TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Tsjerkhôfspaed 3

Pietersbierum, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built
1891
Address
Tsjerkhôfspaed 3, 8856 BZ Pietersbierum (Waadhoeke 21)
Place
Pietersbierum
Municipality
Waadhoeke
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.21510, 5.47566
Monument number
512688

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De (vermoedelijk) voormalige PASTORIE te Pietersbierum, aan het Tsjerkhofspaed 3, ligt op een vrij groot terrein ten zuiden van het kerkhof, met de voorgevel naar het noordwesten georiënteerd. Het is een groot pand dat door twee blokken uit twee verschillende bouwperioden wordt gevormd. Het jongste, vierkante bouwblok is in 1891 gebouwd en het oudste, rechthoekige bouwblok is een restant van een vermoedelijk 18de-eeuwse pastorie of een oude zathe. Op de kaart van de v.m. grietenij Barradeel (gedateerd 1718) uit de Atlas van Schotanus, is op hetzelfde terrein ten zuiden van de kerk al een "Pastorije" getekend. Of het hetzelfde gebouw is als het gebouw waarvan een bouwblok nog aanwezig is, is niet bekend. In 1890 is het 18de-eeuwse gebouw deels in vlammen opgegaan. Tegen de westgevel van het bouwblok dat van de vlammen is gered, is in 1891 het nieuwe vierkante blok geplaatst. Het gebouw, dat in de loop der tijd niet altijd een pastorie-functie heeft gehad, is ook nu geen pastorie meer. Het pand wordt omringd door een grote tuin. De oorspronkelijk tuinaanleg is niet meer herkenbaar. Het oude deel is in traditionele stijl gebouwd, het nieuwe deel in de stijl van de Neo-Renaissance.

Enkele INTERIEUR-onderdelen komen eveneens in aanmerking voor bescherming van rijkswege.

Omschrijving

Het nieuwere (1891) en het oudere gedeelte (18de-eeuwse) worden afzonderlijk beschreven. Het pand uit 1891 heeft een vierkante plattegrond, waaraan twee uitbouwen zijn toegevoegd: het rechthoekige torengedeelte in de noord-westelijke hoek en het rechthoekige deel van de topgevel aan de voorzijde. Het heeft twee bouwlagen, waarvan één onder de hoge dakhellingen. Het samengestelde dak (zadeldak en afgeknot schilddak) wordt gedekt door Lucas IJsbrandspannen. De gemetselde fries onder de gesegmenteerde daklijst bestaat uit rode en zwarte kalkzandstenen. De plint bestaat deels uit gemetselde bruine bakstenen met daarop een gepleisterd deel, dat tot aan de natuurstenen onderdorpel komt. Dit deel wordt versierd door diagonale, ruitvormige imitatievoegen. De gevels zijn uit bruine bakstenen opgetrokken en worden gesegmenteerd -om de tien rijen baksteen- door witte opgelegde pleisterbanden. Een doorlopende cordonlijst scheidt de eerste van de tweede bouwlaag. De voorgevel is naar het noordwesten gericht. Links in de hoek bevindt zich het torengedeelte, rechts ervan een tussendeel met een venster en weer rechts de trapgevel met portiek en voordeur. Alle vensters in de eerste bouwlaag van de voorgevel worden door een architraaf op klossen versierd, waarboven een getoogde strek is geplaatst met aanzet- en sluitstenen. In de trommelvelden bevinden zich keramische tegels met florale motieven. Alle vensters in de tweede bouwlaag zijn van strekken met aanzet- en sluitstenen voorzien, zonder trommelvelden. De toren wordt door een schilddak gedekt. In de voorste dakhelling zit een kleine houten dakkapel met pilasters en een tentdakje. Aan de voorzijde van de toren zit in de eerste bouwlaag een enkelruitsvenster (met architraaf op klossen en daarboven een getoogde strek met ge-pleisterde aanzet- en sluitstenen; in het trommelveld keramische tegels met florale motieven). In de tweede bouwlaag zit een T-venster. In de zijgevels van de toren zitten in de eerste en in de tweede bouwlaag in totaal vier smalle enkelruitsvensters met bovenlichten. Deze vensters zijn voorzien van getoogde strekken met aanzet- en sluitstenen. In het geveldeel tussen toren en trapgevel bevindt zich nog een enkelruitsvenster. In de trapgevel bevinden zich een portiek met voordeur en ernaast twee zesruitsvensters. Onder deze vensters zitten de rechthoekige kelderramen met gevlochten tralieruiten met bloemmotief in het midden. De zijmuren van de portiek springen terug. Onder de portiek, met een natuurstenen trede en granieten vloertegels, bevindt zich de dubbele voordeur met cassette-vormige panelen (waarvan twee vernieuwd) en vernieuwde roosters in het bovendeel. Dezelfde motieven -druiven en wijnranken- zijn in het rooster in het bovenlicht aangebracht. De roosters zijn niet origineel, maar zij passen qua symboliek heel goed bij de vermoedelijke functie van het gebouw. Een gedraaide colonnet met hoog basement en kapiteel vormt de deurnaald. In de tweede bouwlaag van de trapgevel bevinden zich twee halfronde T-vensters. Op de sluitstenen van de vensters rusten de gepleisterde consoles van de hierop steunende gevelbekroning. Deze bestaat uit een gebogen fronton met gemetseld tympaanveld, dat op twee bakstenen pilasters steunt. De pilasters rusten op de forse consoles. Tussen de consoles bevindt zich een rechthoekig veld dat versierd wordt door een betegeling met florale motieven. Onder het gebogen fronton is een cartouche-achtige gepleisterde rechthoekige plaat aangebracht. Hierbinnen zit een kruisvormig motief met vier bolletjes in de inkepingen van het kruis en een dieper gelegen ovaal in het midden.

De westelijke zijgevel wordt in twee gelijke delen verdeeld door een naar voren springend geveldeel in het midden, dat begrensd wordt door imitatie-rusticablokken en bekroond door een lijst, die tot aan de geprofileerde daklijst strekt. Onder deze lijst bevindt zich de gevelsteen die meldt: "De eerste steen gelegd door H.P.Kroeze, 12 augustus 1891". Links en rechts hiervan bevinden zich twee enkelruitsvensters met getoogde strekken, aanzet- en sluitstenen en blinde trommelvelden. Erboven, in de dakhelling, is een dakkapel geplaatst met schuin dak en openslaande ramen met bovenlichten.

De oostelijke zijgevel is deels blind en grenst deels aan het oudere bouwdeel.

De achtergevel bestaat uit een rechthoekig deel en een trapgevel.

In het blokvormige deel zitten twee houten tuindeuren met cassette-vormige panelen en driedelige ruiten; boven de deuren rust een luifel -met twee grote dakramen- op een houten skelet. De luifel is deels vóór de trapgevel geplaatst. Deze luifelconstructie is niet origineel. In de dakhelling boven dit blok is een houten dakkapel aangebracht met pilasters naast de ruit en een tentdakje. In de eerste bouwlaag van de trapgevel bevinden zich de houten achterdeur met vierkante panelen en driedelige ruitenverdeling en twee T-vensters met getoogde strekken en blinde trommelvelden; in de top twee rechte T-vensters. De trapgevel heeft dezelfde topversiering als die van de voorgevel.

Het INTERIEUR is qua indeling grotendeels oorspronkelijk: vanaf de ingang komt men in een betegeld halletje met originele houten, panelen tochtdeuren met een middenpaneel van geslepen glas met bloemmotief in het midden. De gang is bevloerd met grote natuurstenen platen. De houten trap naar boven is oorspronkelijk. Rechts in de gang bevinden zich twee oorspronkelijke deuren naar de kamer en links een deur naar de keuken: de keuken is verbouwd. In de kamer zijn nog originele elementen, o.m. de schouw in de achterkamer (met schoorsteenmantel en dragers van zwart marmer: het kanaal is aan de voorzijde bekleed met een hoog houten paneel met snijwerk en hoge kroonlijst); het plafond met brede lijst; de plafondschildering van het torengedeelte en de deuren. Twee toegangen naar het oude gedeelte bevinden zich in de oostmuur. Het pand is aan de noordzijde deels onderkelderd. Het oudere deel van het pand, dat vermoedelijk 18de-eeuws is, is uit kleine gele bakstenen opgetrokken en wordt door een gebroken schilddak van rode Hollandse pannen gedekt. Twee nieuwe daklichten zijn in de zuidelijke dakhelling geplaatst. Een opening in de noordgevel is gedicht en een nieuw horizontaal gelegen venster is daarboven aangebracht. In de oostgevel een dubbele houten inrijdeur en een negenruitsvenster. In de zuidgevel een houten deur en rechts ervan een negenruitsvenster en een twaalfruitsvenster met houten roedeverdeling.

Ook het INTERIEUR van het oudere deel is qua indeling nog voor het grootste deel oorspronkelijk: een opkamer, een grotere kamer en een toegangsruimte. Er zijn ook verschillende oorspronkelijke interieuronderdelen aanwezig, o.m. de brede balkenplafonds en de brede houten paneeldeuren. Dit deel is ook onderkelderd geweest, een deel van de kelder is nog aanwezig: het is niet duidelijk in hoeverre het pand in oorsprong onderkelderd was omdat die ruimte deels gedicht is.

Waardering

De (vermoedelijk) voormalige pastorie aan het Tsjerkhofspaed 3 te Pietersbierum is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

- als bijzondere uitdrukking van een culturele en geestelijke ontwikkeling;

- omdat binnen één gebouw twee perioden worden vertegenwoordigd uit de (bouw)geschiedenis van het dorp;

- voor de geschiedenis van de architectuur en de bouwtechniek;

- vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp;

- vanwege het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek;

- voor het aanzien van het dorp;

- vanwege de historische en functionele relatie met het ten noorden ervan gelegen kerkgebouw;

- vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur, zowel van het oudere (18de eeuw) als van het nieuwere bouwgedeelte (1891);

- vanwege de architectonische gaafheid van een aantal interieuronderdelen, zowel van het oudere als van het nieuwere bouwgedeelte;

- in relatie tot de visuele en structurele gaafheid van de omgeving van het dorp.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The (presumed) former RECTORY at Pietersbierum, at Tsjerkhofspaed 3, is situated on a fairly large plot of land south of the churchyard, with the front facade oriented to the northwest. It is a large building formed by two blocks from two different building periods. The newest, square building block was constructed in 1891 and the oldest, rectangular building block is a remnant of a presumed 18th-century rectory or an old zathe. On the map of the former grietenij Barradeel (dated 1718) from the Atlas of Schotanus, a "Pastorije" is already drawn on the same plot of land south of the church. Whether it is the same building as the building of which a block is still present is not known. In 1890 the 18th-century building partly went up in flames. Against the west facade of the building block that was saved from the flames, the new square block was placed in 1891. The building, which over time has not always had a rectory function, is no longer a rectory now either. The property is surrounded by a large garden. The original garden layout is no longer recognizable. The old part is built in traditional style, the new part in Neo-Renaissance style.

Some INTERIOR components also come into consideration for protection by the national heritage authority.

Description

The newer (1891) and the older section (18th-century) are described separately. The building from 1891 has a square floor plan, to which two extensions have been added: the rectangular tower section in the north-western corner and the rectangular section of the stepped gable at the front. It has two storeys, one of which is under the high roof slopes. The composite roof (gabled roof and truncated hipped roof) is covered by Lucas Ijsbrandt tiles. The mortared frieze below the segmented roof line consists of red and black sandstones. The plinth partly consists of mortared brown bricks with a plastered section above it, extending to the natural stone sub-windowsill. This section is decorated by diagonal, diamond-shaped imitation joints. The facades are constructed of brown bricks and are segmented - every ten rows of brick - by white applied plaster bands. A continuous string course separates the first from the second storey. The front facade is oriented to the northwest. On the left in the corner is the tower section, to its right an intermediate section with a window and further right the stepped gable with porch and front door. All windows in the first storey of the front facade are decorated by an architrave on brackets, above which an arched span is placed with voussoir and closing stones. In the tympana are ceramic tiles with floral motifs. All windows in the second storey are provided with spans with voussoir and closing stones, without tympana. The tower is covered by a hipped roof. In the front roof slope is a small wooden roof dormer with pilasters and a tent-shaped roof. On the front of the tower is in the first storey a single-light window (with architrave on brackets and above it an arched span with plastered voussoir and closing stones; in the tympanum ceramic tiles with floral motifs). In the second storey is a T-shaped window. In the side facades of the tower are in the first and in the second storey in total four narrow single-light windows with fanlights. These windows are provided with arched spans with voussoir and closing stones. In the facade section between tower and stepped gable is another single-light window. In the stepped gable are a porch with front door and next to it two six-light windows. Below these windows are the rectangular basement windows with woven grille lights with flower motif in the middle. The side walls of the porch step back. Below the porch, with a natural stone step and granite floor tiles, is the double front door with cassette-shaped panels (two of which renewed) and renewed grilles in the upper section. The same motifs - grapes and vine tendrils - are incorporated in the grille in the fanlight. The grilles are not original, but they fit very well symbolically with the presumed function of the building. A twisted colonette with tall base and capital forms the door jamb. In the second storey of the stepped gable are two semi-circular T-shaped windows. On the closing stones of the windows rest the plastered corbels of the facade crest supported by them. This consists of a curved pediment with mortared tympanum, which rests on two brick pilasters. The pilasters rest on the substantial corbels. Between the corbels is a rectangular field decorated by tiling with floral motifs. Below the curved pediment is a cartouche-like plastered rectangular panel. Within this is a cross-shaped motif with four small spheres in the notches of the cross and a deeper oval in the middle.

The western side facade is divided into two equal sections by a facade section projecting forward in the middle, which is bounded by imitation rustication blocks and crowned by a moulding, which extends to the profiled roof line. Below this moulding is the facade stone which states: "Foundation stone laid by H.P. Kroeze, 12 August 1891". To the left and right of this are two single-light windows with arched spans, voussoir and closing stones and blind tympana. Above it, in the roof slope, is a roof dormer placed with sloping roof and casement windows with fanlights.

The eastern side facade is partly blind and partly adjoins the older building section.

The rear facade consists of a rectangular section and a stepped gable.

In the block-shaped section are two wooden garden doors with cassette-shaped panels and three-part glazing; above the doors rests a canopy - with two large roof windows - on a wooden skeleton. The canopy is partly placed in front of the stepped gable. This canopy construction is not original. In the roof slope above this block is a wooden roof dormer with pilasters beside the window and a tent-shaped roof. In the first storey of the stepped gable are the wooden rear door with square panels and three-part window divisions and two T-shaped windows with arched spans and blind tympana; at the top two straight T-shaped windows. The stepped gable has the same top decoration as that of the front facade.

The INTERIOR is largely original in terms of layout: from the entrance one enters a tiled hallway with original wooden, panelled draught doors with a central panel of cut glass with flower motif in the middle. The corridor is floored with large natural stone plates. The wooden staircase upstairs is original. To the right in the corridor are two original doors to the room and to the left a door to the kitchen: the kitchen has been renovated. In the room are still original elements, including the fireplace in the rear room (with mantelpiece and supports of black marble: the flue is lined on the front with a high wooden panel with carved work and high cornice); the ceiling with wide moulding; the ceiling painting of the tower section and the doors. Two accesses to the old section are in the east wall. The property is partly cellared on the north side. The older part of the property, which is presumed to be 18th-century, is constructed of small yellow bricks and is covered by a broken hipped roof of red Dutch tiles. Two new roof lights are placed in the southern roof slope. An opening in the north facade is closed and a new horizontal window is placed above it. In the east facade a double wooden carriage door and a nine-light window. In the south facade a wooden door and to its right a nine-light window and a twelve-light window with wooden glazing bars.

The INTERIOR of the older part is also largely original in terms of layout: a chamber, a larger room and an access space. Various original interior components are also present, including the wide beam ceilings and the wide wooden panelled doors. This section has also been cellared, part of the cellar is still present: it is unclear to what extent the property was originally cellared because that space is partly closed.

Valuation

The (presumed) former rectory at Tsjerkhofspaed 3 in Pietersbierum is of general cultural-historical and architectural-historical significance:

- as a special expression of a cultural and spiritual development;

- because within one building two periods are represented from the (building) history of the village;

- for the history of architecture and building technology;

- because of the high aesthetic quality of the design;

- because of the special use of materials and ornamentation;

- for the appearance of the village;

- because of the historical and functional relationship with the church building located to the north of it;

- because of the architectural integrity of the exterior, both of the older (18th century) and of the newer building section (1891);

- because of the architectural integrity of a number of interior components, both of the older and of the newer building section;

- in relation to the visual and structural integrity of the surroundings of the village.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map