TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kerk, Het Singel 16

Zwartsluis, Overijssel, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1893
Address
Het Singel 16, 8064 DJ Zwartsluis (Zwartewaterland 23)
Place
Zwartsluis
Municipality
Zwartewaterland
Province
Overijssel
Country
Netherlands
Coordinates
52.64151, 6.06984
Monument number
506332

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De Gereformeerde Doleantiekerk is in 1893 gebouwd door aannemer Weijs na "de Vereniging" tussen een aantal tot dan toe afgescheiden kerkelijke gemeenten. Het kerkgebouw diende ter vervanging van een in 1887 gebouwde houten noodkerk.

Het werd oorspronkelijk aan de linkerzijde geflankeerd door een in neo-renaissance stijl gebouwde kosterswoning annex consistoriekamer, die in de jaren zeventig is afgebroken en vervangen door de bestaande aanbouw met vergaderruimte en pastorie.

De neo-renaissance architectuur van het kerkgebouw is zonder twijfel geënt op de kerkelijke architectuur van Hendrick de Keijser in Amsterdam uit het begin van de 17e eeuw.

Het van oorsprong 18e eeuwse orgel-instrument is in 1973 gebouwd door de fa. Van den Berg en Wendt, met gebruikmaking van oudere onderdelen. Het instrument wordt wegens te weinig monumentale waarden echter niet van rijkswege beschermd; de orgelkas wel.

Omschrijving

De kerk is gelegen in een belangrijke bocht van de in de jaren zeventig gedempte stadssingel. De vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken zaalkerk met deels gepleisterde plint en een met pannen gedekt zadeldak met dakkapelletjes heeft aan de Singelzijde een rijk versierde, symmetrische schoudergevel met kleine torenopbouw. Deze zuidelijke façade vertoont het schilderachtige beeld van de neo-renaissance door gebruik van diverse elementen als hoekblokken, klimmende keperfriesen en speklagen.

De vier geledingen tellende middenrisaliet heeft een groot rondboogvenster boven een reeks van vier kleinere. De uitkragende bovenste gevelgeleding is onder meer voorzien van lisenen op kraagstukken, een geprofileerde deklijst met voluten en een bekroning die bestaat uit een met leien gedekte torenspits. Deze is opgebouwd uit een uitkragende lijst op consoles, een steil tentdak met dakkapelletjes met fronton en boven de insnoering een torenhelm met octogonale naaldspits op rollijst.

De buitenste traveeën van de voorgevel zijn voorzien van aedicula-achtige entreepartijen met voluten, fronton, gedraaide balusters en, geplaatst onder rondboogvensters, zware dubbele paneeldeuren, die waarschijnlijk niet de oorspronkelijke zijn.

De vijf traveeën lange rechter zijgevel is relatief sober met rondboogvensters met boogtraceringen tussen lisenen. Deze vensters zijn geplaatst boven tweelichtvensters (biforen). Rechtsachter in deze gevel bevindt zich een dubbele deur onder een bifoor met glas-in-lood. De achtergevel herhaalt de symmetrische compositie met boogvensters van de voorgevel. Aan de blinde linker zijgevel is in de jaren zeventig genoemde aanbouw gemaakt.

Het interieur van de kerk is symmetrisch over de dwars-as en is voor een groot deel nog in oorspronkelijke staat. Het heeft gestucte muren, een naar de preekstoel aflopende vloer en een houten plafond.

De preekstoel is op een verhoog tegen de westgevel geplaatst in een ondiepe nis met korfboog met geprofileerde rand op uitkragende aanzetstenen. De houten, in neo-renaissance stijl uitgevoerde kuip rust op een zeszijdige kolom met geprofileerde voet. De kuip is eveneens zeszijdig en voorzien van zware, gedraaide hoekbalusters, waartussen verzonken panelen met profiellijsten en een lessenaar op de met velours beklede geprofileerde rand. De trap is licht gebogen. De kansel heeft een houten rugpaneel met voluten in de vleugelstukken en een verlichtingsvenster. Aan weerszijden van de nis hangt een houten bord met fronton en spreuk.

De blinde westgevel is evenals de andere gevels voorzien van een houten lambris en een profiellijst op ca. 1,20 meter hoogte.

In de kerk staan de originele houten banken, (met voluten in de zijkanten en geprofileerde deklijsten) in vijf delen gegroepeerd rondom de preekstoel.

De achterste van de reeksen gebogen hoekbanken staan met de ruggen tegen het vernieuwde ingangsportaal annex trappenhuis.

De deuren en hun omlijsting in dit portaal zijn mogelijk afkomstig uit de oorspronkelijke portalen. De drie zijden van de tegenover de kansel staande gaanderij worden gedragen door de originele houten kolommen met uitkragende koppen en met profielranden aan het bredere basement. De onderkant van het balkon toont de lange geprofileerde vloerbalken die zijn bevestigd aan de op de kolommen liggende raveelbalken. Het balkon is voorzien van nieuwe banken en een nieuwe balustrade.

De kerk heeft een houten plafond met uitkragende randen tegen de dakaanzet en spanten die steunen op twee soorten gesneden korbelen. De grotere zijn voorzien van gedraaide houten balusters op uit de muren stekende geprofileerde kraagstukken en zijn door trekstangen met elkaar verbonden. De trekstangen zijn met de zoldering verbonden door middel van hangstaven. De kap is samengesteld uit een reeks eenvoudige Hollandse spanten met enkelvoudig hangwerk en een extra versteviging van hanebalken.

Het orgel, waarvan het instrument niet van Rijkswege wordt beschermd, is gevat in neo-barokke kassen met zware, geprofileerde kappen en verguld blinderingssnijwerk. Het heeft een hoofdwerk met een zevenledig front en bestaat uit een hoger opgaande halfronde middentoren met één halfrond pijpveld en twee lagere tweeledige zijtorens met overhoekse pijpvelden en vleugelstukken aan de zijpanelen. Het in de balustrade opgenomen rugwerk heeft dezelfde samenstelling maar zonder vleugelstukken. De kappen zijn hier echter bekroond met de originele, van beschilderde terra-cotta vervaardigde, bazuinblazende engelen op de zijtorens en een harpspelende David op de middentoren.

Waardering

De kerk heeft een gave, rijk versierde facade met opvallende torenbekroning en een grotendeels origineel interieur. Hierdoor en vanwege de esthetische kwaliteiten, door de zorgvuldig gedetailleerde vormgeving, is de kerk van architectuur-historisch belang. Door situering is de kerk tevens stedebouwkundig van grote betekenis. Het gebouw is bovendien van belang voor de historie van de kerkbouw en de diverse 19e-eeuwse ontwikkelingen op religieus gebied, waardoor het ook cultuur-historische waarde heeft.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The Gereformeerde Doleantiekerk was built in 1893 by contractor Weijs following "the Union" between a number of previously separated church congregations. The church building served as a replacement for a wooden emergency church built in 1887.

It was originally flanked on the left side by a neo-Renaissance style sexton's house adjoining a consistory room, which was demolished in the nineteen-seventies and replaced by the existing annex with meeting room and parsonage.

The neo-Renaissance architecture of the church building is undoubtedly based on the ecclesiastical architecture of Hendrick de Keijser in Amsterdam from the beginning of the 17th century.

The originally 18th-century organ instrument was built in 1973 by the firm Van den Berg and Wendt, making use of older components. However, the instrument is not protected by the national heritage service due to insufficient monumental value; the organ case is protected.

Description

The church is located in an important bend of the city canal that was filled in during the nineteen-seventies. The hall church with rectangular groundplan, partly plastered plinth and a gabled roof with pantiles and small roof dormers has on the canal side a richly decorated, symmetrical shoulder gable with small tower superstructure. This southern façade displays the picturesque appearance of the neo-Renaissance through the use of various elements such as corner blocks, climbing herringbone friezes and speckled layers.

The four-part central risalit has a large round-arched window above a series of four smaller ones. The projecting upper gable section is provided among other things with pilasters on corbels, a moulded drip moulding with volutes and a crown consisting of a slate-roofed tower spire. This is constructed from a projecting moulding on consoles, a steep tent roof with roof dormers with pediment and above the pinching a tower helm with octagonal needle spire on roll moulding.

The outermost bays of the front gable are provided with aedicule-like entrance sections with volutes, pediment, twisted balusters and, placed beneath round-arched windows, heavy double panel doors, which are probably not the originals.

The five-bay-long right side gable is relatively sober with round-arched windows with arch tracery between pilasters. These windows are placed above two-light windows (bifores). Right at the back in this gable is a double door beneath a bifore with leaded glass. The rear gable repeats the symmetrical composition with arched windows of the front gable. On the blind left side gable the aforementioned annex was made in the nineteen-seventies.

The interior of the church is symmetrical about the transverse axis and is for the most part still in original condition. It has stuccoed walls, a floor sloping towards the pulpit and a wooden ceiling.

The pulpit is placed on a platform against the west gable in a shallow niche with basket arch with moulded edge on projecting setting stones. The wooden, neo-Renaissance style executed tub rests on a hexagonal column with moulded base. The tub is likewise hexagonal and provided with heavy, twisted corner balusters, between which are recessed panels with mouldings and a reading desk on the moulded edge covered with velour. The stairs are gently curved. The pulpit has a wooden back panel with volutes in the wing sections and a lighting window. On either side of the niche hangs a wooden board with pediment and inscription.

The blind west gable is, like the other gables, provided with wooden wainscoting and a moulded edge at approximately 1.20 metres height.

In the church stand the original wooden pews, (with volutes in the sides and moulded drip moulding) grouped in five sections around the pulpit.

The rearmost of the rows of curved corner pews stand with their backs against the renovated entrance portal adjoining staircase.

The doors and their surround in this portal are possibly from the original portals. The three sides of the gallery opposite the pulpit are supported by the original wooden columns with projecting heads and with moulded edges on the broader basement. The underside of the balcony shows the long moulded floor beams which are attached to the raveel beams lying on the columns. The balcony is provided with new pews and a new balustrade.

The church has a wooden ceiling with projecting edges against the roof line and braces supported on two types of carved corbels. The larger ones are provided with twisted wooden balusters on moulded corbels protruding from the walls and are connected to each other by tie rods. The tie rods are connected to the ceiling by means of hanging rods. The roof structure is composed of a series of simple Dutch trusses with single hanging work and extra reinforcement of collar ties.

The organ, the instrument of which is not protected by the national heritage service, is set in neo-Baroque cases with heavy, moulded caps and gilded blind carved work. It has a main work with a seven-part front and consists of a higher rising semi-circular central tower with one semi-circular pipe field and two lower two-part side towers with oblique pipe fields and wing sections on the side panels. The back work incorporated in the balustrade has the same composition but without wing sections. The caps are here however crowned with the original, made of painted terra-cotta, trumpet-playing angels on the side towers and a harp-playing David on the central tower.

Valuation

The church has an intact, richly decorated façade with striking tower crown and a largely original interior. Through this and on account of the aesthetic qualities, through the carefully detailed design, the church is of architectural-historical importance. Through its location the church is also of great urban-planning significance. The building is moreover of importance for the history of church building and the various 19th-century developments in the religious field, which gives it also cultural-historical value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map