TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Grote Greeden

Eenrum, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Akkerbouwboerderij
Category
onroerend gebouwd
Built
1910
Address
Aagtsweg 1, 9967 TJ Eenrum (Het Hogeland 20) (and others)
Place
Eenrum
Municipality
Het Hogeland
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.36138, 6.45304
Monument number
509510

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 4 Groningen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLABOERDERIJ, volgens een gevelsteen gebouwd in 1910, bestaande uit een voorhuis, hals en een tweekapsschuur. De boerderij is waarschijnlijk gebouwd in opdracht van H. Noordhuis in een Overgangsstijl met Art Nouveau elementen. In de hoofdschuur is een arbeiderswoning ondergebracht. Het voorhuis kreeg in 1937 een serre aan de achterzijde naar een ontwerp van architect W. Reitsema uit Leens. In 1939 is er een urinoir aan de schuur gebouwd en in 1943 is in de schuur een bewaarplaats voor fruit gemaakt die in 1948 werd uitgebreid. Naast de boerderij staat een grote kas, die in zo'n bouwvallige staat verkeert dat hij buiten rijksbescherming valt. De boerderij is omgracht en bereikbaar via een lange oprijlaan met aan weerszijden bomen. De hoofdingang van het voorhuis was vroeger bereikbaar via een bruggetje over de gracht. Dit is nu zo vervallen dat deze toegangsweg afgesneden is.

Omschrijving

VILLABOERDERIJ opgetrokken in Overgangsstijl met Art Nouveau elementen. Het voorhuis (de villa) heeft gevels van pleisterwerk op een rood bakstenen trasraam. Een gevelband van baksteen en siertegeltjes, en een fries van decoratief metselwerk verfraaien het geheel. Het samengestelde zadel-schilddak wordt gedekt door een rood geglazuurde tuile du nord en omlijst door een houten goot op klossen. Op de nokken prijken zinken pirons. De verticaal gerichte vensters hebben een bovenlicht met roedenverdeling onder een gepleisterde latei met rollaag, en een bakstenen onderdorpel.

De hoofdentree bevindt zich in de noordwestgevel onder een houten aankapping steunend op vierkante houten pilaren en bestaat uit een houten deur, waarin acht glas-in-lood ruitjes, met boven- en zijlichten van glas-in-lood. Een stenen stoep (vier treden) met granito bovenplaat verleent de toegang. De stoep wordt aan de voorkant afgeschermd door een bakstenen muurtje met geglazuurde balustrade, die is afgedekt met een hardstenen plaat. Ten oosten van de entree twee vensters met twaalfruits bovenlichten. Tussen beide vensters is de schouw gemarkeerd door een rode bakstenen omlijsting met band van decoratief tegelwerk en natuurstenen accenten. Aan de westzijde grenst de entree aan een risalerend geveldeel met topgevel met bakstenen vakwerkmotief en houten beschot in top. Dit geveldeel heeft onder een samengesteld venster en boven een enkelvoudig venster.

De zuidwestgevel heeft twee vensters en eveneens een risalerend deel met vakwerkmotief en hout in top. Tegen dit geveldeel is een driezijdige erker gebouwd met afgeknot schilddakje waarop een klein balkon met houten hek voor openslaande glasdeuren. In de erker een driedelig venster met bovenlichten en roedenverdeling en aan de zijkanten een smal venster.

De zuidoostgevel heeft drie vensters, waarvan één dubbele en is in 1937 voorzien van een serre onder een afgeknot schilddak met overstek. De serre bestaat uit een rode bakstenen basis met daarboven een raampartij samengesteld uit drie grote vensters, twee achtruits vensters en een houten glasdeur.

In de noordoostgevel bevinden zich drie vensters van verschillende grootte.

Tussen het voorhuis en de hoofdschuur bevindt zich een lagere HALS opgetrokken in rode baksteen op een gesinterd bakstenen trasraam. Het schilddak heeft een goot op klossen, een dakkapel en is gedekt met een zwart geglazuurde Friese golfpan. De achterzijde van de hals heeft twee getoogde ijzeren vensters met roedenverdeling, een houten deur en twee kleine houten vensters. In de voorzijde (noordwestzijde) van de hals een houten deur met achtruits bovenlicht, een enkelvoudig venster en twee dubbele vensters met negenruits bovenlichten, alle onder een latei met rollaag. In het trasraam een keldervenster met middenroede.

De erachter liggende TWEEKAPSSCHUUR is opgetrokken in een rode strengperssteen op een gesinterd bakstenen trasraam (met uitzondering van de zuidoostgevel) en heeft een dubbel wolfdak met uileborden, dat aan de onderzijde gedekt is met pannen en boven met golfplaat. De gevels hebben een decoratief fries van gesinterde baksteen en deels een houten goot op klossen en deels een vernieuwde bakgoot.

Achter in het rechter gedeelte van de hoofdschuur bevindt zich een voormalige arbeiderswoning, aan de noordoostzijde gemarkeerd door zes T-vensters, een houten deur met vierruits bovenlicht, twee hooggeplaatste kleine vensters en een lager geplaatst venster, alle onder een latei. Op het dakvlak prijken twee gemetselde schoorstenen. Aan de zuidoostkant wordt de woning gemarkeerd door een houten deur met tienruits bovenlicht, twee T-vensters en twee zaadvensters, alle onder een latei met een gesinterde bakstenen rollaag erboven. Boven deur is een gevelsteen aangebracht met de tekst: Groote Greeden 1910.

De rest van de zuidoostgevel wordt ingevuld door twee dubbele houten staldeuren, vier getoogde gietijzeren vensters, een dubbele houten deeldeur en een gewijzigde staldeur met bovenlicht en acht zaadvensters. Alle hebben een latei met gesinterde rollaag erboven.

De rest van de noordoost gevel heeft zeven halve gietijzeren stalvensters met latei en rollaag en een gemetselde uitbouw (urinoir) met plat dak uit 1939.

In de zuidwestgevel bevinden zich aan de noordwestkant drie getoogde gietijzeren vensters en aan de zuidoostkant zeven, eveneens met latei en rollaag.

De zuidoostgevel van de schuur heeft een houten deur en over de hele gevel halve hooggeplaatste getoogde gietijzeren stalvensters.

Waardering

Villaboerderij met tweekapsschuur van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang

- als voorbeeld van een grote villaboerderij met tweekapsschuur uit het eerste decennium van deze eeuw in een voor die tijd karakteristieke stijl

- vanwege de bijzondere detaillering en materiaalgebruik

- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van het exterieur

- vanwege de ruimtelijke relatie met het omringende land

- vanwege de fraaie ligging aan een lange met bomen beplante oprijlaan

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA FARMSTEAD, according to a facade stone built in 1910, consisting of a front house, neck section and a two-bay barn. The farmstead was probably built on commission of H. Noordhuis in a Transitional style with Art Nouveau elements. In the main barn a workers' dwelling is housed. The front house received a conservatory on the rear in 1937 according to a design by architect W. Reitsema from Leens. In 1939 a urinal was built at the barn and in 1943 a fruit storage facility was created in the barn which was extended in 1948. Next to the farmstead stands a large greenhouse, which is in such a dilapidated state that it falls outside national protection. The farmstead is surrounded by a moat and is accessible via a long drive with trees on either side. The main entrance of the front house was formerly accessible via a small bridge over the moat. This is now so deteriorated that this access route is cut off.

Description

VILLA FARMSTEAD built in Transitional style with Art Nouveau elements. The front house (the villa) has rendered facades on a red brick structural frame. A facade band of brick and decorative tiles, and a frieze of decorative brickwork embellish the whole. The composite gabled hipped roof is covered with red glazed tuile du nord and framed by a wooden gutter on corbels. Zinc weathervanes adorn the ridge. The vertically oriented windows have a fanlight with glazing bars under a rendered lintel with roll moulding, and a brick sill.

The main entrance is located in the northwest facade under a wooden canopy supported by square wooden pillars and consists of a wooden door, in which eight leaded glass panes, with upper and side lights of leaded glass. A stone stoop (four steps) with granite top provides access. The stoop is screened at the front by a brick wall with glazed balustrade, which is topped with a hard stone slab. East of the entrance two windows with twelve-pane fanlights. Between both windows the chimney is marked by a red brick frame with a band of decorative tilework and natural stone accents. On the west side the entrance adjoins a projecting facade section with a gable featuring brick half-timbering motif and wooden cladding in the upper part. This facade section has a composite window below and a single window above.

The southwest facade has two windows and likewise a projecting section with half-timbering motif and wood in the upper part. Against this facade section a three-sided bay window is built with a truncated hipped roof on which a small balcony with wooden rail for French doors. In the bay window a three-part window with fanlights and glazing bars and on the sides a narrow window.

The southeast facade has three windows, one of which is a double window, and was provided in 1937 with a conservatory under a truncated hipped roof with overhang. The conservatory consists of a red brick base with above it a window arrangement composed of three large windows, two rear windows and a wooden glazed door.

In the northeast facade there are three windows of varying size.

Between the front house and the main barn there is a lower NECK SECTION built in red brick on a sintered brick structural frame. The hipped roof has a gutter on corbels, a roof dormer and is covered with black glazed Frisian roof tile. The rear of the neck section has two arched iron windows with glazing bars, a wooden door and two small wooden windows. In the front (northwest side) of the neck section a wooden door with rear window fanlight, a single window and two double windows with nine-pane fanlights, all under a lintel with roll moulding. In the structural frame a cellar window with centre glazing bar.

The TWO-BAY BARN behind is built in red wire-cut brick on a sintered brick structural frame (with the exception of the southeast facade) and has a double half-hipped roof with owl boards, which is covered below with tiles and above with corrugated sheet. The facades have a decorative frieze of sintered brick and partly a wooden gutter on corbels and partly a renewed brick gutter.

At the rear in the right section of the main barn is a former workers' dwelling, marked on the northeast side by six T-windows, a wooden door with four-pane fanlight, two high-placed small windows and a lower-placed window, all under a lintel. On the roof plane stand two brick chimneys. On the southeast side the dwelling is marked by a wooden door with ten-pane fanlight, two T-windows and two seed windows, all under a lintel with a sintered brick roll moulding above. Above the door is a facade stone attached with the text: Groote Greeden 1910.

The rest of the southeast facade is filled in by two double wooden stable doors, four arched cast iron windows, a double wooden divided door and a modified stable door with fanlight and eight seed windows. All have a lintel with sintered roll moulding above.

The rest of the northeast facade has seven half cast iron stable windows with lintel and roll moulding and a brick built extension (urinal) with flat roof from 1939.

In the southwest facade there are three arched cast iron windows on the northwest side and on the southeast side seven, likewise with lintel and roll moulding.

The southeast facade of the barn has a wooden door and across the entire facade half, high-placed arched cast iron stable windows.

Valuation

Villa farmstead with two-bay barn of general cultural and architectural historical importance

- as an example of a large villa farmstead with two-bay barn from the first decade of this century in a style characteristic for that time

- because of the special detailing and use of materials

- because of the relatively high degree of integrity of the exterior

- because of the spatial relationship with the surrounding countryside

- because of the fine location on a long tree-lined drive

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map