Rijksmonumentenregister · Netherlands
Gevangenis, Engelse Kamp 5
Groningen, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gerechtsgebouw
- Function
- Gevangenis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1883
- Address
- Engelse Kamp 5, 9722 AX Groningen
- Place
- Groningen
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.20212, 6.57853
- Part of complex
- 483403
- Monument number
- 483406
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
CELLULAIRE GEVANGENIS MET POORTGEBOUW, gesitueerd aan de Verlengde Hereweg, gebouwd in 1883 in opdracht van het Rijk naar ontwerp van justitie-architect J.F. Metzelaar in een zeer karakteristieke, eclectische bouwstijl. Sinds 1951 is het gebouw van de strafgevangenis in gebruik als tbs-kliniek en maakt het deel uit van het complex van de Dr. S. van Mesdagkliniek. In de jaren zestig is de oude oostvleugel gesloopt en inwendig zijn de vides in de gevangenisvleugels dichtgezet. De dakschilden rusten oorspronkelijk op Monierplaten (cementgebonden platen op ijzeren liggers), die al vroeg werden vervangen door pannendaken. Ondanks deze wijzigingen zijn de hoofdstructuur en opzet van het complex zeer goed bewaard gebleven en is het monumentale karakter van het exterieur en de centrale hal in stand gebleven.
Omschrijving
Het gebouw van de voormalige gevangenis is toegankelijk via een indrukwekkend poortgebouw met centrale toegangspoort aan de oostzijde van de Hereweg. Het poortgebouw bestaat uit twee zware zeshoekige torens, die aan de bovenzijde van zware kantelen zijn voorzien. Tussen de torens is in het midden een zware, dubbele houten deur geplaatst onder een brede rondboog. De deur is van kussenpanelen voorzien. De boogdoorgang wordt zowel aan de buiten- als binnenzijde afgeschermd door een hek van houten latwerk. De rondboog wordt geaccentueerd door zware sluitstenen van gefrijnsde hardsteen. De hoektorens bezitten een zwaar basement van ruw behakte natuursteenblokken met diagonale, lineaire patronen. In het basement zijn rechthoekige ijzeren tralievensters geplaatst. Het basement wordt horizontaal geleed door een iets vooruitspringende doorlopende onder- en bovendorpelrand van eveneens natuursteen. Het basement wordt beëindigd door een doorlopende geprofileerde hardstenen lijst. Het gevelmuurwerk van het poortgebouw is opgemetseld van roodbruine baksteen. Het schachtgedeelte hierboven bevat in elk gevelvlak smalle verticale vensterspleten met een hardstenen omlijsting, die schietgaten suggereren. Boven de schacht kraagt het bovenste deel tot twee maal toe uit tot een kanteelachtige beëindiging. De uitkragingen worden gemarkeerd door doorlopende geprofileerde hardstenen lijsten waarvan de onderste lijst rust op in hardsteen uitgevoerde consoles. De kantelenreeksen zijn afgedekt met hardsteen. In het onderste uitkragende deel bevat elk gevelvlak een tweetal smalle hardstenen openingen, die eveneens schietgaten suggereren. Boven de rondboog is een hardstenen stichtingsplaat bevestigd, waarop het bouwjaar 1882-1883 staat aangegeven. Aan weerszijden van het poortgebouw sluiten circa drie meter hoge muren aan diede begrenzing vormen van het rechthoekige voorplein voor de gevangenis. De muren zijn eveneens van met hardsteen afgedekte kantelenreeksen voorzien. Op de hoeken zijn naar de buitenkant lagere, ronde hoektorentjes met kantelen uitgebouwd. Het voorplein leidt naar het entree- en voorgebouw van de gevangenis. Dit bouwdeel is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond en is met zijn voorgevel evenwijdig aan de rooilijn en de ommuring gesitueerd. Het gebouw telt twee bouwlagen onder een zadeldak, belegd met een vernieuwde pan en is strikt symmetrisch van opzet. De voorgevel is vijf traveeën breed. Het middenrisaliet bevat de centrale ingangspartij onder een rondboog. De ingang wordt omkaderd door een hardstenen omlijsting met blokken en sluitstenen. Het middenrisaliet is uitgebouwd tot een hoger opgetrokken vierkante, torenachtige uitbouw, die van kantelenreeksen is voorzien. De ingang is in een portiek geplaatst en bestaat uit een zware, bewerkte toegangsdeur met metaalbeslag. Op de eerste verdieping zijn twee segmentboogvormige vensters geplaatst op een doorlopende hardstenen onderdorpellijst. De vensters hebben een zes-ruits roedeverdeling en hanekamen met gepleisterde negblokken en sluitstenen. De zolderverdieping bevat een tweetal gepaarde smalle vensters onder rondbogen. Tussen en boven de twee bogen is in het midden een ronde klok aangebracht. De ingang en verdiepingsvensters worden samengevat door een monumentale rondboog van geprofileerd stuc werk en aan de bovenzijde gepleisterde sluitsteenblokken. De gevels van het middenrisaliet worden beëindigd door omlopend uitkragend muurwerk op natuurstenen consoles en kantelenreeksen. De beide vleugels aan weerszijden zijn elk twee raamtraveeën breed en worden geleed door brede muurdammen. Hiertussen zijn in het muurvlak terugliggende brede driedelige vensterpartijen onder een over twee verdiepingen doorlopende rondboog geplaatst. De vensters hebben een houten roedeverdeling; de vensters op de begane grond zijn segmentboogvormig gesloten; die op de verdieping zijn met een rondboog gesloten. De gevels van de vleugels worden beëindigd door een decoratief fries van gekleurde baksteen. De iets uitkragende natuurstenen goot rust op een reeks enkele en gepaarde, gecanneleerde natuurstenen consoles. De geveltoppen van de zijgevels zijn gedecoreerd met trapsgewijs klimmend metselwerk. Inwendig nog van belang de centrale hal met trappenhuis op kolommen en bewerkte, smeedijzeren hekwerken. Haaks op het voorgebouw sluiten de cellenvleugels aan van de eigenlijke gevangenis, die op een kruisvormige plattegrond zijn opgetrokken. Karakteristiek is de dakconstructie van het complex die bestaat uit gemetselde bogen waarop zich ijzeren gordingen bevinden. Oorspronkelijk lagen hierop Monierplaten.
Waardering
CELLULAIRE GEVANGENIS MET POORTGEBOUW, gebouwd in 1883 in opdracht van het Rijk naar ontwerp van justitie-architect J.F. Metzelaar in een karakteristieke, eclectische bouwstijl, van algemeen belang uit architectuurhistorisch en stedebouwkundig oogpunt alsmede van belang als functioneel onderdeel van het complex van de cellulaire gevangenis Groningen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
CELLULAR PRISON WITH GATE BUILDING, situated on the Verlengde Hereweg, built in 1883 by order of the State according to a design by justice architect J.F. Metzelaar in a very characteristic, eclectic architectural style. Since 1951 the prison building has been in use as a tbs clinic and forms part of the complex of the Dr. S. van Mesdagkliniek. In the nineteen-sixties the old east wing was demolished and internally the voids in the prison wings were filled in. The roof tiles originally rest on Monier plates (cement-bound plates on iron bearers), which were replaced early on by tiled roofs. Despite these alterations the main structure and layout of the complex have been very well preserved and the monumental character of the exterior and the central hall have been maintained.
Description
The former prison building is accessed via an impressive gate building with central access gate on the east side of the Hereweg. The gate building consists of two heavy hexagonal towers, which are provided at the top with heavy crenellations. Between the towers a heavy, double wooden door is placed in the middle under a broad semicircular arch. The door is provided with panel mouldings. The arched passage is screened on both the outside and inside by a fence of wooden latticework. The semicircular arch is accentuated by heavy voussoirs of pitched limestone. The corner towers possess a heavy base of roughly hewn natural stone blocks with diagonal, linear patterns. In the base are placed rectangular iron grille windows. The base is divided horizontally by a slightly projecting continuous under- and top sill edge of likewise natural stone. The base is ended by a continuous profiled limestone string course. The cavity wall of the gate building is constructed of red-brown brick. The shaft section above contains in each wall face narrow vertical window slits with a limestone surround, which suggest gun ports. Above the shaft the uppermost part projects twice to a crenellated finish. The projections are marked by continuous profiled limestone string courses of which the lower string course rests on consoles executed in limestone. The crenellation series are capped with limestone. In the lower projecting part each wall face contains two narrow limestone openings, which likewise suggest gun ports. Above the semicircular arch a limestone foundation stone is affixed, on which the building year 1882-1883 is indicated. On either side of the gate building walls of approximately three metres in height adjoin which form the boundary of the rectangular forecourt for the prison. The walls are likewise provided with crenellation series capped with limestone. On the corners lower, round corner turrets with crenellations are built out towards the exterior. The forecourt leads to the entrance and front building of the prison. This building section is erected on a rectangular ground plan and with its front façade parallel to the building line and the surrounding wall is situated. The building has two storeys under a gabled roof, tiled with renewed pan and is strictly symmetrical in layout. The front façade is five bays wide. The central projection contains the central entrance section under a semicircular arch. The entrance is framed by a limestone surround with blocks and voussoirs. The central projection is built out to a higher erected square, tower-like extension, which is provided with crenellation series. The entrance is placed in a portico and consists of a heavy, worked access door with metal fittings. On the first floor two segmental arch-shaped windows are placed on a continuous limestone sill string course. The windows have six-pane glazing bars and kneeling figures with plastered negative blocks and voussoirs. The attic storey contains two paired narrow windows under semicircular arches. Between and above the two arches a round clock is placed in the middle. The entrance and floor windows are summarized by a monumental semicircular arch of profiled stucco work and plastered voussoir blocks at the top. The gables of the central projection are ended by encircling projecting brickwork on natural stone consoles and crenellation series. Both wings on either side are each two window bays wide and are articulated by broad wall posts. Between these are in the wall plane recessed broad three-part window sections under a semicircular arch running over two storeys are placed. The windows have a wooden glazing bar division; the windows on the ground floor are segmentally arched; those on the floor are closed with a semicircular arch. The gables of the wings are ended by a decorative frieze of coloured brick. The slightly projecting natural stone gutter rests on a series of single and paired, fluted natural stone consoles. The gable tops of the side facades are decorated with stepped ascending brickwork. Internally still of importance the central hall with staircase on columns and worked, wrought-iron railings. Perpendicular to the front building the prison wings of the actual prison adjoin, which are erected on a cross-shaped ground plan. Characteristic is the roof construction of the complex which consists of built-up arches on which iron beams are placed. Originally Monier plates lay on these.
Valuation
CELLULAR PRISON WITH GATE BUILDING, built in 1883 by order of the State according to a design by justice architect J.F. Metzelaar in a characteristic, eclectic architectural style, of general importance from an architectural-historical and urban planning perspective as well as of importance as a functional component of the cellular prison Groningen complex.
Nearby in the register
- Cipierswoning(K), Hereweg 132Dienstwoningunder 1 mi
- Directeurswoning, Hereweg 126Dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Verlengde Hereweg 8 AWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Verlengde Hereweg 21 AWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.