TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Meyma

Rasquert, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built
1802
Address
Meijmaweg 4, 9955 VD Rasquert (Het Hogeland 20)
Place
Rasquert
Municipality
Het Hogeland
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.36690, 6.51687
Part of complex
510796
Monument number
510797

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1799 map "United Provinces." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

VILLABOERDERIJ ontworpen in 1924 door W. Reitsema in een regionale Amsterdamse Schoolstijl, gebouwd in 1926 en oorspronkelijk daterend uit 1802. Boerderij bestaat uit een VILLA uit 1926 die door middel van een platte HALS uit 1926 verbonden wordt met een HOOFDSCHUUR uit 1802 die aan westzijde een aangebouwde BIJSCHUUR uit 1802 heeft.

Twee bouwlagen hoge VILLA op rechthoekige plattegrond is opgemetseld van bruinrode baksteen en wordt gedekt door een schilddak van grijze leien in Rijndekking. Dak heeft brede overstek met mastgoot en op beide hoeknokken een gemetselde schoorsteen met gedecoreerde kap. Gevels hebben trasraam van gesinterde bruinrode baksteen; ter hoogte van eerste verdieping vier gevelbanden van dezelfde steen; onder dakoverstek gevelband van siermetselwerk. Vensters zijn rechthoekig en verticaal, hebben betonnen onderdorpels en worden beëindigd door een rollaag; vensters op begane grond zijn groter dan die op eerste verdieping. Entree bevindt zich in portiek in oostgevel; houten voordeur gedecoreerd in de stijl van de Art Deco met gekleurd glas heeft aan weerszijden een langgerekt zijlicht met gekleurd glas-in-lood; boven voordeur en zijlicht een betonnen luifel ondersteund door twee rechthoekige pilasters van baksteen die een portiek vormen; voordeur heeft hoge stoep van granito met aan weerszijden een muurtje van baksteen. Naast voordeur een venster; op eerste verdieping vijf vensters. Voorgevel, noordgevel, heeft op begane grond drie vensters en op eerste verdieping twee vensters met een gezamenlijke uitstekende latei van grindbeton langs de onderdorpels en een kleine driezijdige erker ondersteund door twee getrapte consoles van baksteen; onder twee vensters met grindbetonnen latei een zandstenen gevelsteen met de naam 'MEYMA'; muurwerk van voorgevel is op westelijke hoek doorgetrokken. Westgevel heeft een grote driezijdige erker met erboven een balkon met een gedecoreerde, opengewerkte borstwering opgemetseld van baksteen; balkon heeft een dubbele deur met venster en aan weerszijden een venster; naast erker een venster en daarboven twee dezelfde vensters met grindbetonnen latei als op eerste verdieping van voorgevel. Achtergevel, zuidgevel, heeft aan westzijde, naast erker, een deur met venster en bakstenen stoep; op eerste verdieping twee vensters en een deur met venster; tussen vensters en balkondeur een gevelsteen van oude voorhuis (zie Inleiding op complexomschrijving).

Onderkelderde HALS is eveneens opgemetseld van bruinrode baksteen en heeft trasraam van gesinterde bruinrode steen; hals wordt gedekt door een plat dak, waarop een balkon is aangebracht; balkon heeft borstwering van siermetselwerk. Westgevel heeft twee vensters met daaronder twee keldervensters; naast twee vensters een smal verticaal venster. Oostgevel heeft een venster.

HOOFDSCHUUR is geheel opgemetseld van rode baksteen en wordt gedekt door een wolfdak van golfplaten, oorspronkelijk riet, met in beide hoeknokken een uilenbord. Westgevel heeft op noordelijke hoek een krimp van bruinrode baksteen die in 1926 is aangebracht en waarin zich de tweede ingang voor het woongedeelte bevindt; een houten deur met in bovenste deel glas heeft aan weerszijden een pilaster van siermetselwerk die een betonnen luifel dragen. Voorgevel, noordgevel, heeft een nieuwe bakgoot, drie verticale vensters en twee opgeklampte deuren, waarvan één met bovenlicht. Oostgevel heeft zeven kleine stalvensters met gietijzeren roeden en een gepleisterde plint. Achtergevel, zuidgevel, heeft gesinterde trasraam en op hoeken en verticaal element van baksteen; muurwerk op oostelijke hoek is vernieuwd. In achtergevel drie schuurdeuren: een niet-originele schuifdeur en twee dubbele opgeklampte staldeuren met horizontaal bovenlicht; tussen schuurdeuren in totaal vier zesruitsvensters; boven middelste twee vensters een klein vierruitsvenster. Tussen hoofd- en bijschuur klein verbindingsstuk met schuin dak.

BIJSCHUUR is eveneens geheel opgemetseld van rode baksteen en wordt gedekt door een afgewolfd schilddak met uilenborden. Achtergevel, zuidgevel, heeft op gevelhoeken een verticaal element van baksteen en in westelijke gevelhoek gevlochten metselwerk; in achtergevel een grote dubbele opgeklampte schuurdeur, een kleinere opgeklampte deur en vier zesruitsvensters. In westgevel kleine stalvensters. Noordgevel heeft twee zesruitsvensters en twee kleinere vierruits vensters.

INTERIEUR van zowel het woon- als het schuurgedeelte is wat de indeling betreft grotendeels gaaf. Villa heeft hal met fraai gedecoreerde trap, grijs marmeren platen op de vloer en originele deuren en plafond. Hoofdschuur heeft zeven vakken met originele gebinten en sporenkap; langs westzijde een originele koeienstal met houten boxen en middenachter een originele paardenstal. Bijschuur heeft vijf vakken met originele gebinten en sporenkap.

Waardering

Villaboerderij van algemeen architectuur- en cultuurhistorisch belang:

-als voorbeeld van een villaboerderij uit de jaren twintig van de twintigste eeuw met een ouder schuurgedeelte in de provincie Groningen

-als goede representant van het oeuvre van W. Reitsema

-vanwege de fraaie vormgeving en ornamentiek van het voorhuis

-vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur

-vanwege de functionele en ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van het complex

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

VILLA FARMHOUSE designed in 1924 by W. Reitsema in a regional Amsterdam School style, built in 1926 and originally dating from 1802. Farmhouse consists of a VILLA from 1926 which is connected by means of a flat NECK from 1926 to a MAIN BARN from 1802 which on the west side has an attached AUXILIARY BARN from 1802.

Two-storey VILLA on rectangular plan is constructed of brown-red brick and is covered by a hipped roof of grey slate in Rhenish tiles. Roof has wide overhang with guttering and at both hip ridges a tiled chimney stack with decorated cap. Gables have horizontal joint of sintered brown-red brick; at the level of the first floor four gable bands of the same stone; under roof overhang gable band of ornamental brickwork. Windows are rectangular and vertical, have concrete lintels and are finished with a roll moulding; windows on the ground floor are larger than those on the first floor. Entrance is located in a porch in the east gable; wooden front door decorated in the Art Deco style with coloured glass has on either side a tall side light with coloured leadlight; above front door and side lights a concrete canopy supported by two rectangular brick pilasters that form a porch; front door has high step of granito with on either side a small brick wall. Next to front door a window; on the first floor five windows. Front gable, north gable, has on the ground floor three windows and on the first floor two windows with a joint projecting lintel of gravel concrete along the lintels and a small three-sided bay window supported by two stepped brick consoles; below two windows with gravel-concrete lintel a sandstone gable stone with the name 'MEYMA'; the masonry of the front gable is continued at the western corner. West gable has a large three-sided bay window with above it a balcony with a decorated, perforated brick parapet; the balcony has a double door with window and on either side a window; next to the bay window a window and above it two windows matching those on the first floor of the front gable with gravel-concrete lintels. Back gable, south gable, has on the west side, next to the bay window, a door with window and brick step; on the first floor two windows and a door with window; between windows and balcony door a gable stone from the old front house (see Introduction to complex description).

Undercellared NECK is likewise constructed of brown-red brick and has horizontal joint of sintered brown-red stone; the neck is covered by a flat roof, on which a balcony is placed; the balcony has a parapet of ornamental brickwork. West gable has two windows with below them two cellar windows; next to the two windows a narrow vertical window. East gable has one window.

MAIN BARN is entirely constructed of red brick and is covered by a half-hipped roof of corrugated sheets, originally thatch, with owl boards at both hip ridges. West gable has on the northern corner a crack of brown-red brick that was installed in 1926 and in which the second entrance to the residential section is located; a wooden door with glass in the upper part has on either side a pilaster of ornamental brickwork that supports a concrete canopy. Front gable, north gable, has new guttering, three vertical windows and two clamped doors, one of which has a fanlight. East gable has seven small stable windows with cast-iron bars and a plastered plinth. Back gable, south gable, has sintered horizontal joint and at corners and vertical element of brick; the masonry at the eastern corner is renewed. In the back gable three barn doors: a non-original sliding door and two double clamped stable doors with horizontal fanlight; between the barn doors in total four six-pane windows; above the middle two windows a small four-pane window. Between main barn and auxiliary barn a small connecting piece with angled roof.

AUXILIARY BARN is likewise entirely constructed of red brick and is covered by a cambered hipped roof with owl boards. Back gable, south gable, has at gable corners a vertical element of brick and at the western gable corner interlaced brickwork; in the back gable a large double clamped barn door, a smaller clamped door and four six-pane windows. In the west gable small stable windows. North gable has two six-pane windows and two smaller four-pane windows.

INTERIOR of both the residential and the barn section is largely intact as regards the layout. Villa has hall with finely decorated staircase, grey marble tiles on the floor and original doors and ceiling. Main barn has seven bays with original roof trusses and collar-tie roofs; along the west side an original cow stable with wooden stalls and in the middle at the back an original horse stable. Auxiliary barn has five bays with original roof trusses and collar-tie roofs.

Valuation

Villa farmhouse of general architectural and cultural-historical significance:

-as an example of a villa farmhouse from the nineteen-twenties of the twentieth century with an older barn section in the province of Groningen

-as a good representative of the oeuvre of W. Reitsema

-because of the fine design and ornamentation of the front house

-because of the high degree of integrity of the exterior and parts of the interior

-because of the functional and spatial relationship with the other components of the complex

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map