TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stationsgebouw, Stationsweg 18

Soest, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Transport
Function
Stationsgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1897
Address
Stationsweg 18, 3764 CJ Soest
Place
Soest
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.17278, 5.31041
Part of complex
512713
Monument number
512714

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Een evenwijdig langs de spoorlijn Den Dolder - Baarn gelegen stationsgebouw uit 1897. Het station heeft een rechthoekige plattegond en bestaat uit twee bouwlagen onder een met rode kruispannen gedekt samengesteld zadeldak. Op de nokuiteinden zijn zinken pirons bevestigd. In de dakschilden bevinden zich dakkapellen die worden gedekt door zinken wolfdaken en pirons. De gevels zijn in rode baksteen opgetrokken en versierd met horizontale banden en getoogde strekken met geel verblendsteen. De gevels zijn voorzien van een uitkragende plint die door een band van afgeschuinde rode verblendsteen wordt afgesloten. Tussen de eerste en tweede bouwlaag bevindt zich een nagenoeg omgaande band met siermetselwerk van gele en rode baksteen. De band is aan de bovenzijde afgesloten met een afgeschuinde waterlijst. Onder de daklijst van de topgevels is een geprofileerd trapfries aangebracht, waarvan de aanzetten zijn geaccentueerd met gele steen. In de gevels zijn getoogde vensters gezet in een aantal gevallen voorzien van een natuurstenen onderdorpel. De bovenlichten hebben een verticale roedenindeling gekregen. De boogtrommels hebben siermetslewerk in visgraatmotief. De oost- of voorgevel (straatzijde) heeft een asymmetrische indeling van drie traveeën met op de buitenste travee een topgevelpartij met lichte voorsprong. De rechter topgevel is breder. Op de begane grond bevinden zich hier twee getoogde tweelichts vensters. In de tweede bouwlaag is een enigszins verdiept in de gevel geplaatst, getoogd drielichtsvenster, dat is voorzien van gemetselde stijlen en een afgeschuinde, gemetselde onderdorpel. Onder de dichtgezette top bevindt zich een drielichtsvenster met gemetselde stijlen. De linker topgevel heeft in de eerste bouwlaag een paneeldeur, die bereikt kan worden via een trap van vier treden. Oorspronkelijk was dit de toegang tot de dienstwoning op de verdieping. In de verdieping bevinden zich twee smalle trapvensters en onder de dichtgezette top een tweelichtsvenster. De middentravee heeft links een paneeldeur en rechts een dubbele deur met grote ramen. Laatstgenoemde deur was oorspronkelijk de hoofdtoegang en leidde naar het loket en wachtzaal. Beide deuren bevinden zich onder een roevendak dat op drie punten wordt ondersteund door schoren. In de verdieping bevinden zich twee tweelichts vensters met muurdammen. De eenlaags loodsaanbouw tegen de linker zijgevel uit 1922 heeft aan de straatzijde een forse getoogde doorgang met bovenlicht, die aan de binnenzijde met een nog bestaande schuifdeur dichtgezet kan worden. De opening is thans met glas dichtgezet.

De westgevel (stationszijde) heeft een symmetrische indeling van drie traveeën, waarvan de middelste travee een voorsprong heeft en eindigt als topgevel. Voor de gevel is een lessenaarsdak gezet (oorspronkelijk een roevendak), gesteund door zeven achtkantige, houten pijlers en gesneden schoren in spitsboogvorm. De schoren aan de muurzijde rusten op natuurstenen aanzetten.

De middentravee heeft in de eerste bouwlaag een deur met getoogd bovenlicht (rechts) en een schuifvenster. In de verdieping bevindt zich een gewijzigd drielichts venster. De boogtrommel is nieuw gemetseld. In de top bevindt zich een drielichts venster met gemetselde stijlen. Zowel links als rechts van de topgevel heeft de gevel twee dubbele deuren en in de verdieping een tweelichts venster. De dubbele deuren zijn rechts vervangen door een raam. Het tweelichtsvenster in de verdieping links is gewijzigd. Het rechter licht is hier veranderd in een deur.

De loodsaanbouw heeft aan deze zijde dezelfde gevelindeling als aan de straatzijde.

De rechter zijgevel (noorden) heeft in de eerste bouwlaag twee tweelichts vensters en in de verdieping links een klein draaivenster.

Waardering

Het station uit 1897 met aangebouwde goederenloods uit 1922 is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard en herkenbaar voorbeeld van een stationsgebouw met neo-renaissancekenmerken, alsmede als onderdeel van het oeuvre van architect J.F. Klinkhamer. Het pand is tevens van cultuurhistorische waarde in de ontwikkelingsgeschiedenis van Soest en de spoorlijn Den Dolder - Baarn. Tevens van ensemblewaarde in relatie tot deze spoorlijn en de bijbehorende goederenloods.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

A station building from 1897 situated parallel to the railway line Den Dolder - Baarn. The station has a rectangular plan and consists of two storeys under a compound gabled roof covered with red cross tiles. Zinc pirons are attached to the ridge ends. In the roof slopes are roof dormers which are covered by zinc half-hipped roofs and pirons. The façades are constructed in red brick and decorated with horizontal bands and arched stretches with yellow brick. The façades are provided with a projecting plinth which is finished with a band of bevelled red brick. Between the first and second storey is a virtually continuous band with decorative brickwork of yellow and red brick. The band is finished at the top with a bevelled drip moulding. Below the roofline of the gabled ends is a profiled stepped frieze, of which the settings are accentuated with yellow brick. The façades contain arched windows in some cases provided with a natural stone sill. The fanlights have been given a vertical glazing bars division. The arch drums have decorative brickwork in herringbone motif. The east or front façade (street side) has an asymmetrical arrangement of three bays with on the outer bay a gabled section with slight projection. The right gabled end is wider. On the ground floor there are here two arched two-light windows. On the second storey a somewhat recessed three-light arched window is placed in the façade, which is provided with bricked mullions and a bevelled, bricked sill. Below the sealed top is a three-light window with bricked mullions. The left gabled end has on the first storey a panelled door, which can be reached via a staircase of four steps. Originally this was the entrance to the service dwelling on the upper floor. On the upper floor there are two narrow staircase windows and below the sealed top a two-light window. The middle bay has on the left a panelled door and on the right a double door with large windows. The latter door was originally the main entrance and led to the ticket office and waiting room. Both doors are situated beneath a glazed roof supported at three points by braces. On the upper floor there are two two-light windows with wall piers. The single-storey shed extension against the left side façade from 1922 has on the street side a substantial arched passage with fanlight, which can be sealed on the inside by an existing sash door. The opening is now sealed with glass.

The west façade (station side) has a symmetrical arrangement of three bays, of which the middle bay has a projection and terminates as a gabled end. In front of the façade a half-hipped roof is set (originally a glazed roof), supported by seven octagonal wooden posts and carved braces in pointed arch form. The braces on the wall side rest on natural stone plinths.

The middle bay has on the first storey a door with arched fanlight (right) and a sash window. On the upper floor there is an altered three-light window. The arch drum is newly bricked. In the gabled end is a three-light window with bricked mullions. Both to the left and right of the gabled end the façade has two double doors and on the upper floor a two-light window. The double doors on the right have been replaced by a window. The two-light window on the upper floor left has been altered. The right light here has been changed into a door.

The shed extension has on this side the same façade arrangement as on the street side.

The right side façade (north) has on the first storey two two-light windows and on the upper floor left a small casement window.

Valuation

The station from 1897 with attached goods shed from 1922 is of general importance due to its architectural historical value as a well-preserved and recognisable example of a station building with neo-renaissance features, as well as being part of the oeuvre of architect J.F. Klinkhamer. The building is furthermore of cultural historical value in the development history of Soest and the railway line Den Dolder - Baarn. Also of ensemble value in relation to this railway line and the associated goods shed.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map