches with white calcium silicate brick jamb and set-back stones and with red and white brick in the drum field. In the gable top two square attic windows under a roll course of red and yellow brick. On the south side a narrow H-window and in the compact wall a small H-window. In the long south gable are a rectangular window, the side entrance leading to which is a concrete path, a corbelled cast-iron six-pane stable window and a door with an iron nine-pane sidelight. Beside the side entrance is a concrete rainwater well with an iron well cover. At the partially repointed rear gable is a wooden extension under continuous back roof slope. The northern side gable of the living room section is virtually entirely blank with the exception of a narrow H-window under roll course of red and white brick and a provisions cellar window. In the north gable of the stall section an iron four-pane small window, a double wooden barn door and a stall door with an iron nine-pane sidelight. On the north side is a wooden privy building beside the slurry pit.
The interior of the living room is in reasonable condition original and contains amongst other things a bed alcove wall. The layout of the stall section has been changed.
Valuation
The workers' dwelling with integrated livestock stalling from 1920 is of general cultural-historical and architectural importance:
- as an exponent of the socio-economic development of the area,
- as an expression of architectural development, in particular as an example of the standardisation of small workers' dwellings in rural areas,
- on account of typological affinity with smallholding farmhouses,
- on account of a high degree of architectural integrity,
- on account of a very high degree of visual and structural integrity in relation to the open surroundings,
- on account of a reasonable degree of originality of the exterior and of interior components,
- on account of a reasonable degree of rarity.
Nearby in the register
- Stookhok, Breeberchspaed bij 3Boerderijunder 1 mi
- Kerk, Breeberchspaed 1Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerkelijke dienstwoning, Bij Breeberchspaed 1 Wijnjewoude (Opsterland 21)Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Boerderij, Houtwâl 14Boerderij2 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.