Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Hearrewei 1
Nijega, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1893
- Address
- Hearrewei 1, 9217 VN Nijega (Smallingerland 21)
- Place
- Nijega
- Municipality
- Smallingerland
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.14133, 6.02402
- Part of complex
- 499070
- Monument number
- 499073
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1892 map "Ontwerp tot afsluiting der Zuiderzee over Wieringen met gedeeltelijke indijking binnen die afsluiting" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De KERK staat ter plaatse van een zaalkerk met klokkenstoel, die er in de zestiende eeuw en vermoedelijk al veel eerder is gebouwd. De oude kerk werd, volgens twee gedenkstenen in het torenportaal, in 1850 en 1893 belangrijk verbouwd. Bij de laatste verbouwing werd ondermeer aan de oostzijde een toren gebouwd door aannemer S. Kijlstra uit Drachten naar ontwerp en onder toezicht van de architect D.D. Duursma uit Drachten. In 1957 zijn kerk en toren gerestaureerd onder leiding van de architect J. Baart jr., waarbij het gebouw inpandig bijna geheel vernieuwd werd. Van het oude meubilair bleef het orgel uit 1893 op de orgelgalerij behouden.
Het kerkmeubilair (m.u.v. de orgelgalerij en het orgel) en de luidklok uit 1957 zijn van ondergeschikt belang voor bescherming van rijkswege.
Omschrijving
Rechthoekige zaalkerk van vijf raamtraveeën diep met een aangebouwde toren. De zuidgevel en de westgevel zijn voorzien van portlandbepleistering.
Schijnvoegen in het pleisterwerk imiteren een voetstuk, hoeklisenen en gevelbekleding met natuurstenen platen. Aan de noord- en oostzijde van de kerk is de plint eveneens gepleisterd; de gevels zijn in roodbruine bakstenen opgemetseld. In de gevels zijn rondom kleine natuurstenen plaatjes gemetseld met de grafrijnummers. Aan de noord- en zuidzijde zijn ongeveer op dezelfde hoogte onder het muurwerk granieten zwerfstenen zichtbaar.
Onder de dakvoet loopt een uitkragende gevellijst in decoratieve metselverbanden en verschillende kleuren baksteen uitgevoerd. Het zadeldak wordt gedekt door leien in maasdekking.
Op de hoeken van het bouwblok zijn aan de oostzijde door spitsen bekroonde 5/8 gepleisterde kolommen aangebracht en aan de westzijde zijn deze kolommen als pseudo-arkeltorentjes uitgemetseld. De westgevel wordt beëindigd door een tuitgevel met een licht uitgemetselde en gepleisterde daklijst.
Halverwege de daklijst zijn "tafeltjes" uitgemetseld en de tuit wordt bekroond door een klein fronton met smeedijzeren kruis. De rondboogvensters, voorzien van gekleurd glas-in-lood en reliëfglas gevat in houten venstertracering, zijn met ongelijke tussenafstanden maar wel symmetrisch over de noord- en zuidgevel verdeeld. In de zuidgevel is de rondboog in de bepleistering nagebootst en zijn de natuurstenen aanzet- en sluitstenen uitgespaard. De rondbogen in de noord- en oostgevel zijn tussen de aanzet- en sluitstenen verlevendigd met een strekboog in gele strengpersstenen en roodbruine bakstenen.
De ranke TOREN aan de oostzijde van de kerk is een zelfstandig bouwvolume.
Een geprofileerde cordonlijst scheidt de drie bouwlagen tellende onderbouw van de bovenbouw, waarin zich de klokkenzolder bevindt. De muurvlakken zijn a.h.w. opgevat als spaarvelden tussen hoeklisenen. In elke bouwlaag zijn aan drie zijden lichtopeningen gemaakt, die de bouwlagen markeren. De toren wordt aan de vier zijden bekroond door een fronton waaruit een achtkantige ingesnoerde spits oprijst, bekleedt met leien in maasdekking. Op de spits staat een ijzeren bekroning bestaande uit een appel, een vierarmig kruis en een weerhaan. De voet van de toren is bekleed met natuurstenen platen. Een zestreeds bakstenen stoep leidt naar de vernieuwde dubbele toegangsdeur onder een rondboog bovenlicht. De geprofileerde portaalomlijsting rust op een natuurstenen neut. De rondboog wordt tussen de aanzet- en sluitsteen verlevendigd door metselwerk van rode, gele en beroete bakstenen. Erboven bevindt zich een steen met het opschrift: "GAAT ZIJN POORTEN IN MET LOF (...)". Daarboven bevinden zich tot aan de cordonlijst respectievelijk een roosvenster met gekleurd glas, een tweelichtsvenster voorzien van glas-in-lood met een trommelveld voorzien van decoratief metselwerk. De indeling van de noord- en zuidgevel van het onderste torensegment is identiek. Hierin bevinden zich in de tweede bouwlaag een half roosvenster met gekleurd glas, omgeven door een rollaag in gele en beroete bakstenen; daarboven een volledig roosvenster met gekleurd glas omgeven door een rollaag in gele en beroete bakstenen en vier segmentstenen.
De gevels van de klokkenzolder zijn opgevat als spaarvelden tussen hoeklisenen en de cordon- en gevellijst met een muizentandlijst. De gevelindeling is aan de Z-, O- en N-zijde gelijk en wordt gevormd door dubbele galmgaten onder een rondbogige streklaag en een trommelveld met decoratief metselwerk.
In het portaal onderin de toren bevinden zich in de beide zijmuren gedenkstenen. Rechts met het opschrift: "IN HET JAAR 1850 IS DEZE KERK GEDEELTELIJK VERNIEUWD, (...) HIERTOE DEN EERSTEN STEEN GELEGD DOOR TEIJE R. JACOBI " en links met het opschrift: "IN HET JAAR 1893 IS DEZE KERK GEDEELTELIJK VERNIEUWD ONDER (...) ARCHITECT D.D. DUURSMA".
Het KERKINTERIEUR is in 1957 vrijwel geheel vernieuwd. Van het oude meubilair bleef het orgel uit 1893 op de orgelgalerij behouden. De orgelgalerij rust op twee gecanneluurde gietijzeren zuilen met composietkapiteeltjes. De orgelgalerij is aan de onderzijde voorzien van stucplafonds met neo-renaissancemotieven. In de balustrade opgenomen is de houten kas van het tweeklaviersorgel van de Fa. Bakker en Timmenga uit Leeuwarden van 1893.
Waardering
De kerk is van algemeen cultuurhistorische en architectonische betekenis:
- vanwege de kerkhistorische ontwikkelingen die het mogelijk hebben gemaakt in relatief kort tijdsbestek vernieuwingen aan de kerk te plegen,
- vanwege de toegepaste trant als de ornamentiek van de verbouwing van 1893,
- vanwege de redelijke mate van belang binnen het oeuvre van de gemeentearchitect D.D. Duursma uit Drachten,
- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur,
- vanwege de redelijke mate van gaafheid van interieuronderdelen (orgel en klok),
- als belangrijk en markant herkenningspunt in en van het dorp.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The CHURCH stands on the site of a hall church with a belfry tower, which was built there in the sixteenth century and presumably much earlier. The old church was, according to two memorial stones in the tower portal, substantially rebuilt in 1850 and 1893. At the latter renovation, among other things, a tower was built on the east side by contractor S. Kijlstra from Drachten according to design and under supervision of architect D.D. Duursma from Drachten. In 1957 the church and tower were restored under the direction of architect J. Baart jr., during which the building was almost entirely renewed internally. Of the old furnishings, only the organ from 1893 remained in the organ gallery.
The church furnishings (with the exception of the organ gallery and the organ) and the bell from 1957 are of minor importance for national monument protection.
Description
Rectangular hall church of five window bays deep with an attached tower. The south facade and west facade are provided with Portland cement render.
False joints in the plasterwork imitate a plinth, corner pilasters and facade cladding with natural stone slabs. On the north and east sides of the church the plinth is likewise rendered; the facades are built with dark red brick. In the facades, small natural stone tablets are set throughout with grave plot numbers. On the north and south sides, at approximately the same height below the walls, granite erratic boulders are visible.
Beneath the eaves runs a projecting cornice in decorative bond patterns and different coloured brick. The gabled roof is covered with slate in Maas bond.
On the corners of the building block, 5/8 rendered columns crowned by spires are placed on the east side and on the west side these columns are built out as pseudo-turrets. The west facade is terminated by a spout gable with a slightly projecting and rendered eaves line.
Halfway up the eaves line are "little tables" built out and the spout is crowned by a small pediment with a wrought-iron cross. The round-arch windows, fitted with coloured leaded glass and relief glass set in wooden window tracery, are distributed with unequal spacing but symmetrically across the north and south facades. In the south facade the round arch is imitated in the rendering and the natural stone springers and keystones are left exposed. The round arches in the north and east facades are enlivened between the springers and keystones with a straight arch in yellow pressed-stone and dark red brick.
The slender TOWER on the east side of the church is an independent building volume.
A profiled cordon moulding separates the three-storey lower section from the upper section, which contains the bell loft. The wall surfaces are conceived as it were as spare fields between corner pilasters. In each storey light openings are made on three sides, which mark the storeys. The tower is crowned on all four sides by a pediment from which an octagonal tapering spire rises, clad with slate in Maas bond. On the spire stands an iron finial consisting of an apple, a four-armed cross and a weathervane. The foot of the tower is clad with natural stone slabs. A six-stepped brick stoop leads to the renewed double entrance door under a round-arch fanlight. The profiled portal frame rests on a natural stone springer. The round arch is enlivened between the springers and keystones by brickwork of red, yellow and sooted brick. Above it is a stone inscribed: "GAAT ZIJN POORTEN IN MET LOF (...)". Above that, up to the cordon moulding, there are respectively a rose window with coloured glass, a two-light window fitted with leaded glass with a drum field with decorative brickwork. The arrangement of the north and south facades of the lowest tower segment is identical. In these, in the second storey, there is a half rose window with coloured glass, surrounded by a roll moulding in yellow and sooted brick; above that a complete rose window with coloured glass surrounded by a roll moulding in yellow and sooted brick and four segmental stones.
The facades of the bell loft are conceived as spare fields between corner pilasters and the cordon and eaves moulding with a tooth moulding. The facade arrangement is the same on the south, east and north sides and is formed by double louvres under a round-arch straight moulding and a drum field with decorative brickwork.
In the portal at the bottom of the tower are memorial stones in both side walls. On the right inscribed: "IN THE YEAR 1850 THIS CHURCH WAS PARTLY RENEWED, (...) THE FIRST STONE WAS LAID FOR THIS PURPOSE BY TEIJE R. JACOBI" and on the left inscribed: "IN THE YEAR 1893 THIS CHURCH WAS PARTLY RENEWED UNDER (...) ARCHITECT D.D. DUURSMA".
The CHURCH INTERIOR was almost entirely renewed in 1957. Of the old furnishings, only the organ from 1893 remained in the organ gallery. The organ gallery rests on two fluted cast-iron columns with composite capitals. The organ gallery is provided at the underside with stucco ceilings with neo-Renaissance motifs. Incorporated in the balustrade is the wooden case of the two-manual organ by the firm Bakker and Timmenga from Leeuwarden of 1893.
Valuation
The church is of general cultural-historical and architectural significance:
- because of the church-historical developments which made it possible to carry out renewals to the church in a relatively short space of time,
- because of the applied style such as the ornamentation of the 1893 renovation,
- because of the reasonable degree of importance within the oeuvre of municipal architect D.D. Duursma from Drachten,
- because of the high degree of integrity of the exterior,
- because of the reasonable degree of integrity of interior components (organ and bell),
- as an important and distinctive landmark in and of the village.
Nearby in the register
- Hek, Bij Hearrewei 1 Nijega (Smallingerland 21)Erfscheidingunder 1 mi
- Boerderij(M1), Aldegeasterdyk 6Boerderijunder 1 mi
- Gedenkteken, Aldegeasterdyk bij 30Gedenktekenunder 1 mi
- Boerderij(M1), Opperbuorren-West 1Boerderij1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.