TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

't Nijenhuis

Wijhe, Overijssel, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Category
onroerend gebouwd
Address
't Nijenhuis 10, 8131 RD Wijhe (Olst-Wijhe 23)
Place
Wijhe
Municipality
Olst-Wijhe
Province
Overijssel
Country
Netherlands
Coordinates
52.41646, 6.21358
Part of complex
492353
Monument number
492703

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Ditio Trans Isulana." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

HOOFDGEBOUW Kasteel het Nijenhuis: Bakstenen in verschillende bouwfasen tot stand gekomen hoofdgebouw, bestaande uit een hoofdvleugel met twee haaks naar voren springende zijvleugels. De voormalige havezathe, die geheel omgracht is, sluit aan drie zijden een rechthoekige met klinkers bestrate voorhof af. De vleugels zijn overkapt door deels met grijze en met zwart geglazuurde Oud-hollandse pannen gedekte schilddaken, met vier rechthoekige ongeprofileerde schoorstenen op de nokeinden. De linker (oost-)vleugel en de hoofdvleugel zijn gedeeltelijk opgetrokken in een helderrode baksteen, die, evenals het ter plaatse voorkomende metselwerk, op een voor 17e-eeuwse stichtingsdatum wijzen (Ter Kuile). De achter(zuid-)gevel reikt minder hoog dan de zijgevels, hoewel alle daken een gelijke nokhoogte hebben. Gezien dit verschil in hoogte is het aannemelijk, dat de linkervleugel en de hoofdvleugel niet in een bouwcampagne tot stand zijn gekomen. De achtergevel en linker zijgevel vertonen diverse bouwsporen van verschillende verbouwingen. In een archiefstuk uit 1618 vermeldt Robert van Ittersum: "het nije getimmer soo mijn i.zalige huysvrouwe ende ick in't jaer van 1618 daeraen gebouwet hebben". Waarschijnlijk kwam in dit jaar de hoofdvorm van de linker vleugel tot stand (Olde Meierink). Aan het einde van de 17e eeuw werd over de gehele breedte van de hoofdvleugel aan de voorzijde een ondiep (ca. 2.20 meter) bouwlichaam opgetrokken voor de ontsluiting van de aangrenzende vertrekken via een vestibule (beganegronds) en een gang (verdieping). Uit deze tijd dateert waarschijnlijk ook de rechter vleugel. Zowel deze uitbouw, als de rechter vleugel zijn in een kleine grauwe baksteen opgemetseld. In het midden van de uitbouw bevindt zich de naar voren springende ingangspartij, waarboven een balkon, dat vanaf de gang op de verdieping via een dubbele meerruits-deur toegankelijk is. Bij deze verbouwing werd gepoogd een zo symmetrisch mogelijke façade te ontwikkelen. Door het gebruik van de op het moment van de bouw van de rechter vleugel al ouderwetse kloostervensters, en door de wijze waarop deze geplaatst werden, liet men de rechter vleugel bij de linker aansluiten. Men ging zelfs zover de vensters op de bel-etage en verdieping half blind uit te voeren, om te maskeren dat de rechter vleugel in tegenstelling tot de linker een half verzonken souterrain kent, dat via een (onder een kloostervenster geplaatste) ingang in de zijgevel direct toegankelijk is vanaf het voorplein. De vrij diep liggende houten vensters van de uitbouw waren oorspronkelijk van getoogde bovendorpels voorzien, zo blijkt uit een afbeelding uit ca. 1860.

De eenvoudige balustrade, die de uitbouw afsluit, werd bij de laatste restauratie van het huis (1956-1957) aangebracht, en verschilt enigszins van de balustrade, die op een afbeelding van circa 1890 naar voren komt. Midden op de balustrade was toentertijd een bord aangebracht met daarop de Romeinse cijfers MCCCCXXXVIII (1438), wellicht het stichtingsjaar van het huis. Op een foto van circa 1870 is de balustrade niet te zien. Op een andere foto uit deze tijd is weer wel een balustrade te zien met een verhoogd tussengedeelte, waar thans de draperie-versiering is gesitueerd. In 1896 werd naar ontwerp van de Deventer architect Gantvoort aan de ZO- en ZW-zijde van het huis respectievelijk een achthoekige toren en vierkante paviljoen-toren gebouwd, waarvan de kappen met leien zijn gedekt. Bij deze gelegenheid werden ook de kloostervensters in de vleugels van tympaans voorzien.

De centraal in de uitbouw gelegen risaliserende ingangspartij is opgebouwd uit met groefwerk in zandsteen en gepleisterde baksteen bekleed deels geblokt lijstwerk. Het lijstwerk omgeeft een dubbele paneeldeur en halfrond bovenlicht met spaakroeden. Erboven een siersmeedijzeren balkonhek met in elkaar gevlochten vierkanten en ruiten. De balkondeur is eveneens door geblokt lijstwerk omgeven. Op de as van de ingangspartij ter hoogte van de balustrade een eenvoudige klokkentoren. Als zodanig komt de bij de restauratie in 1956 en 1957 aangebrachte balustrade met klokkentoren enigszins overeen met de situatie, die een foto uit omstreeks 1877 aangeeft, zij het dat er toen geen klokkentoren was (Olde Meierink).

De rechter zijgevel telt in het 17e-eeuwse deel een drietal assen met kruiskozijnen op de bel-etage, en met bolkozijnen op de verdieping en kelder-niveau. Tussen de rechter zijgevel en toren een in eclectische trant gebouwd overgangslid (waarin trappenhuis). Aangrenzend een pseudo-poortgebouw (met bruggetje), dat toegang geeft aan een bakstenen bordes. In de torengevels van de zuidwestelijke toren beganegronds en op de verdieping monumentale kruiskozijnen met tympaans; de beganegrond-vensters vertonen een beglazing in glas-in- lood.

Twee zandstenen blokken in de achtergevel duiden op een oorspronkelijk hier aanwezig oud gemak (toilet). Vlak naast de achthoekige toren twee smalle laatgotische 2-lichtvensters (16e-eeuws of ouder). Deze gevel vertoont verder een onregelmatige vensterindeling en verschijningsvorm van meerruitsvensters, aan de hand waarvan de oorspronkelijke indeling niet meer is af te lezen. Aan de linker zijde twee blindnissen. De van het huis afgekeerde zijden van de paviljoen- toren rusten op uit het water omhoogkerende dubbele rondbogen. In deze zijden beganegronds, op eerste en tweede verdieping een meerruits- schuifvenster, in hoogte per verdieping verjongend. Tegen de oostgevel van de linker vleugel drie zandstenen consoles uit het midden der 17e eeuw, die een deels bakstenen en deels houten arkel dragen. Oorspronkelijk is er waarschijnlijk een zandstenen arkel geweest, zoals er nog aan de voorgevel bij Kasteel Twickel bij Delden voorkomen (Ter Kuile). Het rechter deel van deze gevel laat diverse bouwnaden zien, die doen vermoeden, dat er aan deze zijde een aanbouw is geweest. Beganegronds en op de verdieping meerruitsvensters, waarbij aan de rechter zijde twee venstertraveeën zijn te onderscheiden.

Inwendig: in de hoofdvleugel aan de achterzijde bevinden zich een zaal en een kamer. Tegen de muur van de rechter zijvleugel een schouw. Haaks hierop de kleine eetzaal met 17e-eeuwse vlakke witgeschilderde schouw. In het zuidwestelijke kabinetje een geschilderd houten plafond met in het midden een voorstelling van putti, en in de hoeken kwartcirkelvormige vakken met grisaille. In de linker vleugel een 'blauwe kamer' met twee kabinetjes en een schouw tegen de tussenmuur. In het zuidwestelijke kabinetje een houten plafond met een helderblauwe rand en een rankenmotief, in het midden een verdiept gedeelte met acht steil opstaande spiegels om een vlakke spiegel. In de noordoostelijke hoek bevindt zich de salon, met een plafond dat door betimmerde balken in negen verdiepte vakken wordt verdeeld, waarin stucwerk uit het laatste kwart van de 17e eeuw. In de kamer tegenover de arkel een kloeke schouw uit de tweede helft van de 17e eeuw. Het aansluitende kamertje vertoont een uit negen compartimenten bestaand plafond met een schildering, die de verheerlijking van Koning-stadhouder Willem III afbeeldt. Voorts op dit niveau de zogenaamde Engeltjes-kamer met plafond voorzien van een geschilderde voorstelling met engeltjes. De rechter arm van de in de uitbouw gesitueerde vestibule is geopend naar de trap naar de verdiepingen. Deze trap heeft eiken treden en een post, waar men bij het opgaan omheen draait. Ze is voorzien van 17e-eeuws snijwerk. Bij de restauratie omstreeks 1957 kreeg de trap haar grijs gemarmerde afwerking. Op de verdieping in het vertrek boven de 'blauwe' zaal een 17e-eeuwse schouw. De kelderruimten vertonen tongewelven en troggewelven tussen houten balken.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

MAIN BUILDING Kasteel het Nijenhuis: Brick main building created in different construction phases, consisting of a main wing with two side wings projecting forward at right angles. The former havezathe, which is completely surrounded by a moat, abuts a rectangular forecourt paved with clinker bricks on three sides. The wings are covered by hipped roofs partly tiled with grey and black-glazed Old Dutch tiles, with four rectangular unmodelled chimneys at the roof ridges. The left (east) wing and the main wing are partly constructed in a bright red brick, which, like the masonry found there, indicates a 17th-century founding date (Ter Kuile). The rear (south) facade does not reach as high as the side facades, although all roofs have the same ridge height. Given this difference in height, it is plausible that the left wing and the main wing were not created in a single construction campaign. The rear facade and left side facade show various construction traces of different renovations. In an archival document from 1618, Robert van Ittersum mentions: "the new construction that my late wife and I built thereon in the year 1618". The main form of the left wing probably came about in this year (Olde Meierink). At the end of the 17th century, a shallow (approximately 2.20 metres) building body was constructed across the full width of the main wing at the front for access to the adjoining rooms via a vestibule (ground floor) and a corridor (first floor). The right wing probably dates from this period as well. Both this extension and the right wing are built in small grey brick. In the middle of the extension is the projecting entrance section, above which is a balcony accessible from the corridor on the first floor via a double multi-pane door. With this renovation, an attempt was made to develop as symmetrical a façade as possible. Through the use of cloister windows, which were already old-fashioned at the time of construction of the right wing, and by the way they were positioned, the right wing was made to match the left wing. They even went so far as to execute the windows on the bel-étage and first floor half blind, to mask the fact that the right wing, unlike the left, has a semi-sunken basement, directly accessible from the forecourt via an entrance (placed under a cloister window) in the side facade. The relatively deep-set wooden windows of the extension were originally provided with arched lintels, as is evident from an image from around 1860.

The simple balustrade, which closes off the projecting section, was installed during the last restoration of the house (1956-1957), and differs somewhat from the balustrade that appears in an image from around 1890. In the middle of the balustrade was at that time a board bearing the Roman numerals MCCCCXXXVIII (1438), possibly the founding year of the house. In a photograph from around 1870 the balustrade is not visible. In another photograph from this period a balustrade is again visible with a raised intermediate section, where the drapery decoration is now situated. In 1896, to a design by the Deventer architect Gantvoort, an octagonal tower and a square pavilion tower were built on the SE and SW sides of the house respectively, the roofs of which are covered with slate. On this occasion the cloister windows in the wings were also provided with tympani.

The risaliting entrance section located centrally in the projecting part is built up from fluting in sandstone and plastered brick faced partly blocked moulding. The moulding surrounds a double panelled door and a semicircular fanlight with spoke-bars. Above it a decorative wrought-iron balcony railing with interlocking squares and diamonds. The balcony door is likewise surrounded by blocked moulding. On the axis of the entrance section at the height of the balustrade a simple bell tower. As such, the balustrade with bell tower installed during the restoration in 1956 and 1957 somewhat corresponds to the situation indicated by a photograph from around 1877, albeit that there was no bell tower at that time (Olde Meierink).

The right side gable in the 17th-century section has three bays with cross windows on the piano nobile, and with bullseye windows on the upper storey and cellar level. Between the right side gable and tower a transitional section built in eclectic style (containing a staircase). Adjacent a pseudo-gatehouse (with a small bridge), which provides access to a brick platform. In the tower gables of the southwest tower ground-floor and on the upper storey monumental cross windows with tympani; the ground-floor windows display glass-in-lead glazing.

Two sandstone blocks in the back gable indicate an original toilet once present here. Immediately beside the octagonal tower two narrow Late Gothic 2-light windows (16th century or older). This gable otherwise shows an irregular window arrangement and appearance of multi-pane windows, according to which the original arrangement can no longer be determined. On the left side two blank niches. The sides of the pavilion tower facing away from the house rest on double round arches rising from the water. In these sides ground-floor, on first and second storey a multi-pane sash window, diminishing in height per storey. Against the east gable of the left wing three sandstone consoles from the mid-17th century, which support a partly sandstone and partly wooden relieving arch. Originally there was probably a sandstone arch, as still occur on the front gable at Kasteel Twickel at Delden (Ter Kuile). The right part of this gable shows various construction joints, which suggest that there was an extension on this side. Ground-floor and on the upper storey multi-pane windows, with two window bays distinguishable on the right side.

Interior: in the main wing at the rear there are a hall and a room. Against the wall of the right side wing a fireplace. Perpendicular to this the small dining room with a 17th-century flat white-painted fireplace. In the southwestern cabinet a painted wooden ceiling with a representation of putti in the middle, and quarter-circle-shaped compartments with grisaille in the corners. In the left wing a 'blue room' with two cabinets and a fireplace against the partition wall. In the southwestern cabinet a wooden ceiling with a bright blue border and a scroll motif, in the middle a recessed section with eight steeply rising mirrors around a flat mirror. In the northeastern corner is located the salon, with a ceiling divided by timber beams into nine recessed compartments, containing stuccowork from the last quarter of the 17th century. In the room opposite the arch a sturdy fireplace from the second half of the 17th century. The adjoining small room displays a ceiling consisting of nine compartments with a painting depicting the glorification of King-Stadtholder William III. Furthermore at this level the so-called Angels' room with a ceiling provided with a painted representation with angels. The right arm of the vestibule situated in the extension is open towards the staircase to the upper storeys. This staircase has oak treads and a post around which one turns while ascending. It is fitted with 17th-century carved work. During restoration around 1957 the staircase received its grey marbled finish. On the storey in the room above the 'blue' hall a 17th-century fireplace. The cellar spaces display barrel vaults and trough vaults between timber beams.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map