TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Huize Oranjestein

Laren, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1919 - 1922
Address
Torenlaan 64, 1251 HL Laren
Place
Laren
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.26298, 5.23084
Part of complex
528558
Monument number
511284

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1900 map "Kaart ten behoeve der oefeningen in de legerplaats bij Laren : (tevens garnizoenskaart)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLA "Oranjestein", gebouwd tussen 1919 en 1922 naar ontwerp van architect W. Hamdorff in opdracht van de heer W. Ouweleen. Het betreft hier de eerste opdracht voor Hamdorff voor een groot landhuis in de romantische Gooise landhuisstijl. Wouter Hamdorff (1890-1965) was als architect met name werkzaam in het Gooi. Zijn eerste grote landhuizen in expressionistische stijl bouwde hij in Laren: Herdershoeve (1919), Oranjestein (1919) en zijn eigen huis (1920-1922) aan de Zevenerdrift. De invloed van de Amsterdamse School is sterk in zijn werk aanwezig. Als uitgangspunt voor het nieuwe landhuis diende de traditionele bebouwing van de streek: de Gooise boerderij. Door het gebruik van natuurlijke materialen (baksteen, hout en riet) voegde het gebouw zich in de landelijke omgeving.

Hamdorff heeft in de westgevel van (de ontvangkamer van) dit landhuis voor het eerst een venstertype toegepast, dat heel kenmerkend voor zijn latere architectuur werd. Hierbij worden de benedendelen van de ramen van de bovenlichten gescheiden door een verbrede, buiten het kozijn springende, latei, waardoor de bovenlichten als zelfstandige ramen werken. Villa "Oranjestein" is gebouwd aan de noordzijde van de Torenlaan, op een geknikt grondplan met een lengteas die van zuidwest naar noord-noordoost knikt. Het pand is teruggelegen ten opzichte van de Torenlaan, waarbij een groep dennen (oorspronkelijk een veel grotere groep dan de thans (1996) resterende groep van veertien bomen) de laan van het huis scheidt. De terrasaanleg aan de zuidoostzijde met de vijver, waterloop en waterleidingsysteem behoren tot het oorspronkelijke ontwerp. Van de oorspronkelijke tuinaanleg resteert de aan weerszijden met bomen gestoffeerde noord-zuidgerichte as in het verlengde van de achthoekige hall. De oorspronkelijke ERFSCHEIDING, een tuinmuur opgetrokken uit onregelmatige brokken natuursteen (flintstones), is nog intact en valt onder de bescherming.

Verschillende INTERIEURONDERDELEN vallen ook onder de bescherming, waaronder de door Hamdorff ontworpen paneeldeuren met verschillende profileringen, de vaste kastwanden en banken in diverse kamers. De glas-in-loodramen met geometrische patronen in de hall en de smeedijzeren hekwerken op de overloop werden ontworpen door de Duitse schilder/ontwerper K.F.S. Hentschel. Nadat de vensters uit de hall waren gesloopt, werden ze omstreeks 1992 gereconstrueerd naar oud fotomateriaal. De hoofdbaluster van de trapleuning in het trappenhuis is ontworpen en vervaardigd door de Larense beeldhouwer G. Hoppen. Waarschijnlijk is hij ook de ontwerper van het gebeeldhouwde natuurstenen kopje in het exterieur (achtergevel, balkon kinderkamer). De lantaarn bij de entree is een reconstructie (vervaardigd naar oude foto's) van de oorspronkelijke lantaarn. De detailleringen in zowel interieur als exterieur zijn veelal uitgevoerd in een expressionistische, aan de Amsterdamse School verwante, stijl.

De vertrekken op de zolderverdieping zijn niet origineel, maar pas in 1954 aangebracht. De (niet beschermde) schuur/garage is omstreeks 1992 aan de noordoostzijde vergroot en heeft thans (1996) in de noordoostgevel aan de H. Vosweg twee rechthoekige garagedeuren.

Omschrijving

Vrijstaande VILLA, gebouwd op samengestelde, geknikte plattegrond, bestaande uit twee bouwlagen onder een samengesteld rieten dak, afgewerkt met rode nokvorsten. De hoofdrichting van de noklijn is oost-westgericht. Op zes plaatsen is in het dak een dakkapel met glooiende killen en segmentvormig venster met roeden aangebracht. Het pand is opgetrokken in gele baksteen, gemetseld in Vlaams verband en afgewerkt met een platte voeg, boven een trasraam in iets donkerder tint baksteen met zogenaamde misbaksels, afgezet met een rollaag. Het pand is gedeeltelijk onderkelderd. Tenzij anders vermeld, bevatten de vensterassen rechthoekige houten vensters met meerruits-roedenverdelingen en zware iets verlengde lateibalken (lateien met 'oren'). Onder de vensters en boven de lateien is een rollaag aangebracht. De oorspronkelijke kleurstelling van het schilderwerk is okerkleurig voor de kozijnen, wit voor het raamhout.

De voorgevel is de noord-noordwestgerichte gevel, die ongeveer in het midden onder een stompe hoek inknikt. Van links naar rechts bevat deze gevel op de begane grond: de garage, bijkeuken, keuken, kinderkamer, entree, garderobe, w.c. en ontvangkamer. In de inknikkende hoek bevindt zich de entree, bestaande uit een rechthoekige paneeldeur met kijkvenster en staande zijlichten met glas-in-lood. Links van de voordeur bevindt zich een klein staand venster. De voordeur is bereikbaar via drie bakstenen treden en een bordes. De bakstenen trapleuning wordt gemarkeerd door een in baksteen opgetrokken pijler in expressionistische stijl waarin een achthoekige koperen lantaarn is aangebracht. Links van de entree bevinden zich van binnen naar buiten: de onder een rechte hoek uitgebouwde kinderkamer. In de westgevel van de kinderkamer bevindt zich een vierruits-venster, in de noordgevel een venster met drie zesruits-schuiframen. Links daarvan bevindt zich de keuken met een inknikkende gevel van noord naar noordwest, die in de knik een groot venster met vier zesruits-schuiframen bevat. Links van de keuken bevindt zich de bijkeuken met in de noordwestgevel een venster met drie zesruits-schuiframen. In de zuidwestgevel van de garage bevindt zich eenzelfde venster, in de noordwestgevel zijn twee hooggeplaatste bovenlichten aangebracht. Garage, bijkeuken en deel van de keuken hebben een hoogte van een bouwlaag onder een schilddak met rode Hollandse pannen en houten bakgoot op geprofileerde consoles. Boven de keuken doorsnijdt een grote rechthoekige bakstenen schoorsteen het dak. Vanaf de keuken tot aan de ontvangstkamer (geheel rechts, westelijk) heeft het pand een hoogte van twee bouwlagen, waarvan de bovenste grotendeels is bekleed met horizontale gepotdekselde delen rustend op een boeiplank met houten klampen. De noordgevel boven de keuken en kinderkamer bevat twee vensterassen met elk een gekoppeld venster met twee zesruits-schuiframen. Het geveldeel wordt afgesloten door een wolfseind. Het geveldeel boven de entree is blind en heeft onder de dakrand een brede bakgoot op geprofileerde consoles. Rechts van de entree bevindt zich een schuingeplaatste uitbouw met de garderode en w.c. De garderobe heeft een vierruits-venster, de w.c. een bovenlicht. De uitbouw heeft een plat dak annex balkon met gepotdekselde borstwering. Een balkondeur (van de ouderslaapkamer) met roeden en glaspanelen geeft toegang tot het balkon. Links van deze deur bevindt zich een klein staand venster. Rechts van deze uitbouw knikt de gevel terug naar het westen en bevat op de begane grond (ontvangkamer) een gekoppeld venster met twee zesruits-draairamen en glas-in-loodbovenlichten boven een verzwaarde latei. Op de verdieping bevindt zich een gekoppeld venster met twee vierrruits-draairamen. Het bouwvolume van garderobe en ontvangkamer wordt afgesloten door een vierzijdig ingestoken schildeind.

De rechterzijgevel (west-zuidwest) bevat een afgeschuinde zijde van de ontvangkamer en de van west naar zuidwest ombuigende gevel van (het zitje van) de woonkamer. Laatstgenoemde bevat een terugliggend gekoppeld venster met zes glas-in-loodramen. De zuidwestgevel van de verdieping is met horizontale gepotdekselde delen bekleed en bevat drie gekoppelde, liggende vensters met zesruits-roedenverdeling. In aansluiting hierop is op de hoek met de zuidgevel een gekoppeld, risalerend venster met twee zesruits-ramen aangebracht.

De achtergevel (zuid) bevat van links naar rechts op de begane grond de zuidgevels van de woonkamer, de achthoekige hall en de ovale eetkamer. De gevel is over beide bouwlagen uitgevoerd in baksteen. De woonkamer heeft een groot venster met vier zesruits-draairamen en kleine bovenlichten boven een verzwaarde latei. Op de verdieping bevindt zich een kamer met drie gekoppelde zesruits-schuiframen. De hall heeft een hoogte van twee bouwlagen en is herkenbaar aan de openslaande terrasdeuren met glas-in-loodpanelen en de twee hoge glas-in-loodvensters daarboven. Boven de laatstgenoemde vensters is het dakschild glooiend opgetild. De glas-in-loodramen van de hall zijn alle voorzien van geometrische patronen in kleurschakeringen van geel, oker en wit glas. Aan weerszijden van de hall is op de verdieping een klein inpandig balkon op driehoekige grondslag aangebracht, met bakstenen borstwering en houten bloembak op klampen. Naast de rechter bloembak bevindt zich een gebeeldhouwde hoeksteen met gezicht. De balkons zijn toegankelijk via een paneeldeur met glaspaneel in de bovenste helft. In de schuine zijden van de hall, grenzend aan de zuidgevel, zijn twee staande glas-in-loodvensters aangebracht. Rechts van de hall buigt de gevel naar het oosten met een afronde hoek. Op de begane grond bevinden zich vier negenruits-schuifvenster, waarvan de drie buitenste de lichtinval van de ovale eetkamer verzorgen. Op de verdieping bevinden zich twee negenruits-schuifvensters (van een kinderkamer). Geheel oostelijk bevindt zich een vanaf de begane grond hoogoprijzende vierkante bakstenen schoorsteen. De oostgevel van het pand bevat van links naar rechts op de begane grond een uitbouw van de bodenkamer, die een gekoppeld venster met twee zesruits-schuiframen bevat. Rechts daarvan bevindt zich terugliggend de keuken met een venster met drie gekoppelde vierruits-ramen. De begane grond wordt afgesloten door bakgoot op consoles en een lessenaarsdak met rode Hollandse pannen. De gevel van de eerste verdieping is bekleed met gepotdekselde delen en bevat drie vensterassen, elk met twee gekoppelde zesruits-schuiframen.

Rechts van de oostgevel knikt de gevel naar voren, naar het zuidoosten. Dit bouwvolume van een bouwlaag onder schilddak bevat de achtergevel van de bijkeuken en de zuidoostgevel van het oorspronkelijke kolenhok. De gevel bevat rechts een kleine rondboogvormige deur en twee kleine rechthoekige vensters. De oorspronkelijke ERFSCHEIDING aan de zijde van de Torenlaan en de H. Vosweg, bestaande uit een circa 1 meter hoge tuinmuur opgetrokken uit onregelmatige brokken natuursteen (flintstones), is nog grotendeels intact (wordt alleen ter plaatse van de huidige garage onderbroken).

Het interieur is nog merendeels intact, zowel wat betreft de ruimtelijke indeling van de verschillende ruimtes als de detailleringen, zoals balkenplafonds, wandkasten en paneeldeuren. In het pand bevinden zich circa vijfentwintig teakhouten paneeldeuren met drie soorten profileringen. De rijkst geprofileerde deuren bevinden zich op plaatsen waar de gasten en de ouders kwamen, de meest eenvoudige bevonden zich op plaatsen die doorgaans aan het zicht onttrokken waren (bijvoorbeeld de binnenzijde van kastdeuren en de achterzijde van de zolderdeur) en in de dienstbodenvertrekken. In twee kinderkamers op de eerste verdieping (thans de roze en blauwe kamer) bevinden zich ingebouwde kastwanden met geprofileerde paneeldeuren. De voormalige bodenkamer (thans groene kinderkamer) heeft een kastdeur met eenvoudige, rechtgesneden onderpaneel. In de badkamer van de ouderslaapkamer bevinden zich nog de oorspronkelijke douchebak en het handdoekenrek annex verwarmingselement. Op de drie gepleisterde borstweringen van de eerste verdieping in de hall staan drie smeedijzeren traliewerkens met geometrische patronen.

Op de begane grond in de keuken bevinden zich nog een pantry met geprofileerde paneeldeurtjes en opzetkast met glaspanelen, houten aanrechtkastjes (thans met een lade verhoogd) in dezelfde stijl en een gietijzeren warmhoudkast, geïntegreerd in een verwarmingselement. In de bodekamer bevindt zich een wandkast met rechte, eenvoudige paneeldeuren. In de kinder(speel-)kamer bevinden zich onder andere nog de oorspronkelijke vensterbank en de kastenwand aan de oostzijde. In de ontvangstkamer bevinden zich ingebouwde bank en een wandkast met drie rijkgeprofileerde paneeldeuren in de onderste delen en glaspaneeldeuren in de bovenste delen. De ovale eetkamer heeft een cassetteplafond, is betimmerd met een circa 2 meter hoge vuren lambrizering voorzien van peerkraalprofielen en halfronde profielen aan de top. De eetkamer heeft een openhaard met houten omlijsting aan de oostzijde. Tegen de noordwand staat een houten serveerpantry met daarboven een doorgeefluik naar de keuken. De achthoekige hall heeft een circa 2 meter hoge lambrizering boven een betegelde plint en heeft twee dubbele schuifdeuren (in de oost- en westwand) met glaspanelen in geometrische glas-in-loodmotieven. De houten hoofdbaluster van de trapleuning in het trappenhuis is voorzien van een uitgesneden mansfiguur. De woonkamer heeft een balkenblafond, bestaande uit moerbinten met gebogen sleutelstukken en kinderbinten. De zithoek (west) is lager dan de woonkamer en wordt daarvan gescheiden door een zware houten latei op sleutelstukken. De zithoek heeft een houten cassetteplafond, een wandkast ter breedte van vijf panelen en een ingebouwde hoekbank.

Waardering

De villa met bijbehorende interieuronderdelen en erfscheiding is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als een qua exterieur en interieur bijzonder gaaf bewaard voorbeeld van een groot landhuis uit beginjaren '20 van de 20ste eeuw, opgetrokken in de Gooise landhuisstijl en voorzien van detailleringen in expressionistische stijl. Daarnaast heeft het pand ensemblewaarde door de weloverwogen integratie van het pand in zijn omgeving (aanleg rondom een bomengroep aan de noordwestzijde en aanleg van noord-zuidas in de tuin, vijver en terras). Tevens is het pand van belang als karakteristiek onderdeel uit het oeuvre van architect W. Hamdorff, in casu als zijn eerste grote villa in de Gooise landhuisstijl.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA "Oranjestein", built between 1919 and 1922 after a design by architect W. Hamdorff commissioned by Mr W. Ouweleen. This was Hamdorff's first commission for a large country house in the romantic Gooi country house style. Wouter Hamdorff (1890-1965) was an architect particularly active in the Gooi. His first large country houses in expressionistic style were built by him in Laren: Herdershoeve (1919), Oranjestein (1919) and his own house (1920-1922) on the Zevenerdrift. The influence of the Amsterdam School is strongly present in his work. The traditional buildings of the region served as the starting point for the new country house: the Gooi farmhouse. Through the use of natural materials (brick, wood and thatch) the building fitted into the rural surroundings.

Hamdorff applied for the first time in the west facade of (the reception room of) this country house a window type that became very characteristic of his later architecture. Hereby the lower parts of the windows and the fanlights are separated by a widened lintel projecting outside the frame, whereby the fanlights function as independent windows. Villa "Oranjestein" is built on the north side of the Torenlaan, on a bent ground plan with a length axis that bends from southwest to north-northeast. The building is set back from the Torenlaan, with a group of pines (originally a much larger group than the group of fourteen trees remaining in 1996) separating the lane from the house. The terrace layout on the southeast side with the pond, watercourse and water system belong to the original design. Of the original garden layout, the north-south oriented axis flanked with trees on either side remains, in line with the octagonal hall. The original BOUNDARY WALL, a garden wall built from irregular pieces of natural stone (flintstone), is still intact and is protected.

Various INTERIOR COMPONENTS are also protected, including panel doors of different profiles designed by Hamdorff, the fixed wall cupboards and benches in various rooms. The stained glass windows with geometric patterns in the hall and the wrought iron railings on the landing were designed by German painter/designer K.F.S. Hentschel. After the windows from the hall were removed, they were reconstructed around 1992 from old photographs. The main baluster of the stair rail in the staircase was designed and made by Laren sculptor G. Hoppen. He is probably also the designer of the carved natural stone head in the exterior (rear facade, balcony children's room). The lantern at the entrance is a reconstruction (made from old photographs) of the original lantern. The details in both interior and exterior are largely executed in an expressionistic style related to the Amsterdam School.

The rooms on the attic floor are not original, but were only added in 1954. The (unprotected) shed/garage was enlarged around 1992 on the northeast side and currently (1996) has two rectangular garage doors in the northeast facade on the H. Vosweg.

Description

Detached VILLA, built on a composite, bent ground plan, consisting of two storeys under a composite thatched roof, finished with red ridge tiles. The main direction of the ridge line is east-west. At six points a roof dormer with sloping tiles and segmental window with glazing bars has been placed in the roof. The building is constructed in yellow brick, laid in Flemish bond and finished with a flush joint, above a plinth in slightly darker toned brick with so-called inferior bricks, edged with a roll moulding. The building is partially underpinned with a basement. Unless otherwise stated, the window axes contain rectangular wooden windows with multi-pane glazing bars and heavy slightly extended lintels (lintels with 'ears'). Below the windows and above the lintels a roll moulding has been applied. The original colour scheme of the paintwork is ochre for the frames, white for the window wood.

The front facade is the north-northwest facing facade, which bends inward at an obtuse angle roughly in the middle. From left to right this facade contains on the ground floor: the garage, scullery, kitchen, children's room, entrance, cloakroom, w.c. and reception room. In the inward corner is the entrance, consisting of a rectangular panel door with peephole and standing side lights with stained glass. To the left of the front door is a small standing window. The front door is accessible via three brick steps and a stoop. The brick stair rail is marked by a pillar built in brick in expressionistic style in which an octagonal copper lantern has been placed. To the left of the entrance are, from inside to outside: the children's room built out at a right angle. In the west facade of the children's room is a four-pane window, in the north facade a window with three six-pane sash windows. To the left of this is the kitchen with an inward-facing facade from north to northwest, which contains in the corner a large window with four six-pane sash windows. To the left of the kitchen is the scullery with in the northwest facade a window with three six-pane sash windows. In the southwest facade of the garage is a similar window, in the northwest facade two high-placed fanlights have been placed. Garage, scullery and part of the kitchen have a height of one storey under a hipped roof with red Dutch tiles and wooden gutter on profiled consoles. Above the kitchen a large rectangular brick chimney passes through the roof. From the kitchen to the reception room (far right, western) the building has a height of two storeys, the upper one largely clad with horizontal pantiles resting on a board with wooden clamps. The north facade above the kitchen and children's room contains two window axes each with a coupled window with two six-pane sash windows. The facade section is terminated by a half-hipped roof. The facade section above the entrance is blank and has below the roof edge a broad gutter on profiled consoles. To the right of the entrance is an angled extension with the cloakroom and w.c. The cloakroom has a four-pane window, the w.c. a fanlight. The extension has a flat roof together with balcony with pantiled parapet. A balcony door (from the master bedroom) with glazing bars and glass panes provides access to the balcony. To the left of this door is a small standing window. To the right of this extension the facade bends back to the west and contains on the ground floor (reception room) a coupled window with two six-pane casement windows and stained glass fanlights above a reinforced lintel. On the floor above is a coupled window with two four-pane casement windows. The building volume of cloakroom and reception room is terminated by a four-sided recessed hipped end.

The right side facade (west-southwest) contains a bevelled side of the reception room and the facade of (the sitting area of) the living room curving from west to southwest. The latter contains a recessed coupled window with six stained glass panes. The southwest facade of the upper floor is clad with horizontal pantiles and contains three coupled, horizontal windows with six-pane glazing bars. Following this, on the corner with the south facade a coupled, projecting window with two six-pane windows has been placed.

The rear facade (south) contains from left to right on the ground floor the south facades of the living room, the octagonal hall and the oval dining room. The facade is executed in brick over both storeys. The living room has a large window with four six-pane casement windows and small fanlights above a reinforced lintel. On the upper floor is a room with three coupled six-pane sash windows. The hall has a height of two storeys and is recognisable by the French doors with stained glass panes and the two high stained glass windows above them. Above the latter windows the roof panel is curved upward. The stained glass windows of the hall are all provided with geometric patterns in colour gradations of yellow, ochre and white glass. On either side of the hall on the upper floor a small internal balcony on triangular ground plan has been placed, with brick parapet and wooden planter on clamps. Next to the right planter is a carved corner stone with a face. The balconies are accessible via a panel door with glass pane in the upper half. In the sloping sides of the hall, bordering the south facade, two standing stained glass windows have been placed. To the right of the hall the facade curves to the east with a rounded corner. On the ground floor are four nine-pane sash windows, the three outer ones providing light to the oval dining room. On the upper floor are two nine-pane sash windows (from a children's room). At the far eastern end is a tall brick chimney rising from the ground floor. The east facade of the building contains from left to right on the ground floor an extension of the storage room, which contains a coupled window with two six-pane sash windows. To the right of this is recessed the kitchen with a window with three coupled four-pane windows. The ground floor is closed off by a gutter on consoles and a catslide roof with red Dutch tiles. The upper floor facade is clad with pantiles and contains three window axes, each with two coupled six-pane sash windows.

To the right of the east facade the facade bends forward, to the southeast. This building volume of one storey under a hipped roof contains the rear facade of the scullery and the southeast facade of the original coal shed. The facade contains on the right a small rounded arched door and two small rectangular windows. The original BOUNDARY WALL on the side of the Torenlaan and the H. Vosweg, consisting of a garden wall approximately 1 meter high built from irregular pieces of natural stone (flintstone), is still largely intact (interrupted only at the location of the current garage).

The interior is largely intact, both in terms of the spatial layout of the various rooms and the details, such as beam ceilings, wall cupboards and panel doors. The building contains approximately twenty-five teak wood panel doors with three types of profiles. The most richly profiled doors are found in places where guests and parents came, the most simple were found in places usually hidden from view (for example the inside of cupboard doors and the back of the attic door) and in the servants' quarters. In two children's rooms on the upper floor (now the pink and blue room) there are built-in wall cupboards with profiled panel doors. The former storage room (now green children's room) has a cupboard door with simple, straight-cut lower panel. In the bathroom of the master bedroom are still the original shower tray and towel rack together with heating element. On the three plastered parapets of the upper floor in the hall stand three wrought iron railings with geometric patterns.

On the ground floor in the kitchen are still a pantry with profiled panel doors and cabinet with glass panes, wooden sink cupboards (now raised with a drawer) in the same style and a cast iron warming cupboard, integrated into a heating element. In the storage room is a wall cupboard with straight, simple panel doors. In the children's (play) room are among other things still the original window sill and the wall cupboards on the east side. In the reception room are built-in bench and wall cupboard with three richly profiled panel doors in the lower parts and glass panel doors in the upper parts. The oval dining room has a coffered ceiling, is panelled with approximately 2 meter high spruce panelling provided with pear-drop profiles and half-round profiles at the top. The dining room has a fireplace with wooden frame on the east side. Against the north wall stands a wooden serving pantry with above it a serving hatch to the kitchen. The octagonal hall has approximately 2 meter high panelling above a tiled skirting and has two double sliding doors (in the east and west wall) with glass panes in geometric stained glass motifs. The wooden main baluster of the stair rail in the staircase is provided with a carved male figure. The living room has a beam ceiling, consisting of main beams with curved keystones and secondary beams. The seating area (west) is lower than the living room and is separated from it by a heavy wooden lintel on keystones. The seating area has a wooden coffered ceiling, a wall cupboard the width of five panels and a built-in corner bench.

Valuation

The villa with associated interior components and boundary wall is of general interest from a cultural and architectural history perspective as a particularly well-preserved example of a large country house from the early 1920s, constructed in the Gooi country house style and provided with details in expressionistic style. Furthermore, the building has ensemble value through the well-considered integration of the building into its surroundings (layout around a tree group on the northwest side and layout of north-south axis in the garden, pond and terrace). The building is also important as a characteristic part of architect W. Hamdorff's oeuvre, in this case as his first large villa in the Gooi country house style.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map