Rijksmonumentenregister · Netherlands
Goederenloods, Parallelweg 99
Maastricht, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Opslag
- Function
- Goederenloods
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1915
- Address
- Parallelweg 99, 6221 BD Maastricht (and others)
- Place
- Maastricht
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 50.85491, 5.70194
- Monument number
- 508134
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 35 Maastricht, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalige GOEDERENLOODS van de Nederlandse Spoorwegen, ca. 1915. Gebouwd in een door het Berlagianisme beïnvloede bouwstijl, naar een ontwerp van spoorwegarchitect Ir. G.W. van Heukelom, in opdracht van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Voor wat betreft architectuur, materiaalgebruik en ouderdom bestaat er een hoge mate van verwantschap tussen het stationsgebouw en de goederenloods. De loods is vrijstaand gesitueerd op het noordelijke deel van het stationsemplacement, in het verlengde van de Parallelweg. De tegen de noordelijke gevel gebouwde stalling is UITGESLOTEN van bescherming.
Omschrijving
De goederenloods bestaat uit twee opslagruimten, onderling gescheiden door een kantoor dat in westelijke richting risaleert. Hierdoor ontstaat er een onregelmatige langgerekte plattegrond, in hoofdvorm rechthoekig. De beide opslagruimten tellen beide één bouwlaag, zonder zolderverdieping. Het kantoor telt één bouwlaag plus zolderverdieping. De opslagruimten worden gedekt door een schilddak met kruispannen. Aanzienlijke overstekken en lessenaarsdaken ondersteund door houten consoles, strekken zich uit boven de laadvloeren aan beide lange gevelzijden. Het kantoor wordt gedekt door een tussen uitkragende kopgevels verzonken zadeldak met rechtsdekkende, verbeterde Hollandse pannen. De kopgevels hebben een granieten afdekking. Houten bakgoten op consoles. Ingestoken dakkapellen en kapelreeksen onder plat. Nokschoorstenen met afdekking en bloktandornamenten. Nokpionnen. De goederenloods met kantoor is opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband met gesneden voegen. Granieten lateien, vensterdorpels, aanzetstenen, sluitstenen en schampstenen in de deurlijsten. Betonnen laadvloeren op consoles van baksteen en graniet, met ijzeren stootbeslagen. Gepleisterde vulstukken. In het gehele gebouw zijn de oorspronkelijke rechthoekige houten vensterkozijnen (in diverse vormen) met ingedeelde bovenlichten vrijwel overal bewaard gebleven. Rechthoekige, zowel enkelvoudige als dubbele houten deuren. Deurlijsten met ijzeren stootbeslagen, ijzeren hefpoorten. Het gebouw heeft aan alle gevelzijden een geprofileerde plint met profiellijsten en bloktandornamenten in de kroonlijsten. De lange gevel aan de westzijde bestaat achtereenvolgens uit een opslagruimte met acht ijzeren hefpoorten, de westgevel van het kantoor en een opslagruimte met twaalf ijzeren hefpoorten. Deze hefpoorten zijn geplaatst in risalerende geveldelen, in segmentboogvormige poortopeningen met strek en een gepleisterd vulstuk. Tussen de hefpoorten een rechthoekig dubbel verticaal ingedeeld houten vensterkozijn met zesruits roedeverdeling per glaspaneel. In de kroonlijsten boven deze vensters zijn kaderornamenten aangebracht. Boven elke hefpoort is een dakkapel geplaatst, waarin in een rechthoekig dubbel verticaal ingedeeld houten vensterkozijn met zesruits roedeverdeling per glaspaneel. De laadvloer aan de westgevel wordt onderbroken door het risalerende kantoor. Het westelijke geveldeel met de acht poortopeningen heeft aan weerszijden van de reeks met acht hefpoorten een geveldeel met gekoppelde rechthoekige vensters tussen doorlopende granieten lateien en dorpels. De vensters zijn horizontaal ingedeeld en hebben kleine roedeverdeling in de glaspanelen. Het kantoor heeft in de westgevel een rechts van het gevelmidden geplaatste rechthoekige dubbele houten entreedeur, waarboven een groot bovenlicht met dubbele kruisvormige indeling en kleine roedeverdeling in de glaspanelen. Ter hoogte van dit grote bovenlicht heeft de entreedeur telkens twee gekoppelde zijlichtvensters met negenruits roedeverdeling in het bovenlicht. Boven entreedeur en zijlichtvensters een doorlopende granieten latei. Verder in dit geveldeel vier driegewijs gekoppelde rechthoekige houten vensters met negenruits bovenlicht, elk met doorlopende granieten lateien en dorpels. Het westelijke geveldeel met de twaalf poortopeningen wordt beëindigd door een gevelvlak met twee boven elkaar geplaatste reeksen vensters. De benedenste reeks heeft drie gekoppelde rechthoekige houten zesruits vensters, de bovenste reeks drie gekoppelde rechthoekige houten drieruits vensters. Beide reeksen zijn geplaatst tussen doorlopende granieten lateien en dorpels. De noordelijke gevel heeft een segmentboogvormige poortopening bereikbaar via een in noordelijke richting afhellend perron. De oorspronkelijke poort is vervangen. Verder in de eerste laag reeksen met respectievelijk drie en twee gekoppelde rechthoekige houten zesruits vensters. Boven elk venster een rechthoekig drieruits houten bovenlicht. Boven de poortopening twee van dergelijke bovenlichten. De opslagruimten hebben in de oostelijke gevel (spoorzijde) het dubbele aantal poorten, respectievelijk vijftien en vierentwintig. Deze poorten zijn geplaatst in segmentbooglijsten met ongepleisterde vulstukken. Elke poort heeft een verstevigingskruis en een bovenlicht, bestaande uit een rechthoekig dubbel verticaal ingedeeld bovenlicht met negenruits roedeverdeling in de glaspanelen. Boven de in vergelijking met de westgevel smallere laadvloeren bevindt zich een langgerekt lessenaarsdak op aanzienlijke houten consoles. Boven de poorten een doorlopende dakkapelgalerij, waarin boven elke poort een rechthoekig dubbel verticaal ingedeeld houten venster met negenruits roedeverdeling in de glaspanelen. De langgerekte oostgevel wordt aan beide zijden beëindigd door een kort geveldeel met twee boven elkaar geplaatste reeksen vensters. De benedenste reeks heeft drie gekoppelde rechthoekige houten zesruits vensters, de bovenste reeks drie gekoppelde rechthoekige houten drieruits vensters. In het zuidelijke geveldeel wordt de benedenste vensterreeks onderbroken door een rechthoekige houten deur. De vensterreeksen zijn geplaatst tussen doorlopende granieten lateien en dorpels. Het terugwijkende, tussenliggende kantoor heeft aan de oostzijde een asymmetrisch ingedeelde gevel. Deze heeft aan weerszijden reeksen van drie cq. vier gekoppelde rechthoekige houten vensters met negenruits bovenlichten. Het middendeel van de gevel heeft in de eerste laag drie rechthoekige houten buitendeuren, waartussen tweemaal twee rechthoekige houten vensters en waarnaast een reeks van drie rechthoekige houten zesruits vensters. Boven elk venster of deur een rechthoekig houten drieruits bovenlicht. De aansluiting tussen de opslagruimten en het kantoor wordt gevormd door afgeschuinde geveldelen, waarin poorten zijn geplaatst en waarboven het lessenaarsdak doorloopt. Deze lessenaarsdaken zijn verankerd aan de dakkapelgalerij, die ter plaatse drie rechthoekige houten vierruits vensters heeft. De zuidelijke kopgevel heeft twee reeksen vensters: driemaal tweegewijs gekoppelde rechthoekige houten zesruits vensters en driemaal tweegewijs gekoppelde rechthoekige houten drieruits bovenlichten. De interieurindeling van de opslagruimten is als gevolg van de herbestemming tot bedrijvencentrum gewijzigd. Thans is er een indeling met tussenwanden per poortvak (of meerdere op variabele afstanden) en zijn de aldus ontstane ruimten voorzien van verlaagde plafonds. Oorspronkelijk was in de opslagruimten de kapconstructie zichtbaar. In het middenvolume met kantoor is de indeling van het interieur vrijwel ongewijzigd bewaard gebleven. Hierin zijn onder meer van belang de lokettenruimte met houten lambrizeringen, hoog plafond, enkele schouwen en de loketopschriften, Het kantoorvolume heeft een afzonderlijke zolderruimte.
Waardering
De goederenloods aan de Parallelweg is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een economische en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, het belang van de loods voor het oeuvre van architect G.W, van Heukelom, de esthetische kwaliteiten van diens ontwerp, het bijzondere materiaalgebruik, de ornamentiek en de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. De goederenloods is een belangrijk onderdeel van het stationsemplacement, behoort tot Maastrichts' oostelijke stadsuitbreiding uit het begin van de twintigste eeuw, is vanwege deze situering ten zeerste verbonden met de uitbreiding cq. ontwikkeling van Maastricht en is van belang voor het aanzien van de stad. De goederenloods beschikt over een hoge mate van architectonische gaafheid en is van belang in relatie tot de visuele gaafheid van de stedelijke omgeving. Bovendien beschikt de goederenloods over een hoge mate architectonische, typologische en functionele zeldzaamheidswaarde.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former GOODS SHED of the Dutch Railways, ca. 1915. Built in an architectural style influenced by Berlagianism, designed by railway architect Ir. G.W. van Heukelom, commissioned by the Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. With regard to architecture, material use and age, there is a high degree of affinity between the station building and the goods shed. The shed is situated as a freestanding structure on the northern part of the station yard, in the continuation of the Parallelweg. The stalling built against the northern facade is EXCLUDED from protection.
Description
The goods shed consists of two storage rooms, separated from each other by an office that projects in a westerly direction. This creates an irregular elongated floor plan, fundamentally rectangular in form. Both storage rooms each have one storey, without a mezzanine floor. The office has one storey plus a mezzanine floor. The storage rooms are covered by a hipped roof with crossed tiles. Considerable overhangs and lean-to roofs supported by wooden consoles extend above the loading floors on both long facade sides. The office is covered by a gabled roof recessed between projecting end gables with right-hand covering, improved Dutch tiles. The end gables have a granite capping. Wooden gutters on consoles. Inset roof dormers and dormer series under flat. Ridge chimneys with capping and block-tooth ornaments. Ridge cresting. The goods shed with office is constructed in brick, laid in a stretcher bond with tooled joints. Granite lintels, window sills, quoins, keystones and chamfered stones in the door frames. Concrete loading floors on consoles of brick and granite, with iron bumpers. Plastered filler pieces. Throughout the building, the original rectangular wooden window frames (in various forms) with fanlights are largely preserved. Rectangular wooden doors, both single and double. Door frames with iron bumpers, iron lift gates. The building has a profiled plinth with profile mouldings and block-tooth ornaments in the cornices on all facade sides. The long facade on the west side consists successively of a storage room with eight iron lift gates, the west facade of the office and a storage room with twelve iron lift gates. These lift gates are placed in projecting facade sections, in segmental arched gate openings with a stretch and a plastered filler piece. Between the lift gates a rectangular double vertically divided wooden window frame with six-pane glazing bars per glass panel. In the cornices above these windows are frame ornaments. Above each lift gate a roof dormer is placed, in which is a rectangular double vertically divided wooden window frame with six-pane glazing bars per glass panel. The loading floor on the west facade is interrupted by the projecting office. The western facade section with the eight gate openings has on either side of the row with eight lift gates a facade section with coupled rectangular windows between continuous granite lintels and sills. The windows are horizontally divided and have small glazing bars in the glass panes. The office has in the west facade a rectangular double wooden entrance door placed to the right of the facade centre, above which is a large fanlight with double cross-shaped division and small glazing bars in the glass panes. At the height of this large fanlight, the entrance door has two coupled side-light windows with nine-pane glazing bars in the fanlight each. Above entrance door and side-light windows a continuous granite lintel. Further in this facade section four three-times coupled rectangular wooden windows with nine-pane fanlight, each with continuous granite lintels and sills. The western facade section with the twelve gate openings is terminated by a facade section with two rows of windows placed one above the other. The lower row has three coupled rectangular wooden six-pane windows, the upper row three coupled rectangular wooden three-pane windows. Both rows are placed between continuous granite lintels and sills. The northern facade has a segmental arched gate opening accessible via a terrace sloping in a northerly direction. The original gate has been replaced. Further in the first storey are rows with respectively three and two coupled rectangular wooden six-pane windows. Above each window a rectangular three-pane wooden fanlight. Above the gate opening two such fanlights. The storage rooms have in the eastern facade (railway side) double the number of gates, respectively fifteen and twenty-four. These gates are placed in segmental arched lists with unplastered filler pieces. Each gate has a reinforcing cross and a fanlight, consisting of a rectangular double vertically divided fanlight with nine-pane glazing bars in the glass panes. Above the loading floors, which are narrower in comparison with the west facade, is an elongated lean-to roof on substantial wooden consoles. Above the gates is a continuous roof dormer gallery, in which above each gate is a rectangular double vertically divided wooden window with nine-pane glazing bars in the glass panes. The elongated east facade is terminated on both sides by a short facade section with two rows of windows placed one above the other. The lower row has three coupled rectangular wooden six-pane windows, the upper row three coupled rectangular wooden three-pane windows. In the southern facade section the lower window row is interrupted by a rectangular wooden door. The window rows are placed between continuous granite lintels and sills. The recessed, intermediate office has an asymmetrically divided facade on the east side. This has on either side rows of three and four coupled rectangular wooden windows with nine-pane fanlights. The middle section of the facade has in the first storey three rectangular wooden external doors, between which twice two rectangular wooden windows and beside which is a row of three rectangular wooden six-pane windows. Above each window or door a rectangular wooden three-pane fanlight. The junction between the storage rooms and the office is formed by bevelled facade sections, in which gates are placed and above which the lean-to roof continues. These lean-to roofs are anchored to the roof dormer gallery, which has at that point three rectangular wooden four-pane windows. The southern end gable has two rows of windows: three times twice-coupled rectangular wooden six-pane windows and three times twice-coupled rectangular wooden three-pane fanlights. The interior layout of the storage rooms has been altered as a result of its conversion to a business centre. Currently there is a layout with partition walls per gate section (or more at variable distances) and the resulting spaces are fitted with lowered ceilings. Originally the roof truss structure was visible in the storage rooms. In the middle volume with office the interior layout is largely preserved unchanged. This includes in particular the counter room with wooden wall panelling, high ceiling, several fireplaces and the counter inscriptions. The office volume has a separate mezzanine space.
Valuation
The goods shed on the Parallelweg is of cultural-historical value as a particular expression of an economic and typological development. The architectural-historical values are determined by the architectural style, the importance of the shed for the oeuvre of architect G.W. van Heukelom, the aesthetic qualities of his design, the particular material use, the ornamentation and the particular coherence between exterior and interior. The goods shed is an important part of the station yard, forms part of Maastricht's eastern urban expansion from the beginning of the twentieth century, is by virtue of this location closely linked with the expansion and development of Maastricht and is important for the appearance of the city. The goods shed possesses a high degree of architectural integrity and is important in relation to the visual integrity of the urban environment. Furthermore, the goods shed possesses a high degree of architectural, typological and functional rarity value.
Nearby in the register
- Woonhuis, Albertiplein 2Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Albertiplein 24Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Karel de Vogelstraat 1Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Karel de Vogelstraat 2Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.