TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Pancratius

Tubbergen, Overijssel, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1896 - 1897
Address
Grotestraat 70, 7651 CK Tubbergen (and others)
Place
Tubbergen
Province
Overijssel
Country
Netherlands
Coordinates
52.40810, 6.78238
Monument number
507958

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Utrecht University Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 15 Ootmarsum, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De neogotische KERK (St. Pancratius) van Tubbergen is gebouwd in 1896/7 in opdracht van het R.K. kerkbestuur van Tubbergen, naar ontwerp van Alfred Tepe. Constructeurs van de kerk waren de Gebr. Hilbers uit Groenlo.

In 1853 is de bisschoppelijke hiërarchie hersteld met als gevolg een opbloei van de rooms-katholieke kerkelijke kunst. Op 1 december 1869 is in Utrecht het St. Bernulphusgilde opgericht, waarin kunstenaars en bevorderaars (waaronder veel priesters) o.l.v. pastoor Van Heukelum de kerkelijke kunst nieuw leven inbliezen. Zij deden dit naar middeleeuws voorbeeld, m.n. de 13de en 14de eeuwse franse en duitse gotiek vormden een inspiratiebron. Het gilde vormde een tegenhanger van de "Amsterdamse school", geleid door P.J.H. Cuypers en Alberdingk Thijm. De voornaamste kunstenaars van het gilde waren de architect Alfred Tepe (een leerling van P.J.H. Cuypers) en de beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg, beiden in de praktijk geschoold in de bouwhut van de Keulse Domkerk. Zij werkten hecht samen.

Het werk van Tepe vertoont weinig ontwikkeling. De Nederrijnse gotiek en de Westfaalse hallekerken gelden als zijn voornaamste inspiratiebron. Hij ontwierp vrijwel altijd sobere kerken van baksteen met een sober interieur, hij gebruikte geen natuursteen.

De toren uit Bentheimer zandsteen dateert uit het begin van de 16de eeuw (rijksmonument. nr.: 35747). HOOFDORGEL, gemaakt in 1881 door M. Maarschalkerweerd uit Utrecht, oorspronkelijk met één klavier en aangehangen pedaal. In 1955 door de fa. Vermeulen uitgebreid met een tweede klavier en vrij pedaal en voorzien van electropneumatische tractuur. KOORORGEL, gemaakt door M. Maarschalkerweerd in 1882 met één klavier en aangehangen pedaal, oorspronkelijk gemaakt voor de R.K. kerk te Rhenoy. Het altaar en de preekstoel zijn het ontwerp van F.W. Mengelberg, de triomfbalk met de calvariegroep dateert uit 1942.

Ook de gebrandschilderde ramen zijn bijzonder. Ze zijn uitgevoerd door vier generaties van de familie Nicolas. De oudste vijf glazen in het priesterkoor dateren uit de bouwtijd van de kerk en zijn vervaardigd door de glazenier Frans Nicolas en zijn zonen François en Charles. De drie glazen achter het altaar verbeelden verschillende taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament. Aan weerszijden daarvan bevinden zich twee ramen met afbeeldingen van acht heiligenfiguren. De acht ramen in het schip zijn in 1954 gemaakt door Joep Nicolas (1897-1972) (de zoon van Charles) en beelden de Apocalypse uit. In 1965 zijn ook in het transept nog twee gebrandschilderde ramen van Joep Nicolaas geplaatst, het Mozesraam en het raam van de Bergrede. Deze werden in samenwerking met Joep vervaardigd door zijn neef Joep Nicolas van Ronkenstein (geb. 1933) Susanne Nicolas-Nys, de echtgenote van Joep sr., heeft in het begin van de jaren '60 de 14 bronzen kruiswegstaties ontworpen. In 1972 werd Joep Nicolas gevraagd de nog resterende ramen in de kerk te beglazen. Hij overleed echter vier dagen na zijn bezoek aan Tubbergen in juli 1972.

Daarop werd aan zijn dochter Sylvia O'Neill-Nicolas de opdracht gegeven de laatste tien ramen te ontwerpen. Deze ramen kwamen in 1976 gereed.

Langs de noordgevel van de kerk staan leilinden.

De sacristie aan de achterzijde van de kerk valt binnen de bescherming. De pastorie is voor bescherming van rijkswege van ondergeschikt belang.

Omschrijving

Driebeukige pseudo-basiliek met transept, uitgevoerd in machinale baksteen. Schip en transept onder schilddaken. De zijbeuken zijn even hoog als schip en transept maar hebben iets lagere schilddaken. Alle daken zijn gedekt met leien in maasdekking. Op de nokeinden smeedijzeren versieringen. Aan weerszijden van de 16de eeuwse toren zijn twee kapellen aangebouwd die via een tussenlid verbonden zijn met de kerk. De kapellen zijn afgedekt met schilddaken met leien in maasdekking. Nok- en goothoogte zijn lager dan die van de kerk. De kapellen zijn 2/6de gesloten, die aan de noordzijde heeft twee traveeën, die aan de zuidzijde één.

De ongelede steunberen in de zijgevels markeren de travee-indeling van de kerk. De traveeën worden geleed door twee hoge spitsboogvensters met glas-in-lood en bakstenen traceringen. In de transeptabsiden enkelvoudige spitsboog vensters met glas-in-lood, gescheiden door steunberen. Alle traveeën en de transeptarmen worden bekroond door een dakkapel met luiken onder een schilddak. Het koor is 3/8ste gesloten en omrand door straalkapellen.

De onderdorpels van de vensters liggen allen op dezelfde hoogte en vallen samen met een rondom lopende waterlijst. Door dit horizontale element krijgt de kerk een sokkel. Mede door de robuuste toren is de verticale werking van de neogotische kerk in zijn volle omvang minimaal.

De sacristie staat tussen de kerk en de pastorie en is met beide verbonden via een plat afgedekt tussenlid. De sacristie heeft een rechthoekig grondplan onder een steil schilddak met leien en pironnen op de nok. De spitsboogvensters zijn bezet met glas-in-loodramen en uitgevoerd met een bakstenen tracering. In het dakschild aan de voorzijde een kleine dakkapel als op het dak van de kerk.

Het interieur van de kerk verkeert in originele staat. Het schip is twee traveeën lang, koor en transeptarmen zijn geaccentueerd door samengestelde gewelven. Verder eenvoudige kruisgewelven. De originele meubilering van de kerk, waaronder de houten banken, is nog aanwezig. Bijzondere aandacht verdienen de gebrandschilderde ramen van de familie Nicolas, en de preekstoel en het altaar, zeer fraai uitgevoerd naar een ontwerp van F.W. Mengelberg. Het interieur van de sacristie is eveneens uitgevoerd met samengestelde gewelven.

Waardering

Rooms Katholieke kerk St. Pancratius van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang:

- vanwege de exemplarische kwaliteit van de kerk voor produktie en gedachtengoed van het St. Bernulphusgilde.

- als Gesamtkunstwerk waarin op ingehouden wijze de bestaande toren, de kerk en het interieur geïntegreerd zijn.

- vanwege de ligging aan het Raadhuisplein, in het oude centrum van Tubbergen.

- vanwege de gaafheid van de kerk, zowel exterieur als interieur, daarbij ingebrepen stoffering en meubilering.

- vanwege de zeldzaamheid van "totaalprodukten" van het St. Bernulphusgilde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The neogothic CHURCH (St. Pancratius) of Tubbergen was built in 1896/7 on the instructions of the R.K. church council of Tubbergen, designed by Alfred Tepe. The builders of the church were the Gebr. Hilbers from Groenlo.

In 1853 the episcopal hierarchy was restored, resulting in a flourishing of Roman Catholic ecclesiastical art. On 1 December 1869 the St. Bernulphus Guild was founded in Utrecht, in which artists and patrons (including many priests) under the leadership of pastor Van Heukelum breathed new life into ecclesiastical art. They did this following medieval example, in particular the 13th and 14th century French and German Gothic formed a source of inspiration. The guild formed a counterpart to the "Amsterdam school", led by P.J.H. Cuypers and Alberdingk Thijm. The principal artists of the guild were the architect Alfred Tepe (a pupil of P.J.H. Cuypers) and the sculptor Friedrich Wilhelm Mengelberg, both trained in practice in the building lodge of Cologne Cathedral. They worked closely together.

Tepe's work shows little development. Lower Rhine Gothic and Westphalian hall churches serve as his principal source of inspiration. He designed almost invariably sober churches of brick with a sober interior, he used no natural stone.

The tower of Bentheim sandstone dates from the beginning of the 16th century (national monument no.: 35747). MAIN ORGAN, made in 1881 by M. Maarschalkerweerd of Utrecht, originally with one manual and suspended pedal. In 1955 expanded by the firm Vermeulen with a second manual and free pedal and provided with electropneumatic action. CHOIR ORGAN, made by M. Maarschalkerweerd in 1882 with one manual and suspended pedal, originally made for the R.K. church at Rhenoy. The altar and the pulpit are the design of F.W. Mengelberg, the rood screen with the calvary group dates from 1942.

The stained glass windows are also particularly noteworthy. They were executed by four generations of the Nicolas family. The oldest five panes in the priest's choir date from the time of construction of the church and were made by the glazier Frans Nicolas and his sons François and Charles. The three panes behind the altar depict various scenes from the Old and New Testament. On either side of these are two windows with depictions of eight holy figures. The eight windows in the nave were made in 1954 by Joep Nicolas (1897-1972) (the son of Charles) and depict the Apocalypse. In 1965 two more stained glass windows by Joep Nicolaas were also placed in the transept, the Moses window and the Sermon on the Mount window. These were made in collaboration with Joep by his cousin Joep Nicolas van Ronkenstein (born 1933) Susanne Nicolas-Nys, the wife of Joep sr., designed the 14 bronze stations of the cross in the early 1960s. In 1972 Joep Nicolas was asked to glaze the remaining windows in the church. He died, however, four days after his visit to Tubbergen in July 1972.

Thereupon his daughter Sylvia O'Neill-Nicolas was given the commission to design the last ten windows. These windows were completed in 1976.

Along the north gable of the church stand linden trees.

The sacristy at the rear of the church falls within the protection. The parsonage is of subordinate importance for protection by the State.

Description

Three-aisled pseudo-basilica with transept, executed in machine-made brick. Nave and transept under hipped roofs. The side aisles are as high as the nave and transept but have slightly lower hipped roofs. All roofs are covered with slates in Maas bond. On the ridge ends wrought iron ornaments. On either side of the 16th century tower two chapels have been built which are connected to the church via an intermediate section. The chapels are covered with hipped roofs with slates in Maas bond. Ridge and gutter height are lower than those of the church. The chapels are 2/6ths enclosed, the one on the north side has two bays, the one on the south side one.

The unjointed buttresses in the side gables mark the bay division of the church. The bays are articulated by two tall pointed arch windows with leaded glass and brick traceries. In the transept apses simple pointed arch windows with leaded glass, separated by buttresses. All bays and the transept arms are crowned by a roof dormer with shutters under a hipped roof. The choir is 3/8ths enclosed and surrounded by radiating chapels.

The window sills all lie at the same height and coincide with a drip moulding running around the whole. Through this horizontal element the church gains a plinth. Partly also due to the robust tower, the vertical effect of the neogothic church is minimal in its full extent.

The sacristy stands between the church and the parsonage and is connected to both via a flatly covered intermediate section. The sacristy has a rectangular ground plan under a steep hipped roof with slates and finials on the ridge. The pointed arch windows are fitted with leaded glass windows and executed with brick tracery. In the roof panel at the front a small roof dormer as on the roof of the church.

The interior of the church is in original condition. The nave is two bays long, choir and transept arms are accentuated by compound vaults. Further simple cross vaults. The original furnishings of the church, including the wooden benches, are still present. Particular attention should be paid to the stained glass windows of the Nicolas family, and the pulpit and altar, beautifully executed to a design by F.W. Mengelberg. The interior of the sacristy is also executed with compound vaults.

Valuation

Roman Catholic Church St. Pancratius of cultural, architectural and urban planning significance:

- because of the exemplary quality of the church for the production and thought of the St. Bernulphus Guild.

- as a Gesamtkunstwerk in which the existing tower, the church and the interior are integrated in a restrained manner.

- because of its location at the Raadhuisplein, in the old centre of Tubbergen.

- because of the integrity of the church, both exterior and interior, including fittings and furnishings.

- because of the rarity of "total products" of the St. Bernulphus Guild.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map