Rijksmonumentenregister · Netherlands
Buitenplaats Twickel
Ambt Delden, Overijssel, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Function
- Landhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Twickelerlaan 1 A, 7495 VG Ambt Delden (Hof van Twente 23)
- Place
- Ambt Delden
- Municipality
- Hof van Twente
- Province
- Overijssel
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.26635, 6.71496
- Part of complex
- 507545
- Monument number
- 507544
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUtrecht University Library
5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Ditio Trans Isulana." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving onderdeel 1:
HOOFDGEBOUW (Twickel). Een geheel omgracht hoofdgebouw in vier verschillende bouwfasen tot stand gekomen, dat aan drie zijden rondom een binnenplaats is gebouwd. Het voorste deel van het huis dateert uit het midden van de 16de eeuw, het achterste deel uit 1692 met aan de achterzijde een uitspringende 17de-eeuwse lange zijvleugel (zuidwest) en een 19de-eeuwse korte zijvleugel met torentje (noordwest). Het geheel staat op een hoog zandstenen basement (souterrain). De in renaissance-stijl opgetrokken voorgevel en vierkante oosttoren behoren tot de eerste bouwfase vanaf 1551, zoals de inscriptie op de gevelsteen aangeeft. Het gedeelte links van de poort werd in het volgende jaar gebouwd. De hoektoren zal ongeveer tegelijkertijd opgetrokken zijn. Het rechter gedeelte van de voorgevel moet jonger zijn, getuige een bouwnaad en de toepassing van een ander baksteenformaat. Gezien de scheve plaatsing van de topgevel en de onregelmatige indeling van de ingangspartij is het niet waarschijnlijk dat het front in zijn oorspronkelijke gedaante bewaard is gebleven (Ter Kuile). Het baksteenmuurwerk van de gevel wordt onderbroken door zandstenen speklagen en gedecoreerd met eveneens zandstenen sierstukken. Het dak, een met leien gedekt schilddak, bevat vier regelmatig geplaatste dakkapellen bekroond met een driehoekig fronton en twee vierkante schoorstenen van baksteen met natuurstenen hoekblokken. Centraal in de symmetrisch ingerichte frontgevel bevindt zich een topgevel met waterlijsten en voluutvormige schouderstukken (kraagstenen) van natuursteen. De top eindigt in een gemetselde schoorsteen van latere datum. De ingangspartij bestaat uit een dubbele glazen deur onder een korfboog met een rechthoekige omlijsting. Daarboven is de gedenksteen met de wapenschilden Van Raesfelt en Van Twickelo aangebracht, bekroond met een driehoekig fronton dat versierd is met een leeuwekop. Op het fronton verheft zich een natuurstenen beeldhouwwerk van de slang in de Boom der Kennis, gevolgd door een reliëf van de Aanbidding van de drie koningen. Tenslotte in de topgevel de Ster van Bethlehem. De iconografie van deze christelijke symbolen is typisch voor de Renaissance. De ingangsdeur wordt geflankeerd door twee halve zuilen met Corinthische kapitelen, waarop de beelden van Adam en Eva staan. De in 1848 geplaatste kopieën van de oorspronkelijke beelden, gemaakt door de Duitse beeldhouwer Ney, zijn in 1993 vervangen door nieuwe zandstenen exemplaren. Tussen de wapensteen en de beelden bevinden zich twee smalle schuifvensters gevat in een zandstenen omlijsting bekroond door een driehoekig fronton met een man- en vrouwenhoofd Direct boven deze in de topgevel zijn twee identieke vensters geplaatst. Aan weerszijden van de ingangspartij bevinden zich twee gelijkvormige vensterassen, waarvan de eerste wordt gevormd door een zandstenen arkel die zich over twee bouwlagen uitstrekt. De arkels worden gedragen door vijf laatgotisch geprofileerde consoles. In de zijkanten en voorzijde van de arkels zijn boven elkaar twee schuifvensters met roedenverdeling aangebracht, waartussen rechthoekige vakken met in totaal 24 adellijke wapens, de kwartieren (vernieuwd in 1881). In de dakgevel boven de arkels bevinden zich twee meerruits schuifvensters binnen een zandstenen omlijsting bekroond met voluten en een driehoekig fronton. De tweede vensteras bevat drie boven elkaar geplaatste schuifvensters in een eenvoudige achttiende-eeuwse omlijsting. De vensters op de verdieping worden door een fronton met respectievelijk een man- en vrouwenhoofd bekroond. De westgevel heeft een onregelmatige indeling met meerruits schuifvensters gevat in een eenvoudige natuurstenen omlijsting. Een bouwnaad duidt op de bouwfase uit 1692 waarvoor ten behoeve van het trappenhuis een groot rondboogvenster met roedenverdeling en een rozetvenster geplaatst werden. Aansluitend op de frontgevel staat de zuidtoren, waarvan een gedeelte van de noordgevel nog het oorspronkelijke muurwerk met de speklagen heeft bewaard, maar de overige gevels in de 19de eeuw voorzien zijn van een mantel van rode baksteen. Boven de brede geprofileerde gootlijst met kraagstenen verheft zich een met leien gedekte spits die er in 1847 op is geplaatst. De indeling van de voorgevel van de toren is na 1786 ontstaan, want een tekening van Tavernier van dat jaar geeft nog de oude indeling weer (op deze tekening is ook nog het belvedère aangegeven). De oostgevel van de toren bevat twee vensterassen met een zelfde opbouw: op de bel etage balkondeuren met roedenverdeling en een gesmede balustrade om het balkon dat steunt op vier consoles, vervolgens twee boven elkaar geplaatste meerruits schuifvensters met luiken en bekroond door een driehoekig fronton. Midden in de dakgevel een dakkapel in natuurstenen omlijsting en een fronton met aan weerszijden twee natuurstenen dennenappels. De noordgevel van de toren bestaat uit drie boven elkaar geplaatste schuifvensters met roeden en bekroond door een fronton. Een zelfde indeling heeft de zuidgevel, alleen bestaat de as uit twee dubbele balkondeuren met een natuurstenen balustrade en daarboven een kruisvenster met luiken en een fronton. Tegen de westkant van de vierkante toren is in de eerste helft van de 17de eeuw een langgerekte zuidgevel van baksteen met speklagen onder een met leien gedekt schilddak aangebouwd met in de hoek (toren/zuidgevel) een omgang daterend van 1896. De acht traveeën van de zuidgevel (oorspronkelijk wellicht tien, zie tekening Tavernier) en de twee traveeën van de kopse gevel hebben dezelfde opbouw. Allereerst in het zandstenen basement een getralied keldervenster onder halfronde ontlastingsbogen, vervolgens twee boven elkaar geplaatste meerruits schuifvensters met luiken en in de dakgevel afwisselend een natuurstenen dakkapel bestaande uit een half kruisvenster met luiken onder een fronton en een dakraam. De vijfde en zesde as hebben op de bel-etage twee balkondeuren met elkaar verbonden door een doorlopend balkon met ijzeren balustrade gedragen door vier consoles. In het basement middenonder het balkon is een poortje dat alleen bereikbaar is via de gracht. Deze toegang werd gebruikt om vee naar het onderhuis te brengen waar het werd geslacht. In de hoekomgang zijn vensters met roedenverdeling en segmentvormige bovenlichten en daarboven een terrasbalkon met zandstenen balustrade en een tweede aanbouw. De gevel aan de binnenplaats heeft op de begane grond dicht gemetselde vensters met korfbogen en op de verdieping, die rond ca. 1700 is beklampt, is in het midden een dichtgemetseld medaillon venster met aan weerszijden twee schuifvensters met roedenverdeling waarvan de meest rechtse is dichtgemetseld. In de dakgevel twee symmetrisch geplaatste dakkapellen gelijk aan de voorgenoemde. De frontgevel is in 1692 naar ontwerp van Jacob Roman aan de achterzijde met een boven- en benedengalerij en twee uitspringende vierkante hoekpaviljoens uitgebreid. Een gedenksteen met het wapen van Van Wassenaer en het jaartal in deze met vlakke pilasters gelede achtergevel herinnert aan de uitbreiding. Het oorspronkelijke frontgebouw was aan de zijde van de binnenplaats voorzien van open zuilarcaden. Gelijkvloers vijf rondboogvensters met roedenverdeling en luiken, daarboven rechthoekige schuifvensters met roedenverdeling en dakkapellen, gelijk aan die van de zuidgevel. Voor de glazen ingangsdeur, gelegen in de as van het huis (asymmetrisch in de achtergevel) een klassieke portico uit 1851, bestaande uit twee zuilen met Ionische kapitelen die een balkon dragen voorzien van een gesmede balustrade. De hoekpaviljoens onder een met leien gedekt tentdak met bakstenen schoorsteen. In 1847 is de noordgevel met toren tot stand gekomen naar ontwerp van de architect R. Hesketh. Een rechthoekige woontoren op zandstenen basement, waarin getraliede vensters. Daarboven een mezzanino en een bel-etage. Alle vier de gevels hebben dezelfde indeling: de tussenverdieping bevat een zesruits venster met blokwerk en de bel-etage heeft grote twaalfruits vensters met metalen roedenverdeling en geprofileerde natuurstenen omlijstingen bekroonde met een fronton. Aan de zuidzijde een frontonbekroning. Het traptorentje onder spits met leien gedekt tentdak.
INWENDIG: vanaf 1896 tot 1922 is de aankleding van het interieur bijna volledig door S.W. Weatherley en M.J. Teunissen in historiserende Engelse en Franse neostijlen veranderd. De 17de-eeuwse indeling van de ruimte in appartementen is echter grotendeels ongeschonden gebleven. In de hoofdgevel aan de achterzijde ligt over de lengte van het huis de beneden- en bovengalerij. Het stucplafond van de benedengalerij is uitgevoerd met de wapens van Van Raesfelt/ Van Wasssenaer Obdam en het trappenhuis heeft een koepelvormig stucplafond, beide naar ontwerp van Jacob Roman uit 1692. Uit deze tijd dateert ook de gaaf bewaard gebleven houten wenteltrap in het hoekpaviljoen (noordwest). In de benedengalerij (grote zaal) is een marmeren schoorsteenpartij met het wapen van baron Van Heeckeren van Wasssenaer. De decoratie is naar ontwerp van R. Otto uit Berlijn en is uitgevoerd door Farmer en Brindley in opdracht van Weatherly (rond 1900). De bovengalerij is naar ontwerp van Hesketh in neostijl uitgevoerd. In de zgn. 'Wassenaerskamers' zijn de betimmeringen en de witmarmeren schoorsteenpartij naar ontwerp van Teunissen in Hollandse régence-stijl uitgevoerd (1901), het stucwerk en de buffetnis echter zijn laat 18de-eeuws. De schoorsteen heeft een schildering van een 'grauwtje' van J. de Wit. In de Drostenkamer, ook Witte Zaal genoemd, is in 1899 een rijk bewerkte marmeren schoorsteen, afkomstig van het Huis Portugal te Delft, geplaatst. Op de boezem een tafereel van Minerva op haar troon vervaardigd door J.P. van Bauerscheit de Jonge in 1737. Alle sanitaire voorzieningen bezitten de originele inrichting en betegeling zoals aangebracht na de installering van stromend water in 1894. In het onderhuis bevinden zich de dienstvertrekken en keuken met een rond 1900 aangebracht fornuis. De kelder heeft vlakke kruisgewelven op gemetselde middenpijlers, waarschijnlijk laat 17de-eeuws.
Waardering
HOOFDGEBOUW (Twickel) van algemeen belang
- vanwege de ouderdom;
- vanwege de architectonische vormgeving met renaissance voorgevel;
- vanwege de vrij gaaf bewaard gebleven 17de-eeuwse ruimte-indeling van het kasteel en de naar ontwerp van Roman uitgevoerde 17de-eeuwse stucplafonds van de benedengalerij en koepel;
- vanwege het voornamelijk 19de-eeuwse op Engeland geïnspireerde interieur;
- vanwege de kenmerkende ligging binnen de parkaanleg in landschapsstijl;
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description of component 1:
MAIN BUILDING (Twickel). A main building, entirely surrounded by a moat, built in four different construction phases, constructed around a courtyard on three sides. The front part of the house dates from the mid-16th century, the rear part from 1692 with a projecting 17th-century long side wing (southwest) and a 19th-century short side wing with a small tower (northwest) on the rear. The whole stands on a high sandstone basement (souterrain). The Renaissance-style front facade and square east tower belong to the first construction phase from 1551, as indicated by the inscription on the facade stone. The section to the left of the gate was built in the following year. The corner tower was likely erected at approximately the same time. The right section of the front facade must be younger, as evidenced by a construction joint and the use of a different brick format. Given the skewed placement of the top gable and the irregular layout of the entrance section, it is unlikely that the front has been preserved in its original form (Ter Kuile). The brick masonry of the facade is interrupted by sandstone bands and decorated with sandstone ornamental pieces. The roof, a hipped roof covered with slate, contains four regularly placed roof dormers crowned with a triangular pediment and two square brick chimneys with natural stone corner blocks. Centrally in the symmetrically arranged front facade is a top gable with drip moulding and volute-shaped corbels (cramp stones) of natural stone. The top ends in a masonry chimney of later date. The entrance section consists of a double glazed door under a corbel arch with a rectangular frame. Above it is the memorial stone with the coats of arms of Van Raesfelt and Van Twickelo, crowned with a triangular pediment decorated with a lion's head. On the pediment rises a natural stone sculpture of the serpent in the Tree of Knowledge, followed by a relief of the Adoration of the Magi. Finally in the top gable the Star of Bethlehem. The iconography of these Christian symbols is typical of the Renaissance. The entrance door is flanked by two half columns with Corinthian capitals, on which stand the figures of Adam and Eve. The copies of the original figures, made in 1848 by the German sculptor Ney, were replaced in 1993 by new sandstone examples. Between the coat of arms stone and the figures are two narrow sash windows set in a sandstone frame crowned by a triangular pediment with a male and female head. Directly above these in the top gable are two identical windows placed. On either side of the entrance section are two similar window bays, the first of which is formed by a sandstone arch extending over two storeys. The arches are supported by five late Gothic moulded corbels. On the sides and front of the arches are two sash windows with glazing bars arranged one above the other, with rectangular panels between them containing a total of 24 coats of arms, the quarters (renewed in 1881). In the roof gable above the arches are two multi-light sash windows within a sandstone frame crowned with volutes and a triangular pediment. The second window bay contains three sash windows arranged one above the other in a simple 18th-century frame.
The windows on the storey are crowned by a pediment with respectively a male and female head. The west facade has an irregular layout with multi-pane sash windows set in a simple stone surround. A construction joint indicates the building phase from 1692 for which a large round-arched window with glazing bars and a rose window were placed for the stairwell. Adjoining the front facade stands the south tower, of which part of the north facade has retained the original masonry with speckstone courses, but the remaining facades were provided with a mantle of red brick in the 19th century. Above the broad moulded gutter with corbel stones rises a pointed roof covered with slates that was placed on it in 1847. The layout of the tower's front facade was created after 1786, as a drawing by Tavernier from that year still shows the old layout (this drawing also still indicates the belvedere). The east facade of the tower contains two window axes with the same structure: on the bel etage glass doors with glazing bars and a wrought iron balustrade around the balcony supported on four consoles, then two multi-pane sash windows placed one above the other with shutters and crowned by a triangular pediment. In the middle of the roof facade a dormer in stone surround and a pediment with stone pine cones on either side. The north facade of the tower consists of three sash windows placed one above the other with glazing bars and crowned by a pediment. The south facade has the same layout, except the axis consists of two double glass doors with a stone balustrade and above it a cross window with shutters and a pediment. Against the west side of the square tower a long south facade of brick with speckstone courses was added in the first half of the 17th century, under a slate-covered hipped roof, with on the corner (tower/south facade) an ambulatory dating from 1896. The eight bays of the south facade (originally perhaps ten, see Tavernier drawing) and the two bays of the gable end have the same structure. First in the sandstone basement a barred cellar window under semi-circular relieving arches, then two multi-pane sash windows placed one above the other with shutters and in the roof facade alternating a stone dormer consisting of a half cross window with shutters under a pediment and a roof light. The fifth and sixth axes have on the bel-etage two glass doors connected to each other by a continuous balcony with iron balustrade supported by four consoles. In the basement directly below the balcony is a small door that is only accessible via the moat. This access was used to bring livestock to the lower house where it was slaughtered. In the corner ambulatory are windows with glazing bars and segmental fanlights and above it a terrace balcony with sandstone balustrade and a second extension. The facade to the courtyard has on the ground floor walled-up windows with basket arches and on the storey, which was belted around ca. 1700, in the middle a walled-up medallion window with on either side two sash windows with glazing bars of which the rightmost is walled up. In the roof facade two symmetrically placed dormers identical to the aforementioned. The front facade was extended in 1692 after a design by Jacob Roman on the rear side with an upper and lower gallery and two projecting square corner pavilions.
A commemorative stone with the coat of arms of Van Wassenaer and the date on this rear facade, articulated with flat pilasters, recalls the extension. The original front building was furnished on the courtyard side with open colonnades with round arches. On the ground floor five round-arched windows with glazing bars and shutters, above them rectangular sash windows with glazing bars and roof dormers, similar to those on the south facade. Before the glazed entrance door, located on the axis of the house (asymmetrical on the rear facade) a classical portico from 1851, consisting of two columns with Ionic capitals bearing a balcony furnished with a wrought-iron balustrade. The corner pavilions under a tent roof covered with slate and brick chimneys. In 1847 the north facade with tower was constructed according to the design of architect R. Hesketh. A rectangular residential tower on a sandstone basement, containing barred windows. Above this a mezzanine and a piano nobile. All four facades have the same arrangement: the intermediate storey contains a six-pane window with rustication and the piano nobile has large twelve-pane windows with metal glazing bars and moulded natural stone surrounds crowned with a pediment. On the south side a pediment crowning. The small stair tower under a steeply pitched slate-covered tent roof.
INTERIOR: from 1896 to 1922 the interior decoration was almost completely altered by S.W. Weatherley and M.J. Teunissen in historicizing English and French neoclassical styles. The 17th-century spatial division into apartments has, however, remained largely intact. In the main facade on the rear side lie the lower and upper gallery along the length of the house. The stucco ceiling of the lower gallery is executed with the coats of arms of Van Raesfelt/Van Wassenaer Obdam and the stairwell has a dome-shaped stucco ceiling, both designed by Jacob Roman in 1692. From this period dates also the well-preserved wooden spiral staircase in the corner pavilion (northwest). In the lower gallery (great hall) is a marble fireplace with the coat of arms of Baron Van Heeckeren van Wassenaer. The decoration is designed by R. Otto from Berlin and was executed by Farmer and Brindley on behalf of Weatherly (around 1900). The upper gallery was executed in neoclassical style according to the design of Hesketh. In the so-called 'Wassenaer rooms' the panelling and the white marble fireplace were executed according to the design of Teunissen in Dutch régence style (1901), the stucco and the buffet niche are, however, late 18th-century. The chimney piece has a painting of a 'grauwtje' by J. de Wit. In the Drostenkamer, also called the White Room, a richly worked marble fireplace, originating from the House Portugal in Delft, was installed in 1899. On the frieze a scene of Minerva on her throne made by J.P. van Bauerscheit the Younger in 1737. All sanitary facilities possess the original fittings and tiling as installed after the installation of running water in 1894. In the underbuild are the service rooms and kitchen with a stove installed around 1900. The cellar has flat cross vaults on masonry central pillars, probably late 17th-century.
Valuation
MAIN BUILDING (Twickel) of general importance
- on account of its age;
- on account of the architectural design with Renaissance front facade;
- because of the remarkably well-preserved 17th-century spatial layout of the castle and the 17th-century stucco ceilings of the lower gallery and dome executed after a design by Roman;
- because of the interior, principally inspired by 19th-century England;
- because of the characteristic location within the park layout in landscape style;
- because of the functional-spatial relationship with the other components of the country estate.
Nearby in the register
- Tuin, park en plantsoen, Twickelerlaan bij 1 aTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Zonnewijzer, Twickelerlaan bij 1 aTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Twickelerlaan bij 1 ATuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Twickelerlaan bij 1 aTuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.