TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Den Treek

Leusden, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Havezate
Category
onroerend gebouwd
Address
Treekerweg 23, 3832 RS Leusden
Place
Leusden
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.10450, 5.39095
Part of complex
512200
Monument number
512201

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel 1:

HOOFDGEBOUW. Onderkelderd rode bakstenen, grotendeels gestuct hoofdgebouw in oorsprong daterend uit de 17de eeuw of eerder. In 1807 is het huis door de toenmalige eigenaar mr. Willem Hendrik de Beaufort verbouwd tot een middenstuk met twee zijvleugels in neoclassicistische stijl, zoals thans nog aanwezig. Door het toen geldende bouwverbod van overheidswege konden voor deze verbouwing geen nieuwe bouwmaterialen aangevoerd worden, zodat De Beaufort genoodzaakt was het oude huis zoveel mogelijk te sparen en verder gebruik te maken van oude bouwmaterialen waarvoor deze een buitenplaats aan de Vecht liet afbreken om de benodigde bouwkundige onderdelen, zoals deuren, dorpels en kozijnen te verkrijgen. Deze omstandigheid verklaart de eigenaardige verhouding van het middenstuk ten aanzien van de zijvleugels. Aan het einde van de 19de eeuw is het huis ingrijpend verbouwd en met een toren en eenlaagse aanbouw tegen de zuidgevel uitgebreid (zie foto uit ca.1910). In 1949 is het pand door architect ir. G. Pothoven nogmaals verbouwd, waarbij de aanbouw met een verdieping is verhoogd en de gietijzeren wintertuin aan de achterzijde is vervangen door een serre. Het huidige rechthoekige gebouw bestaat uit een bakstenen middenstuk van drie bouwlagen geflankeerd door gestucte zijvleugels van twee bouwlagen onder een met blauwe Oud-Hollandse pannen gedekt afgeplat schilddak. Aansluitend tegen de zuidgevel staat een op vierkante grondslag opgetrokken, gewitte toren (trappenhuis) van drie bouwlagen onder een met driehoekige leien in maasdekking gedekt vierzijdig puntdak bekroond door een vergulde windvaan. Tegen de toren staat een rechthoekige gestucte en gewitte aanbouw van twee bouwlagen onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt afgeplat schilddak. Het middengedeelte en de vleugels staan op een hardstenen voet, die aan de zij- en achtergevel in een gestucte voet met speklagen en in de aanbouw in een gestucte voet overgaat. De voorgevel heeft ter hoogte van de verdieping een hardstenen kordonlijst, het huis wordt door een kroonlijst afgesloten. De ingangspartij is gelegen aan de voor(west)zijde van het huis in de centrale travee van het middengedeelte, die hoger is opgetrokken dan de zijtraveeën en wordt afgesloten door een brede kroonlijst waarboven een cirkelvormig kuifstuk met wangen. Aan een hardstenen bordes van twee treden bevindt zich een dubbele houten toegangsdeur met paneelvakken en een getoogd enkelruits bovenlicht met aan weerszijden een langgerekt venster met enkelruits bovenlicht en paneelvak aan de onderzijde. De vensters en deur zijn gevat in een pilasterstelling die onderdeel uitmaakt van gestuct lijstwerk, waarmee de ingangspartij en de centrale travee van het middengedeelte een extra accent krijgen. De vier pilasters worden bekroond door voluutvormige consoles, die een houten rechthoekig balkon met een balustrade van balustervormige spijlen ondersteunen. Op de verdieping een ensemble van twee balkondeuren met tweeruitsindeling en enkelruitsbovenlicht, dat door lijstwerk wordt omgeven en door een timpaan wordt bekroond. Erboven ter hoogte van de tweede verdieping zijn twee gekoppelde omlijste mezzaninovensters. In de zijtraveeën bevinden zich eveneens omlijste vensters: begane gronds een T-venster, op de verdieping een vierruitsvenster bekroond door een timpaan en op de tweede verdieping een mezzaninovenster. Onder enkele vensters op de begane grond een horizontaal diefijzer. De twee-assige zijvleugels vertonen aan de voorzijde twee tot de voet doorgetrokken zesruitsvenster met halfronde bovenlichten voorzien van spaakroeden gevat in een rechthoekige omlijsting met kroonlijst, op de verdieping twee zesruitsvensters met persiennes eveneens gevat in een omlijsting met kroonlijst en een halfronde tweeruits dakkapel. In de ten aanzien van de zijvleugel iets terugliggende toren een door een hardstenen bordes van twee treden voorafgegane smalle dubbele zesruitsdeur met halfrond tweeruits bovenlicht. De bordestrap wordt aan weerszijden door een rechte met hardsteen beklede sokkel begrensd en is van een glazen luifel voorzien. Op de eerste verdieping twee door omlijsting aangekoppelde hoge enkelruitsvensters met rondboog bovenlicht, in de tweede verdieping, die met leien is bekleed, een keperboogvormig vierruitsvenster. De torenkap vertoont aan deze zijde een klein driehoekig, licht naar voren zwenkende dakkapel met spitsboogruitvenster. Aansluitend de aanbouw, waarvan het gevelvlak iets naar voren springt en waarin zich één travee van een slank tweeruitsvenster met halfrond bovenlicht en een halfrond tweeruitsvenster bevindt. De voorgevel heeft op de begane grond rechts een vierruitsvenster met halfrond bovenlicht voorzien van spaakroeden gevat in een rechthoekige omlijsting en op de verdieping twee zesruitsvensters. In de rechtergevel een halfrond enkelruitsvenster. In de achtergevel van de aanbouw op de begane grond twee zesruitsvensters met halfronde bovenlichten voorzien van spaakroeden en op de verdieping twee zesruitsvensters. Aansluitend de achtergevel van de toren met een keldervenster met diefijzers en daarboven, het verspringende verloop van het trappenhuis volgend, drie slanke halfronde tweeruitsvensters met diefijzers. De tweede verdieping en de toren kennen hetzelfde aanzicht als de voorzijde. In de hoek van de toren en de vleugel is een houten laat-19de-eeuwse serre staande op een voet waarin een halfrond gietijzeren venster met spaakroeden en onder een met leien gedekt afgeplat schilddak met gebogen schilden. In de serre grote meerruitsvensters met bovenlichten en paneelvakken aan de onderzijde. Rechts van de serre twee souterrainvensters en twee meerruitsvensters met bovenlichten, op de verdieping drie zesruits schuifvensters met persiennes, hierboven twee vierruits dakkapellen. De twee zijvleugels aan weerszijden van het middenstuk kennen een identieke gevelindeling met drie vensterassen opgebouwd uit een souterrainvenster, een zesruitsvenster met halfrond bovenlicht voorzien van spaakroeden, een zesruitsvenster met persiennes en in het dakvlak een halfronde dakkapel. De indeling van het middenstuk met drie traveeën, de afsluiting ervan door een verspringende brede kroonlijst met centraal geplaatst kuifstuk en de omlijsting en indeling van de vensters is identiek aan de voorgevel, alleen de ruitsindeling van de centrale vensterpartij op de verdieping en de opzet van het middenstuk is deels anders van opzet. Op de verdieping een kozijn dubbele enkelruits balkondeur met enkelruits bovenlicht en aan weerszijden een gekoppeld tweeruitsvenster. Een opvallend element vormt het gevelbrede bordes met dubbele kwartcirkelvormige bordestrap en serre met bovengelegen balkon met houten balustrade. Het bordes is voorzien van een balustrade met hardstenen balusters, de trap heeft eenvoudig smeedijzeren leuningen. De serre bestaat uit een door Dorische pilasters pilasters in drie velden gedeelde en aan weerszijden door halve Dorische pilasters afgesloten vensterkozijnen; het middelste veld vertoont centraal een dubbele vierruitsdeur. Binnen de serre heeft de achtergevel ter hoogte van de middenrisaliet twee dubbele glazen enkelruitsdeuren met getoogd bovenlicht met aan weerszijden een vierruitsvenster. De zijgevels van de serre (inwendig) zijn bekleed met een vroeg 20ste-eeuwse rots-imitatie van riet bekleed met cement voorzien van planten. In het bordes zijn souterrain vensters en een toegangsdeur. In het INTERIEUR is ondermeer van belang de oorspronkelijke plattegrond met centrale rechthoekige hal met bovenlicht en omgaande balustrade; de aankleding van de eetkamer met houten betimmeringen en wandbespanning met op doek geplakt bedrukt Frans papier - een zogeheten panoramabehangsel - met arcadische landschappen en bloemen; de scheidingswand tussen de eetkamer en de voorkamer met in deze beide kamers een Utrechtse schouw voorzien van een marmeren mantel en een boezem met spiegel die verschuifbaar is, aan weerszijden van de schouw dubbele deuren waarvan de rechter als kast is vormgegeven; de aankleding van de jachtkamer met een gekleurd plafond en een papieren behangsel met hout-imitatie en opgeplakte medaillons waarin jachttaferelen; op de verdieping is in een van de slaapkamers nog een vroeg 19de-eeuwse kachelnis.

Waardering:

HOOFDGEBOUW van algemeen belang:

- vanwege de ouderdom; - vanwege de typologische ontwikkeling van boerderij met aangebouwde herenkamer naar buitenplaats; - vanwege de architectonische vormgeving in neoclassicistische stijl; - vanwege de gaaf bewaarde interieuronderdelen met name de behangsels in eet- en jachtkamer; - vanwege de vroeg-20ste-eeuwse rotsimitatie in de serre, als bijzonder en zeldzaam element; - vanwege de markante ligging binnen de historische tuin- en parkaanleg; - vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description of component 1:

MAIN BUILDING. Brick basement, largely rendered main building dating originally from the 17th century or earlier. In 1807 the house was remodelled by the then owner Mr. Willem Hendrik de Beaufort into a central section with two side wings in neoclassical style, as still present today. Due to the building ban imposed by the authorities at that time, no new building materials could be brought in for this remodelling, so De Beaufort was forced to preserve the old house as much as possible and to continue using old building materials for which he had a country estate on the Vecht demolished in order to obtain the necessary architectural components, such as doors, thresholds and window frames. This circumstance explains the peculiar proportion of the central section in relation to the side wings. At the end of the 19th century the house was extensively remodelled and extended with a tower and a single-storey extension against the south facade (see photograph from c.1910). In 1949 the building was remodelled again by architect ir. G. Pothoven, whereby the extension was raised by one storey and the cast-iron winter garden at the rear was replaced by a conservatory. The current rectangular building consists of a brick central section of three storeys flanked by rendered side wings of two storeys under a hipped roof covered with blue Old Dutch tiles. Adjoining against the south facade stands a tower (staircase) built on a square ground plan, whitewashed, of three storeys under a four-sided pitched roof covered with triangular slates in Meuse bond, crowned by a gilded weathervane. Against the tower stands a rectangular rendered and whitewashed extension of two storeys under a hipped roof covered with laid Dutch tiles. The central section and the wings stand on a hardstone base, which at the side and rear facade transitions into a rendered base with mortar courses and in the extension into a rendered base. The front facade has a hardstone stringcourse at the height of the first floor, the house is terminated by a cornice. The entrance section is located on the front (west) side of the house in the central bay of the central section, which is built higher than the side bays and is terminated by a broad cornice above which a circular hood with scrolls. On a hardstone stoop of two steps is a double wooden entrance door with panel fields and an arched single-ruit fanlight with on either side a long narrow window with single-ruit fanlight and panel field below. The windows and door are set in a pilaster order which forms part of rendered moulding, with which the entrance section and central bay of the central section receive extra emphasis. The four pilasters are crowned by volute-shaped consoles, which support a wooden rectangular balcony with a balustrade of baluster-shaped spindles. On the first floor an ensemble of two French doors with two-ruit design and single-ruit fanlight, which is surrounded by moulding and crowned by a pediment. Above at the height of the second floor are two coupled framed mezzanine windows. In the side bays likewise framed windows are found: on the ground floor a T-shaped window, on the first floor a four-ruit window crowned by a pediment and on the second floor a mezzanine window. Below some ground floor windows a horizontal anticrime bar. The two-bay side wings show on the front two six-ruit windows with semicircular fanlights furnished with glazing bars set in a rectangular frame with cornice, on the first floor two six-ruit windows with internal shutters likewise set in a frame with cornice and a semicircular two-ruit dormer. In the tower, which is set back somewhat in relation to the side wing, a narrow double six-ruit door preceded by a hardstone stoop of two steps with semicircular two-ruit fanlight. The stoop is bounded on either side by a straight base clad in hardstone and is furnished with a glass canopy. On the first floor two tall single-ruit windows coupled by framing with segmental arch fanlight, on the second floor, which is clad with slates, a herringbone-arched four-ruit window. The tower cap shows on this side a small triangular dormer, slightly angled forward, with ogival ruit window. Adjoining the extension, of which the facade plane steps forward slightly and in which is located one bay of a slender two-ruit window with semicircular fanlight and a semicircular two-ruit window. The front facade has on the ground floor to the right a four-ruit window with semicircular fanlight furnished with glazing bars set in a rectangular frame and on the first floor two six-ruit windows. In the right gable a semicircular single-ruit window. In the rear facade of the extension on the ground floor two six-ruit windows with semicircular fanlights furnished with glazing bars and on the first floor two six-ruit windows. Adjoining the rear facade of the tower with a basement window with anticrime bars and above, following the stepped progression of the staircase, three slender semicircular two-ruit windows with anticrime bars. The second floor and the tower have the same appearance as the front. In the corner of the tower and the wing is a wooden late-19th-century conservatory standing on a base in which a semicircular cast-iron window with glazing bars and under a hipped roof clad with slates with curved rafters. In the conservatory large multi-ruit windows with fanlights and panel fields below. To the right of the conservatory two basement windows and two multi-ruit windows with fanlights, on the first floor three six-ruit sash windows with internal shutters, above these two four-ruit dormers. The two side wings on either side of the central section have identical facade arrangement with three window axes built up from a basement window, a six-ruit window with semicircular fanlight furnished with glazing bars, a six-ruit window with internal shutters and in the roof plane a semicircular dormer. The arrangement of the central section with three bays, its termination by a protruding broad cornice with centrally placed hood and the framing and arrangement of the windows is identical to the front facade, only the ruit arrangement of the central window group on the first floor and the composition of the central section is partly different in design. On the first floor a double single-ruit French door with single-ruit fanlight and on either side a coupled two-ruit window. A striking element is the facade-wide stoop with double quarter-circular stairs and conservatory with balcony above furnished with wooden balustrade. The stoop is furnished with a balustrade with hardstone balusters, the stairs have simple wrought-iron railings. The conservatory consists of window frames divided by Doric pilasters into three fields and on either side terminated by half Doric pilasters; the middle field shows centrally a double four-ruit door. Within the conservatory the rear facade at the height of the central projection has two double glazed single-ruit doors with arched fanlight with on either side a four-ruit window. The side facades of the conservatory (interior) are clad with an early 20th-century rock imitation of reed clad with cement furnished with plants. In the stoop are basement windows and an entrance door. In the INTERIOR is of particular importance the original floor plan with central rectangular hall with fanlight and surrounding balustrade; the treatment of the dining room with wooden panelling and wall facing with printed French wallpaper pasted to canvas - a so-called panoramic wallpaper - with Arcadian landscapes and flowers; the partition between the dining room and the front room with in these two rooms a Utrecht fireplace furnished with a marble mantelpiece and a chimney breast with mirror that is sliding, on either side of the fireplace double doors of which the right one is designed as a cabinet; the treatment of the hunting room with a coloured ceiling and a paper wallpaper with wood imitation and applied medallions in which hunting scenes; on the first floor is in one of the bedrooms still an early 19th-century stove alcove.

Valuation:

MAIN BUILDING of general importance:

- on account of its age; - on account of the typological development from farmhouse with attached manor room to country estate; - on account of the architectural design in neoclassical style; - on account of the well-preserved interior components in particular the wallpapers in dining room and hunting room; - on account of the early 20th-century rock imitation in the conservatory, as a particularly remarkable and rare element; - on account of the distinctive location within the historic garden and park layout; - on account of the functional-spatial relationship with the other components of the country estate.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map