Rijksmonumentenregister · Netherlands
Polderhuis, Marktplein 47
Hoofddorp, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bestuursgebouw en onderdl
- Function
- Polderhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1913
- Address
- Marktplein 47, 2132 DA Hoofddorp (Haarlemmermeer 27)
- Place
- Hoofddorp
- Municipality
- Haarlemmermeer
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.30558, 4.69357
- Monument number
- 510067
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1906 map "Rijnland" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
POLDERHUIS MET DIENSTWONING van het waterschap Groot-Haarlemmermeer, gebouwd in 1913 en gesitueerd aan de oostzijde van de Hoofdweg en ten noorden van de Kruisweg te Hoofddorp. Het polderhuis met dienstwoning werd gebouwd naar ontwerp van architect Foeke Kuipers in een historiserende bouwtrant die voornamelijk teruggrijpt op het 17de-eeuws Hollands classicisme.
Het pand is samen met het voormalige raadhuis, de voormalige korenbeurs en het voormalige kantongerecht gesitueerd in het oude bestuurscentrum van de Haarlemmermeerpolder. Dit centrum bevindt zich op het kruispunt van de twee hoofdassen door de polder: de Hoofdvaart, de vaart die de polder in een oostelijk en een westelijk deel scheidt, en de Kruisvaart die de polder scheidt in een noordelijk en zuidelijk deel.
Omschrijving
Het polderhuis is een vrijstaand pand, gebouwd op vrijwel vierkant grondplan en bestaande uit twee bouwlagen onder een afgeplat tentdak, gedekt met leien in maasdekking. Op de nokhoeken zijn vier in decoratief metselwerk opgetrokken schoorstenen geplaatst die worden afgedekt door een vierkante plaat. In drie van de vier dakschilden is een houten dakkapel onder ingestoken schaaldak aangebracht. De dakkapellen hebben een dubbel draaivenster met een drieruits-bovenlicht.
Het pand heeft een kelder die gedeeltelijk is voorzien van een troggewelf. Het pand is opgetrokken in rode baksteen gemetseld in kruisverband, boven een plint van grauwe baksteen, afgezet met een zandstenen afzaat. Tussen de traveeën en op de hoeken zijn muurdammen aangebracht. Evenals de afzaat zijn ook de omlijsting van de entree, de onder- en bovendorpels van de vensters, de speklagen, hoekstenen, rozetten en topgevel vervaardigd van zandsteen. De traptreden en het bordes zijn gemaakt van hardsteen. Tenzij anders vermeld, bevatten de vensterassen een rechthoekig houten schuifvenster met meerruits-roedenverdeling, op de begane grond twintigruits-roedenverdeling en op de eerste verdieping vierentwintigruits-roedenverdeling. Aan weerszijden van de schuivende delen van de begane grondvensters zijn houten luiken aangebracht. De borstweringen onder de vensters van de eerste verdieping zijn uitgevoerd in decoratief metselwerk met zandstenen rozetten. De eerste verdieping is de piano nobile en is qua afmetingen beduidend hoger dan de begane grondverdieping. De gevel wordt afgesloten door een rondomlopende geprofileerde houten bakgoot op consoles met daarboven een in decoratief metselwerk uitgevoerde borstwering met zandstenen detailleringen.
De voorgevel (Z) heeft een breedte van drie traveeën, elk ter breedte van één vensteras. De nadruk ligt op de middelste travee die een risaliet over twee bouwlagen vormt, afgesloten door een decoratieve top. Dit risaliet bevat van beneden naar boven de volgende onderdelen. Ter hoogte van de plint zijn twee hardstenen steektrappen aangebracht die naar het bordes voeren. Op de begane grond bevindt zich de entree, bestaande uit een dubbele paneeldeur met een halfrond bovenlicht en smeedijzeren pauwstaart-rooster. Vlak boven de entree is een zandstenen cartouche aangebracht met daarop "ANNO 1913" en twee wapenschilden met het gemeentewapen (links) en met de Nederlandse leeuw (rechts). Op de eerste verdieping bevindt zich een schuifvenster. De decoratieve zandstenen top heeft een driepasvormige beëindiging en bevat een uitgehouwen vierpasmotief. In laatstgenoemd motief is een wapenschild met het wapen van het Waterschap Groot-Haarlemmermeer uitgehouwen. De buitenste traveeën bevatten in beide bouwlagen een venster.
De rechterzijgevel (O) heeft een breedte van drie traveeën, elk ter breedte van een vensteras. De nadruk ligt op de middelste travee die op de begane grond een erker op rechthoekige grondslag heeft. De erker wordt afgesloten door een plat dak met bakstenen borstwering. De erker bevat een rechthoekig houten venster met stijl- en regelwerk, waartussen in de onderste delen drie negenruits-ramen zijn aangebracht en in de bovenste delen drie klapramen. Boven de erker bevindt zich een schuifvenster. De buitenste traveeën bevatten in beide bouwlagen een schuifvenster.
De linkerzijgevel (W) is identiek aan de rechterzijgevel.
De achtergevel (N) heeft eveneens een breedte van drie traveeën. De middelste travee risaleert en bevat op de begane grond in de oostgevel een rechthoekig zesruits-venster, in de westgevel een kleine rondboogvormige houten deur en aan de noordzijde een bakstenen uitbouw ter verbinding met de dienstwoning. De eerste verdieping van het middenrialsiet bevat een groot rechthoekig trappenhuisvenster met stijl- en regelwerk en glas-in-loodramen, deels met gebrandschilderd glas. De traveeën aan weerszijden van het middenrisaliet bevatten in elke bouwlaag een schuifvenster.
Het interieur van het polderhuis is nog gedeeltelijk intact. De belangrijkste oorspronkelijke onderdelen zijn de monumentale hal met voorhal (tochtportaal), het trappenhuis, de grote vergaderzaal en de kamer van de dijkgraaf. In de voorhal bevinden zich twee gedenkplaquettes, één rechthoekige marmeren en één ovale hardstenen. De tochtdeuren hebben glas-in-loodramen. De grote hal heeft een vloer van marmeren platen en lambrizeringen van Euville (een Franse kalksteensoort). De deurposten zijn eveneens uitgevoerd in Euville en zijn voorzien van eenvoudige profileringen. Op de scheidslijn tussen voorhal en hal en tussen de hal en het trappenhuis is een scheidingswand aangebracht met bogen en twee zandstenen zuilen. De trap is uitgevoerd in Euville en heeft smeedijzeren balustrades met houten leuningen. De grote zaal op de eerste verdieping heeft een eiken paneel-lambrizering met randen en accenten uitgevoerd in een zeer donkere houtsoort (wellicht ebbenhout). In oorsprong bevond zich boven de lambrizering een behangsel van Jap-Cuir (imitatie-goudleer). Aan de oostzijde van de zaal staat een schoorsteenpartij met zwartmarmeren schouw. Het plafond heeft een eikenhouten cassetteplafond dat rust op een eikenhouten kroonlijst. In het midden van het plafond is een vierkant daklicht aangebracht, voorzien van een groot glas-in-loodraam met gebrandschilderd glas. De kamer van de dijkgraaf op de begane grond (direct rechts na binnenkomst in de hal) heeft nog de oorspronkelijke geschilderde vurenhouten paneel-lambrizering. Voorts bevat het interieur nog vele oorspronkelijke paneeldeuren.
Het éénlaags verbindingslid tussen polderhuis en dienstwoning heeft een rechthoekige grondslag en een afgeplat dak. In de oostgevel bevinden zich een klein rechthoekig venster en een rechthoekige houten deur, in de westgevel bevinden zich twee kleine liggende vensters met middenstijl.
De dienstwoning heeft een rechthoekig grondplan en heeft een hoogte van anderhalve bouwlaag onder een schilddak, gedekt met leien in Maasdekking. De noklijn wordt doorsneden door een vierkante bakstenen schoorsteen met afdekplaat. Op de nokhoeken staan kleine vierkante zinken pirons. De noklijn staat loodrecht op de Hoofdweg.
De dienstwoning is opgetrokken in dezelfde materialen als het hoofdgebouw en heeft vergelijkbare, doch in kleiner formaat uitgevoerde, detailleringen. De vensterassen op de begane grond bevatten rechthoekige houten schuifvensters met twaalfruits-roedenverdeling in de schuivende delen en achtruits-roedenverdeling in de bovenlichten. De vensters in de kapverdieping zijn dakkapel-vensters die dubbele draairamen met acht- en tienruits-roedenverdeling bevatten.
De voorgevel (W) heeft een breedte van twee vensterassen, waarbij de linkeras een venster bevat en de rechteras de entree, zijnde een in portiek geplaatste paneeldeur met rondboogvormig bovenlicht en twee zijlichten. Boven het venster (links) bevindt zich in de kapverdieping een venster en een smeedijzeren anker. De topgevel onder aangekapt zadeldak heeft zandstenen afdekplaten en een driepasvormige top.
De linkerzijgevel (N) heeft een breedte van twee vensterassen en bevat op elke as in beide bouwlagen een venster.
De achtergevel (O) heeft een breedte van een vensteras en bevat op de begane grond een dubbele openslaande deur, in de kapverdieping een dakkapel-venster.
De rechterzijgevel (Z) bevat op de begane grond de uitbouw die de verbinding met het polderhuis vormt. In de kapverdieping is een dubbel venster aangebracht met bakstenen scheidingsdam.
Waardering
Het polderhuis met dienstwoning is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als merendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van formele overheidsarchitectuur uit de eerste decennia van de 20ste eeuw, gebouwd in een historiserende bouwtrant die teruggaat op het 17de-eeuwse Hollands classicisme. Daarnaast heeft het pand ensemblewaarde door de situering in het oude bestuurscentrum van de Haarlemmermeerpolder, samen met het voormalige kantongerecht, het voormalige raadhuis en de voormalige korenbeurs. Tevens is het pand van belang als karakteristiek onderdeel van het oeuvre van architect Foeke Kuipers.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
POLDERHOUSE WITH SERVICE DWELLING of the waterboard Groot-Haarlemmermeer, built in 1913 and situated on the east side of the Hoofdweg and north of the Kruisweg at Hoofddorp. The polderhouse with service dwelling was built according to a design by architect Foeke Kuipers in a historicising building style that primarily draws on 17th-century Dutch classicism.
The building is situated together with the former town hall, the former corn exchange and the former cantonal court in the old administrative centre of the Haarlemmermeer polder. This centre is located at the intersection of the two main axes through the polder: the Hoofdvaart, the waterway that divides the polder into an eastern and a western part, and the Kruisvaart which divides the polder into a northern and southern part.
Description
The polderhouse is a detached building, built on an almost square ground plan and consisting of two storeys under a flattened hip roof, covered with slate in Maastricht bond. On the ridge angles four chimneys constructed in decorative brickwork are positioned, which are covered by a square plate. In three of the four roof slopes a wooden roof dormer under an inset coved roof has been inserted. The roof dormers have a double casement window with a three-light fanlight.
The building has a basement which is partly provided with a barrel vault. The building is constructed in red brick laid in header bond, above a plinth of grey brick, finished with a sandstone offset. Between the bays and at the corners reinforcing walls have been inserted. Like the offset, the entrance surround, the under- and oversills of the windows, the speckled courses, corner stones, rosettes and gable top are made of sandstone. The steps and the landing are made of hardstone. Unless otherwise stated, the window axes contain a rectangular wooden sash window with multi-light glazing bars, on the ground floor with twenty lights and on the first floor with twenty-four lights. On either side of the sash parts of the ground floor windows wooden shutters are installed. The parapets beneath the windows of the first floor are executed in decorative brickwork with sandstone rosettes. The first floor is the piano nobile and is considerably higher in its dimensions than the ground floor. The facade is closed off by a profiled wooden rainwater gutter running all round on consoles with above it a parapet executed in decorative brickwork with sandstone details.
The front facade (S) has a width of three bays, each the width of one window axis. The emphasis lies on the middle bay which forms a risalit over two storeys, closed off by a decorative top. This risalit contains the following elements from bottom to top. At the level of the plinth two hardstone step treads are installed which lead to the landing. On the ground floor is the entrance, consisting of a double panelled door with a semicircular fanlight and wrought-iron peacock-tail grille. Just above the entrance a sandstone cartouche is installed bearing "ANNO 1913" and two coat-of-arms shields with the municipal coat-of-arms (left) and the Dutch lion (right). On the first floor is a sash window. The decorative sandstone top has a three-lobed termination and contains a carved four-lobe motif. In the latter motif a coat-of-arms shield with the arms of the Waterboard Groot-Haarlemmermeer is carved. The outer bays contain a window in both storeys.
The right side facade (E) has a width of three bays, each the width of a window axis. The emphasis lies on the middle bay which on the ground floor has a bay window on a rectangular ground plan. The bay window is closed off by a flat roof with brick parapet. The bay window contains a rectangular wooden window with vertical and horizontal members, between which three nine-light windows are installed in the lower parts and three casements in the upper parts. Above the bay window is a sash window. The outer bays contain a sash window in both storeys.
The left side facade (W) is identical to the right side facade.
The rear facade (N) also has a width of three bays. The middle bay is projected and contains on the ground floor in the east facade a rectangular six-light window, in the west facade a small semicircular wooden door and on the north side a brick extension to connect with the service dwelling. The first floor of the middle risalit contains a large rectangular staircase window with vertical and horizontal members and leaded glass windows, partly with stained glass. The bays on either side of the middle risalit contain a sash window in each storey.
The interior of the polderhouse is still partially intact. The principal original elements are the monumental hall with entrance hall (draught vestibule), the staircase, the large meeting room and the polder-master's room. In the entrance hall there are two commemorative plaques, one rectangular marble and one oval hardstone. The draught doors have leaded glass windows. The large hall has a floor of marble slabs and panelling of Euville (a French limestone type). The door posts are also executed in Euville and are provided with simple mouldings. On the dividing line between entrance hall and hall and between the hall and the staircase a partition wall is installed with arches and two sandstone columns. The stair is executed in Euville and has wrought-iron balustrades with wooden handrails. The large room on the first floor has oak panel panelling with borders and accents executed in a very dark wood type (possibly ebony). Originally above the panelling there was a Jap-Cuir hanging (imitation gold leather). On the east side of the room there is a chimneypiece with black marble hearth. The ceiling has an oak coffered ceiling which rests on an oak cornice. In the centre of the ceiling a square roof light is installed, provided with a large leaded glass window with stained glass. The polder-master's room on the ground floor (directly to the right after entering the hall) still has the original painted spruce wood panel panelling. Furthermore the interior contains many original panelled doors.
The single-storey connecting element between polderhouse and service dwelling has a rectangular ground plan and a flattened roof. In the east facade there are a small rectangular window and a rectangular wooden door, in the west facade there are two small horizontal windows with central mullion.
The service dwelling has a rectangular ground plan and has a height of one and a half storeys under a hipped roof, covered with slate in Maastricht bond. The ridge line is intersected by a square brick chimney with cover plate. On the ridge angles small square zinc finials stand. The ridge line stands perpendicular to the Hoofdweg.
The service dwelling is constructed in the same materials as the main building and has comparable, though in smaller format executed, details. The window axes on the ground floor contain rectangular wooden sash windows with twelve-light glazing bars in the sash parts and eight-light glazing bars in the fanlights. The windows in the roof storey are roof dormer windows which contain double casement windows with eight- and ten-light glazing bars.
The front facade (W) has a width of two window axes, with the left axis containing a window and the right axis the entrance, being a panelled door placed in a porch with semicircular fanlight and two side lights. Above the window (left) there is in the roof storey a window and a wrought-iron wall anchor. The gable top under an appended gabled roof has sandstone cover plates and a three-lobed top.
The left side facade (N) has a width of two window axes and contains on each axis a window in both storeys.
The rear facade (E) has a width of one window axis and contains on the ground floor a double French door, in the roof storey a roof dormer window.
The right side facade (S) contains on the ground floor the extension which forms the connection with the polderhouse. In the roof storey a double window is installed with brick dividing wall.
Valuation
The polderhouse with service dwelling is of general importance from a cultural-historical and architectural-historical perspective as a largely well-preserved example of formal government architecture from the first decades of the 20th century, built in a historicising building style that goes back to 17th-century Dutch classicism. Furthermore the building has ensemble value through its location in the old administrative centre of the Haarlemmermeer polder, together with the former cantonal court, the former town hall and the former corn exchange. The building is also important as a characteristic component of the oeuvre of architect Foeke Kuipers.
Nearby in the register
- Stadhuis, Hoofdweg 671Bestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
- Het Oude KantongerechtGerechtsgebouwunder 1 mi
- Pastorie(F), Hoofdweg 772Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Ned. Herv. Kerk HoofddorpKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.