Rijksmonumentenregister · Netherlands
Provinciehuis, Brink 3
Assen, Drenthe, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bestuursgebouw en onderdl
- Function
- Provinciehuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1879
- Address
- Brink 3, 9401 HS Assen (and others)
- Place
- Assen
- Province
- Drenthe
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.99335, 6.56410
- Monument number
- 469358
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1840 map "Kaart van de provincie Drenthe / door A. Werneke Cz." (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het huidige onderkomen van het Provinciaal Drents Museum is gebouwd als GOUVERNEMENTSGEBOUW van het Provinciaal Bestuur van Drenthe. Het is gebouwd in de periode 1879 (eerste ontwerp voor de Statenzaal)-1887 (de laatste afwerkingen aan het gebouw), in een bouwtrant die is geïnspireerd op de laat-gotische baksteengotiek, vermengd met invloeden van de Hollandse renaissance. Het gebouw staat op de plaats van zijn in 1884 afgebroken voorganger. Deze maakte oorspronkelijk deel uit van het kloostercomplex van de Cistercienzer Abdij Maria in Campis en was vanaf 1601 in gebruik bij het Provinciaal Bestuur. Het op de Brink georïenteerde gebouw staat ingeklemd tussen het Drostenhuis (rechts), de voormalige Abdijkerk (links) en het Rijksarchief (achter). Het is gebouwd naar een in samenwerking met de ingenieur van Provinciale Waterstaat J.P. Havelaar ontstaan ontwerp van Rijksbouwmeester J. van Lokhorst. De uitvoering van de werkzaamheden was in handen van de Asser aannemer Taeke Boonstra. Het voormalige Gouvernementsgebouw bezit een nog voor een belangrijk deel in oorspronkelijke staat verkerend interieur met onder andere muurschilderingen die zijn ontworpen door de uit Wenen afkomstige kunstenaar Georg Sturm en zijn uitgevoerd door de Duitse broers Florack. Het beeldhouwwerk van de achtervleugel en waarschijnlijk ook de gebeeldhouwde versieringen in het voorste bouwdeel zijn afkomstig uit het atelier van F. Stoltzenberg uit Roermond. Het gebouw had tot 1973 de functie van Provinciehuis, waarna het een museale bestemming kreeg.
Omschrijving.
Het gebouw heeft twee bouwlagen van variabele hoogte onder met leien (maasdekking) en platte Friese pannen gedekte zadel- en (afgeknotte) schilddaken met dakkapelletjes, voorzien van luiken en topjes met pironbekroning. De schoorsteenschachten zijn voorzien van terracotta pijpen, de regenpijpen monden uit in ijzeren vergaarbakken. Het in baksteen, vanuit een onregelmatige T-vormige plattegrond opgetrokken gebouw wordt verlevendigd door speklagen, vensters met glas-in-lood, smeedijzeren sierankers, cordonlijst met baksteenmozaïekjes, details in rode verblendsteen en beeldhouwwerk. De voorgevel met trasraam bestaat uit vier delen met van links naar rechts een risalerende tuitgevel met brede erker, een vijf-assige terugliggende gevelpartij, een hoger opgaand ingangsrisaliet met tuitgevel en een eveneens hoger opgaande, vier-assige rechter gevelpartij. De rechtgesloten kruisvensters zijn voorzien van kozijnen met holle neggen, doorgetrokken onderdorpels met afzaat, bewerkte middenstijlen, geprofileerde wisseldorpels en deels gebrandschilderde glas-in-lood bovenramen onder een latei. De rechte gevelbeëindigingen zijn voorzien van dakgoten op gesneden klampen. De linker gevelpartij heeft een over beide bouwlagen lopende rechthoekige erker onder een met leien gedekt schilddakje. De erker heeft aan de voorzijde drie vensters per bouwlaag tussen smalle, verblendstenen penanten met kraalneggen. Tussen de vensters van de parterre en de verdieping bevinden zich in spaarvelden aangebrachte, van wit geschilderde terracotta vervaardigde hoog-reliëfs met allegorische voorstellingen. De hoeken van de gootlijst zijn versierd met op smeedijzeren steunen liggende spuwers van gietijzer. De geveltop boven de erker is voorzien van schouderstukken, een klimmende reeks rondboogvensters met smalle ramen, sluit- en aanzetstenen, boogtrommels met baksteenmozaïeken en een tenant (met aanzet in de vorm van een hoofd) aan een tuit met klauwstukken en smeedijzeren bekroning met windvaan. De iets terugliggende gevelpartij rechts hiervan is voorzien van vensters met de letter D in de kruising van de kruiskozijnen. De vensters op de begane grond staan onder rondbogen met terugliggende boogtrommels met driepasbogen en baksteenmozaïeken. De vensters op de verdieping staan onder lateien. Het drie vensterlagen tellende ingangsrisaliet heeft een rondboogentreepartij met verblendstenen archivolten, kraagstukken met mannenkopjes, waartussen een rechtgesloten paneel-vleugeldeur onder een latei staat, een reliëf met bladmotieven en het wapen van Drenthe, alsmede een rondbootriplet met glas-in-lood. De vensters hierboven zijn rechtgesloten tweelichten met glas-in-lood onder rondboogjes met mozaïekinvullingen en segmentboogvormige overspanningsbogen. De bovenste vensters zijn vergelijkbaar, maar staan per twee onder lateien en overspannende rondbogen met reliëfs en vermelding van het bouwjaar (MDCCCLXXXV) in de boogtrommels. De brede, overspannende rondboog in de geveltop heeft een boogtrommel die is gevuld met een reliëf, waarin het wapen van Nederland wordt geflankeerd door de portretten van het koninklijk paar (koning Willem III en koningin Emma). Boven de boog staan een diepliggend zolderluikje met segmentboog en een tenant met een speerdragende "oer-Drenth" in dierenvel op de tuit. Het ingangsrisaliet is boven de begane grond voorzien van verblendstenen hoekpilasters met kapiteeltjes die de schouderstukken ondersteunen. De vensters in het vier-assige rechter bouwdeel zijn vergelijkbaar met die in de vijf-assige gevelpartij, maar groter en onder meer voorzien van gebrandschilderde muzen in de bovenramen van de parterre, waar de boogtrommels zijn ingevuld met vijfpasbogen en mozaïeken. In de bovenramen van de verdiepingsvensters bevinden zich ronde gebrandschilderde ruitjes. De kap van het hoofdvolume van het gebouw is aan de achterzijde gedekt met platte Friese pannen en voorzien van dakkapelletjes als elders. De gevels aan de achterzijde zijn verlevendigd met banden van rode verblendsteen en smeedijzeren sierankers. De verdiepingsvenster zijn getoogde tweelingvensters met wisseldorpels en staan onder overspanningsbogen. De lange gevels van de dwarsvleugel met verdieping onder met platte Friese pannen gedekt zadeldak zijn voorzien van rechtgesloten, voor het merendeel zesruits vensters met doorgetrokken onderdorpels met afzaat en afgeschuinde dagkanten, alsmede vierkante hemelwaterafvoeren met vergaarbakken. Tussen de eerste en de tweede travee van de noordelijke gevel loopt, vanaf tweederde van de begane grond, een vanuit een kraagsteen met mannenkopje naar boven lopende uitpandige schoorsteenschacht, die wordt beëindigd door een deels open opbouw met frontons. De hoger opgaande gevelpartij is voorzien van een tuitgevel en staat onder een dwarskap. Dit geveldeel heeft enkele lagere vensters op een tussenverdieping. De vensters in de bouwlaag daarboven staan onder een rondboog. De geveltop van dit gedeelte is voorzien van een zolderluik. De uitpandige schoorsteenschacht hier links van is eveneens voorzien van een deels open opbouw met frontonbekroning. De vensters van de Statenzaal op de verdieping zijn voorzien van twee-ruits glas-in-lood bovenramen met gebrandschilderd glas. Rechts van de hoog opgaande middenpartij bevindt zich een grote dakkapel met rechtgesloten luik, zinken wangen en een steile, met leien gedekte kap met piron op het overstek, dat steunt op korbelen. De kopgevel is een symmetrische tuitgevel met smalle cordonlijst en verblendstenen geveldecoraties. De begane grond is voorzien van een dubbele deur onder rechtgesloten twee-ruits bovenlicht en segmentboog. De verdieping is blind, de uitkragende dakaanzetten bezitten schouders en de deklijst is geprofileerd. Op de zolderverdieping bevinden zich drie vensters onder segmentboog. De zuidelijke lange gevel van de achtervleugel is voorzien van smeedijzeren muurankers, een uitpandige schoorsteen als aan de noordgevel, maar met een vrouwenkopje als aanzet. De vensters zijn behangen met persiennes en staan onder segmentbogen. Het hoger opgaande, twee-assige tuitgeveltje telt drie vensterlagen. De kleine vensters op de eerste verdieping staan onder segmentbogen. De drie venster op de tweede verdieping worden van elkaar gescheiden door smalle penanten en staan onder rondbogen. In de top bevindt zich een segmentboogvormige gevelopening met luik. Het brede avant-corps is vijfzijdig en telt twee bouwlagen onder schilddak. Het trappenhuis hier links van is voorzien van drie grote, gekoppelde rondboogvensters met glas-in-lood invulling. Tegen het hoofdvolume, aan weerszijden van de vleugel, staan verdiepingloze uitbouwtjes (gangen) onder plat dak. Het deel van de gang tegen het hoofdvolume is onder meer voorzien meer een kruisvenster met onderluiken en glas-in-lood ramen en is doorgetrokken langs de gevel van het Drostenhuis, maar is daar minder hoog opgaand en voorzien van een met verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak en een gevelrand met zaagtand en verblendstenen kwarthol. De kopgevels van de gangen zijn tuitgeveltjes met uitkragende dakaanzetten met schouder.
Het interieur is nog voor een belangrijk deel in oorspronkelijke staat gebleven en voor een deel na 1973 hersteld. Het ingangsportaal en de vestibule zijn evenals de gangen voorzien van gepleisterde wanden die zijn versierd met geschilderde decoraties boven het gedeelte dat is voorzien van tegels met voornamelijk geperste decoraties en een hardstenen plint. De plafonds zijn eveneens versierd met schilderingen en de balken zijn voorzien van snijwerk, terwijl de lambriseringen, de schouwen en het snijwerk in de meest representatieve ruimtes van het gebouw ook nog grotendeels intact zijn. De vestibule met betegelde vloer wordt doorsneden door segmentbogen die rusten op ronde zuilen met kapitelen en octogonale basementen van hardsteen. Het plafond is verdeeld in gewelfde segmenten. De linker (noordelijke) gang voert naar twee voormalige wachtkamers met marmeren schouwen en houten schoorsteenmantels, en naar de voormalige kamer van de Commissaris des Konings, die is voorzien van lambriseringen, parketvloer, originele houten vensterbank en gebeeldhouwde schouw met tweelingzuiltjes, houten schoorsteenmantel met snijwerk en spiegel, alsmede een plafond met gesneden koppen in de sleutelstukken. Aan de rechter (zuidelijke) gang bevindt zich de voormalige balzaal. Deze is voorzien van grote paneel-schuifdeuren met aan de binnenzijde een entablement op een omlijsting met composietkapitelen. De ruimte is voorzien van een parketvloer, lambriseringen en wanden die worden geleed door gecanneleerde houten pilasters met composietkapitelen. Hierboven bevinden zich kraagstukken met putti, die de zware moerbalken ondersteunen. De twee haarden met marmeren schouw en houten schoorsteenmantel met spiegel in de boezem staan tegenover elkaar. Het in overstand staande bovenste deel van de boezem is verlevendigd met atlantjes, die cartouches dragen. In de oostelijke gang bevonden zich oorspronkelijke de werkruimtes van de ambtenaren van de 1e, 2e, 3e en 4e afdeling, het archief en een deels uitgebouwde ruimte, die mogelijk als griffierskamer diende. De trap heeft een groot bordes, treden van hardsteen, deels betegelde wanden en trapleuningen van smeedijzer met koperen stangen, en een traplicht met na-oorlogs gebrandschilderd glas-in-lood uit het atelier J. Soentjens. De trap komt uit op een centrale hal, die onder meer is voorzien van gesneden mensenkoppen in de sleutelstukken en een trappenhuis met een deur die leidt naar de gaanderij met houten balustrade en grote segmentbogen op beschilderde vierkante kolommen. De gaanderij bevindt zich in de ruimte die als bibliotheek in gebruik is. De bibliotheek heeft een paneel-vleugeldeur, een parketvloer, beschilderd balkenplafond en gelambriseerde wanden. De schouw is voorzien van een schoorsteenmantel van zandsteen met reliëfs, de datering 1885 en een geschilderd wapen op de boezem. Een tweede schouw is iets eenvoudiger en is eveneens versierd met reliëfs en het provinciewapen in de schoorsteenmantel. De vloertjes rondom de haard zijn betegeld en de balken zijn versierd met vergulde dieren. De oostelijke gang voert naar de paneel-vleugeldeur van de Statenzaal, waaruit de oorspronkelijke inventaris is verwijderd, maar die nog is voorzien van parketvloer, lambriseringen, beschilderd balkenplafond en beschilderde wanden. Het plafond is in de hoeken afgeschuind. Uit de schuine vlakken steken op consoles steunende en aan zuiltjes hangende korte balken met koppen van monsters, waaraan trekstangen zijn bevestigd. De consoles zijn versierd met figuren die diverse beroepen en ambachten personifiëren. De trekstangen zijn halverwege verbonden met aan het plafond bevestigde stijlen en op de verbinding voorzien van smeedijzeren decoraties. Dwars tussen de balken met de trekstangen bevinden zich friezen van houten rondbogen met beschilderde zwikken. De bovenramen van de vensters zijn voorzien van gebrandschilderde gemeentewapens. De oostelijke wand is voorzien van rondboog-spaarvelden met geschilderde taferelen uit de geschiedenis van Drenthe, boven eveneens geschilderde imitatiedoeken met motieven van staande, zwaarddragende leeuwen. De westelijke wand met de entree is eveneens beschilderd met dergelijke doeken. Hierboven bevindt zich de dichte paneel-balustrade van de toehoorderstribune. Deze bestaat uit een ruimte met rondboog-spaarvelden met geschilderde imitatiedoeken en spreuken in de achterwand, alsmede een vijf rondbogen tellende arcade-galerij.
Waardering
Het voormalige Gouvernementsgebouw (sedert 1973 in gebruik als museum) is van grote cultuur- en architectuurhistorische waarde vanwege de gaafheid van in- en exterieur, de toegepaste bouwstijl, de hoge esthetische kwaliteit, de gebruikte materialen en het feit dat het een belangrijk ontwerp betreft uit het oeuvre van een architect van naam. Vanwege de situering op een historische plaats aan de Brink, temidden van andere historisch en architectuurhistorisch waardevolle panden, waarmee het het oude stadshart vormt, is het beeldbepalende gebouw ook van groot stedenbouwkundige belang en heeft het grote ensemblewaarde. Het zeer karakteristieke voormalige gouvernementsgebouw maakt tevens deel uit van het beschermd stadsgezicht Assen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The current premises of the Provincial Drenthe Museum was built as a GOVERNMENT BUILDING for the Provincial Administration of Drenthe. It was built in the period 1879 (first design for the States Hall) - 1887 (the final finishing work on the building), in a building style inspired by late-Gothic brick Gothic, mixed with influences from the Dutch Renaissance. The building stands on the site of its predecessor demolished in 1884. This originally formed part of the monastery complex of the Cistercian Abbey Maria in Campis and had been in use by the Provincial Administration since 1601. The building oriented towards the Brink is wedged between the Drostenhuis (on the right), the former Abbey Church (on the left) and the National Archives (behind). It was built to a design created in collaboration with the engineer of Provincial Water Management J.P. Havelaar by State Architect J. van Lokhorst. The execution of the work was undertaken by Assen contractor Taeke Boonstra. The former Government Building has an interior that is still largely in original condition, including among other things wall paintings designed by the artist Georg Sturm from Vienna and executed by the German brothers Florack. The sculpture work of the rear wing and probably also the sculptural ornaments in the front section are from the studio of F. Stoltzenberg from Roermond. The building had the function of Provincial House until 1973, after which it received a museum designation.
Description.
The building has two storeys of variable height under gabled roofs and (truncated) hipped roofs covered with slate (Maas covering) and flat Frisian tiles, fitted with shutters and tops with crested finials. The chimney stacks are fitted with terracotta pipes, the rainpipes empty into iron gutters. The building, constructed in brick from an irregular T-shaped ground plan, is enlivened by string courses, windows with leaded glass, wrought-iron ornamental wall anchors, cornice with brick mosaics, details in red facing brick and sculpture work. The front façade with ashlar consists of four parts, from left to right a projecting spout gable with broad bay, a five-bay recessed façade section, a higher projecting entrance risalit with spout gable and an equally higher projecting four-bay right façade section. The straight-closed cross windows are fitted with frames with hollow reveals, continuous sills with drip moulding, worked mullions, moulded alternate sills and partly stained leaded glass fanlights under a lintel. The straight façade terminations are fitted with gutters on carved brackets. The left façade section has a rectangular bay window running across both storeys under a slate-covered hipped roof. The bay has three windows per storey on the front between narrow facing-brick pilasters with bead reveals. Between the windows of the ground floor and the upper storey are high-reliefs made of white-painted terracotta in spandrels with allegorical representations. The corners of the gutter line are decorated with spouts of cast iron resting on wrought-iron supports. The façade top above the bay is fitted with shoulder pieces, a climbing series of round-arched windows with narrow lights, closing and setting stones, arch drums with brick mosaics and a tenant (with setting in the form of a head) to a spout with claw pieces and wrought-iron cresting with weathervane. The slightly recessed façade section to the right of this is fitted with windows with the letter D in the crossing of the cross windows. The windows on the ground floor stand under round arches with recessed arch drums with trefoil arches and brick mosaics. The windows on the upper storey stand under lintels. The three-window-storey entrance risalit has a round-arched entrance stairway with facing-brick archivolts, corbels with male heads, between which stands a straight-closed panel-wing door under a lintel, a relief with leaf motifs and the coat of arms of Drenthe, as well as a round-arched triplet with leaded glass. The windows above are straight-closed two-lights with leaded glass under small round arches with mosaic fillings and segmental-arched spanning arches. The uppermost windows are comparable, but stand in pairs under lintels and spanning round arches with reliefs and mention of the building year (MDCCCLXXXV) in the arch drums. The broad spanning round arch in the façade top has an arch drum filled with a relief in which the coat of arms of the Netherlands is flanked by the portraits of the royal couple (King William III and Queen Emma). Above the arch stands a deeply recessed attic hatch with segmental arch and a tenant with a spear-bearing "primordial Drenth" in animal fur on the spout. The entrance risalit is fitted above the ground floor with facing-brick corner pilasters with capitals that support the shoulder pieces. The windows in the four-bay right section are comparable to those in the five-bay façade section, but larger and among other things fitted with stained muses in the fanlights of the ground floor, where the arch drums are filled with cinquefoil arches and mosaics. In the fanlights of the upper storey windows are round stained roundels. The roof of the main volume of the building is covered on the rear side with flat Frisian tiles and fitted with roof dormers as elsewhere. The façades on the rear side are enlivened with bands of red facing brick and wrought-iron ornamental wall anchors. The upper storey windows are arched twin windows with alternate sills and stand under spanning arches. The long façades of the transverse wing with upper storey under gabled roof covered with flat Frisian tiles are fitted with straight-closed, mostly six-light windows with continuous sills with drip moulding and chamfered angles, as well as square rainwater outlets with gutters. Between the first and second bay of the northern façade runs, from two-thirds of the ground floor, a projecting chimney stack rising from a corbel with male head, which is terminated by a partly open superstructure with pediments. The higher projecting façade section is fitted with a spout gable and stands under a transverse roof. This façade section has some lower windows on an intermediate storey. The windows in the storey above stand under a round arch. The façade top of this section is fitted with an attic hatch. The projecting chimney stack to the left of this is likewise fitted with a partly open superstructure with pediment cresting. The windows of the States Hall on the upper storey are fitted with two-light stained leaded glass fanlights. To the right of the high-rising middle section is a large roof dormer with straight-closed hatch, zinc cheeks and a steep roof covered with slate with crested finial on the overhang, which is supported on corbels. The gable is a symmetrical spout gable with narrow cornice and facing-brick façade ornaments. The ground floor is fitted with a double door under straight-closed two-light fanlight and segmental arch. The upper storey is blank, the projecting roof setting features shoulders and the drip line is moulded. On the attic storey are three windows under segmental arch. The southern long façade of the rear wing is fitted with wrought-iron wall anchors, a projecting chimney as on the north façade, but with a female head as setting. The windows are hung with venetian blinds and stand under segmental arches. The higher projecting two-bay spout gable has three window storeys. The small windows on the first upper storey stand under segmental arches. The three windows on the second upper storey are separated from each other by narrow pilasters and stand under round arches. In the top is a segmental-arched façade opening with hatch. The broad avant-corps is five-sided and has two storeys under hipped roof. The staircase to the left here is fitted with three large coupled round-arched windows with leaded glass filling. Against the main volume, on either side of the wing, stand storey-less outbuildings (corridors) under flat roof. The part of the corridor against the main volume is among other things fitted with a cross window with under-shutters and leaded-glass windows and is continued along the façade of the Drostenhuis, but is there lower-rising and fitted with a gabled roof covered with improved Dutch tiles and a façade band with sawtooth and facing-brick quarter-hollow. The gable ends of the corridors are small spout gables with projecting roof setting with shoulder.
The interior has remained largely in original condition and has been partly restored after 1973. The entrance portico and vestibule, like the corridors, are fitted with plastered walls decorated with painted decorations above the section fitted with tiles with mainly pressed ornaments and a hardstone plinth. The ceilings are likewise decorated with paintings and the beams are fitted with carved work, while the wainscoting, the chimneypieces and the carved work in the most representative spaces of the building are also still largely intact. The vestibule with tiled floor is crossed by segmental arches resting on round columns with capitals and octagonal hardstone bases. The ceiling is divided into vaulted segments. The left (northern) corridor leads to two former waiting rooms with marble chimneypieces and wooden chimney mantels, and to the former room of the Commissioner of the King, which is fitted with wainscoting, parquet flooring, original wooden windowsill and sculptured chimneypiece with twin columns, wooden chimney mantel with carved work and mirror, as well as a ceiling with carved heads in the keystones. The former ballroom is located off the right (southern) corridor. This is fitted with large panel sliding doors with an entablature on the inside with a surround with Composite capitals. The room is fitted with a parquet floor, wainscoting and walls articulated by fluted wooden pilasters with Composite capitals. Above these are corbels with putti supporting the heavy main beams. The two fireplaces with marble chimneypiece and wooden chimney mantel with mirror in the opening face each other. The overstanding upper part of the opening is enlivened with atlantids carrying cartouches. In the eastern corridor were originally the workspaces of the officials of the 1st, 2nd, 3rd and 4th department, the archive and a partly constructed space, which possibly served as the clerk's room. The staircase has a large landing, hardstone steps, partly tiled walls and wrought-iron stair railings with copper rods, and a stairwell with post-war stained leaded glass from the studio J. Soentjens. The stairs lead to a central hall, which among other things has carved male heads in the keystones and a staircase with a door leading to the gallery with wooden balustrade and large segmental arches on painted square columns. The gallery is located in the space used as a library. The library has a panel wing door, a parquet floor, painted beam ceiling and wainscoted walls. The chimneypiece is fitted with a sandstone chimney mantel with reliefs, the dating 1885 and a painted coat of arms on the opening. A second chimneypiece is slightly simpler and is likewise decorated with reliefs and the provincial coat of arms in the chimney mantel. The tiles around the hearth are tiled and the beams are decorated with gilded animals. The eastern corridor leads to the panel wing door of the States Hall, from which the original furnishings have been removed, but which still has parquet flooring, wainscoting, painted beam ceiling and painted walls. The ceiling is bevelled in the corners. Short beams with heads of monsters, to which pull rods are attached, project from the bevelled planes on consoles and hang from columns. The consoles are decorated with figures personifying various professions and trades. The pull rods are connected midway with styles attached to the ceiling and at the connection fitted with wrought-iron ornaments. Transverse to the beams with the pull rods are friezes of wooden round arches with painted spandrels. The fanlights of the windows are fitted with stained municipal coats of arms. The eastern wall is fitted with round-arched spandrels with painted scenes from the history of Drenthe, above likewise painted imitation canvases with motifs of standing, sword-bearing lions. The western wall with the entrance is likewise painted with such canvases. Above this is the closed panel balustrade of the public gallery. This consists of a space with round-arched spandrels with painted imitation canvases and inscriptions in the rear wall, as well as an arcade gallery comprising five round arches.
Valuation
The former Government Building (in use as a museum since 1973) is of great cultural and architectural-historical value due to the integrity of interior and exterior, the applied building style, the high aesthetic quality, the materials used and the fact that it is an important design from the oeuvre of an architect of repute. Due to its location on a historic site at the Brink, among other historically and architecturally valuable buildings, with which it forms the old city centre, the visually distinctive building is also of great urban-planning importance and has great ensemble value. The very characteristic former government building is also part of the protected townscape Assen.
Nearby in the register
- Kloosterkerk, BY: Brink 3Klooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Klooster, kloosteronderdl, BY: Brink 3Klooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Archiefbewaarplaats, Brink 4Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Ambtswoning, Brink 7Dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.