TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Historische Parkaanleg Dordwijklaan

Dordrecht, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Address
Historische Parkaanleg Dordwijklaan, Dubbeldam Dordrecht
Place
Dordrecht
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.79515, 4.68754
Part of complex
497066
Monument number
497171

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1570 map "(18) Zelandicarum Insvlarum." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving onderdeel 1

HISTORISCHE PARKAANLEG. De parkaanleg in landschapsstijl is gecomponeerd rondom villa Dordwijk naar ontwerp van de tuin- en landschapsarchitect J.D. Zocher jr. en naderhand in drie fases uitgebreid naar ontwerp van C. Eggink, eveneens in landschapsstijl. De romantische parkaanleg van Zocher uit 1852 is aan drie zijden door een slingerende randvijver begrensd en aan de zijde van de dijkweg door de kavelsloot (deel van de oorspronkelijke omgrachting) met bijbehorende laanbeplanting en omhaging. In deze parkaanleg zijn het rechthoekige 17de-eeuwse kerngebied rondom de 'kasteelboerderij' geintegreerd en vijf uitwaaierende zicht-assen vanuit villa Dordwijk gecreeerd. De eerste uitbreiding van Eggink (1854) heeft plaatsgevonden op een deel van de weilanden aan de oostzijde, de tweede uitbreiding (het Nieuwe Werk uit 1860) is uitgelegd aan de zuidzijde tussen de randvijver en de Achterweg. De derde uitbreiding van Eggink is rondom villa Sorghvliet aan de westzijde (1892) aangelegd tussen de huidige Randweg, Achterweg en vroegere randvijvers.

Zochers eerste rondwandeling, in landschapsstijl, is door middel van bruggen over de vroegere randvijvers met Egginks tweede rondwandeling verbonden en verloopt in curven via slingerende paden die de wandelaar op strategische plaatsen verrassende gezichten biedt op villa Dordwijk, oranjerie, prieel, hertenkamp en Vlotbrug. De wandeling en doorzichten worden omlijst door boomgroepen, boszones en half- open laanbeplanting; de gezichten op de open ruimten, zoals het hertenkamp en de weiden worden van perspectief voorzien door welbewust geplaatste solitairen en boomgroepen. Voorts is de zich in drieen vertakkende waterpartij, die zich in ruime slingers verbreedt en versmalt en voorzien is van subtiel bollende oeverprofielen in samenhang met het micro-relief van de overigens vrij vlakke parkbodem, een belangrijk motief in de parkaanleg. Dit motief voorziet de wandeling van ruimtelijke dynamiek. In oorsprong fungeerden de buitenste waterpartijen als randvijvers van Zochers parkaanleg; de centrale waterpartij verdeelt het park al slingerend in twee schiereilanden.

Vanaf de entree over de heul met hek bij de wegknik voert - via een frontaal beplantingseiland achter het Hercules-tuinbeeld - een slingerpad oostwaarts naar villa Dordwijk. Na passage van de Kettingbrug biedt het door een taxushaag begeleide pad de wandelaar een gezicht over een kleine lancetvormige parkweide met solitairen die vermoedelijk nog uit de tijd van Zocher stammen (waaronder een Sequoia semper virens, plataan en rode beuk); de open ruimte wordt visueel afgesloten door een groenblijvende donkere bossage (met coniferen), waarachter een direct gezicht op zij- en noordgevel van de villa volgt. Vanuit villa Dordwijk zijn de vijf zicht-assen als volgt: een in zuidoostelijke richting op een groep bomen in het weiland langs de Burg. Jaslaan; een op de hertenkamp met twee boomgroepen (rode beuken en paardekastanjes) en hertenverblijf; een op het begin van het bospad en een in bladvorm, kleur en grootte contrasterende boomgroep (linde, paardekastanjes, acacia's) van het dichte beplantingseiland; een over het water op de oranjerie met bijzondere bomen (zoals haagbeuk, rode paardekastanje, treurbeuk en moerascypres) en een op de Tentbrug langs de mammoetsboom.

Via de Bloemenbrug gaat de wandeling nu over naar Egginks eerste uitbreiding op het westelijk deel van het vroegere weilandgebied, voorzien van slingerpad en boszone (gemengd loof, waaronder eik en beuk), waaraan oostwaarts het resterende open weilandgebied grenst met vanouds enkele boomgroepen. In de noordhoek van dit min of meer rechthoekige weiland is in 1929 op een hiertoe aangebrachte verhoging een betonnen zwembad met bakstenen rollagen aangelegd en voorlangs aan de westzijde een meidoornhaag aangeplant, in afwijking van het oorspronkelijke vrije uitzicht. Ter hoogte van de westgevel van de villa vertakt de wandeling zich met een flauwe oostwaartse boog tot halverwege het hertenkamp, en leidt deels door boszones (met eik en beuk), deels langs half-open laanbeplanting al singerend tot het gebogen prieel aan de zuidzijde.

Vanuit dit rustieke prieel heeft de wandelaar een romantisch gezicht over de slingerende waterpartij, monumentale beuken en hertenkamp met kastanje- en beukengroep op villa Dordwijk (welk gezicht thans deels is dichtgegroeid) en het vanouds dicht met gemengd loof- en naaldhout beplante eiland aan de westzijde, alsook op de open weide aan de oostzijde.

(Vervolg omschrijving parkaanleg) Het in landschapsstijl aangelegde hertenkamp is vanouds door de centrale waterloop in twee delen gesplitst en wordt omgeven door een ijzeren hekwerk uit de bouwtijd met horizontale regels, die bij toenemende hoogte op steeds grotere afstand van elkaar zijn geplaatst tussen de stijlen. De beide hertenkamp-delen zijn via een eenvoudige vlotbrug met elkaar verbonden. Het kleine, westelijke, deel - bestemd als verblijfsruimte voor de bok - is beplant met een linde. Het grote, oostelijke deel is vanouds beplant met wilde kastanjebomen en rode beuken, ter beschaduwing en voor de extra voedselvoorziening van de damherten. Voorts bevat de hertenweide een Gingko biloba, die in de weide een apart ruimtelijk effect sorteert. In de ZO-hoek bevindt zich een rustiek hertenverblijf.

In westelijke richting wordt de wandeling begrensd door een waterpartij en een boszone; thans heeft de wandelaar uitzicht op villa Sorghvliet. De aangrenzende parkaanleg bij Sorghvliet, die geheel is afgestemd op die van Dordwijk en die nabij de villa een Quercus Frainetto bevat, is ontworpen door J.W. Eggink (zoon van Christoffel Eggink).

Voor de grens tussen Sorghvliet en Dordwijk buigt de wandeling noordwaarts en voert in de richting van de oranjerie. Aan de oostzijde vertakt de wandeling zich via de Vlotbrug naar een aan de overzijde van het water gelegen bospartij (gemengd loof- en naaldhout). Zowel de Vlotbrug - benadrukt door een tulpeboom (Liriodendron tulpiferum) - als de oranjerie fungeren in de parkaanleg als belangrijke gezichtspunten. Ter markering van de oranjerie zijn een solitaire rode beuk (Fagus sylvatica 'Purpurea') en een treurbeuk geplant.

Vanaf de oranjerie voert het wandelpad in de richting van de Tentbrug, alwaar het pad zich vertakt; aan de westzijde bevinden zich de nutstuinen van de 'kasteelboerderij' met kas, tuinmuur, muurloods en schutting. De binnenplaats was met notebomen beplant. Even ten zuidwesten van de nutstuinen ligt de voormalige moestuin, in oorsprong met boomgaard, in landschappelijke trant aangelegd. Aan de overzijde van de Tentbrug voert het pad weer naar de entree van de buitenplaats.

De in 1892 gebouwde villa Sorghvliet kreeg een eigen, door entreehek gemarkeerde oprijlaan die vanaf de noord-hoek van Dordwijk met een ruime boog in zuidelijke richting naar het huis loopt, met een keerlus, en die aan de westzijde is voorzien van een enkele eikenrij en aan de oostzijde van een dubbele eikenrij als laanbeplanting, eindigend met een kastanjegroep; nabij het huis een solitaire rode beuk. Vanuit de villa bestaat er een lange zicht-as over de brug naar het Nieuwe Werk naar het hertenkamp.

Ten NW van villa Sorghvliet bevindt zich het rechthoekige perceel van de voormalige boomgaard, omgeven door een beukenhaag. Langs de kavelsloot bij de Achterweg is een wilgenlaan met beukenhaag geplant.

De parkaanleg van Dordwijk en Sorghvliet, hoewel in verschillende fasen gerealiseerd en door verschillende tuinarchitecten ontworpen, vormt compositorisch een geheel. Verder is een belangrijke karakteristiek dat de aanleg geheel naar binnen is gericht en vanouds door bomenrijen en boszones (met gemengd loof- en naaldhout, waaronder een rij knotplatanen, beuken, eiken en kastanjes) visueel en ruimtelijk wordt afgesloten van de - in oorsprong geheel open - omgeving.

De buitenplaats wordt in het NO begrensd door de Dordwijklaan (met inbegrip van de resterende laanbeplanting aan de noordoostzijde), aan de zuidoostzijde door de Burg. Jaslaan, aan de zuidwestzijde door de Achterweg en in het NW door het fietspad langs de regionale Rondweg 43. De bijbehorende laanbomen maken deel uit van de historische parkaanleg, met inbegrip van de kastanjes aan de overzijde van de Dordwijklaan.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description component 1

HISTORIC PARK LAYOUT. The park layout in landscape style is composed around villa Dordwijk after design by the garden and landscape architect J.D. Zocher jr. and subsequently extended in three phases after design by C. Eggink, also in landscape style. The romantic park layout by Zocher from 1852 is bounded on three sides by a winding perimeter pond and on the side of the dike road by the field ditch (part of the original moat) with associated avenue planting and fencing. In this park layout the rectangular 17th-century core area around the 'castle farmhouse' is integrated and five radiating sight axes from villa Dordwijk are created. The first extension by Eggink (1854) took place on a part of the meadows on the east side, the second extension (the New Work from 1860) is laid out on the south side between the perimeter pond and the Achterweg. The third extension by Eggink is laid out around villa Sorghvliet on the west side (1892) between the present Randweg, Achterweg and former perimeter ponds.

Zocher's first circular walk, in landscape style, is connected by means of bridges over the former perimeter ponds with Eggink's second circular walk and runs in curves via winding paths that offer the walker at strategic locations surprising views of villa Dordwijk, orangery, gazebo, deer enclosure and Vlotbrug. The walk and vistas are framed by groups of trees, forest zones and semi-open avenue planting; the views of the open spaces, such as the deer enclosure and the meadows are given perspective through deliberately placed solitary trees and tree groups. Furthermore, the water feature branching in three directions, which broadens and narrows in ample curves and is provided with subtly convex bank profiles in connection with the micro-relief of the otherwise quite flat park floor, is an important motif in the park layout. This motif provides the walk with spatial dynamism. Originally the outer water features functioned as perimeter ponds of Zocher's park layout; the central water feature divides the park in winding fashion into two peninsulas.

From the entrance via the sunken lane with gate at the road bend a winding path leads eastward - via a frontal planting island behind the Hercules garden sculpture - to villa Dordwijk. After passage of the Kettingbrug the path accompanied by a yew hedge offers the walker a view over a small lancet-shaped park meadow with solitary trees that presumably date from the time of Zocher (including a Sequoia semper virens, plane tree and red beech); the open space is visually closed by a dark evergreen bosquet (with conifers), beyond which a direct view of the side and north facade of the villa follows. From villa Dordwijk the five sight axes are as follows: one in a south-easterly direction onto a group of trees in the meadow along Burg. Jaslaan; one onto the deer enclosure with two groups of trees (red beeches and horse chestnuts) and deer shelter; one onto the beginning of the forest path and a tree group contrasting in shape, colour and size (linden, horse chestnuts, acacias) of the dense planting island; one over the water onto the orangery with special trees (such as hornbeam, red horse chestnut, weeping beech and swamp cypress) and one onto the Tentbrug along the mammoth tree.

Via the Bloemenbrug the walk now continues to Eggink's first extension on the western part of the former meadow area, provided with winding path and forest zone (mixed deciduous trees, including oak and beech), to which eastward the remaining open meadow area borders with some long-established tree groups. In the north corner of this more or less rectangular meadow a concrete swimming pool with brick courses was constructed in 1929 on a specially prepared raised area and a hawthorn hedge planted in front along the west side, in deviation from the original open view. At the level of the west facade of the villa the walk branches with a gentle eastward curve to halfway along the deer enclosure, and leads partly through forest zones (with oak and beech), partly along semi-open avenue planting in winding fashion to the curved gazebo on the south side.

From this rustic gazebo the walker has a romantic view over the winding water feature, monumental beeches and deer enclosure with chestnut and beech group towards villa Dordwijk (which view is now partly overgrown) and the island long densely planted with mixed deciduous and coniferous trees on the west side, as well as onto the open meadow on the east side.

(Continuation of park layout description) The deer enclosure laid out in landscape style is split by the central watercourse into two parts from the outset and is surrounded by an iron fence from the period of construction with horizontal rails, which at increasing height are placed at ever greater distances from each other between the stiles. The two deer enclosure parts are connected via a simple raft bridge. The small, western part - intended as a refuge for the buck - is planted with a linden. The large, eastern part is long planted with wild chestnut trees and red beeches, for shading and for additional food provision for the fallow deer. Furthermore, the deer meadow contains a Gingko biloba, which creates a separate spatial effect in the meadow. In the SE corner is a rustic deer shelter.

In a westerly direction the walk is bounded by a water feature and a forest zone; the walker now has a view of villa Sorghvliet. The adjoining park layout at Sorghvliet, which is entirely aligned with that of Dordwijk and which near the villa contains a Quercus Frainetto, was designed by J.W. Eggink (son of Christoffel Eggink).

Before the boundary between Sorghvliet and Dordwijk the walk bends northward and leads in the direction of the orangery. On the east side the walk branches via the Vlotbrug to a forest area on the far side of the water (mixed deciduous and coniferous trees). Both the Vlotbrug - emphasized by a tulip tree (Liriodendron tulpiferum) - and the orangery function as important viewpoints in the park layout. To mark the orangery a solitary red beech (Fagus sylvatica 'Purpurea') and a weeping beech are planted.

From the orangery the walking path leads in the direction of the Tentbrug, where the path branches; on the west side are the utility gardens of the 'castle farmhouse' with greenhouse, garden wall, wall shed and fence. The courtyard was planted with walnut trees. Just south-west of the utility gardens lies the former kitchen garden, originally laid out with orchard in landscape style. On the far side of the Tentbrug the path leads back to the entrance of the country estate.

The villa Sorghvliet built in 1892 acquired its own driveway marked by an entrance gate which runs from the north corner of Dordwijk in a generous curve in a southerly direction to the house, with a turning circle, and which on the west side is provided with a single row of oaks and on the east side with a double row of oaks as avenue planting, ending with a chestnut group; near the house a solitary red beech. From the villa there is a long sight axis over the bridge to the New Work to the deer enclosure.

NW of villa Sorghvliet is the rectangular parcel of the former orchard, surrounded by a beech hedge. Along the field ditch at the Achterweg a willow avenue with beech hedge is planted.

The park layout of Dordwijk and Sorghvliet, although realized in different phases and designed by different garden architects, compositionally form a whole. Furthermore, an important characteristic is that the layout is entirely inward-facing and from the outset visually and spatially isolated from the - originally entirely open - surroundings by rows of trees and forest zones (with mixed deciduous and coniferous trees, including a row of pollard planes, beeches, oaks and chestnuts).

The country estate is bounded in the NE by Dordwijklaan (including the remaining avenue planting on the north-east side), on the south-east side by Burg. Jaslaan, on the south-west side by Achterweg and in the NW by the cycle path along the regional Rondweg 43. The associated avenue trees form part of the historic park layout, including the chestnuts on the far side of Dordwijklaan.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map