Rijksmonumentenregister · Netherlands
De Blokken
Baflo, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1915 - 1916
- Address
- Maarhuizerweg 1, 9953 TB Baflo (Het Hogeland 20)
- Place
- Baflo
- Municipality
- Het Hogeland
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.35774, 6.50275
- Monument number
- 510831
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 4 Groningen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
VILLABOERDERIJ ontworpen in 1915 in opdracht van K. van der Tuuk door architect T. Reitsema uit Leens. Het in Overgangsstijl met Art Nouveau elementen opgetrokken voorhuis met hals heeft een hoofdschuur van omstreeks 1874. In 1873 is de oudere boerderij namelijk afgebrand door blikseminslag. De uit zeven vakken bestaande hoofdschuur is in 1936 door aannemer S. Rustema uit Baflo vergroot en gewijzigd in een tweekapsschuur, waarbij de achtergevel, de westgevel en een deel van de zuidgevel vernieuwd zijn. Aan de zuidgevel is in 1915 een STOOKHUT gebouwd. Op het achtererf bevindt zich een houten koetshuis dat vanwege onvoldoende kwaliteit buiten bescherming valt.
De boerderij ligt met de achterzijde naar de weg van Baflo naar Maarhuizen en heeft aan de voorzijde een vrij uitzicht onder andere op de doorgaande weg van Winsum naar Baflo. Het pand is deels omgracht en heeft een ruime tuin.
Omschrijving
Villaboerderij bestaande uit een voorhuis met hals en een tweekapsschuur met aangebouwde stookhut. Het deels onderkelderde VOORHUIS heeft gepleisterde gevels op een trasraam van gesinterde baksteen. Het samengestelde dak is gedekt met een rood geglazuurde tuile du Nord, heeft een hoge gemetselde schoorsteen en een houten goot. Een decoratief fries van rode baksteen tussen pleisterwerk siert de gevels. De verticale vensters hebben alle een gepleisterde latei, voor het merendeel met een rollaag van donkere baksteen erboven. De onderdorpels zijn van hout. Een gevelband van rode en donkere baksteen ter hoogte van de middendorpels verbindt de vensters op de begane grond. Het pand heeft twee risalerende geveldelen, het ene met een erker en het andere met een serre.
De hoofdentree bevindt zich in de oostgevel en bestaat uit een houten gelakte deur met Art Nouveau motieven en boven- en zijlichten van glas-in-lood. Een granito stoep met drie treden, van de tuin gescheiden door een gesinterd bakstenen muurtje deels afgedekt met geglazuurde bakstenen rollaag en deels met een concaaf gebogen gepleisterde dekband verleent de toegang. Boven de entree bevindt zich een gepleisterde plaquette waarop in Art Nouveau letters vergezeld door twee pauwen te lezen staat: De Blokken. Hierboven bevinden zich twee smalle vensters en een gedecoreerd fries, waarna de gevel eindigt in een plat dakje. De hoekgevel van de verdieping kraagt uit en heeft een afdekking van pleisterdecoratie.
Het risalerende gedeelte links van de entree heeft een driezijdige erker met twee hoge en twee lagere vensters en een decoratieve kraagsteen bij de overgang naar de tweede bouwlaag aan weerszijden. Boven de erker bevindt zich een balkon met een gemetselde balustrade voor een glasdeur met zijlichten. Het balkon wordt overkapt door een ruim dakoverstek, dat steunt op vier zuiltjes met fantasiekapiteel. Boven de overkapping verheft zich de in de loop der tijd van decoratie ontdane topgevel.
De zuidgevel heeft in het midden een aangebouwde houten serre op een trasraam van gesinterde baksteen. De serre heeft bovenlichten van glas-in-lood en heeft toegang tot de tuin via openslaande glasdeuren en een betonnen stoepje (twee treden) tussen twee muurtjes met gepleisterde dekband. De serre wordt afgesloten door een afgeknot schilddakje waarop zich een balkon met een houten hekwerk bevindt voor een glasdeur met boven- en zijlichten onder een latei. In de topgevel erboven, met strakke windveren, een klein venster. De gevels aan weerszijden van de serre hebben op de begane grond een H-venster en op de verdieping een dubbel zesruits venster onder een latei.
De westgevel heeft twee H-vensters en links ervan drie kleinere vensters met glas-in-lood met erboven nog eens drie vensters.
De HALS is net als het voorhuis gepleisterd en heeft een trasraam van gesinterde baksteen. Het dak is met muldenpannen gedekt en heeft een houten goot op klossen. Aan de oostzijde bevindt zich een rijk gedecoreerde entreepartij in een portiek met staande ellipsboog. Twee muurtjes van gesinterde steen met een gepleisterde dekrand markeren de ingang met daarop twee gepleisterde pilaren die de boog "ondersteunen". De boog wordt bovenin onderbroken door een gepleisterd deel met Art Nouveau motieven en wordt afgesloten door een rechthoekig vlak met blokmotief onder een latei met rollaag. Links van de entree bevindt zich een dubbel venster en rechts ervan een smal venster, allebei onder een latei. De westzijde van de hals heeft twee vensters, beide met een keldervenster eronder. Op het dakvlak bevindt zich aan deze zijde een dakkapelletje.
De aangebouwde, erachterliggende tweekapsSCHUUR is met uitzondering van de achtergevel opgetrokken in een licht gesinterde rode baksteen, en heeft twee schilddaken met wolfeinden. De noordgevel is opgemetseld in Noors verband in een gesinterde baksteen en heeft een rechthoekige goot. De daken zijn aan de zuidzijde gedekt met zwarte muldenpannen en voor de rest met golfplaat.
Het in 1936 vernieuwde linker deel van de zuidgevel van de tweekapsschuur heeft vier, twee bij twee geplaatste, drieruits vensters en een deur met bovenlicht. Naast de deur bevindt zich een aangebouwde stookhut, opgetrokken in een rode baksteen op een gesinterd trasraam, onder een plat dak met een goot op betonnen klossen. De STOOKHUT heeft een opvallende hoekschoorsteen met een dubbele gevelband van gele steen, die op het dak wordt ondersteund door een hellend muurtje met gepleisterde rand met zigzag motief. Twee ijzeren rondboogvensters bevinden zich aan de zuidzijde en één venster aan de oostzijde, alledrie met rolllaag en gepleisterde sluit-en aanzetstenen. Aan de westzijde een deur met bovenlicht onder een gepleisterde latei en een venster.
De achtergevel (noordzijde) van de schuur heeft twee bij twee bij elkaar geplaatste verticale drieruitsvensters tussen een lage dubbele staldeur, een enkele staldeur en twee hoge deeldeuren, waarvan er een vernieuwd is. Bovenin de gevel bevinden zich zes drieruits zaadvensters. De naam "de Blokken" staat in dertiger jaren letters boven de dubbele staldeur.
De oostelijke zijgevel van de schuur is vernieuwd en de westelijke heeft zes horizontale drieruitsvensters.
Het voorhuis heeft een rijk gedecoreerd, deels nog gaaf INTERIEUR, waarvan met name het tochtportaal en de hal van belang zijn. Het tochtportaal heeft een deels betegelde wand en cassettenplafond met gestileerde bloemmotieven. De tochtdeur heeft boven- en zijlichten die voorzien zijn van geëtst glas, gedecoreerd met bloemmotieven. De hal heeft een granito vloer en wanden met pleisterdecoraties en een cassettenplafond van hout en papier. De nog uit origineel houtwerk bestaande bordestrap heeft op de hoofdpijler een houten aapje, in zithouding, zijn kin ondersteunend met zijn linkerhand. Drie glas-in-loodvensters met geometrische motieven op de begane grond en drie op de overloop verlichten de bordestrap. De paneeldeuren die op de hal uitkomen hebben een houten omlijsting met kroon- en tandlijst.
Het interieur van de schuur is dusdanig gewijzigd dat het buiten bescherming valt.
Waardering
Villaboerderij uit 1915, bestaande uit een voorhuis met hals en een hoofdschuur met stookhut, van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang
- als herinnering aan de grote bloei van de landbouw in de periode 1850-1940
- als voorbeeld van een rijk uitgevoerde villaboerderij uit het eerste decennium van deze eeuw
- vanwege zijn rijke detaillering en ornamentiek
- vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van het exterier en delen van het interieur
- vanwege zijn beeldbepalende ligging, gezien vanaf de weg van Winsum naar Baflo.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
VILLA FARM designed in 1915 commissioned by K. van der Tuuk by architect T. Reitsema from Leens. The front house with neck constructed in Transitional style with Art Nouveau elements has a main barn of approximately 1874. In 1873 the older farm burnt down due to lightning strike. The main barn consisting of seven bays was enlarged in 1936 by contractor S. Rustema from Baflo and converted into a two-gabled barn, whereby the rear facade, the west facade and part of the south facade were renewed. A HEATING HUT was built on the south facade in 1915. On the rear courtyard there is a wooden coach house which falls outside protection due to insufficient quality.
The farm is situated with its rear towards the road from Baflo to Maarhuizen and has on its front side an open outlook including onto the through road from Winsum to Baflo. The building is partly surrounded by a moat and has a spacious garden.
Description
Villa farm consisting of a front house with neck and a two-gabled barn with attached heating hut. The partly undercellared FRONT HOUSE has rendered facades on a slate-frame of sintered brick. The composite roof is covered with red glazed Flemish tiles, has a high brick chimney and a wooden gutter. A decorative frieze of red brick between plasterwork adorns the facades. The vertical windows all have a rendered lintel, for the most part with a roll course of dark brick above. The undersills are of wood. A facade band of red and dark brick at the height of the intermediate sills connects the windows on the ground floor. The building has two projecting facade sections, one with a bay window and the other with a conservatory.
The main entrance is located in the east facade and consists of a wooden painted door with Art Nouveau motifs and upper and side lights of leaded glass. A granito step with three treads, separated from the garden by a sintered brick wall partly covered with glazed brick roll course and partly with a concavely curved rendered coping band provides access. Above the entrance is a rendered plaque on which in Art Nouveau letters accompanied by two peacocks can be read: De Blokken. Above this are two narrow windows and a decorated frieze, after which the facade ends in a small flat roof. The corner facade of the upper floor projects and has a rendered decorative coping.
The projecting section to the left of the entrance has a three-sided bay window with two tall and two lower windows and a decorative corbel at the transition to the second storey on both sides. Above the bay window is a balcony with a brick balustrade for a glazed door with side lights. The balcony is covered by a generous roof overhang, which is supported on four small columns with fantasy capitals. Above the canopy rises the gable end which has lost its decoration over time.
The south facade has in the centre an attached wooden conservatory on a slate-frame of sintered brick. The conservatory has fanlights of leaded glass and has access to the garden via folding glazed doors and a concrete step (two treads) between two walls with rendered coping band. The conservatory is closed off by a hipped roof which has a balcony with wooden railings for a glazed door with upper and side lights under a lintel. In the gable end above, with tight wind-braces, a small window. The facades on both sides of the conservatory have on the ground floor an H-window and on the upper floor a double six-pane window under a lintel.
The west facade has two H-windows and to the left of them three smaller windows with leaded glass with above them three more windows.
The NECK is like the front house rendered and has a slate-frame of sintered brick. The roof is covered with barrel tiles and has a wooden gutter on brackets. On the east side there is a richly decorated entrance section in a porch with a standing elliptical arch. Two walls of sintered stone with a rendered coping border mark the entrance with two rendered pilasters which "support" the arch. The arch is interrupted at the top by a rendered section with Art Nouveau motifs and is closed off by a rectangular plane with block motif under a lintel with roll course. To the left of the entrance is a double window and to the right of it a narrow window, both under a lintel. The west side of the neck has two windows, both with a cellar window below. On the roof surface on this side is a small roof dormer.
The attached, rear two-gabled BARN is constructed with the exception of the rear facade in light sintered red brick, and has two hipped roofs with half-hipped ends. The north facade is laid in Norwegian bond in sintered brick and has a rectangular gutter. The roofs are on the south side covered with black barrel tiles and for the rest with corrugated sheeting.
The left part of the south facade of the two-gabled barn renewed in 1936 has four, two by two placed, three-pane windows and a door with fanlight. Next to the door is an attached heating hut, constructed in red brick on a sintered slate-frame, under a flat roof with a gutter on concrete brackets. The HEATING HUT has a striking corner chimney with a double facade band of yellow stone, which on the roof is supported by a sloping wall with rendered border with zigzag motif. Two iron round-arched windows are located on the south side and one window on the east side, all three with roll course and rendered reveal and abutment stones. On the west side a door with fanlight under a rendered lintel and a window.
The rear facade (north side) of the barn has two by two placed vertical three-pane windows between a low double stable door, a single stable door and two high half-doors, one of which is renewed. At the top of the facade are six three-pane seed windows. The name "de Blokken" appears in nineteen-thirties lettering above the double stable door.
The eastern side facade of the barn is renewed and the western has six horizontal three-pane windows.
The front house has a richly decorated, partly intact INTERIOR, of which in particular the draught porch and the hall are of importance. The draught porch has a partly tiled wall and coffered ceiling with stylised flower motifs. The draught door has upper and side lights which are provided with etched glass, decorated with flower motifs. The hall has a granito floor and walls with plaster decorations and a coffered ceiling of wood and paper. The staircase with original woodwork has on the main newel a small wooden monkey, in sitting position, supporting its chin with its left hand. Three leaded glass windows with geometric motifs on the ground floor and three on the landing illuminate the staircase. The panel doors which open onto the hall have a wooden frame with crown and dentil moulding.
The interior of the barn has been so altered that it falls outside protection.
Valuation
Villa farm from 1915, consisting of a front house with neck and a main barn with heating hut, of general cultural and architectural-historical importance
- as a reminder of the great flourishing of agriculture in the period 1850-1940
- as an example of a richly executed villa farm from the first decade of this century
- because of its rich detailing and ornamentation
- because of the aesthetic quality of the design
- because of the fairly high degree of integrity of the exterior and parts of the interior
- because of its distinctive location, viewed from the road from Winsum to Baflo.
Nearby in the register
- Woonhuis, Rudolf Agricolastraat 2Woonhuisunder 1 mi
- Kerk, Kostersgang 8Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Archeologie, Groene WierArcheologieunder 1 mi
- Praktijkwoning, Willem de Zwijgerstraat 1Werk-woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.