TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Strootsweg bij 401

Enschede, Overijssel, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1865
Address
Strootsweg bij 401, 7547 RW Enschede
Place
Enschede
Province
Overijssel
Country
Netherlands
Coordinates
52.22384, 6.82229
Part of complex
510584
Monument number
510590

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1863 map "Niederlande und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Tuinaanleg bestaande uit drie onderdelen:

- Ten zuidoosten van het huis ligt een landschappelijk aangelegd gedeelte uit 1865 met doorzichten, vijver, weiden, laan en voormalige boomgaard. Het huis is aan dit gedeelte gerelateerd door middel van een serre met daarop een grote loggia.

- Ten zuidwesten van het huis ligt een geometrisch aangelegd gedeelte rondom een hoofdas die aansluit op een tweede serre van het huis, waarschijnlijk rond 1920 door H. Copijn geraliseerd.

- Hieraan grenzend ligt een tuindeel uit 1925 met bassin en muren ontworpen door Th.J. Dinn.

Omschrijving

De tuin ten zuidoosten van het huis:De landschappelijk aangelegde tuin ten zuidoosten van het huis zou in eerste aanleg door D. Wattez zijn ontworpen. Dit deel sluit bij het huis aan met een vijver met gebogen oeverlijnen. Aan de zuidoostzijde ligt in de vijver een eiland, waarvan de beplanting met bomen en heesters door Mien Ruys is ontworpen. Vanuit het huis strekken zich twee zichtassen over de vijver uit. De as ten noorden van het eiland wordt oostelijk van de vijver voortgezet: hier ligt een gazon, omgeven door bomen en heesters. Zuidelijk van het eiland ligt een weide met een ongeveer ovale hoofdvorm (hoofdas noord-zuid). Oorspronkelijk was het westelijk deel hiervan in gebruik als boomgaard. De weide is aan drie zijden omgeven door een laan die aan de westkant aansluit op het padenstelsel van het daar gelegen bos.

Deze laan ontbreekt (door een latere ingreep) tussen eiland en weide, maar sluit in het noorden aan op het voorplein ten oosten van het huis. Aan de noordoostzijde loopt de laan achter de strook beplanting met heesters en bomen langs die het gazon begrenst. De laanbeplanting is recent gekapt en zal opnieuw worden ingeplant. In de noordpunt van de weide staat een houten tuinhuisje.

De tuin ten zuidwesten van het huis:Het gedeelte van de tuin ten zuidwesten van het huis is wellicht rond 1920 door H. Copijn gereorganiseerd. Dit deel is geordend rond een assenkruis en bestaat grotendeels uit gazon. De as ligt loodrecht op de grote serre in de zuidwestelijke gevel van het huis. In de as ligt een pad verhard met grind. In de dwars-as is alleen het pad in noordwestelijke richting over; dat in zuidoostelijke richting is verdwenen.

Op het kruispunt van de assen ligt een cirkelvormig gazon rond een natuurstenen bloemenschaal op sokkel. Hier omheen staan, puntsymmetrisch ten opzichte van het kruispunt van de assen, vier Taxusstruiken. Rondom dit gazon loopt een pad dat aansluit op de paden in de assen. Het patroon van cirkel en assen is verder ingevuld met smalle, soms gebogen bloemperken. Op drie van de diagonalen staat een Taxusstruik. Op de zuidelijke diagonaal staat een zeer grote uitgegroeide Thuja. Daarom ontbreken aan deze zijde zowel het pad in zuidoostelijke richting als bloemperken.

Het pad in de dwars-as sluit in het noordwesten aan op de door Dinn ontworpen deeltuin en vormt hierin de symmetrie-as. Het pad in de hoofdas eindigt in het zuidwesten in het daar gelegen bos en sluit daar aan op het padenstelsel. Bij de overgang staat aan weerszijden van het pad een natuurstenen Japanse lantaarn.

Deeltuin van Th.J. Dinn:De deeltuin die omstreeks 1925 is ontworpen door Th.J. Dinn, ligt ten westen van het huis en ten zuidoosten van een ongeveer 3 meter hoge gemetselde muur die de scheiding vormt met het erf rond de boerderij. Deze muur is gedeeltelijk als slangemuur uitgevoerd.

De rechthoekige deeltuin is opgebouwd rondom een assenkruis. De tuin is symmetrisch rondom de korte hoofdas (ongeveer noord-zuid) die aansluit op het assenstelsel in het door Copijn aangelegde gedeelte van de tuin. Het centrum van dit gedeelte wordt gevormd door een rechthoekig, gemetseld bassin, waarvan de assen samenvallen met genoemd assenkruis. De hoeken van het bassin, dat ongeveer 0.40 meter lager dan de rest vande tuin ligt, zijn afgerond. De tuinhelft ten zuiden van de lange as sluit met plantvakken in een klein talud aan op de tuin van Copijn. De vaste planten in deze plantvakken zijn recent vervangen door een haag. De tuinhelft ten noorden van de lange as is door een keermuur van ruim een halve meter hoog gescheiden van de border daarachter. Deze keermuur is naar het oosten en westen tot enkele meters langs de paden buiten de tuin doorgetrokken, waar hij ruimte biedt voor een bank.

Het bassin heeft op de hoofdas aan de noordzijde een rechthoekige verwijding met een kleine exedra (halfrond gemetseld). Op de andere drie snijpunten met de assen bevinden zich kleine trappen met wangen van baksteen en treden van flagstones. De gemetselde trapwangen sluiten op het lage niveau aan op de bassinranden, op het hogere niveau op lage bakstenen keerwandjes. Deze aansluitingen, alsmede die aan de exedra, zijn gemarkeerd door lage pylonen, afgedekt met een tegel. Rond de hoeken van het bassin bevinden zich plantvakken tussen de bakstenen muurtjes en trapwangen. Rondom dit geheel van vijver met trappen en plantvakken is een verharding van rechthoekige flagstones gelegd. De hoofdvorm daarvan is een rechthoek met ingezwenkte hoeken. Op de korte hoofdas is aan de zuidzijde en rechthoekige verwijding gemaakt, aan de (iets bredere) noordzijde een driezijdige uitbouw die ruimte geeft aan de exedra in het bassin. Keermuurtjes ter hoogte van een rollaag begrenzen de plantvakken op de overgang naar de aangrenzende tuin ten zuiden van de lange as. Ook deze keermuurtjes zijn naar het oosten en westen tot enkele meters langs de paden buiten de tuin doorgezet. De doorgangen door het muurwerk dat de verharding begrenst, zijn naast de assen door kleine pylonen gemarkeerd. Deze doorgangen leiden naar paden in de richtingen noord, oost (tuin Copijn) en zuid, waarvan de breedte strookt met die van de trappen naar het bassin.

Waardering

De in verschillende fasen en door verschillende ontwerpers aangelegde tuin is van historische en tuinhistorische waarde:

- vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp uit de verschillende perioden, i.c. de zorgvuldige onderlinge afstemming en samenhang van de in verschillende perioden aangelegde delen en de kwaliteiten van de onderdelen afzonderlijk:

- als voorbeeld van een tuinaanleg van D. Wattez;

- als goed voorbeeld van de rond 1915 en vogue zijnde tuinstijl waarbij delen van de tuin rondom een orthogonaal asssenstelsel werden ontworpen binnen een landschappelijke aanleg

- als voorbeeld van een tuindeel (Th. J Dinn) aangelegd in de rond 1920 in de mode zijnde Architectonische Tuinstijl, waarbij de tuin werd ontworpen rondom een orthogonaal assenstelsel en waarbij veelvuldig gebruik werd gemaakt van gemetselde elementen

- als goed en gaaf (en daardoor zeldzaam) voorbeeld binnen het oeuvre van Th.J. Dinn, de hoge esthetische kwaliteiten van het oorspronkelijke ontwerp, i.c. de zorgvuldige vormgeving van het tuindeel en de aansluiting met de omliggende tuin.

- als essentieel onderdeel van de buitenplaats, i.c. de zorgvuldige onderlinge afstemming van huis en tuin, waarbij gebruik is gemaakt van zichtlijnen en symmetrie-assen

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Garden layout consisting of three components:

- To the south-east of the house lies a landscape-designed section from 1865 with vistas, pond, meadows, avenue and former orchard. The house is related to this section by means of a conservatory with a large loggia on top of it.

- To the south-west of the house lies a geometrically-designed section around a main axis that connects to a second conservatory of the house, probably realised around 1920 by H. Copijn.

- Adjacent to this lies a garden section from 1925 with basin and walls designed by Th.J. Dinn.

Description

The garden to the south-east of the house:
The landscape-designed garden to the south-east of the house would have been designed in its original form by D. Wattez. This section adjoins the house with a pond with curved banks. On the south-east side of the pond lies an island, the planting of which with trees and shrubs was designed by Mien Ruys. From the house two sight lines extend across the pond. The axis to the north of the island is continued to the east of the pond: here lies a lawn, surrounded by trees and shrubs. South of the island lies a meadow with an approximately oval main form (main axis north-south). Originally the western part of this was used as an orchard. The meadow is surrounded on three sides by an avenue which connects on the west side to the footpath system of the wood located there.

This avenue is missing (due to a later intervention) between island and meadow, but connects in the north to the forecourt to the east of the house. On the north-east side the avenue runs behind the strip of planting with shrubs and trees which borders the lawn. The avenue planting has recently been felled and will be replanted. In the northern tip of the meadow stands a wooden garden house.

The garden to the south-west of the house:
The section of the garden to the south-west of the house was perhaps reorganised around 1920 by H. Copijn. This section is ordered around a cross of axes and consists largely of lawn. The axis is perpendicular to the large conservatory in the south-west gable of the house. In the axis lies a path surfaced with gravel. In the cross-axis only the path in the north-west direction remains; the one in the south-east direction has disappeared.

At the intersection of the axes lies a circular lawn around a natural stone flower bowl on a pedestal. Around this stand, symmetrically arranged with respect to the intersection of the axes, four yew shrubs. Around this lawn runs a path which connects to the paths in the axes. The pattern of circle and axes is further filled in with narrow, sometimes curved flower beds. On three of the diagonals stands a yew shrub. On the southern diagonal stands a very large overgrown Thuja. For this reason both the path in the south-east direction and flower beds are absent on this side.

The path in the cross-axis connects in the north-west to the garden section designed by Dinn and forms the axis of symmetry within it. The path in the main axis ends in the south-west in the wood located there and connects there to the footpath system. At the transition stands on either side of the path a natural stone Japanese lantern.

Garden section by Th.J. Dinn:
The garden section designed around 1925 by Th.J. Dinn lies to the west of the house and to the south-east of an approximately 3 metre high brick-built wall which forms the boundary with the farmyard. This wall is partly executed as a serpentine wall.

The rectangular garden section is built around a cross of axes. The garden is symmetrical around the short main axis (approximately north-south) which connects to the axis system in the section of the garden laid out by Copijn. The centre of this section is formed by a rectangular brick-built basin, whose axes coincide with the said cross of axes. The corners of the basin, which lies approximately 0.40 metres lower than the rest of the garden, are rounded. The garden half to the south of the long axis connects with planting beds on a small slope to the garden of Copijn. The perennial plants in these planting beds have recently been replaced by a hedge. The garden half to the north of the long axis is separated by a retaining wall of just over half a metre high from the border behind it. This retaining wall is extended to the east and west for several metres along the paths outside the garden, where it provides space for a bench.

The basin has on the main axis on the north side a rectangular widening with a small exedra (semicircular brick-built). At the other three intersection points with the axes are small steps with brick cheeks and flagstone treads. The brick-built step cheeks connect at the low level to the basin edges, at the higher level to low brick retaining walls. These connections, as well as those to the exedra, are marked by low pylons, topped with a tile. Around the corners of the basin are planting beds between the brick walls and step cheeks. Around this whole assembly of pond with steps and planting beds is laid a paving of rectangular flagstones. The main form of this is a rectangle with concave corners. On the short main axis a rectangular widening is made on the south side, on the (slightly wider) north side a three-sided extension which provides space for the exedra in the basin. Retaining walls at the height of a brick course limit the planting beds on the transition to the adjoining garden to the south of the long axis. These retaining walls too are extended to the east and west for several metres along the paths outside the garden. The passages through the wall which borders the paving are marked beside the axes by small pylons. These passages lead to paths in the north, east (Copijn garden) and south directions, whose width corresponds with that of the steps to the basin.

Valuation

The garden, laid out in different phases and by different designers, is of historical and garden-historical value:

- for the aesthetic qualities of the design from the different periods, namely the careful mutual coordination and coherence of the parts laid out in different periods and the qualities of the individual components:

- as an example of a garden layout by D. Wattez;

- as a good example of the garden style in vogue around 1915 whereby parts of the garden around an orthogonal system of axes were designed within a landscape design

- as an example of a garden section (Th. J Dinn) laid out in the Architectural Garden style fashionable around 1920, whereby the garden was designed around an orthogonal system of axes and whereby frequent use was made of brick-built elements

- as a good and intact (and therefore rare) example within the oeuvre of Th.J. Dinn, the high aesthetic qualities of the original design, namely the careful design of the garden section and the connection with the surrounding garden.

- as an essential component of the country estate, namely the careful mutual coordination of house and garden, whereby use was made of sight lines and axes of symmetry

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map