TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Victor

Benschop, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1887 - 1888
Address
Dorp 149, 3405 BC Benschop (Lopik 26)
Place
Benschop
Municipality
Lopik
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.00848, 4.97968
Part of complex
512116
Monument number
512117

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1846 map "Kaart van de Provincie Zuid Holland (1846" (Nationaal Archief, the Netherlands).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

De evenwijdig aan het Dorp en de Benschopper Wetering gelegen, door A. Tepe ontworpen en in 1886-1888 in neogotische stijl gebouwde, rooms-katholieke KERK is een driebeukige kruisbasiliek, opgetrokken in grauwe baksteen op een bakstenen plint en aan de buitenzijde voorzien van zich verjongende steunberen met afzaten. De met leien in maasdekking gedekte dakschilden worden hier en daar doorbroken door kleine dakkapellen onder steekkapjes. De meeste vensters hebben een spitsboogvormige beëindiging en zijn voorzien van traceringen; sommige, waaronder de blindnissen worden gedekt door een rond- of tudorboog. Het schip telt drie traveeën. De transepten hebben afgeschuinde zijden. Het koor aan de oostzijde heeft een travee en een driezijdige koorsluiting. Tegen de westzijde van het middenschip is een toren gezet op een vierkante plattegrond van vier geledingen met zich verjongende steunberen, galmgaten en een ingesnoerde, leien gedekte achthoekige spits. De spits heeft een bekroning in de vorm van een kruis met een torenhaan. Aan de westzijde van de toren bevindt zich hoofdingang waarboven in 1895 een groot gebrandschilderd venster is aangebracht. Tegen de zuidzijde van de toren is een traptorentje geplaatst, dat reikt tot de derde geleding. Aan de noordzijde is tegen de toren, ter zijde van het de zijbeuk een aanbouw gezet van één bouwlaag onder een tentdak (doopkapel). Aan de noordoostzijde is in de oksel tussen het transept en het koor een veelhoekig bouwdeel gezet onder een spits dak, dat de sacristie en de zangtribune herbergt. Deze tribune is toegankelijk via een tussen de aanbouw en het transept geplaatste zeshoekige traptoren met leien gedekte spits. Het interieur van de kerk is bepleisterd en heeft kleurrijke ronde pijlers, gedecoreerde scheibogen en kruisribgewelven. Een deel van de viering, alsmede het koor, is uitgevoerd met in de jaren twintig aangebrachte gewelfschilderingen. De banken en biechtstoel stammen uit de bouwperiode. Alle vensters zijn voorzien van gebrandschilderde ramen. Het koor is enigszins hoger gelegen en wordt gescheiden van de viering door een smeedijzeren koorhek met de tekst:`domus dei porta coeli' (het huis van de Heer is de poort naar de hemel). Aan de scheidingsboog boven het koorhek hangt een voorstelling van Christus aan het kruis. Het zeshoekige eikenhouten preekgestoelte met neogotische traceringen staat thans links voor het koorhek en is voorzien van een trap met smeedijzeren leuning. Het hoofdaltaar wordt omgeven door een beschilderde houten baldakijn met pinakels. Het altaar en het tabernakel hebben een vergulde achtergrond en zijn beschilderd met heiligen. De vensters in het koor zijn bevatten de namen van de schenkers. Het grootste venster van het koor, aan de zuidzijde tegenover de zangtribune, is gewijd aan Cecilia. De balustrade van de zangtribune is uitgevoerd met schilderingen in spitsbogige spaarvelden. Eronder bevindt zich de doorgang naar de sacristie. Deze wordt overkluisd door een stergewelf. In de sacristie zijn twee gebrandschilderde vensters geplaatst die afkomstig zijn uit de oude kerk. Ook bevindt zich hier de doorgang naar de pastorie. In het zuidertransept staat een uit koper vervaardigd altaar, gewijd aan St. Victor. Het altaar in het noordertransept is uitgevoerd in hout en gewijd aan de H. Familie. Het bevat drie beelden en twee panelen met schilderingen van heiligen. De vensters in het noordertransept zijn gewijd aan Maria, die in het zuidertransept aan de H. Jozef. De vensters in de zijschepen symboliseren de zeven sacramenten door middel van voorstellingen uit de bijbelse geschiedenis. Een bakstenen balkonafscheiding bevindt zich boven het portaal aan de westzijde.

Waardering

De kerk is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een neogotische, door Alfred Tepe ontworpen, rooms-katholieke kruisbasliek uit het laatste kwart van de 19de eeuw met diverse oorspronkelijke interieuronderdelen, eveneens met een rijke neogotische detaillering. Als zodanig is de kerk van belang voor het oeuvre van de architect Alfrede Tepe. Tevens heeft de kerk ensemblewaarde vanwege de ligging in de kern van Benschop, in combinatie met het kerkhof, de processietuin en de uit dezelfde periode stammende pastorie.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

The Roman Catholic CHURCH, designed by A. Tepe and built in 1886-1888 in neogothic style, situated parallel to the Dorp and the Benschopper Wetering, is a three-aisled cruciform basilica, constructed in grey brick on a brick plinth and furnished on the outside with tapering buttresses with set-offs. The roofs covered with slates in bond are here and there broken by small roof dormers under pitched caps. Most windows have a pointed arch termination and are furnished with traceries; some, including the blind windows, are covered by a round or Tudor arch. The nave has three bays. The transepts have chamfered sides. The choir on the east side has one bay and a three-sided choir closure. Against the west side of the nave is a tower set on a square ground plan of four storeys with tapering buttresses, sound holes and a recessed, slate-covered octagonal spire. The spire has a crown in the form of a cross with a weathervane. On the west side of the tower is the main entrance, above which a large stained-glass window was installed in 1895. Against the south side of the tower is a small staircase turret, which extends to the third storey. On the north side, against the tower, to the side of the aisle, an annex of one storey is set under a tent roof (baptismal chapel). On the north-east side, in the angle between the transept and the choir, a polygonal building element is set under a pitched roof, which houses the sacristy and the singers' gallery. This gallery is accessible via a hexagonal staircase turret placed between the annex and the transept with a slate-covered spire.

The interior of the church is plastered and has colourful round pillars, decorated transverse arches and cross-ribbed vaults. Part of the crossing, as well as the choir, is executed with vault paintings applied in the nineteen-twenties. The pews and confessional date from the building period. All windows are furnished with stained-glass windows. The choir is somewhat elevated and is separated from the crossing by an wrought-iron choir screen with the text: 'domus dei porta coeli' (the house of the Lord is the gate of heaven). A representation of Christ on the cross hangs on the dividing arch above the choir screen. The hexagonal oak pulpit with neogothic traceries now stands to the left in front of the choir screen and is furnished with a staircase with wrought-iron railing. The high altar is surrounded by a painted wooden baldachin with pinnacles. The altar and the tabernacle have a gilded background and are painted with saints. The windows in the choir contain the names of the donors. The largest window in the choir, on the south side opposite the singers' gallery, is dedicated to Cecilia. The balustrade of the singers' gallery is executed with paintings in pointed-arch spandrels. Below it is the passage to the sacristy. This is arched over by a star vault. Two stained-glass windows are placed in the sacristy which come from the old church. The passage to the parsonage is also located here. In the south transept stands a copper altar, dedicated to St. Victor. The altar in the north transept is executed in wood and dedicated to the Holy Family. It contains three figures and two panels with paintings of saints. The windows in the north transept are dedicated to Mary, those in the south transept to St. Joseph. The windows in the side aisles symbolise the seven sacraments by means of representations from biblical history. A brick balcony barrier is located above the portal on the west side.

Evaluation

The church is of general importance because of its cultural and architectural historical value as a well-preserved example of a neogothic, designed by Alfred Tepe, Roman Catholic cruciform basilica from the last quarter of the 19th century with various original interior components, likewise with rich neogothic detailing. As such, the church is important for the oeuvre of architect Alfred Tepe. Furthermore, the church has ensemble value because of its location in the core of Benschop, in combination with the churchyard, the processional garden and the parsonage dating from the same period.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map