TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Mulra

Hoog-Keppel, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1870 - 1880
Address
Jonker Emilweg 1, 6997 CB Hoog-Keppel (Bronckhorst 25) (and others)
Place
Hoog-Keppel
Municipality
Bronckhorst
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.00013, 6.19592
Monument number
512157

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1843 map "03. Doesburg (1843)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

BOERDERIJ ('Mulrade') gebouwd ca. 1870-1880, omvat het (dubbel) woonhuis Jonker Emielweg nummers 1 en 3 met driekap-schuur. Behalve de boerderij komt er een schuur en een koetshuis (beide in zeer vervallen staat) op het erf voor. Schuur en koetshuis worden op het moment van de opname van de inventarisatie nieuw opgetrokken en komen niet voor bescherming in aanmerking. Het ensemble zal in de toekomst een woonfunctie krijgen.

In de periode 1986 - 1993 is het voorhuis zorgvuldig gerestaureerd en voor bewoning van twee gezinnen geschikt gemaakt. Het voorhuis dat evenwijdig is gesitueerd aan de Oude IJssel bestaat uit een uitzonderlijk breed dwarshuis met zes venster- en vier deuropeningen. Het terrein aan de voorzijde is licht-geaccidenteerd, hetgeen onder meer blijkt uit het niveauverschil van het bordes en de aantal treden voor de deuren van de naast de veranda voorkomende ingangen. De door een aangekapt zadeldak bedekte middenpartij breekt met zijn twee bouwlagen en lage verdieping nadrukkelijk in de voorgevel in. Een veranda met bovenliggend balkon geeft aan het geheel een versterkt horizontaal accent. De linker- en rechtervleugel zijn ten opzichte van elkaar nagenoeg identiek. De achtergevel wordt door drie inrijdeuren, evenzoveel zolderluiken en afgewolfde schilddaken bepaald.

De driekap-boerderij is gesitueerd ten zuidwesten van Hoog Keppel, ingebed tussen de Oude IJssel en de Rijksweg die Doesburg met Doetinchem verbindt. Geheel vrijstaand met ruim uitzicht naar de Oude IJssel ligt de boerderij markant in het landschap. Op het erf staan enkele oude bomen en oostwaarts is een klein bos gelegen.

Omschrijving

De BOERDERIJ bezit door het uitzonderlijk brede voorhuis een T-vormige plattegrond en telt in de middenpartij van het voorhuis twee bouwlagen en een lage verdieping, terwijl de lagere vleugels een verdieping minder bezitten. De boerderij is opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband. De vensters in het voorhuis zijn behalve die in de verdieping in de middenpartij en de twee ramen op de begane grond in de rechter zijgevel na, alle van luiken voorzien. Alleen het linker luik van het linker raam van de veranda is vanwege de geringe tussenruimte met de liseen als klapluik uitgevoerd. In de voorgevel bestaan alle ramen, behoudens de zolderraampjes en het raam in de geveltop, uit 6-ruits, 2x(1+2) schuiframen. Tezamen met de vensters in de zijgevels rusten zij op gecementeerde dorpels. Behoudens het rechter venster in de voorgevel zijn deze alle boven een rollaag gesteld. Zowel deuren als vensters op de begane grond worden door een 1½ steens strek afgesloten. De zolderraampjes die tegen de daklijst reiken bestaan uit 4-ruits (2x2) draairaampjes. Afhankelijk van de plaatsing links of rechts van de middenpartij is het zolderluik dienovereenkomstig aangebracht. De vloerdelen van de verdieping wordt door muurankers aangegeven. Deze liggen echter blijkens het verspringen van de muurankers niet alle op eenzelfde hoogte. In het schilddak van het brede dwarshuis met oost-west georiënteerde nokas, is in het voorschild het gedrukte zadeldak van de middenpartij aangekapt. Aan de achterzijde van de gekoppelde schuren zijn de drie van een wolfseinde voorziene daken aangekapt. Tegen de nokas in het achterschild van het dak bevindt zich in de rechter zijgevel een schoorsteen waarvan de dekplaat op hoekstenen rust. Een tweede (moderne) schoorsteen bevindt zich tussen voor- en middenhuis van de linker zijgevel. De daken zijn belegd met gesmoorde oud-Hollandse pannen en op de nok en hoekkepers, holle vorstpannen. Alleen het voorhuis is voorzien van een mastgoot, de middenpartij bezit aan weerszijden een bakgoot.

De VOORGEVEL wordt bepaald door de al eerder genoemde middenpartij die door hoeklisenen wordt gemarkeerd. Gelijkvloers bevinden zich links twee reeds beschreven vensters en rechts twee dubbele enkelruits draaideuren met, zoals reeds vermeld, klapluiken. Door middel van diagonaal te plaatsen stangen over de luiken zijn de deuren af te sluiten. De deurkozijnen rusten op gecementeerde neuten en dito onderdorpel. Het door vijf gietijzeren kolommen ondersteunde afdak van de veranda bezit een plafond bestaande uit planken met kraalschroten. De uit delen opgebouwde kolommen rusten op poeren; worden op kwarthoogte door een bladmotief omkranst en bezitten een bladkapiteeltje als bekroning van de kolom. In de rechthoekige vloer van de veranda (bakstenen in strekverband, recht op de gevel gelegd) is voor een kelderlicht (gevat tussen een gecementeerde onderdorpel en een rollaag) even boven het maaiveld ruimte voor daglicht uitgespaard. De veranda wordt gedekt door een zinken dak met roeven waarvan de houten daklijst opengewerkt is en rijk uitgevoerd. Het balkonhek draagt sierlijke (opnieuw gegoten naar bestaande bewaard gebleven exemplaren) gietijzeren balusters. De rechtgesloten schuiframen en balkondeuren op de verdieping worden door een steens strek beëindigd. De bovenlichten van de dubbele balkondeuren in de middenpartij bevatten als enige, twee naast elkaar geplaatste verticale gietijzeren roeden. De horizontale roede van de deurruiten zijn in hetzelfde materiaal uitgevoerd. Het door rondboogvormige blindvensters geflankeerde gietijzeren raam in de top van de puntgevel, bevat een gedeeld schuifraam met een halfrond afgesloten bovenlicht met vorktracering. In de geveltop wordt het rondboograam omgord door een halfsteens boog evenals de hiervan links en rechts voorkomende schijnvensters. Het venster is a-symmetrisch in de as van de gevel geplaatst. Het ruim overstekende zadeldak is belegd met zink. De overstek van het dak wordt door uitstekende gordingen gedragen en afgesloten door een geprofileerde windveer met op de kruin van de gevel een houten makelaar.

Het linkergedeelte van de voorgevel (met handgevormde stenen) bezit twee vensters van het eerder beschreven type boven de gedeelde kelderraampjes zoals hiervoor beschreven (de kelderraampjes in het rechter gedeelte van de gevel ontbreken). De raampjes steken even boven het maaiveld uit. De paneeldeur rechts is voorzien van een forse weldorpel en wordt boven beëindigd door een door een verticale roede gedeeld bovenlicht.

Op de zolderverdieping komen twee raampjes voor waarvan er één tussen de twee vensters is geplaatst terwijl het tweede raampje zich boven de deur bevindt. In de rechterzijde van deze gevel (machinale baksteen) die nagenoeg identiek is aan het linker gedeelte, is hier wel boven iedere muuropening een zolderraampje geplaatst. Van de meest rechtse travee is de afwijkende rode kleur van de baksteen opmerkelijk. In de LINKER ZIJGEVEL komt enkel in de eerste bouwlaag een venster met schuifraam voor van het type beschreven in de voorgevel.

De RECHTER ZIJGEVEL bezit op de begane grond rechts een klein door een horizontale roede verdeeld tweeruits draairaampje. Op de hoek is een 4-ruits (2x2) stolpraam aanwezig. De vensters worden door een rollaag afgesloten. Beide ramen zijn modern. In de verdieping bevindt zich een zolderraampje van het bekende type, waarvan het kozijn als enige rust op neuten. Eveneens afwijkend van de overige raampjes is het luik hier aan de linkerzijde van het kozijn aangebracht. De ACHTERGEVEL van het voorhuis die ten opzichte van de smallere schuren uitsteekt bezit alleen ter linkerzijde een door een horizontale roede gedeeld raampje. Het hier voorkomende middenhuis is als keuken uitgebouwd.

De LINKER ZIJGEVEL van het achterhuis springt ten opzichte van de linker zijgevel van het voorhuis iets terug. Het dakschild is laag doorgetrokken en rust op een lage muur waarin links van de middenas een recht afgesloten, van kraalschroten voorzien staldeurtje voorkomt. Het deurkozijn rust op gecementeerde neuten. Twee getoogde 6-ruits (3x2) gietijzeren stalraampjes, rechts van de middenas, rusten op een uitgemetselde onderdorpel waaronder een rollaag is geplaatst zoals die ook voorkomt onder de vensters in de voorgevel. Tegen het achterhuis gelegen bevindt zich een dubbele, niet oorspronkelijke staldeur onder het licht-opgewipte dak. In het dakschild zijn twee dakraampjes op ongelijke hoogte van elkaar geplaatst.

De ACHTERGEVEL wordt gevormd door drie gekoppelde schuren met dubbele deeldeuren die door korfbogen waarin zandstenen blokken als aanzet- en sluitsteen, worden afgesloten. De middenschuur bezit dezelfde architectuur-onderdelen als de twee flankerende schuren. In de zolderverdieping komt per schuur een luik voor.

Op het eerste oog lijken de buitenste twee schuren aan elkaar gelijk. Het op de buitenhoek geplaatste staldeurtje is halfrond en voorzien van kraalschroten. De duimen van het geheng zijn geplaatst in zandstenen blokken. De sluitsteen van de een steens boog boven de deur en het blok aan de andere zijde van het deurkozijn ter halverhoogte zijn eveneens van zandsteen. De staldeur links is geplaatst op een gecementeerde dorpel terwijl die in de schuur rechts bestaat uit strekken. Tussen de staldeur en de deeldeur komt een lichtgetoogd betonnen zesruits (3x2) stalraam onder een halfsteens segmentboog voor. De deeldeuren bezitten buiten de hiervoor genoemde zandsteen blokken nog een blok aan één zijde ter halverhoogte, overeenkomstig de kleine staldeurtjes. In de deeldeuren links is in de linkerhelft een klein deurtje gevat. Van de deeldeuren rechts bevat de rechterdeur een onder- en bovendeur. In beide hier bedoelde schuren worden de deuren geflankeerd door twee verschillende boven elkaar geplaatste raampjes.

Door de asymmetrische plaatsing van de deuren in de rechtse schuur komen de links van de deeldeuren voorkomende stalraampjes in de gevel van de middelste schuur terecht. Ter weerszijden van de deeldeuren bevindt zich een betonnen stalraampje van het hiervoor beschreven type met erboven een gietijzeren halfrond vierruits stalraampje waarvan de kop een vorktracering bevat en door een halfsteens boog wordt afgesloten. De uit kraalschroten bestaande lichtgetoogde luiken in de verdieping rusten op een halfsteens dorpel. Onder de uitgemetselde schouderboog sluit de een steens strek aan. De deeldeuren die zijn voorzien van een glasloze ruitvorm zijn net als de rechter schuur buiten de symmetrie-as van de gevel geplaatst. Ter hoogte van de muurankers is de naam van de boerderij "Mulra" geschilderd. De buitenste dakschilden zijn veel lager doorgetrokken dan de hoogte waarop de zakgoten tussen de drie kappen van de schuren zijn gelegen. Op diverse plaatsen ontbreken de windveren.

De RECHTER ZIJGEVEL bezit een uitgebouwd, platgedekt middenhuis waarin een moderne deur met drieruits bovenlicht. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. In de zijmuur die evenwijdig met het voorhuis is geplaatst bevindt zich een 4-ruits (2x2) raam. De zijgevel van de schuur bevat ter weerszijden van een kraalschroten staldeurtje een wijziging in het muurwerk waar zich mogelijk een stalraam heeft bevonden. Rechts van de staldeur is waarschijnlijk een klein venster, gevat tussen een halfsteens strek dichtgezet. In het dakschild komen vier dakramen voor.

Het INTERIEUR bevat enkele fraaie onderdelen. De restauratie die rond 1990 heeft plaats gevonden is zorgvuldig uitgevoerd waarbij de oorspronkelijke situatie en interieur-onderdelen hoofdzakelijk zijn gerespecteerd. De zolderverdieping is voor bewoning geschikt gemaakt waarbij aan de kapconstructie (met telmerken op de gebinten) niets is gewijzigd en spanten in het zicht zijn gebleven. De woning (nr. 3, het linker gedeelte vanaf de helft van de in de voorgevel instekende middenpartij) bezit in de linker kamer een geornamenteerd stucplafond: een fraai bladmotief temidden van een ronde perklijst wordt door een kooflijst omgeven. De plankenvloer en sobere schouw alsook de brede paneeldeuren zijn (in beperktere mate dan in de naastgelegen woning) bewaard gebleven. In de verandakamer komt een geornamenteerd stucplafond voor met geprofileerde perklijst. De boezem van de houten schoorsteenmantel bezit klassieke pilasters op de hoeken die zijn voorzien van cannelures en een kapiteel. Het stucplafond in de kamer van de naastgelegen woning is soortgelijk, maar wordt door een krans van bladeren omgeven. In de gang liggen natuurstenen vloertegels. De trap, met gesneden trappaal, is op zichzelf bescheiden maar door de vorm bijzonder: de steektrap splitst zich nog onder het bereikte vloerniveau in tweeën en reikt tot de tegenover elkaar gelegen kamers links en rechts. De (oorspronkelijk) kamer en suite boven de veranda met paneel-schuifdeuren, die nu zijn geplaatst tegen de scheidingsmuur, bezitten beide een nis ten behoeve van een kolomkachel. Links en rechts hiervan zijn pilasters opgesteld, voorzien van casementen en rozetten ter hoogte van de kapitelen. De twee schoorstenen op het dak die aansloten op deze nissen zijn tegenwoordig niet meer aanwezig. De wandkast tussen het raam en de balkondeur en de binnenklapluiken zijn bewaard gebleven. Het stucplafond bezit in het midden een plastisch uitgewerkt delicaat ornament, samengesteld van acanthus- en op papyrus-gelijkende bladeren, door een drievoudige geprofileerde perklijst omvat. De aansluitende maar door een scheidingsmuur van deze kamer afgesloten kamer, is aan deze identiek.

De kelder bezit een graat- en tongewelf die door een in het midden geplaatste kolom van elkaar worden gescheiden. In het graatgewelf komen steekkappen voor ten behoeve van de kelderlichten. De oude waterpompinstallatie is nog aanwezig maar buiten gebruik.

In het rechtergedeelte van het woonhuis (nr. 1) herhalen zich veel interieur-onderdelen. Het rechter gedeelte bestaat uit twee kamers, waarvan de hoekkamer klein en gewijzigd is. In de naastgelegen kamer is een grote maar gewijzigde schouw aanwezig. Alle brede plankendeuren van kasten en deuren zijn ongewijzigd. De gang is belegd met oorspronkelijke vloertegels in diverse grijstinten in een, door een elkaar snijdende lijnen ontstaan blokpatroon, waarin achtpuntige sterren zijn gevat. De keuken in het middenhuis is merendeels modern.

De drie op het voorhuis aansluitende schuren zijn in het INTERIEUR nogal gewijzigd. De schuren vormen één grote, door gebinten gedragen ruimte, waarin haaks op de inrijdeuren de gruppen en voedersleuven zijn gesitueerd. Enkele gebintstijlen zijn vervangen door metalen stijlen en dragen een verlaagde taszolder.

Tegen het achterhuis is hier aan beide zijden ten behoeve van de twee woningen een muur opgetrokken die zowel als keuken als gang dienst doet.

Waardering

Vrij liggende BOERDERIJ van het type hallehuis met driekap, gebouwd ca. 1870 - 1880 en heden in gebruik als dubbel woonhuis.

- van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een driekapboerderij waarvan hoofdvorm en detaillering grotendeels zijn bewaard gebleven. Het voorhuis is rijk uitgevoerd en bezit in de voorgevel, door het grote balkon en de in het dak ingestoken puntgevel, een voornaam voorkomen. Het interieur bevat enkele bijzondere onderdelen als geornamenteerde stucplafonds en een uitzonderlijke trap die zich boven splitst en leidt naar de aangrenzende twee kamers.

- van stedenbouwkundige waarde vanwege zijn markante ligging langs de Oude IJssel nabij de brug die de verbinding vormt met het zuidelijk gelegen buitengebied van Hoog-Keppel.

- van cultuurhistorische waarde vanwege de huidige verschijningsvorm als goed voorbeeld van een boerderij die de functionele en typologische ontwikkeling van de boerderij in de tweede helft van de 19de eeuw in de Achterhoek weerspiegelt. De boerderij, met mogelijk als voorloper een jachthuis, kent een geschiedenis die teruggaat tot in de 15de eeuw. In 1790 is een gebouw ("Mulrad", een verwijzing naar een waterradmolen) met landgoed in handen gekomen van de familie baron Van Pallandt die tot heden eigenaar is en het in ieder geval tot boerderij verbouwde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

FARM ('Mulrade') built c. 1870-1880, comprises the (double) dwelling house at Jonker Emielweg numbers 1 and 3 with three-gabled barn. In addition to the farm, there is a barn and a coach house (both in a very dilapidated state) on the plot. The barn and coach house are being newly constructed at the time of the inventory survey and do not qualify for protection. In the future, the ensemble will be converted to residential use.

In the period 1986-1993, the front house was carefully restored and made suitable for occupation by two families. The front house, which is positioned parallel to the Oude IJssel, consists of an exceptionally wide transverse house with six window and four door openings. The terrain at the front is slightly undulating, as evidenced by the level difference of the platform and the number of steps before the doors of the entrances adjacent to the veranda. The middle section covered by an attached gabled roof breaks through the front facade distinctly with its two storeys and low intermediate floor. A veranda with an overlying balcony gives the whole a reinforced horizontal accent. The left and right wings are almost identical in relation to each other. The rear facade is determined by three cart-entry doors, an equal number of loft hatches and hipped roofs with rounded ridge-ends.

The three-gabled farm is situated south-west of Hoog Keppel, nestled between the Oude IJssel and the National Road connecting Doesburg with Doetinchem. Entirely free-standing with ample views towards the Oude IJssel, the farm stands prominently in the landscape. On the plot stand some old trees and to the east lies a small wood.

Description

The FARM is T-shaped in plan due to the exceptionally wide front house and has two storeys and a low intermediate floor in the middle section of the front house, while the lower wings have one storey fewer. The farm is built in brick, laid in Flemish bond. The windows in the front house are provided with shutters except those on the intermediate floor in the middle section and the two windows on the ground floor in the right side gable, after which. Only the left shutter of the left window of the veranda is executed as a hinged shutter due to the narrow space with the pilaster. In the front facade all windows, except the loft windows and the window in the gable top, consist of 6-pane, 2x(1+2) sash windows. Together with the windows in the side gables, they rest on cemented sills. Except for the right window in the front facade, these are all set above a roll moulding. Both doors and windows on the ground floor are closed off by a 1½ brick course. The loft windows that reach against the roof line consist of 4-pane (2x2) casement windows. Depending on the placement to the left or right of the middle section, the loft hatch is arranged accordingly. The floor planks of the storey are indicated by wall anchors. These, however, judging by the offset of the wall anchors, do not all lie at the same height. In the hipped roof of the broad transverse house with east-west oriented ridge, the low gabled roof of the middle section is attached to the front roof slope. At the rear of the coupled barns, the three roofs equipped with half-hipped ends are attached. Against the ridge in the rear roof slope, there is a chimney in the right side gable, whose coping plate rests on corner stones. A second (modern) chimney is located between the front and middle house on the left side gable. The roofs are covered with muted old-Dutch tiles and on the ridge and hip rafters, hollow frost tiles. Only the front house is equipped with a parapet gutter; the middle section has a box gutter on each side.

The FRONT FACADE is determined by the aforementioned middle section, which is marked by corner pilasters. At ground level there are two windows on the left as already described and on the right two double single-pane hinged doors with, as mentioned, hinged shutters. By means of diagonally placed rods over the shutters, the doors can be locked. The door frames rest on cemented feet and like-wise cemented sills. The canopy of the veranda, supported by five cast-iron columns, has a ceiling consisting of planks with beaded moulding. The columns, built up from sections, rest on bases; are surrounded by a leaf motif at quarter height and possess a leaf capital as the crowning of the column. In the rectangular floor of the veranda (bricks in stretcher bond, laid directly on the facade) space is provided for a basement light (fitted between a cemented sill and a roll moulding) just above ground level for daylight. The veranda is covered by a zinc roof with gutters, whose wooden roof line is worked through and richly executed. The balcony railing carries elegant (newly cast after surviving examples) cast-iron balusters. The closed sash windows and balcony doors on the storey are terminated by a brick course. The fanlights of the double balcony doors in the middle section contain, uniquely, two vertically placed cast-iron glazing bars side by side. The horizontal glazing bars of the door panes are executed in the same material. The cast-iron window in the top of the pointed gable, flanked by semi-circular blind windows, contains a divided sash window with a semi-round topped fanlight with forked tracery. The round-arched window in the gable top is surrounded by a half-brick arch as are the false windows occurring to its left and right. The window is positioned asymmetrically on the axis of the facade. The extensively overhanging gabled roof is covered with zinc. The overhang of the roof is supported by protruding beams and terminated by a moulded wind brace with a wooden corbel on the ridge of the gable.

The left section of the front facade (with handmade bricks) has two windows of the type previously described above the divided basement windows as described above (the basement windows in the right section of the facade are absent). The windows protrude just above ground level. The panel door on the right is provided with a substantial sill and is terminated above by a fanlight divided by a vertical glazing bar.

On the loft storey there are two windows, one of which is placed between the two windows while the second window is located above the door. In the right section of this facade (machine-made brick) which is almost identical to the left section, here above each wall opening a loft window is placed. The differing red colour of the brick in the rightmost bay is remarkable. In the LEFT SIDE GABLE a window with a sash window occurs only on the first storey, of the type described in the front facade.

The RIGHT SIDE GABLE has on the ground floor on the right a small two-pane casement window divided by a horizontal glazing bar. At the corner there is a 4-pane (2x2) casement window. The windows are terminated by a roll moulding. Both windows are modern. On the storey there is a loft window of the familiar type, whose frame alone rests on feet. Also differing from the remaining windows is the shutter here placed to the left of the frame. The REAR FACADE of the front house, which projects relative to the narrower barns, has only on the left side a window divided by a horizontal glazing bar. The middle house that occurs here is built out as a kitchen.

The LEFT SIDE GABLE of the rear house steps back slightly relative to the left side gable of the front house. The roof slope is low and rests on a low wall in which to the left of the middle axis a straight-closed stable door provided with beaded moulding occurs. The door frame rests on cemented feet. Two arched 6-pane (3x2) cast-iron stable windows, to the right of the middle axis, rest on a built-out sill below which a roll moulding is placed as also occurs below the windows in the front facade. Against the rear house is located a double, non-original stable door under the slightly raised roof. In the roof slope two roof windows are placed at unequal heights from each other.

The REAR FACADE is formed by three coupled barns with double divided doors that are closed off by segmental arches in which sandstone blocks serve as voussoirs and end-stones. The middle barn possesses the same architectural components as the two flanking barns. In the loft storey there is one hatch per barn.

At first glance the two outer barns appear equal to each other. The stable door placed at the outer corner is semi-circular and provided with beaded moulding. The hinges are placed in sandstone blocks. The voussoir of the one-brick arch above the door and the block on the other side of the door frame at mid-height are also of sandstone. The stable door on the left is placed on a cemented sill while the one in the barn on the right consists of brick courses. Between the stable door and the divided door comes a lightly arched concrete six-pane (3x2) stable window under a half-brick segmental arch. The divided doors possess, apart from the aforementioned sandstone blocks, another block on one side at mid-height, corresponding to the small stable doors. In the divided doors on the left, a small door is fitted in the left half. The divided doors on the right have an upper and lower door in the right door. In both barns here referred to, the doors are flanked by two different windows placed one above the other.

Due to the asymmetrical placement of the doors in the right barn, the stable windows occurring to the left of the divided doors end up in the gable of the middle barn. On either side of the divided doors is a concrete stable window of the type described above with above it a cast-iron semi-circular four-pane stable window whose head contains forked tracery and is closed off by a half-brick arch. The lightly arched shutters consisting of beaded moulding rest on a half-brick sill. Below the built-out shoulder arch a one-brick course is attached. The divided doors which are provided with a glazing pattern without glass are positioned, like the right barn, off the axis of symmetry of the facade. At the height of the wall anchors the name of the farm "Mulra" is painted. The outer roof slopes are drawn much lower than the height at which the valley gutters lie between the three gables of the barns. In several places the wind braces are absent.

The RIGHT SIDE GABLE has a built-out, flat-roofed middle house in which a modern door with three-pane fanlight. The door frame rests on hardstone feet and likewise sill. In the side wall positioned parallel to the front house is a 4-pane (2x2) window. The side gable of the barn contains on either side of a beaded-moulding stable door an alteration in the brickwork where a stable window may have existed. To the right of the stable door is probably a small window, fitted between a half-brick course and closed. In the roof slope there are four roof windows.

The INTERIOR contains some fine components. The restoration that took place around 1990 was carefully executed with the original situation and interior components largely respected. The loft storey was made suitable for habitation, with no changes to the roof truss structure (with carpenters' marks on the trusses) and the rafters remaining visible. The dwelling (no. 3, the left section from the middle of the middle section protruding in the front facade) has in the left room an ornamented stucco ceiling: a fine leaf motif in the centre of a round picture rail is surrounded by a cove moulding. The plank floor and modest chimney as well as the broad panelled doors have been (to a lesser extent than in the adjacent dwelling) preserved. In the veranda room there is an ornamented stucco ceiling with a moulded picture rail. The fascia of the wooden chimney mantel has classical pilasters at the corners equipped with fluting and a capital. The stucco ceiling in the room of the adjacent dwelling is similar, but is surrounded by a wreath of leaves. In the hallway natural stone floor tiles are laid. The staircase, with a carved newel, is modest in itself but exceptional in form: the flight staircase splits into two even before reaching the upper floor level and extends to the opposite facing rooms to the left and right. The (originally) room en suite above the veranda with panel-sliding doors, which are now placed against the dividing wall, both have a niche for the purposes of a tile stove. Left and right of this, pilasters are arranged, equipped with casements and rosettes at the height of the capitals. The two chimneys on the roof that connected to these niches are no longer present today. The wall cupboard between the window and the balcony door and the interior shutters have been preserved. The stucco ceiling has in the middle a plastically worked delicate ornament, composed of acanthus and papyrus-like leaves, encompassed by a triple moulded picture rail. The adjoining but separated from this room by a dividing wall room is identical to this.

The cellar possesses a groin and barrel vault separated from each other by a column placed in the middle. In the groin vault there are lunettes for the purposes of the basement lights. The old water pump installation is still present but out of use.

In the right section of the dwelling house (no. 1) many interior components are repeated. The right section consists of two rooms, of which the corner room is small and altered. In the adjacent room there is a large but altered chimney. All broad plank cupboard doors and doors are unaltered. The hallway is tiled with original floor tiles in various grey tones in a block pattern created by intersecting lines, in which eight-pointed stars are set. The kitchen in the middle house is mostly modern.

The three barns adjoining the front house are in the INTERIOR rather altered. The barns form one large space supported by trusses, in which perpendicular to the cart-entry doors the mangers and feeding troughs are situated. Some truss posts have been replaced by metal posts and support a lowered hayloft.

Against the rear house, here on both sides for the purposes of the two dwellings a wall has been erected which serves as both kitchen and hallway.

Valuation

Freely standing FARM of the hall-house type with three gables, built c. 1870-1880 and now in use as a double dwelling.

- of architectural-historical value as a good example of a three-gabled farm of which the main form and detailing have been largely preserved. The front house is richly executed and has in the front facade, by virtue of the large balcony and the pointed gable inserted in the roof, a distinguished appearance. The interior contains some special components such as ornamented stucco ceilings and an exceptional staircase that splits above and leads to the adjoining two rooms.

- of urban planning value because of its prominent location along the Oude IJssel near the bridge that forms the connection with the southern outlying area of Hoog-Keppel.

- of cultural-historical value because of its present appearance as a good example of a farm that reflects the functional and typological development of the farm in the second half of the 19th century in the Achterhoek. The farm, possibly with a hunting lodge as a predecessor, has a history dating back to the 15th century. In 1790 a building ("Mulrad", a reference to a water-wheel mill) with estate came into the hands of the family Baron Van Pallandt, which remains owner to this day and rebuilt it in any case as a farm.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map