Rijksmonumentenregister · Netherlands
Boerderij, Reinste Abdenaweg 1
Midwolda, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1858
- Address
- Reinste Abdenaweg 1, 9681 BC Midwolda (Oldambt 20)
- Place
- Midwolda
- Municipality
- Oldambt
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.19554, 7.00374
- Part of complex
- 506445
- Monument number
- 506446
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1825 map "V.1:1-5: V:1. Niederlande: Prov: 16. Groningen. 17. Drenthe" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving complexonderdeel 1
Inleiding
Op een ruim erf gelegen OLDAMBTSTER BOERDERIJ die, getuige de hardstenen dedenksteen in de stoep van de hoofdentree, gebouwd is in 1858 door P.R. Buurma en E.J.A. Land. Een tweede hardstenen gedenksteen boven de middelste schuurdeur in de achtergevel vermeldt de volgende inscriptie: 'P.R.H. & T.D. 1877'. De boerderij omvat een woongedeelte uit 1858 met de kenmerken van het Eclecticisme en de Chaletstijl en een doelmatig vormgegeven schuurgedeelte uit 1877; het geheel wordt gedekt door een driezijdig met pannen belegd schilddak met wolfeind aan achterzijde. Het interieur is aan het beging van de 20ste eeuw aangepast aan de smaak van de tijd, getuige onder meer de aanwezigheid van Art Nouveau- en Art-Deco-motieven.
Inwendig zijn nog enkele elementen aan te treffen die er op wijzen dat de boerderij (gedeeltelijk) is opgetrokken op de fundamenten van een oudere 18de-eeuwse voorganger, zoals de met plavuizen belegde keldervloeren en de gedeeltelijk betegelde wanden.
Omschrijving
Het geheel onderkelderde, twee bouwlagen hoge VOORHUIS wordt gedekt door een zadeldak van donkerblauwe geglazuurde Hollandse pannen met een schoorsteen op de nok. Langs de overstekken die door versierde gietijzeren beugels worden ondersteund, loopt een houten sierlijst met druiventros- motieven. De gevels hebben een blokpleistering; het trasraam met waterlijst aan de bovenzijde is eveneens gepleisterd.
De westgevel heeft drie keldervensters, drie vensters op de begane grond, twee kleine zoldervensters en een groter zoldervenster met openslaande deuren. De oostgevel drie keldervensters, drie vensters op de begane grond en drie kleine zoldervensters. De voorgevel heeft aan weerszijden van het middenrisaliet twee vensters op de begane grond en twee grote zoldervensters met vernieuwde kozijnen. Alle vensters van het voorhuis worden beeindigd door een geornamenteerde gepleisterde segmentboog. De schuifvensters op de begane grond aan de west en voorgevel hebben houten stores, gedecoreerd met bijenmotief. De voorgevel heeft een klassieke, symmetrische opbouw met middenrisaliet waarin de hoofdingang met drietreeds hardstenen stoep. De houten voordeur bestaat uit twee paneeldeuren met in de bovenste delen glas waarvoor aan de buitenzijde smeedwerk met Art Nouveau-motieven is aangebracht. Boven de deur een halfrond bovenlicht met gekleurd glas-in-lood; rondom voordeur en bovenlicht een omlijsting; aan weerszijden hiervan pilasters met composietkapiteel. Boven de deuromlijsting een rechthoekig houten balkon met een smeedijzeren hekwerk ondersteund door geornamenteerde houten consoles. Het balkonvenster met dubbele deuren en halfrond bovenlicht heeft een omlijsting met Korinthische pilasters en een kuif van pleisterwerk. Boven het balkonvenster een omlijste gevelsteen, voorstellende een boerenwagen met menner en de achterhand van een paard, een ploeg en een bijenkorf als metaforen voor welvaart en nijverheid.
Het SCHUURGEDEELTE, dat op verdiepinghoogte van de woongedeelte wordt gescheiden door ijzeren branddeuren, is geheel opgemetseld in rode Groninger vormbaksteen. Door middel van twee krimpen aan de westgevel en een aan de oostgevel versmalt het schuurgedeelte zich naar het voorhuis. Het wordt gedekt door een zadeldak met aan de achterzijde een wolfeind van oranje Hollandse pannen; ter hoogte van de tweede krimp in de westgevel twee gemetselde schoorstenen; op de hoeknok een houten dakruiter. In de westgevel bevindt zich, in de tweede krimp, de tweede ingang met een houten paneeldeur waarvan de twee bovenste delen van glas met daarvoor gedecoreerde gietijzeren roosters. Aan weerszijden van de voordeur twee zesruitsvensters; rechts van de voordeur een kleiner venster. Op de hoek met het voorhuis een veranda met een dubbele deur en een gebogen afdak. In de eerste krimp de dienstingang, een houten deur en drie zesruitsvensters alsmede een waterpomp. De westgevel wordt ter hoogte van de tweede krimp beeindigd door een houten lijst en een mastgoot; de rest van de gevel heeft alleen een mastgoot. Langs de oostgevel een ijzeren bakgoot. In de krimp van de oostgevel bevindt zich een opgeklampte dubbele schuurdeur. De achtergevel wordt beeindigd door een kroonlijst; langs de schuine gevelgedeelten vlechtwerk. In de achtergevel drie opgeklampte dubbele schuurdeuren. De middelste en kleinste schuurdeur wordt beeindigd door een korfboog met de bovengnoemde gevelsteen als sluitsteen. De rechter schuurdeur heeft een rechthoekig bovenlicht met roeden en daarboven een laag strekken. De linker en grootste schuurdeur heeft een getoogde latei. Tussen de schuurdeuren een klein segmentboogvenster met gietijzeren roeden; boven de schuurdeuren drie identieke vensters. Rechts van de rechter schuurdeuren een klein rechthoekig venster.
Het INTERIEUR van zowel voorhuis als schuurgedeelte is wat indeling en materiaalgebruik betreft zeer gaaf. Het VOORHUIS heeft in het midden een gang met aan weerszijden twee kamers. Tussen de kamers bevindt zich een kastenwand met doorgang. Alle kamers hebben schuifvensters met blinden en geornamenteerde houten vensterbanken. Het onderkelderde voorhuis heeft een houten vloer. De gang heeft gepleisterde wanden en rood gemarmerde lambrizering die wordt beeindigd door een lijst met geschilderde sierrand in Art Nouveau-stijl. Aan weersz ijden twee paneeldeuren met elk een omlijsting en middenboven een cartouche met twee tortelende duiven. Rondom cartouche en omlijsting een geschilderde sierrand met Art Nouveau-motieven. Aan het einde van de hoofdgang een dubbele houten deur met omlijsting en in het bovenste deel glas dat met Art Nouveau- motieven is beschilderd. De wanden worden beeindigd door kroonlijst. Plafond van pleisterwerk met eclectische decora- ties.
De voorste kamer aan de oostzijde, vroeger vermoedelijk de pronkkamer, heeft aan de noordzijde een kastenwand met vijf kasten en een bedstee. Op de wanden nog het originele behang. Tegen de oostgevel een gepolijste grijsmarmeren schoorsteenmantel in Art Deco-stijl met smeedijzeren antracietkachel eveneens in Art Deco-stijl. Hierboven een spiegel gevat in houtsnijwerk voorstellende spelende kinderen; daarboven een schildering met gele rozen. Het plafond heeft eclectisch stucwerk met een geschilderde sierrand in Art Nouveau-stijl.
De wanden van voorste kamer aan westzijde, vroeger vermoed elijk de eetkamer, hebben origineel behang. Aan de westgevel gepolijste zwartmarmeren schoorsteenmantel in eclectische stijl. Boven de schoorsteenmantel een spiegel met daarboven een schildering met twee parkieten en rode rozen; het geheel omlijst door houtsnijwerk en afgesloten door een gedecoreerde kroonlijst.
In de achterste kamer aan de westzijde een bedstee met omlijsting van houtsnijwerk in Art Nouveau-stijl. Plafond beschilderd met Art Nouveau-motieven. In de achterste kamer aan de oostzijde een kastenwand met twee bedsteden en twee kasten; origineel behang; plafond met Art Nouveau- schilderingen.
De kelder onder het gehele voorhuis heeft nog de oorspronkelijke indeling met bewaarplaatsen voor fruit en aardappelen, een vliegenkast en een karnkelder. Vloer van (oudere) rode geglazuurde vierkante plavuizen; ouder balkenplafond; 18de-eeuws blauw-wit tegelwerk en witgepleisterde wanden; blauw geverfd houtwerk. In oost- en westgevel twee vensters.
Op de zolder een afgetimmerde gastenslaapkamer met twee bedsteden met omlijsting van houtsnijwerk, die vanuit de dwarsgang door middel van een zeer smalle rijk bewerkte gietijzeren spiltrap bereikbaar is.
Het SCHUURGEDEELTE heeft nog de oorspronkelijke indeling, bestaande uit een woongedeelte voor dagelijks gebruik, een stal voor koeien en klein vee, een paardenstal en een gedeelte met tasruimte en deel. Het dak van het schuurgedeelte rust op houten gebinten; houten sporenkap. In het voorste gedeelte aan de westzijde liggen achtereenvolgens nog een woonkamer, toilet, slaapkamer, keuken, bijkeuken en een gang van de hoofdgang naar de tweede ingang die de kamers ontsluit.
De gang is belegd met zwarte en witte tegels; de wanden zijn wit gepleisterd met een grijs gemarmerde lambrizering; alle gangdeuren zijn paneeldeuren. In de woonkamer aan de noorzijde een kastenwand met twee bedsteden en een kast; origineel behang; de deur naar de tweede gang heeft in het bovenste deel glas dat met Art Nouveau-motieven is beschilderd; plafond met betimmerde balk- lagen met daartussen rozetten van stucwerk; tegen de westgevel een schoorsteenmantel van gepolijst zwartgeaderd marmer met daarboven een spiegel gevat in houtsnijwerk en omlijsting van pleisterwerk met aan weerszijden een pilaster en aan de bovenkant een versierde kroonlijst. De indeling van de keuken is nog de oorspronkelijke met schouw en koperen waterpomp; plafond met betimmerde balklaag; vloer van zwarte en witte tegels.
Aan de westzijde de stal voor koeien en klein vee met nog de oorspronkelijke indeling met houten boxen voor koeien en paarden; de sporenkap rust gedeeltelijk op de stijlen van de boxen. Midden in het achterste schuurgedeelte ligt de stal voor de trekpaarden met nog de oorspronkelijke houten boxen.
Waardering
Oldambtster boerderij met oorspronkelijke indeling van woon- en schuurgedeelte van algemeen cultuur- historisch en architectuurhistorisch belang:
- wegens de ouderdom;
- wegens de bouwgeschiedenis;
- als voorbeeld van de ontwikkeling van het Oldambtster boerderijtype in het Oldambt in de periode 1850-1 940;
- wegens de architectonische vormgeving, het materiaalgebruik en de ornamentiek;
- wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur;
- wegens de zeer hoge mate van gaafheid van exterieur en interieur en de zeer waardevolle interieuronderdelen;
- wegens de functionele relatie met de andere beschermde onderdelen van het complex.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description of complex component 1
Introduction
On a spacious plot of land, an OLDAMBTSTER FARMHOUSE which, as evidenced by the hardstone commemorative stone in the step of the main entrance, was built in 1858 by P.R. Buurma and E.J.A. Land. A second hardstone commemorative stone above the middle barn door in the rear gable bears the following inscription: 'P.R.H. & T.D. 1877'. The farmhouse comprises a residential section from 1858 with characteristics of Eclecticism and Chalet style and a purposefully designed barn section from 1877; the whole is covered by a hipped roof covered on three sides with tiles with a half-hipped roof on the rear side. The interior was adapted to contemporary taste at the beginning of the 20th century, as evidenced by, among other things, the presence of Art Nouveau and Art Deco motifs.
Internally, several elements can still be found indicating that the farmhouse is (partially) constructed on the foundations of an older 18th-century predecessor, such as the basement floors laid with tiles and partially tiled walls.
Description
The entirely cellared, two-storey FRONT HOUSE is covered by a gabled roof of dark blue glazed Dutch tiles with a chimney on the ridge. Along the eaves, which are supported by decorated cast-iron brackets, runs a wooden decorative moulding with grape-bunch motifs. The gables have block-rendered finish; the ashlar course with drip moulding at the top is likewise rendered.
The west gable has three basement windows, three windows on the ground floor, two small attic windows and a larger attic window with opening doors. The east gable has three basement windows, three windows on the ground floor and three small attic windows. The front gable has, on either side of the central risalit, two windows on the ground floor and two large attic windows with renewed frames. All windows of the front house are topped with an ornamental rendered segmental arch. The sash windows on the ground floor on the west and front gable have wooden blinds, decorated with bee motifs. The front gable has a classical, symmetrical composition with a central risalit in which the main entrance with three-stepped hardstone step is located. The wooden front door consists of two panel doors with glass in the upper parts, outside of which wrought iron with Art Nouveau motifs is fitted. Above the door a semicircular fanlight with coloured stained glass; around the door and fanlight a surround; on either side of this pilasters with composite capitals. Above the door surround a rectangular wooden balcony with wrought iron railings supported by ornamental wooden consoles. The balcony window with double doors and semicircular fanlight has a surround with Corinthian pilasters and a cornice of plasterwork. Above the balcony window a surrounded wall stone, depicting a farm wagon with driver and the hindquarters of a horse, a plough and a beehive as metaphors for prosperity and industry.
The BARN SECTION, which is separated at floor level from the residential section by iron fire doors, is entirely built in red Groninger moulded brick. By means of two offsets on the west gable and one on the east gable, the barn section tapers towards the front house. It is covered by a gabled roof with a half-hipped roof of orange Dutch tiles on the rear side; at the height of the second offset on the west gable two built-in chimneys; at the corner ridge a wooden roof lantern. In the west gable, in the second offset, the second entrance with a wooden panel door, the two upper parts of which are glass with decorated cast-iron grilles in front. On either side of the front door two six-pane windows; to the right of the front door a smaller window. On the corner with the front house a veranda with a double door and a curved canopy. In the first offset the service entrance, a wooden door and three six-pane windows as well as a water pump. The west gable is finished at the height of the second offset with a wooden moulding and a guttering; the rest of the gable has only guttering. Along the east gable an iron gutter. In the offset of the east gable an affixed double barn door. The rear gable is finished with a cornice; along the sloping gable sections wickerwork. In the rear gable three affixed double barn doors. The middle and smallest barn door is finished with a basket arch with the aforesaid wall stone as a keystone. The right barn door has a rectangular fanlight with glazing bars and above it a low course of stretchers. The left and largest barn door has a curved lintel. Between the barn doors a small segmental arch window with cast-iron glazing bars; above the barn doors three identical windows. To the right of the right barn doors a small rectangular window.
The INTERIOR of both front house and barn section is very well preserved as regards layout and use of materials. The FRONT HOUSE has in the middle a passage with two rooms on either side. Between the rooms there is a wall of closets with a passage. All rooms have sash windows with blinds and ornamental wooden window sills. The cellared front house has a wooden floor. The passage has rendered walls and red marbled dado that is finished with a moulding with painted decorative border in Art Nouveau style. On either side two panel doors each with a surround and in the centre above a cartouche with two cooing doves. Around the cartouche and surround a painted decorative border with Art Nouveau motifs. At the end of the main passage a double wooden door with surround and in the upper part glass that is painted with Art Nouveau motifs. The walls are finished with a cornice. Plasterwork ceiling with eclectic decoration.
The front room on the east side, formerly presumably the best room, has on the north side a wall of closets with five closets and a bed alcove. On the walls the original wallpaper remains. Against the east gable a polished grey-marble mantelpiece in Art Deco style with a wrought-iron anthracite stove also in Art Deco style. Above this a mirror set in carved wood depicting playing children; above it a painting with yellow roses. The ceiling has eclectic stucco work with a painted decorative border in Art Nouveau style.
The walls of the front room on the west side, formerly presumably the dining room, have original wallpaper. On the west gable a polished black-marble mantelpiece in eclectic style. Above the mantelpiece a mirror with above it a painting with two parakeets and red roses; the whole framed by carved wood and finished with a decorated cornice.
In the back room on the west side a bed alcove with surround of carved wood in Art Nouveau style. Ceiling painted with Art Nouveau motifs. In the back room on the east side a wall of closets with two bed alcoves and two closets; original wallpaper; ceiling with Art Nouveau paintings.
The cellar beneath the entire front house retains its original layout with storage places for fruit and potatoes, a fly cupboard and a dairy cellar. Floor of (older) red glazed square tiles; older beam ceiling; 18th-century blue and white tilework and white-rendered walls; blue-painted woodwork. In the east and west gables two windows.
On the attic a partitioned guest bedroom with two bed alcoves with surrounds of carved wood, accessible from the cross passage by means of a very narrow elaborately worked cast-iron spiral staircase.
The BARN SECTION retains its original layout, consisting of a residential section for daily use, a byre for cattle and small livestock, a horse stable and a section with storage space and threshing floor. The roof of the barn section rests on wooden trusses; wooden collar-tie roof truss. In the front section on the west side there are in succession still a living room, toilet, bedroom, kitchen, scullery and a passage from the main passage to the second entrance which opens onto the rooms.
The passage is laid with black and white tiles; the walls are white-rendered with grey-marbled dado; all passage doors are panel doors. In the living room on the north side a wall of closets with two bed alcoves and a closet; original wallpaper; the door to the second passage has in the upper part glass painted with Art Nouveau motifs; ceiling with boarded beam layers with rosettes of stucco work between them; against the west gable a mantelpiece of polished black-veined marble with above it a mirror set in carved wood and surround of plasterwork with on either side a pilaster and at the top a decorated cornice. The layout of the kitchen is still the original with a range and copper water pump; ceiling with boarded beam layer; floor of black and white tiles.
On the west side the byre for cattle and small livestock with the original layout still intact with wooden stalls for cattle and horses; the collar-tie roof truss rests partly on the posts of the stalls. In the middle of the rear barn section lies the stable for draught horses with the original wooden stalls still intact.
Valuation
Oldambtster farmhouse with original layout of residential and barn sections of general cultural and architectural historical significance:
- by reason of age;
- by reason of building history;
- as an example of the development of the Oldambtster farmhouse type in the Oldambt in the period 1850-1940;
- by reason of architectural design, use of materials and ornamentation;
- by reason of the special coherence between exterior and interior;
- by reason of the very high degree of preservation of exterior and interior and the very valuable interior components;
- by reason of the functional relationship with the other protected components of the complex.
Nearby in the register
- Stookhok, BY Reinste Abdenaweg 1Boerderijunder 1 mi
- Schuur(M), BY Reinste Abdenaweg 1Boerderijunder 1 mi
- Tuinhuis, BY Reinste Abdenaweg 1Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, BY Reinste Abdenaweg 1Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.