TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Valkenberg bij 3

Gilze, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Address
Valkenberg bij 3, 5126 NA Gilze (Gilze en Rijen 30)
Place
Gilze
Municipality
Gilze en Rijen
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.53258, 4.83877
Part of complex
490556
Monument number
490840

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1570 map "(18) Zelandicarum Insvlarum." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG.

Alhoewel historische bronnen met betrekking tot Valkenberg tot in de 14de eeuw teruggaan is de geschiedenis van de aanleg pas vanaf de loop van de 18de eeuw te traceren. In 1770 legt de toenmalige eigenaar George de Villegas in zijn uiterste wilsbeschikking met betrekking tot het landgoed een dertig jarig kapverbod op. Waarschijnlijk staat dit in verband met de vrees voor een intensieve kap op Valkenberg door zijn schoonzoon Jan Carel van der Borch. Het huis met de landerijen, die in 1729 volgens Schoemaker "veel en redelijk goed zijn" worden in 1784 in eigendom verworven door Jan Carel's jongste broer Benjamin Baron van der Borch, die het landgoed al vanaf 1772 huurde. Onder het bestier van Benjamin van der Borch maakte Valkenberg een grote bloeiperiode door. Van zijn werkzaamheden deed hij verslag aan de toenmalige commissaris van de landbouw Jan Kops, die dit integraal in zijn "Magazijn van Vaderlandschen Landbouw" (1803) opnam. De lage moerassige gedeelten van het landgoed werden van struiken gezuiverd, van afwateringssloten voorzien en tot bouw- en weilanden ontgonnen, en het formele lanenstelsel werd uitgebreid. De hoogten, die tussen deze moerassige laagten gelegen waren en met heide waren begroeid werden met houtgewas beplant. Bestaande dennebosjes werden gekapt en deels tot akkers ontgonnen of met eikehakhout beplant. Ten westen van het huis werd een rechthoekige boomgaard en een moestuin aangelegd, die nog steeds bestaan. De verrichtingen van Van der Borch zijn te zien op de kaart van Valkenberg uit 1822 door A.B. van Steensel.

Deze kaart toont voorts de veranderingen van de aanleg in landschapsstijl, die onder leiding van zijn dochter mevrouw A.C.L. Jantzon van Nieuwland-Baronesse van der Borch (1804-1847) (in 1814 gehuwd met de Bredase advocaat Jantzon van Nieuwland) zijn beslag kreeg.

In de tijd van Van der Borch en zijn dochter kwam een zeer gevarieerde aanleg tot stand, waarin formele laanpatronen, slingerbossen en agrarische percelen elkaar afwisselen. Van der Borch en mevrouw Jantzon streefden er waarschijnlijk naar om de overgang van de aanleg van de buitenplaats naar het landgoed onopvallend te houden. Een gegeven, dat ook tegenwoordig een van de kenmerken is van Valkenberg en waaraan compositorische en economische motieven ten grondslag liggen. Het streven naar een balans tussen het economische rendement van een aanleg en de compositie ervan was in de tweede helft van de 18de eeuw een ideaal, dat vooral op grote buitenplaatsen in Oost-Nederland gestalte kreeg. Zeker deden Van der Borch en mevrouw Jantzon via familiebanden in Gelderland inspiratie op voor deze wijze van aanleggen. Zo werden de moerassige gedeelten aan de ZO- en NW-zijde van De Valkenberg tot vijverpartijen in landschapsstijl vergraven (de noordwestelijke vijverpartij is thans deels dichtgeslibt). Slingerbossen en agrarische percelen werden aangelegd op die plaatsen, waar de grondsoort daartoe het meest geëigend was. De in de tijd van mevrouw Jantzon gerealiseerde aanleg in landschapsstijl kenmerkt zich door variatie in de sequentie van landschapstaferelen, waarbij tijdens de wandeling afwisseling is geschapen tussen bossen, bouw- en weilanden, waterpartijen en lanen. Het scheppen van een gevarieerde wandelroute was in deze tijd een ontwerp-opgave, die toen als zeer belangrijk werd beschouwd en was een voorwaarde om de aandacht van de wandelaar gedurende zijn tocht gericht te houden op steeds nieuwe, afwisselende taferelen. Een opvallende karakteristiek van de aanleg van Valkenberg uit de tijd van mevrouw Jantzon is het naast elkaar voorkomen van open en besloten gedeelten, die niet in elkaar overgaan, maar die als afzonderlijke gezichten elkaar afwisselen, hetgeen een van de verschijningsvormen van de vroege landschapsstijl is Nederland is. Het hoofdmotief van de aanleg van Valkenberg vormt een formeel en landschappelijk lanenpatroon; het formele gedeelte dateert gezien de formele wijze van uitvoering waarschijnlijk uit de eerste helft van de 18de eeuw. Aan de zuidzijde van het park een 'patte d'oie' (een ganzevoet-vormige structuur van 5 lanen in een bos, die elkaar op een centraal punt ontmoeten) rond een rondeel, waarvan de noordelijke (thans voor tweederde voorzien van een dubbele rij beuken en voor de rest met een dubbele rij eiken beplant), oostelijke en zuidelijke laan nog steeds bestaan. De westelijke laan, die tot de Chaamse weg, de grens van de historische aanleg van de buitenplaats aan deze zijde, reikt, werd in het midden van de 19de eeuw, toen op Valkenberg wederom veranderingen in de aanleg plaats vonden, in ruim verlopende curven verlegd. Deze geheel bewaard gebleven westelijke laan (thans aan weerszijden met enkele eik beplant) vormt samen met de genoemde noordelijke laan van de 'patte d'oie' de westelijke oprijlaan van Valkenberg, die geheel met klinkers is bestraat. Aan de noordzijde van het huis bevindt zich de noordelijke oprijlaan, die eveneens in de tweede helft van de 19de eeuw in een flauwe curve werd verlegd.

Bijna haaks op deze laan op de as van het huis (oostzijde), een zichtas, die op de genoemde kaart uit 1822 staat aangegeven en die thans tot de Bavelse Dreef, de NO-grens van de historische aanleg van de buitenplaats, reikt. Oorspronkelijk strekte deze zichtas (toponiem Borchte Baantje, Paaltjesdreef) zich veel verder in noordoostelijke richting uit en ook thans is dit noordoostelijke gedeelte grotendeels bewaard gebleven, maar de relatie met de historische aanleg van de buitenplaats is onderbroken door de aanleg van een weiland ter hoogte van de as direct ten noordoosten van de Bavelse Dreef.

Aan weerszijden van de zichtas een boscomplex, dat nog tot 1845 agrarisch land was (vgl. de Topografische en Militaire kaart uit 1845) en dat waarschijnlijk aan het eind van de 19de eeuw is geplant (thans met 19de-eeuwse beuk, 20ste-eeuwse naaldhout, hulst en rhodo's beplant). Centraal in dit bos een restant van een formele en van een landschappelijke padenaanleg. Aan de noordzijde wordt het bos door een onverharde bosweg (kadastraal perceel Gem. Gilze Rijen sectie F1023), de grens van de historische aanleg aan deze zijde, afgesloten. Aan de zuidzijde wordt dit bosgedeelte, dat voor de historische aanleg van de buitenplaats louter als groenzone van waarde is, door een in het verlengde van de noordelijke oprijlaan gelegen in een curve verlopend pad begrensd, dat uitmondt op de Bavelse Dreef. Ten zuiden van dit pad bevindt zich een grootschalig slingerbos met grote en kleine vijverpartij in landschapsstijl; in de grote vijverpartij een eilandje. Het slingerbos (thans beplant met 19de-eeuwse beuk, 20ste-eeuws naaldhout, rhodo's en hulst) en de vijverpartijen staan aangegeven op de genoemde kaart uit 1822 en zijn aangelegd door mevrouw Jantzon. Naar de zijde van het Veer wordt het bos afgeschermd door een hoge wal met greppel, die uit de tijd van de aanleg van het slingerbos dateren en die een opmerkelijk motief uit de periode van de vroege landschapsstijl vormen. Het slingerbos, dat door de beek wordt doorsneden, bevat nog een aantal fragmenten van slingerpaden, hoge taluds en slingerende waterlopen, maar er zijn slechts fragmenten van een patroon van aanleg te ontdekken. Als zodanig is het bos, met uitzondering van de vijverpartijen in landschapsstijl, waarvan de aanleg nog geheel bewaard zijn gebleven, als groenzone van belang. Aan de NW-zijde van dit slingerbos een boerderij met bijgebouw en een dienstwoning, beide uit de 20ste eeuw, die voor de historische aanleg en voor de bescherming van ondergeschikte betekenis zijn.

Qua architectuur overeenkomstige en uit de zelfde tijd daterende slingerbossen bevinden zich ook aan weerszijden van het rechte tracé van de westelijke oprijlaan en aan de westzijde van het rondeel. Het gedeelte van het slingerbos direct ten oosten van de oprijlaan is thans verdwenen en met opgaande bomen beplant (thans 20ste-eeuws naaldhout, 19de eeuwse beuk en rhodo's). Dit gedeelte, dat voor de historische aanleg van de buitenplaats als louter groenzone van belang is, wordt aan de oostzijde door een recht pad begrensd. Ten oosten van dit pad het reeds genoemde slingerbos met kleine vijverpartij in landschapsstijl (toponiem: Schapenvijver) uit de tijd van mevrouw Jantzon. Dit bos wordt aan de oostzijde begrensd door de al vermelde greppel langs de weg van het Veer naar Snijers Chaam. Aan de zuidzijde gaat deze in rechte lijnen uitgegraven greppel over in een meer in 'natuurlijke' curven verlopende waterloop, die aan zijn zuideinde in westelijke richting vertakt en overgaat in een beekarm aan de zuidzijde van de historische aanleg. Genoemde greppel, waterloop en beekarm vormen ter plekke de grens van de historische aanleg. Het slingerbos (thans met 19de-eeuwse eik, beuk en met hulst beplant) aan de westzijde van het rondeel bestaat nog gedeeltelijk en is samengesteld uit een vijverpartij in landschapsstijl (thans deels verzand; toponiem: Klein Zwitserland) en enkele fragmenten van slingerpaden rondom. Aan de noordzijde van deze vijverpartij een ornamentele rustieke hut uit de 19de eeuw. Aan de zuidzijde van het slingerbos, ongeveer halverwege de in curven verlopende westelijke oprijlaan een kleine ronde wal met in het midden een enorme kei op een bakstenen fundament. Wellicht stelde dit object (toponiem: de Kei), dat door de staat waarin het zich thans bevindt geen monumentale waarde meer heeft, een ornamentele grafheuvel voor. Het slingerbos, dat tegenwoordig nauwelijks enige architectonische samenhang meer vertoont, is voor de historische aanleg van de buitenplaats alleen als groenbuffer van betekenis en wordt aan de noord- en westzijde door de beek begrensd.

In de tijd, dat Valkenberg in het bezit was van Charles Lucien Paul Baron van der Borch werd de huidige zogeheten Lange vijver ten zuidwesten van het huis aangelegd in plaats van de L-vormige vijver, zoals deze te zien is op een kaart uit 1868 (huisarchief Hondsdonk, Ulvenhout). Ook vonden regelmatig verbouwingen van het huis plaats. De eerste verbouwing geschiedde in 1887, een jaar na zijn huwelijk Wilhelmina C.M. van der Goes tot stand kwam. Vanuit het huis werd in zuidelijke richting een gezicht geschapen, over deze nieuwe vijverpartij op twee langwerpige langs het rechte tracé van de westelijke oprijlaan gelegen weilanden, die deels ter plekke van een hier gelegen slingerbos werden aangelegd. Ten behoeve van een grotere perspectief-werking werd tussen de weilanden en het meest noordelijk gelegen weiland en de vijverpartij de zomen aan weerszijden van de zichtas door middel van een bomenrij (thans eik) en heesterbeplanting (thans rhodo's) iets naar elkaar getrokken (doorzicht thans deels dichtgegroeid). Ter verlevendiging van het gezicht werd in het meest zuidelijk gelegen weiland een boomgroep (thans eik) geplant.

Aangrenzend aan de NW-oever van de in een ruime curve verlopende vijverpartij werd een boszoom (thans rhodo's, taxus en 19de-eeuwse beuk en eik) aangeplant (toponiem: Vosseberg) aangeplant, die als coulisse de ruimte van de toen eveneens aangelegde naar het waterniveau geleidelijk afdalende weide in landschapsstijl (met solitaire treurbeuk en tamme kastanje) ten zuidwesten en westen van het huis afsluit. Ongeveer halverwege de 'Vosseberg', ten westen van het huis, een deels verruïneerd hardstenen postament van een niet meer aanwezig bovenstuk. Als zodanig is dit postament voor de bescherming van ondergeschikte betekenis. Aangrenzend aan de moestuin en noordelijke oprijlaan was reeds in de tijd van mevrouw Jantzon een tuinmanswoning en een schuur in 'chalet-stijl' gebouwd; beide dienen van oorsprong tevens als ornamentstuk in de aanleg. Het gezicht op deze tuinmanswoning en schuur werd voorts verlevendigd door de aanplant van een boomgroep (thans 19de-eeuwse beuken en kastanje) en van een solitaire eik. De genoemde boszoom 'Vosseberg' maakte deel uit van een rondwandeling rondom een toen deels heraangelegde weide ten zuidwesten van de vijverpartij, die deels met bosstroken en boomgroepen werd beplant. De rondwandeling is grotendeels verdwenen, maar het weiland met bosstroken en boomgroepen bestaan nog steeds. Vanaf de weide aan de ZW-zijde van het huis kon de 'Vosseberg' betreden worden door middel van een brug (thans verdwenen) over de vijverpartij. De westzijde van de aanleg wordt beëindigd door de aanleg van een met bosstroken (thans 19de- en 20ste-eeuwse eiken en beuken, en rhodo's) geflankeerd pad, dat in oostelijke richting diverse gezichten biedt op wei- en bouwland, waarin een boomgroep, hetgeen het gezicht vanaf dit pad en vanaf de genoemde rondwandeling van een gevarieerde ruimtewerking voorziet. Het genoemde pad, dat vanaf het beginpunt van de noordelijke oprijlaan in zuidelijke richting verloopt, markeert aan deze zijde de grens van de historische aanleg van de buitenplaats. Aan het zuideinde vertakt dit pad zich in zuidelijke richting langs de grens tussen de kadastrale percelen Gem. Gilze Rijen nr. F544 en Nieuw Ginneken nr. D1621; dit pad markeert hier de grens van de historische aanleg en verloopt in zuidelijke richting naar het langs de westelijke oprijlaan gelegen weiland in landschapsstijl. De greppel langs dit in curven verlopende westzoom van dit weiland, die met een rij 19de-eeuwse beuken is beplant, markeert alhier de grens van de historische aanleg van de buitenplaats tot het punt waar deze de reeds genoemde beek rond het zuidelijke voormalige slingerbos raakt.

Voorts was voor 1868 (vgl. de genoemde kaart) de westelijke arm van de 'patte d'oie' opgeheven en was in curven een nieuwe oprijlaan aangelegd (ter weerszijden met eiken beplant), waarbij een reeds bestaande iets noordelijker gelegen slingerlaan als grondslag diende (vgl. de Topografische en Militaire kaart uit 1845). Toen kwam ook de aanleg van de weide in landschapsstijl aan de zuidzijde van deze oprijlaan tot stand, zo deze niet reeds eerder gedeeltelijk bestond. De aan de zuidzijde van dit weiland grenzende van een houtwal voorziene beekarm vormt de grens van de historische aanleg van de buitenplaats aan deze zijde. Aan de entree-zijde van de westelijke oprijlaan werd de aanleg eveneens aangepast. Aan de zuidzijde werd een bospartij (thans beuk, 19de-eeuws) aangeplant, waarvan de aanleg wordt verlevendigd door de in grillige curven verlopende aan de oostzijde aangrenzende beek. Zo de zoom van de weilanden aan weerszijden van deze oprit aan deze zijde niet reeds voordien in curven verliep, werden deze weilanden in de laatste kwart van de 19de eeuw bij de aanleg in landschapsstijl betrokken. Thans loopt de grens van de historische aanleg van de buitenplaats aan de noordzijde van het kadastrale percelen Gem. Nieuw Ginneken nrs. E1463 en E2300 en aan de zuid- en westzijde van de beek langs de kadastrale percelen Gem. Nieuw Ginneken nrs. E2297 en E1466.

Een belangrijk element in de aanleg in landschapsstijl vormt voorts de beek, die meanderend door de aanleg slingert. In de Tweede Wereldoorlog werden op Valkenberg op last van de Duitse bezetter veel oude bomen gekapt. Desalniettemin bevat Valkenberg nog veel elementen, die van grote cultuurhistorische waarde zijn.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

HISTORIC GARDEN AND PARK LAYOUT.

Although historical sources relating to Valkenberg go back to the 14th century, the history of the layout can only be traced from the course of the 18th century onwards. In 1770, the then owner George de Villegas imposed a thirty-year felling ban in his will regarding the estate. This probably relates to fears of intensive felling at Valkenberg by his son-in-law Jan Carel van der Borch. The house with its lands, which according to Schoemaker in 1729 were "much and fairly good", were acquired in 1784 by Jan Carel's youngest brother Benjamin Baron van der Borch, who had been leasing the estate since 1772. Under the management of Benjamin van der Borch, Valkenberg experienced a great period of prosperity. He reported on his work to the then agricultural commissioner Jan Kops, who included this in full in his "Magazijn van Vaderlandschen Landbouw" (1803). The low marshy parts of the estate were cleared of shrubs, provided with drainage ditches and reclaimed as arable and pasture land, and the formal avenue system was expanded. The heights, which lay between these marshy lowlands and were covered with heather, were planted with woodland. Existing pine groves were felled and partly reclaimed as fields or planted with oak coppice. To the west of the house a rectangular orchard and a kitchen garden were laid out, which still exist today. The work of Van der Borch can be seen on the map of Valkenberg from 1822 by A.B. van Steensel.

This map further shows the changes to the layout in landscape style, which took shape under the direction of his daughter Mrs. A.C.L. Jantzon van Nieuwland-Baroness van der Borch (1804-1847) (married in 1814 to the Breda lawyer Jantzon van Nieuwland).

During the time of Van der Borch and his daughter, a highly varied layout came into being, in which formal avenue patterns, serpentine woods and agricultural plots alternated with one another. Van der Borch and Mrs. Jantzon probably sought to make the transition from the layout of the country house to the estate inconspicuous. A characteristic that remains one of the features of Valkenberg today and is based on compositional and economic motives. The pursuit of a balance between the economic yield of a layout and its composition was an ideal in the second half of the 18th century that took shape especially on large country estates in eastern Netherlands. Certainly Van der Borch and Mrs. Jantzon drew inspiration through family ties in Gelderland for this manner of laying out. Thus the marshy areas on the SE and NW sides of De Valkenberg were dug out as ponds in landscape style (the north-western pond is now partly silted up). Serpentine woods and agricultural plots were laid out in those places where the soil type was most suitable for this. The landscape-style layout realised during the time of Mrs. Jantzon is characterised by variation in the sequence of landscape scenes, whereby during the walk variety was created between woods, arable and pasture land, water features and avenues. The creation of a varied walking route was at this time a design task, which was then considered very important and was a prerequisite for directing the attention of the walker during his journey to ever new, varied scenes. A striking characteristic of the layout of Valkenberg from the time of Mrs. Jantzon is the juxtaposition of open and enclosed areas, which do not merge into one another but which alternate as separate views, which is one of the manifestations of the early landscape style in the Netherlands. The main theme of the layout of Valkenberg is formed by a formal and landscape avenue pattern; the formal part probably dates from the first half of the 18th century, judging by its formal manner of execution. On the south side of the park a 'patte d'oie' (a goose-foot-shaped structure of 5 avenues in a wood, which meet at a central point) around a roundel, of which the northern (now two-thirds planted with a double row of beeches and the rest with a double row of oaks), eastern and southern avenue still exist. The western avenue, which extends to the Chaam road, the boundary of the historic layout of the country house on this side, was relocated in the mid-19th century, when changes were again made to the layout at Valkenberg, in gently flowing curves. This completely preserved western avenue (now planted on both sides with individual oaks) forms together with the aforementioned northern avenue of the 'patte d'oie' the western approach drive of Valkenberg, which is entirely paved with clinkers. On the north side of the house is the northern approach drive, which was also relocated in a gentle curve in the second half of the 19th century.

Almost at right angles to this drive on the axis of the house (east side), a sight line, which is shown on the aforementioned map from 1822 and which now extends to the Bavelse Dreef, the NE boundary of the historic layout of the country house. Originally this sight line (place name Borchte Baantje, Paaltjesdreef) extended much further in a north-easterly direction and even today this north-easterly section is largely preserved, but the relationship with the historic layout of the country house is interrupted by the creation of a pasture at the level of the axis directly north-east of the Bavelse Dreef.

On both sides of the sight line a woodland complex, which remained agricultural land until 1845 (cf. the Topographic and Military map from 1845) and which was probably planted at the end of the 19th century (now planted with 19th-century beech, 20th-century conifers, holly and rhododendrons). Centrally in this wood a remnant of a formal and landscape path layout. On the north side the wood is closed off by an unmade forest road (cadastral plot Mun. Gilze Rijen section F1023), the boundary of the historic layout on this side. On the south side this wooded part, which is valuable for the historic layout of the country house solely as a green zone, is bounded by a path running in line with the northern approach drive and curving, which opens onto the Bavelse Dreef. South of this path is a large-scale serpentine wood with large and small ponds in landscape style; in the large pond a small island. The serpentine wood (now planted with 19th-century beech, 20th-century conifers, rhododendrons and holly) and the ponds are shown on the aforementioned map from 1822 and were laid out by Mrs. Jantzon. Towards the Veer side the wood is screened off by a high embankment with ditch, which date from the time of the creation of the serpentine wood and which form a remarkable motif from the period of the early landscape style. The serpentine wood, which is crossed by the stream, still contains a number of fragments of serpentine paths, high banks and winding watercourses, but only fragments of a layout pattern can be discerned. As such, the wood, with the exception of the landscape-style ponds, of which the layout is entirely preserved, is significant as a green zone. On the NW side of this serpentine wood a farmhouse with outbuilding and a servants' cottage, both from the 20th century, which are of subordinate importance for the historic layout and for its protection.

Serpentine woods of similar architecture and dating from the same time are also found on both sides of the straight line of the western approach drive and on the west side of the roundel. The part of the serpentine wood directly east of the approach drive has now disappeared and is planted with upright trees (now 20th-century conifers, 19th-century beech and rhododendrons). This part, which is important for the historic layout of the country house solely as a green zone, is bounded on the east side by a straight path. East of this path the aforementioned serpentine wood with small pond in landscape style (place name: Schapenvijver) from the time of Mrs. Jantzon. This wood is bounded on the east side by the aforementioned ditch along the road from the Veer to Snijers Chaam. On the south side this straight-line excavated ditch changes into a more naturally curving watercourse, which at its southern end branches off in an westerly direction and merges into a stream arm on the south side of the historic layout. The aforementioned ditch, watercourse and stream arm form the boundary of the historic layout at this location. The serpentine wood (now planted with 19th-century oak, beech and holly) on the west side of the roundel still exists in part and is composed of a pond in landscape style (now partly silted up; place name: Klein Zwitserland) and several fragments of serpentine paths around it. On the north side of this pond a decorative rustic hut from the 19th century. On the south side of the serpentine wood, approximately halfway along the curving western approach drive a small round embankment with an enormous boulder in the centre on a brick foundation. This object (place name: de Kei), which in its present state no longer has monumental value, possibly represented a decorative burial mound. The serpentine wood, which nowadays shows hardly any architectural coherence, is only significant for the historic layout of the country house as a green buffer and is bounded on the north and west sides by the stream.

During the time that Valkenberg was owned by Charles Lucien Paul Baron van der Borch the present so-called Lange vijver (Long Pond) was laid out south-west of the house in place of the L-shaped pond, as can be seen on a map from 1868 (house archive Hondsdonk, Ulvenhout). Regular renovations of the house also took place. The first renovation was carried out in 1887, a year after his marriage to Wilhelmina C.M. van der Goes. From the house a view was created in a southerly direction, over this new pond, on two elongated pastures situated along the straight line of the western approach drive, which were partly laid out on the site of a serpentine wood formerly located there. To create a greater perspective effect, between the pastures and the most northerly pasture and the pond the margins on both sides of the sight line were slightly drawn together by means of a row of trees (now oak) and shrub planting (now rhododendrons) (the view through is now partly overgrown). To enliven the view a group of trees (now oak) was planted in the most southerly pasture.

Adjacent to the NW shore of the pond running in a generous curve a wooded margin (now rhododendrons, yew and 19th-century beech and oak) was planted (place name: Vosseberg), which as a backdrop encloses the space of the at that time also created landscape-style meadow gradually sloping down to water level (with solitary weeping beech and sweet chestnut) south-west and west of the house. Approximately halfway along the 'Vosseberg', west of the house, a partly ruined sandstone pedestal of a no longer present upper section. As such, this pedestal is of subordinate importance for protection. Adjacent to the kitchen garden and northern approach drive a gardener's cottage and a shed in 'chalet style' had already been built during the time of Mrs. Jantzon; both originally served as ornamental pieces in the layout. The view of this gardener's cottage and shed was further enlivened by the planting of a group of trees (now 19th-century beeches and sweet chestnut) and of a solitary oak. The aforementioned wooded margin 'Vosseberg' was part of a circuit walk around a partially replanned pasture south-west of the pond at that time, which was partly planted with wooded strips and groups of trees. The circuit walk has largely disappeared, but the pasture with wooded strips and groups of trees still exist. From the pasture on the SW side of the house the 'Vosseberg' could be entered by means of a bridge (now gone) over the pond. The west side of the layout is terminated by the creation of a path flanked by wooded strips (now 19th and 20th-century oaks and beeches, and rhododendrons), which runs in an easterly direction providing diverse views of pasture and arable land, containing a group of trees, which provides the view from this path and from the aforementioned circuit walk with varied spatial effects. The aforementioned path, which runs in a southerly direction from the starting point of the northern approach drive, marks the boundary of the historic layout of the country house on this side. At its southern end this path branches off in a southerly direction along the boundary between the cadastral plots Mun. Gilze Rijen no. F544 and Nieuw Ginneken no. D1621; this path marks here the boundary of the historic layout and runs in a southerly direction to the landscape-style pasture situated along the western approach drive. The ditch along the west margin of this curving pasture, which is planted with a row of 19th-century beeches, marks here the boundary of the historic layout of the country house until the point where it meets the aforementioned stream around the southern former serpentine wood.

Furthermore, before 1868 (cf. the aforementioned map) the western arm of the 'patte d'oie' had been abolished and a new approach drive was laid out in curves (planted on both sides with oaks), whereby an already existing serpentine avenue situated slightly further north served as the basis (cf. the Topographic and Military map from 1845). At that time too the creation of the landscape-style pasture came about on the south side of this approach drive, unless it already existed in part at an earlier time. The stream arm bounded on the south side of this pasture by a wood-wall forms the boundary of the historic layout of the country house on this side. On the entrance side of the western approach drive the layout was also adapted. On the south side a woodland plot (now beech, 19th-century) was planted, of which the creation is enlivened by the stream running alongside it on the east side in whimsical curves. If the margin of the pastures on both sides of this drive on this side did not already curve previously, these pastures were in the last quarter of the 19th century incorporated into the landscape-style layout. Today the boundary of the historic layout of the country house runs on the north side of the cadastral plots Mun. Nieuw Ginneken nos. E1463 and E2300 and on the south and west side of the stream along the cadastral plots Mun. Nieuw Ginneken nos. E2297 and E1466.

An important element in the landscape-style layout is further the stream, which winds meandering through the layout. During World War II many old trees at Valkenberg were felled on the orders of the German occupier. Nevertheless Valkenberg still contains many elements that are of great cultural-historical value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map